Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 19.40 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb in mijn vragen over en behandeling van de punten in dit debat vooral ingezoomd op de vraag of we een juridisch houdbare wetswijziging doorvoeren. Ik heb goed geluisterd naar collega Janssen. Ik denk dat collega Janssen de beste analyse heeft gegeven, een analyse waar ik ook wel mee kan leven, namelijk dat de minister zegt: ik moet gewoon bestuurlijk dit doen en we zien wel waar het eventueel vastloopt. Na mijn vraag aan de heer Dittrich was het in feite ook mijn gevoel dat dat inderdaad de insteek is.
Zoals mevrouw Perin van Volt zegt, blijft het natuurlijk wel zo dat wij als Eerste Kamer "ja" of "nee" moeten zeggen op een wetsontwerp en zelf ook moeten toetsen of dat wetsontwerp voldoet aan het Europees Handvest. Ik heb daar een duidelijke vraag over gesteld aan de minister. Het kan zijn dat het antwoord tussen alle papieren zit die er nog lagen en waar hij nog niet doorheen had gebladerd. Ik heb hem het volgende gevraagd. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in 2022 een duidelijke uitspraak gedaan, namelijk dat dit niet voldoet. In de beantwoording van onze schriftelijke vragen heeft de minister gezegd: "Echter, sinds de uitspraak van de Afdeling is geruime tijd verstreken en hebben zich nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. Zo heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie op 19 december 2024 het Kaduna-arrest gewezen." Mijn vraag was waaruit de minister of zijn ambtenaren afleiden dat er iets is te vinden in het Kaduna-arrest wat gebruikt kan worden om de Afdeling bestuursrechtspraak ervan te overtuigen dat de houding die de rechter in 2022 innam, nu niet meer zou passen. Op die vraag heb ik geen antwoord gekregen. Ik wil het graag nogmaals aan de minister proberen te vragen. Hij mag ook zeggen: we komen er niet uit. Dan weet ik ook waar ik aan toe ben. Maar dat is toch een essentiële vraag, zeker in het licht van de beantwoording van de vragen in de schriftelijke ronde? Hij zegt: het Kaduna-arrest is daarna nog gewezen. Die vraag blijft dus nog liggen.
Dan de kwestie of het nou eigenlijk juridisch safe is wat we aan het doen zijn. Ik heb begrepen dat er in ieder geval de toezegging gedaan is — daar ben ik ook heel blij mee — dat het ambtelijk onderzoek dat de voorganger van de minister, mevrouw Faber, heeft laten uitvoeren naar de juridische grenzen en mogelijkheden die bij dit onderwerp passen, aan de Kamer wordt gegeven. Ik zou zelf nogmaals het volgende aan de minister willen vragen; dat heb ik helemaal aan het begin van mijn verhaal al aan de orde gesteld. Toen het amendement van de heer Van Dijk werd voorgesteld, moet er binnen het ministerie van de minister ook een appreciatie geweest zijn van de vraag of dat juridisch safe was. Ik zou van de minister graag de toezegging willen hebben dat ook die appreciatie de Kamer wordt toegezonden, tegelijk met het rapport dat toentertijd op verzoek van zijn voorganger is opgesteld.
Dan rest mij om nog even terug te komen op de kwestie van artikel 22. Mevrouw Thijssen heeft daar ook al naar verwezen. Hoe je het ook wendt of keert, de minister kan op basis daarvan voor twee maanden beperkingen aan grondrechten opleggen, en die twee maanden kunnen verlengd worden en tot in het oneindige doorgaan. Dat is een heel ingrijpende bevoegdheid. Ik denk dat voor mij de vraag is: wat is nou het doel van die bevoegdheid? Er staat alleen maar "uitzonderlijke omstandigheden", maar de wetgever heeft niet aangegeven welk doel wordt nagestreefd met die beperkingen. Dat staat er niet, maar in het licht van de vraag waar de ondergrens ligt zou ik ook aan de minister willen vragen of hij het doel nog een keer kan formuleren zoals hij het ziet. Dat zou misschien kunnen helpen om de rechtszekerheid op dat punt iets te versterken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot nog het woord aan de heer Walenkamp. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van Gasteren.