Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.12 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Moonen i (D66):
Voorzitter. Vorige week sprak ik hier in de Hall met Laura, Merlijn en Joyce, Nederlandse jongeren die zich inzetten voor een eerlijke, gezonde en veilige toekomst voor alle jongeren, voor de organisatie ONE. Ik denk dat een aantal anderen van jullie hen ook hebben ontmoet. Vol vuur vroegen ze mij om te zorgen dat Nederland blijft investeren in internationale samenwerking vanuit medemenselijkheid en solidariteit, én vanuit strategisch belang. Nederland is geen eiland. Onze veiligheid, gezondheid, welvaart en welzijn hangen af van veiligheid, gezondheid, welvaart en welzijn in de rest van de wereld. Deze jongeren hadden uitstekend hun huiswerk gedaan. Elke dollar die wordt geïnvesteerd in de internationale alliantie levert 50 dollar op door ziekte en overlijdens te voorkomen. Elke dollar — je kunt ook "euro" zeggen — die je gebruikt voor het voorkomen van een conflict kan wel tot 100 euro elders besparen op toekomstige uitgaven voor defensie, noodhulp en opvang van vluchtelingen en ontheemden. Elke euro die wordt uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking levert de Nederlandse economie het dubbele op aan extra export en banen. Ik heb hun manifest dus ondertekend, omdat ik achter hun werk en huiswerk stond.
Voorzitter. Collega's noemden het ook al. Het vorige kabinet heeft keihard bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking: 2,4 miljard. Dat is de erfenis — begin er maar aan — waarmee onze minister de Kamers in ging. Dat was het startpunt. Wij kijken iets anders aan tegen hetgeen dat vandaag voorligt. Wij zien dat, door wat hier gebeurt, dit jaar 430 miljoen extra euro's uitgegeven kunnen worden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is de 329 miljoen die ontstaat door de kasschuiven, wat een vrij gebruikelijk instrument is. Als ik kijk naar de begroting van Infrastructuur en Waterstaat, zie ik een permanente kasschuif van aanleg naar beheer en onderhoud. We doen er allemaal vrij bijzonder over, maar het is een heel veel voorkomend iets, waar de minister van Financiën altijd toestemming voor moet geven. Daarbij wil ik aangeven dat het wel belangrijk is — daar kom ik later op terug — dat je ook naar je structurele ritme kijkt, maar het doen van een kasschuif is niet zo heel bijzonder. Daarnaast is er 107 miljoen minder aan opvangkosten voor asiel. Opgeteld is dat 430 miljoen.
Dat geld gaat naar de plekken in de wereld waar de nood op dit moment het hoogst is. Het Wereldvoedselprogramma van de VN voorspelde in maart van dit jaar dat 45 miljoen mensen in acute honger komen door de blokkade van de Straat van Hormuz. Dit getal is een hele zware onderschatting, is inmiddels bekend. Het wordt nog veel erger. Dan hebben we het dus over noden van volwassenen en kinderen, en grote sterfte op veel plekken in de wereld. We kennen de situaties in Sudan, Congo, Oekraïne en Gaza. Maar het geldt ook voor andere plekken in de wereld. Dat is dus een verschrikkelijk vooruitzicht, ook vanuit menselijk medeleven en barmhartigheid.
De heer Schalk i (SGP):
Ik zou eigenlijk een verhelderingsvraag willen stellen over die 107 miljoen. Tot nu toe zaten we op 380 miljoen, maar er is ineens weer 107 miljoen bij gekomen. De vraag is natuurlijk: is dat geld inderdaad al beschikbaar of is dat wensgeld?
Mijn tweede vraag is de volgende. Ik ben het met mevrouw Moonen eens dat er heel vaak een kasschuif wordt gebruikt, maar dat is meestal op het moment dat je binnen een begroting ergens onderbesteding dreigt te hebben en dus geld overhoudt, terwijl je het ergens anders nodig hebt. Nu trekken we drie, vier, vijf jaar van tevoren geld uit, maar dat geld bestaat nog niet eens. Die kasschuif is in dit geval dus toch wel heel bijzonder. Dat vraag ik aan mevrouw Moonen.
Mevrouw Moonen (D66):
Ik begrijp heel goed wat de heer Schalk betoogt. Het is inderdaad zo: je kunt bij Financiën meevallers wegstrepen tegen tegenvallers en onderuitputting wegstrepen tegen uitputting. Hier wordt inderdaad geld van verdere jaren in de toekomst naar voren gehaald. Maar — daar zal ik ook in mijn betoog op ingaan — ik zie wel een minister die echt vecht voor het belang van internationale samenwerking en een wereld die steeds onzekerder en onveiliger wordt. De minister moet straks zelf maar aangeven … Hij heeft de noden van nu opgelost met deze kasschuif, maar daar is het laatste woord nog niet over gezegd, want hij heeft ook zeker ambities voor de komende jaren. Ik ben het namelijk met veel sprekers eens — mevrouw Van Toorenburg sprak daar ook over — dat organisaties baat hebben bij iets meer langetermijnzekerheid dan dat ene jaar. Maar voor nu is dit wat voorligt.
Op uw eerste vraag, over die 107 miljoen: dat zijn de lagere opvangkosten voor asiel. Dat is eigenlijk een soort meevaller. Dan geef je minder uit dan je had begroot. Daar komt die 107 miljoen vandaan.
De heer Schalk (SGP):
Ik heb toch weer twee vragen. Is die 107 miljoen nu al vrijgevallen? Of is dat wensgeld, omdat we een minister van Asiel hebben die allerlei maatregelen neemt? Dat was de eerste vraag.
De tweede is: is mevrouw Moonen het met mij eens dat we dan in het wilde weg kunnen graaien uit de toekomst? Voor hetzelfde geld zeggen we: een bepaald ministerie hebben we over twintig jaar niet meer nodig, dus laten we dat geld maar alvast gaan gebruiken.
Mevrouw Moonen (D66):
Laat ik eerst op de eerste vraag ingaan. Zoals ik het zie, is dat geen wensgeld. Die 107 miljoen komt echt uit asielopvangkosten die lager uitvallen. Dat is dus geen wensgeld, maar een feitelijkheid.
De tweede vraag van de heer Schalk. Ik zou het woord "graaien" niet willen gebruiken. Hier worden kasschuiven voorgesteld om die enorm grote noden in de wereld te verlichten. Die noden en dat vooruitzicht zijn verschrikkelijk. Veel sprekers hebben dat ook betoogd. Voor mij is het ook geen abstractheid. Ik kom zelf uit een familie waarvan de helft bestaat uit artsen die wereldwijd werken. De generatie daarboven bestond vooral uit missionarissen en zusters die naar de armste plekken in de wereld gingen. Dan heb ik het over plekken als Mali, eilanden in Indonesië, Brazilië … Ik heb een deel van mijn leven besteed aan het opzoeken van deze mensen. Ik heb gewerkt in een ziekenhuis in Mali. Als je daar werkt en dat ziet, dan ben je levens aan het redden. Dan kijk je wel anders naar deze bedragen. Dan begrijp je beter de nood in het nu. We kunnen allemaal wel zeggen "het zijn kasschuiven", maar ik zie gezinnen en kinderen voor me die, als er niet wordt ingegrepen, overlijden in het nu. Dat vind ik een hele sterke motivatie van deze minister en deze regering om de barmhartigheid in het nu te zetten. Die nood is nu hoog en die moet nu worden geledigd, want anders sterven er miljoenen mensen. Daar gaat dit debat over.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Schalk.
De heer Schalk (SGP):
Waar we het in ieder geval over eens zijn, is dat het over mensen gaat. Ik heb diep respect voor mensen die als arts of als missionaris of wat dan ook waar ook ter wereld zitten. Daar zijn we het natuurlijk meteen over eens. Waar het wel over gaat, is dat barmhartigheid niet stopt op het moment dat je zegt: we hebben nu een probleem opgelost. Je mag namelijk ook kijken naar de langjarige barmhartigheid. Die komt onder druk te staan op het moment dat we straks eigenlijk nog 2 miljard moeten bijplussen plus deze 380 miljoen. Volgend jaar gaan we nog een keer voor de bijl.
Mevrouw Moonen (D66):
Ik begrijp wat de heer Schalk zegt. Ik reageer op wat nu voorligt. We bespreken de begroting die vandaag voorligt. Zo werkt het in deze Kamer; je bespreekt de wet die voorligt. Maar voor de volgende jaren hoor ik heel goed wat de heer Van Schalk zegt. Mevrouw Van Toorenburg had het daar ook over. Zij hebben natuurlijk gelijk. Mevrouw Karimi had het daar ook over. Uiteindelijk moet je wat langetermijnzekerheid hebben. Voor iedere volgende begroting zal geknokt moeten worden, in de boezem van de regering, denk ik inderdaad. Maar ik zie ook een minister die daarvoor gaat. In die zin ben ik dus hoopvoller voor volgende jaren, ook gelet op wat hierover in het coalitieakkoord staat. Daarin staat ook echt: we zetten stevig in op ontwikkelingssamenwerking en we willen stappen zetten richting de internationale OESO-norm. Dat heeft de coalitie afgesproken. Dat heeft hier nog heel weinig aandacht gekregen vandaag, maar zo'n akkoord staat natuurlijk wel ergens voor. Daar hebben de partijen hun handtekening onder gezet. Het sluit ook zeer aan op het verkiezingsprogramma van D66. Denk ook aan het betoog van mijn collega Fatimazhra Belhirch, die we natuurlijk zeer respecteren. De lijn is in die zin bij ons niet anders geworden.
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Collega Moonen begon haar betoog door te verwijzen naar de megabezuiniging die er stond in het vorige kabinet, het kabinet met de PVV-minister. Dat was een bezuiniging van 2,4 miljard, waar D66 — het is al eerder gememoreerd in deze Kamer — erg fel tegen was. Nu zegt collega Moonen: deze minister zet zich hard in voor internationale samenwerking, waaronder ook ontwikkelingssamenwerking. Ik denk dat je dan toch ook boter bij de vis moet doen. Mijn vraag is: hoeveel van de 2,4 miljard bezuiniging structureel staat nog steeds in de boeken met het huidige kabinet, met deze minister die zich er zo hard voor inzet?
Mevrouw Moonen (D66):
Zeker. In ieder geval komt er vanaf volgend jaar 257 miljoen structureel bij — dat is dus ieder jaar — voor humanitaire hulp, klimaat, onderwijs, vrouwenrechten en het maatschappelijk middenveld. Dat is nu al duidelijk. Dan kunt u inderdaad betogen dat dat niet het gat van die 2,4 miljard dichten is. Ik kan namelijk zelf ook rekenen. Maar we zullen zien. We bespreken vandaag wat er nu voorligt, de wet die nu voorligt. We zullen volgend jaar de wet bespreken die dán voorligt. Gelet op het coalitieakkoord en op de inspanning die de regering zich dus getroost, ben ik hoopvoller. Dat is wat ik erover kan zeggen.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Collega Moonen zegt het zelf al: 257 miljoen. We kunnen inderdaad allebei rekenen. Dat is dus 10%. Dus 90% van die structurele bezuiniging blijft gewoon overeind.
Mevrouw Moonen (D66):
Eigenlijk weten we dat niet. We hebben het namelijk vandaag over de begroting die vandaag voorligt.
De voorzitter:
Mevrouw Moonen, de heer Van Apeldoorn was nog niet klaar. Ik wil u toch echt vragen om wat korter te vragen en korter te antwoorden.
Mevrouw Moonen (D66):
Voorzitter, we bespreken vandaag …
De voorzitter:
De heer van Apeldoorn was nog niet klaar met zijn vraag.
Mevrouw Moonen (D66):
Gaat uw gang.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ik wil daar misschien nog één zin aan toevoegen, omdat ik mevrouw Moonen steeds hoor zeggen dat er significante stappen worden gezet. Maar mevrouw Moonen erkent dus nu zelf ook dat het grootste gedeelte, het overgrote deel van die bezuiniging gewoon blijft staan. Dus 257 miljoen van 2,4 miljard is het verschil. Nou, dat kunnen we allebei uitrekenen. Mevrouw Moonen verwijst naar het coalitieakkoord, maar die 257 miljoen komt voort uit het coalitieakkoord. Dat is de vertaling van die inzet op ontwikkelingssamenwerking. Dus wil mevrouw Moonen dan het coalitieakkoord openbreken?
Mevrouw Moonen (D66):
Ik citeerde een zin uit het akkoord. De zin luidt en die citeer ik: "We investeren in ontwikkelingssamenwerking en zetten daarmee een stap richting de internationale OESO-norm." Dat is de ambitie van de regering. Daar staat niet "eenmalig". Daar staat niet dat we dat … "een stap". Dat is wat er staat. Daar hebben de partijen hun handtekening onder gezet. Wij als Kamer zullen proberen om hen te houden aan wat daar staat.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Van Apeldoorn.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ik heb het coalitieakkoord ook gelezen, dus ik weet wat daarin staat. Maar het gaat natuurlijk om de financiële vertaling daarvan. Uit de beantwoording van de minister van onze vragen in de eerste en tweede ronde blijkt dat de stap die wordt gezet, een stap is van 0,44% van het bni naar 0,47% van het bni. Dat is een hele kleine stap. Mevrouw Moonen en de minister kunnen die "betekenisvol" noemen, maar dat is nog heel erg ver weg van die 0,7%. Dat is gewoon hoe het eruitziet voor de komende jaren in deze kabinetsperiode. We gaan dus nog lang niet richting die 0,7%. Deze "betekenisvolle stap" is een stapje van 0,03%.
De heer Hartog i (Volt):
Mevrouw Moonen heeft het over hoop, maar ik denk dat er ook de angst is dat er volgend jaar met steun van D66 en de partijen die ontwikkelingshulp niet zo belangrijk vinden een begroting wordt aangenomen met heel veel bezuinigingen. Dat is mijn angst. Daarom zijn wij vandaag ook tegen deze begroting.
Maar mijn vraag gaat over de kasschuif. Ik hoorde een heel verhaal over dat dit ook bij bruggen gebeurt. Ja, bij bruggen kun je het inderdaad niet altijd precies plannen. Ik heb een concrete vraag: welke ramp van 2031, die oorspronkelijk in 2031 was gepland, heeft dit jaar plaatsgevonden of gaat dit jaar plaatsvinden?
Mevrouw Moonen (D66):
Wat zei u als eerste? Welke ramp? Wat zei u? Ik verstond u niet goed.
De heer Hartog (Volt):
In de oorspronkelijke begroting was ook noodhulp gepland. Daar zitten rampen in. Het project "ramp" is nu van 2031 naar 2026 verschoven. Ik vraag aan mevrouw Moonen over welke ramp dat gaat.
Mevrouw Moonen (D66):
Ik heb het woord "ramp" niet gebruikt, maar uw collega's hebben al aan de minister gevraagd wat de kasschuif betekent voor de komende jaren. Ik wacht de antwoorden van de minister af. Die vraag is al gesteld door de collega's.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Moonen (D66):
Ik moet even kijken waar ik was gebleven. Ik heb al hele stukken gedaan.
Door internationale handel en samenwerking blijft Nederland bruggen bouwen in de wereld, worden partnerschappen versterkt en willen we ons profileren als een betrouwbare partner, die actief bijdraagt aan een veiligere wereld, stabiliteit en welvaart.
Voorzitter. Mijn fractie kijkt positiever naar de brief van 4 juni 2026, omdat de oppositie en coalitie een manier hebben gevonden om geld in het nu te vinden, gelet op de noden van nu.
Ik kom helemaal aan het einde. Wij spreken de verwachting uit dat deze begroting een nieuwe standaard zet voor de komende jaren en dat het kabinet, de oppositie en de coalitie er samen voor zullen zorgen dat er structureel meer geld beschikbaar komt. Bovenal hoop ik namens de fractie van D66 dat de hulp de mensen snel zal bereiken, daar waar het nodig is, om mensenlevens te redden.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering tot 17.00 uur.