Plenair Van Rooijen bij voortzetting behandeling Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring



Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 13.49 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Rooijen i (50PLUS):

Voorzitter. De minister, hier aanwezig, wil ik alvast complimenteren met het feit dat de asielwetgevingsmachine eindelijk goed op gang komt, na vele jaren stilstand.

Voorzitter. De Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring kent inmiddels een lange geschiedenis. Hij werd in 2015 ingediend en is via de novelle en verschillende amendementen aanzienlijk gewijzigd. De kern van de oorspronkelijke wet is helder: vreemdelingenbewaring is geen gevangenisstraf, maar dient een vreemdelingenrechtelijk doel, bijvoorbeeld om terugkeer mogelijk te maken. Daarom komt er een eigen bestuursrechtelijk regime, met bewaring als uiterste middel en met niet meer beperkingen dan noodzakelijk. Mijn fractie kan dat uitgangspunt onderschrijven.

Maar een inrichting moet natuurlijk ook veilig zijn, voor de vreemdelingen die daar verblijven en zeker ook voor de mensen van DJI die daar iedere dag hun werk moeten doen. Bij grote veiligheidsproblemen kan het nodig zijn om tijdelijk voor een hele afdeling maatregelen te nemen. De individuele maatregelen uit de nieuwe wet zijn daarvoor niet altijd voldoende. Daarom is in de novelle de lockdown opgenomen. Bij ernstige problemen met orde en veiligheid kan tijdelijk van het normale programma worden afgeweken. In de zwaarste fase kan sprake zijn van 23 uur insluiting per etmaal. De wet stelt een uiterste termijn van vier weken. De Raad van State vond de eerder voorgestelde zes weken te lang en sprak eerder over enkele dagen dan over weken. De regering heeft die zes weken vervolgens teruggebracht naar vier weken. Zij beroept zich daarbij op de praktijkervaring van DJI en op een gefaseerde afbouw, maar in de laatste schriftelijke beantwoording staat ook dat dergelijke maatregelen niet centraal worden geregistreerd en dat het beschikbare beeld van eerdere incidenten dus niet volledig is. Kan de minister aangeven op welke praktijkervaringen de maximale termijn van vier weken berust? Waarom rechtvaardigen die ervaringen vier weken in plaats van bijvoorbeeld twee weken?

Voorzitter. Dan het normale verblijfsregime. De oorspronkelijke wet ging uit van maximaal twaalf uur per etmaal in de gesloten verblijfsruimte. Via het amendement-Ellian is dat vijftien uur geworden. De achtergrond daarvan is vooral de personele situatie bij DJI. De minister heeft gezegd dat het streven nog steeds twaalf uur is wanneer dat operationeel mogelijk is, maar een intentie is geen wettelijke norm. In de wet staat straks: vijftien uur. Hoe wordt voorkomen dat vijftien uur door aanhoudende personeelstekorten in de praktijk gewoon het normale regime wordt? Is de minister bereid het werkelijke aantal insluitingsuren te monitoren en daarover aan beide Kamers te rapporteren?

Voorzitter. De novelle is veel breder geworden. Onder meer de ongewenstverklaring is uitgebreid. Ook de rechterlijke dwangsommen zijn via amendementen toegevoegd als onderdeel. Ik heb bij eerdere asieldebatten, vorig jaar, waardering uitgesproken voor de mensen van de IND en het COA. Ik geef het je te doen, zei ik, om dag in, dag uit te moeten dweilen met de kraan open, binnen wet- en regelgeving die anderen hebben bedacht. Die medewerkers maken de wetten niet. Dat doen regering en parlement. Wij zijn er dus ook verantwoordelijk voor dat die wetten uitvoerbaar zijn.

Een belangrijke wijziging is de uitbreiding van de ongewenstverklaring. Daarmee kan ook een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf die onvoldoende meewerkt aan zijn vertrek, ongewenst worden verklaard. Overtreding daarvan kan vervolgens strafbaar zijn. De Raad van State heeft gewaarschuwd dat strafrechtelijke vervolging de daadwerkelijke terugkeer juist kan bemoeilijken. De regering stelt daartegenover dat strafrechtelijke handhaving pas aan de orde is nadat andere maatregelen gericht op terugkeer zijn geprobeerd. Hoe wordt in de praktijk gewaarborgd dat strafrechtelijke vervolging de terugkeer niet vertraagt of belemmert terwijl terugkeer juist het doel van deze wetgeving is?

Voorzitter. Dan de dwangsommen. De bestuurlijke dwangsom is inmiddels afgeschaft. Wat nog bestaat, is de rechterlijke dwangsom. Als de IND niet tijdig beslist, kan iemand naar de rechter. De rechter stelt vervolgens een nieuwe termijn en kan daaraan een financiële dwangsom verbinden. Via het amendement-Van Dijk wordt ook die rechterlijke dwangsom nu afgeschaft. Dat amendement kreeg in de Tweede Kamer een zeer ruime meerderheid. Ook mijn fractie, 50PLUS, stemde voor. De IND vraagt zelf om afschaffing. De redenering is begrijpelijk: als er te veel zaken liggen om tijdig te behandelen, ontstaat er door een dwangsom niet ineens een extra beleidsmedewerker. En dan de bedragen. In 2024 betaalde de IND ongeveer 37 miljoen euro. In 2025 was dat 79 miljoen. Van januari tot en met juli van dit jaar was het inmiddels ongeveer 99 miljoen. In de media wordt gesproken over een voorziening van bijna 380 miljoen euro. Herkent de minister die orde van grootte? En welk bedrag verwacht hij daadwerkelijk over heel 2026 aan dwangsommen te moeten uitbetalen?

Voorzitter. 50PLUS wil van de rechterlijke dwangsommen af, maar daar zit een juridische kwestie bij die we wel moeten oplossen. Ik had het er vanochtend al over bij interruptie. In 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak uitspraak gedaan over een eerdere poging om de rechterlijke dwangsom buiten werking te stellen. De afdeling heeft niet geoordeeld dat het Europese recht in alle gevallen een financiële dwangsom voorschrijft, maar zij heeft wel geoordeeld dat het uitsluiten van de rechterlijke dwangsom onder de toen geldende omstandigheden in strijd was met het beginsel van effectieve rechtsbescherming. De regering wijst erop dat andere Europese landen geen vergelijkbare dwangsomregelingen kennen. Ik wees daar vanochtend al op. De vreemdeling kan straks gewoon naar de rechter. Collega Schalk sprak daarover. Maar volgens mij is daarmee de vraag uit de uitspraak van 2021 nog niet beantwoord. Stel dat de wettelijke termijn wordt overschreden. De vreemdeling gaat naar de rechter. De rechter geeft de IND een nieuwe termijn en ook die termijn wordt niet gehaald. Wat kan de rechter dan daadwerkelijk doen om zijn uitspraak te laten naleven? Mijn uitdrukkelijke vraag aan de minister is niet of een financiële dwangsom Europees verplicht is, maar welk effectief afdwingingsmiddel daarvoor in de plaats komt. Als de minister vindt dat sinds 2022 de juridische situatie is veranderd, waar baseert hij dat dan precies op? Mijn fractie wil uitdrukkelijk een duidelijk klip-en-klaar antwoord van de minister over een effectief afdwingingsmiddel als de dwangsom er niet meer is.

Voorzitter. Sinds vorige week is daar een nieuwe ontwikkeling bij gekomen. Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat Nederland de behandeling van asielaanvragen van mensen met tijdelijke bescherming niet automatisch mag opschorten. Nederland heeft Oekraïense ontheemden ook een asielaanvraag laten indienen. Daardoor liggen er nu ongeveer 140.000 aanvragen die niet zonder meer tot het einde van de tijdelijke bescherming kunnen blijven liggen. De minister schrijft dat deze uitspraak in bepaalde gevallen kan leiden tot procedures omdat er niet tijdig beslist wordt. Daar gaan we weer. Mijn vraag is daarom hoeveel van deze aanvragen naar zijn inschatting onder deze uitspraak vallen. Hoeveel daarvan zijn er inmiddels buiten de beslistermijn geraakt? Hoe groot acht hij intussen het risico op nieuwe rechterlijke dwangsommen? Wat betekent dit voor zijn plan om de bestaande achterstand weg te werken?

Voorzitter. Dan de uitvoering. De minister schrijft dat niet bekend is hoeveel fte de afschaffing van de dwangsommen bij de IND vrijmaakt, maar noemt het positieve effect wel duidelijk. Dat vind ik te gemakkelijk. Als wij niet weten hoeveel tijd ermee gemoeid is, hoe stellen we dan vast of afschaffing daadwerkelijk heeft geholpen? Wil de minister daarom één jaar na afschaffing aan beide Kamers rapporteren hoeveel capaciteit is vrijgekomen en wat er in die periode is gebeurd met de voorraad zaken en de gemiddelde beslistermijn? Er is ook nog een financiële keuze. De regering schrijft dat na afschaffing zal worden bekeken of middelen uit de dwangsomvoorziening ook voor andere doelen kunnen worden gebruikt. Maar als de hoofdreden van deze maatregel is dat de IND moet worden ontlast en de achterstanden moeten worden teruggebracht, ligt een andere vraag voor de hand. Waarom zouden die middelen dan niet voorlopig beschikbaar moeten blijven voor de IND totdat die achterstanden aantoonbaar zijn teruggebracht? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Tot slot de uitvoerbaarheid van het geheel. De tekst die voor ons ligt, is na de oorspronkelijke advisering aanzienlijk veranderd. Voor onderdelen zijn uitvoeringstoetsen beschikbaar. Uit de uitvoeringstoets voor de uitbreiding van de ongewenstverklaring blijkt bijvoorbeeld dat de benodigde extra detentiecapaciteit nog niet beschikbaar is. Kan de minister aangeven of DJI, IND en DTenV de uiteindelijke tekst, inclusief de aangenomen amendementen, in samenhang hebben beoordeeld? Kan hij bevestigen dat de noodzakelijke personele en detentiecapaciteit daadwerkelijk beschikbaar zullen zijn wanneer de betreffende onderdelen in werking treden?

Voorzitter. Mijn fractie staat positief tegenover het uitgangspunt van deze wet en wil ook de rechterlijke dwangsommen beëindigen. Maar wij moeten dan wel weten of wat wij hier vaststellen ook juridisch werkt en standhoudt. De overheid moet in staat zijn een terugkeerbesluit uit te voeren. De IND moet binnen de redelijke termijnen beslissen. En als een rechter een uitspraak doet, moet ook die uitspraak betekenis hebben. We zien uit naar de antwoorden van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Toorenburg. Zij spreekt namens het CDA.