Voortzetting behandeling Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026



Verslag van de vergadering van 16 juni 2026 (2025/2026 nr. 34)

Aanvang: 14.18 uur

Status: ongecorrigeerd

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026 (36800-XVII).

Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van de eerste termijn van de Kamer van de behandeling van het wetsvoorstel 36800-XVII, de vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp voor het jaar 2026.

De beraadslaging wordt hervat.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Van Strien van de fractie van de PVV.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Strien i (PVV):

Dank u wel, voorzitter. De begroting waar we vandaag over spreken kreeg een meerderheid in de Tweede Kamer dankzij de PVV, JA21, 50PLUS en Mona Keijzer. De minister was ervan op de hoogte dat deze oppositiepartijen fel gekant zijn tegen extra geld voor UNRWA en ze stemden dan ook alleen voor de begroting nadat het amendement-Kröger/Teunissen over het structureel verhogen van de bijdrage aan de VN-organisatie UNRWA naar 19 miljoen euro met 118 van de 150 stemmen, een overgrote meerderheid, werd verworpen.

De weerstand van de PVV tegen UNRWA — andere partijen zullen wel voor zichzelf spreken — is niet alleen gelegen in het feit dat we bezwaar hebben tegen een erfelijke steun aan de Palestijnen, één groep dus, maar is ook ingegeven door de onthullingen van de betrokkenheid van UNRWA-medewerkers bij de terreuraanslagen van Hamas op Israël op 7 oktober 2023. Van de negentien personen die door een VN-bureau van intern toezicht aan een intern onderzoek werden onderworpen, zijn er slechts negen ontslagen. Voor de overige tien verdachten gold geen ontslag, omdat het bewijs daarvoor te mager bevonden werd. Zij mochten aanblijven. "Een paar rotte appels", noemde de leiding van de VN-hulporganisatie voor de Palestijnen de berichten over haar medewerkers die actief zijn voor Hamas en zelfs actief deelnamen aan het bloedbad van 7 oktober 2023. Inmiddels is bekend dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken maar liefst 1.500 UNRWA-medewerkers onderzoekt wegens banden met de terreurbeweging en wordt overwogen om UNRWA aan te wijzen als terroristische organisatie. Dat is niet omdat daar niets aan de hand zou zijn. Van het bloedbad van 7 oktober 2023 kennen we inmiddels details die te gruwelijk zijn om hier aan te halen. Deelname van een substantieel aantal UNRWA-medewerkers hieraan kan en mag dan ook niet leiden tot extra geld voor deze organisatie.

De stemming in de Tweede Kamer was echter nog maar juist geweest of minister Sjoerdsma van Ontwikkelingssamenwerking trok toch maar gelijk de portemonnee voor UNRWA. Het boeide hem kennelijk niet dat de Tweede Kamer hier faliekant op tegen was. Sjoerdsma is de grote minister die er wel even voor zou zorgen dat deze organisatie dit jaar toch 19 miljoen euro krijgt. Dat is 8 miljoen meer dan gepland. Het extra geld voor UNRWA was een duidelijk gebaar aan links Nederland. Kennelijk hoopte de minister hiermee misschien hun steun voor zijn begroting in de Eerste Kamer te krijgen. Maar dat bleek niet genoeg. De linkse partijen wilden eigenlijk de koppeling van 0,7% van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp terug, zodat er naast de reusachtige aanslagen op de begroting door asiel, klimaat en defensie nog een paar miljard extra uitgegeven zou worden, waardoor de belastingbetaler, de hardwerkende Nederlander, en het bedrijfsleven nog verder op een houtje kunnen bijten en het land nog verder uitgekleed zou worden.

Daarom is er nu een dealtje gesloten dat de totale begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor 2026 met 380 miljoen euro verhoogt. Daarvan komt 202 miljoen uit middelen die eigenlijk pas in 2031 beschikbaar zouden komen. De overige 178 miljoen euro komt uit potjes voor 2028 en 2029, maar die zullen ongetwijfeld nog aangevuld moeten worden. Voor de gewone Nederlander is niets mogelijk. Om de VVD mee te krijgen in wat Wouter de Winther in De Telegraaf treffend "creditcardboekhouden" noemt, krijgen zij een terreurwetje toegestopt.

Voorzitter. De PVV vindt het gesjoemel van deze minister en dit kabinet schandalig. We zien achterkamertjespolitiek en schaduwdealtjes met PRO, of hoe ze zichzelf ook noemen, waarmee 380 miljoen extra wordt vrijgemaakt voor corrupte derdewereldlanden, terwijl jongere Nederlanders geen huur- of koophuis kunnen vinden, waardoor ze geen fatsoenlijk bestaan kunnen opbouwen en terwijl hun ouders de boodschappen en de energierekening niet kunnen betalen. Dat alles is voor de PVV onaanvaardbaar. Deze operatie vindt ook nog plaats door geld in te zetten dat eerst nog moet binnenkomen. Er wordt geld uitgegeven dat er gewoonweg niet is en dat zelfs uit de begroting van een volgend kabinet moet komen. "Progressief" heet dat: gaten vullen met een doorschuifsysteem.

Voorzitter. De VVD hobbelt er weer achteraan. Verantwoord begroten wordt deze keer ingeruild voor de kans op steun van D66 voor een terreurwet. We moeten nog zien hoe dit uitpakt, maar de PVV zal in ieder geval tegen deze begroting stemmen. Ik wil bij dezen gelijk aankondigen dat wij bij deze begroting ook om een hoofdelijke stemming vragen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Schalk van de SGP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Vele eeuwen geleden was er een sociaal vangnet voor de allerarmsten, eigenlijk op een heel eenvoudige manier. Een boer mocht de hoeken van zijn land niet maaien. Alles wat op het land vergeten werd of wat een beetje afzijdig stond, moest hij laten staan. Dat kon verzameld worden door de armen. Het is een mooi Bijbels beeld. Daar zat ook nog een heel mooie sociale controle op, want de hele goegemeente kon zien of je je aan dat gebod hield en op welke wijze je aan die opdracht gestalte gaf: een beetje karig of ruimschoots. U ziet het voor u: een rijke boer die zijn knechten de opdracht gaf om een mooi stukje tarwe te laten staan of de nog rijkere boer die krap langs de hoeken van zijn land maaide en daarmee zogenaamd aan de opdracht had voldaan. Aan dat laatste moest ik denken bij de karige manier waarop we in Nederland omgaan met het zogenoemde ODA-budget, waarop ik mijn inbreng wil toespitsen.

Het hoofddoel van ODA is de verbetering van de economische ontwikkeling en welvaart van ontwikkelingslanden, vastgesteld met de ODA-landenlijst. De internationale afspraak om te streven naar een minimumpercentage van 0,7 van het bruto nationaal inkomen staat sinds 1970. Het gaat hier dus om een internationale afspraak. Het is op z'n minst een schande dat Nederland als een van de rijkere landen van de wereld deze afspraak niet nakomt, maar het is ook gewoon karig. Wat is dat toch hier in Nederland? We hebben vaak de mond vol over anderen, maar door onszelf wordt een internationale afspraak niet gehandhaafd.

Laten we eens kijken naar toen, naar vorig jaar, en naar het nu van vandaag. Toen werden er grote woorden gesproken, onder anderen door mevrouw Karimi van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik citeer: "Dit is een beschamende uitholling van rechtvaardigheid en solidariteit uit welbegrepen verlicht eigenbelang". Vandaag zou ze kunnen zeggen: dit is een beschamende uitholling van rechtvaardigheid en solidariteit uit welbegrepen verlicht partijbelang.

En nu? Nu ligt er een brief van de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking met een nadere toelichting op de afspraken die het kabinet met GroenLinks-Partij van de Arbeid heeft gemaakt over de BHO-begroting voor 2026. Toen heeft de SGP een motie ondersteund van de ChristenUnie met als dictum: "verzoekt de regering de huidige systematiek, waarbij het ODA-budget gekoppeld is aan het bni, structureel te waarborgen."

En nu? Nu is de koppeling niet hersteld, maar is er een truc verzonnen om eenmalig het gat te dichten, een soort wanhoopspoging om de begroting door de beide Kamers te trekken. Toen heeft de fractie van de SGP, bij monde van mijn collega Marc de Vries, hier ook een stevig punt van gemaakt. We hebben de begroting destijds met hangen en wurgen gesteund, maar wel met de boodschap van mijn collega dat als de koppeling niet zou worden hersteld, we de komende begroting niet zouden kunnen steunen. En nu? Nu is die koppeling niet hersteld, maar wordt er een exercitie uitgevoerd die het voor de komende jaren nóg moeilijker maakt om de koppeling te herstellen.

Toen is de begroting uiteindelijk gesteund, overigens na hoofdelijke stemming, met 44 stemmen voor, van SGP, CDA, PVV, FVD, VVD, JA21, BBB en 50PLUS; je zou kunnen zeggen de rechterflank. Er waren destijds 31 stemmen tegen van de linkerflank, met OPNL, GroenLinks-Partij van de Arbeid, D66, Volt, SP, Partij voor de Dieren en ChristenUnie. Hoe dan ook, toen heeft de waarschuwing geklonken: koppeling terug, want anders hebben we volgend jaar een probleem. En nu? Welnu, die koppeling is niet terug. Ik ben dus benieuwd wat al die fracties nu gaan doen, zeker die vorig jaar zelfs al tegen hebben gestemd, met vaak grote woorden en diepe verwijten.

Mevrouw de voorzitter. Het lijkt erop dat GroenLinks-Partij van de Partij bereid is om een deal te sluiten met een eenmalige kasschuif. We hebben een compleet overzicht gezien van waar het geld vandaan wordt gepulkt. Het is allemaal toekomstig geld dat naar voren wordt gehaald om nu maar een begroting door beide Kamers te halen. Zo wordt er 178 miljoen uit Oekraïnesteun gehaald die in 2028/2029 zou worden verstrekt. Verder valt ook de Ukraine Partnership Facility van 17 miljoen op en het evangeliseren, nee, het "egaliseren", niet het "evangeliseren" — dat is weer heel wat anders — dus het egaliseren van de wisselkoersreserve van 33 miljoen binnen het ODA-budget. Dat wordt uit latere jaren gehaald. Er wordt dus 228 miljoen uit het toekomstige ODA-budget gehaald en dit jaar slechts 152 miljoen toegevoegd. Op die bezuiniging van 319 miljoen van vorig jaar is dit natuurlijk een schijntje.

Klopt het, vraag ik aan de minister, dat er ogenschijnlijk een deal van 380 miljoen ligt maar 228 miljoen hiervan een greep uit de toekomstige kas is? Het totale budget wordt vrijgemaakt uit verscheidene potjes door de kasschuiven. Maar, vraag ik aan de minister, dat is toch gewoon allemaal toekomstig geld? Hoe gaat de minister in de toekomst dat gesprek aan? Krijgt hij dan te horen: ja, je hebt het geld al in 2026 uitgegeven, dus dit jaar krijg je minder? Wat als dit kabinet, dat nog niet echt op stoom lijkt te komen, voortijdig aan zijn eind komt? Kortom, het geld van nu komt uit de potjes van morgen. Hiermee creëren we een schuifkabinet.

Als dit kabinet die boer was uit de oudheid, dan zei het kabinet vorig jaar tegen de armen: ik maai dit jaar zelf twee van de vier hoeken af. Dit jaar zegt het kabinet: ik maai weer zelf twee hoeken af, maar ik geef één hoek terug uit het graan dat ik volgend jaar wellicht zal gaan oogsten; dan heb ik dus drie hoeken te maaien. Dat snapt toch niemand meer?

Voorzitter. Een ander heikel punt is het UNRWA-geld. Hoe zit dat nu precies? Klopt het dat de minister in september bij de suppletoire begroting zal voorstellen om alsnog geld voor deze omstreden UNRWA te reserveren? Het lijkt mij uiterst onverstandig dat de minister met een dergelijk voorstel komt. Hij zit nu al in een penibele situatie met het ODA-budget en lag onder vuur vanwege dat UNRWA-budget. Zou het niet, zeg ik tegen de minister, verstandiger zijn om rust in deze portefeuille terug te brengen?

Mevrouw de voorzitter. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de minister. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. We leven in tijden van hoop en vrees, niet alleen bij het wereldkampioenschap, maar ook bij het smeden van meerderheden om voorstellen van het minderheidskabinet toch van voldoende steun te verzekeren. De overeenkomst is de hit van Rob Kemps van de Snollebollekes: van links naar rechts, naar rechts, naar rechts, naar links. De minister heeft zich van de steun voor deze begroting proberen te verzekeren bij verschillende politieke flanken, maar ideaal lijkt dat niet te zijn. Het kabinet creëert een zelfbenoemde parallelle werkelijkheid: er is een deal met de VVD voor een wetsvoorstel om de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen en een kasschuif voor een groter budget voor ontwikkelingssamenwerking als voorschot op een onzekere toekomst. Vorige week zei de minister in de Tweede Kamer dat die schaduwdeal geen onderdeel was van de afspraken met PRO. Schriftelijk laat hij weten het daarbij te houden. Volgens vicepremier en VVD-leider Yeşilgöz is er geen link tussen beide zaken en is er ook geen uitruil geweest. Het gebeurde alleen in hetzelfde timeframe, parallel en tegelijk. Wat is de waarheid? Mijn fractie gelooft niet in parallelle werkelijkheden. Tegelijkertijd zijn er partijen in dit huis die de begroting zeggen te steunen op basis van een deal die volgens het kabinet niet bestaat. Mijn fractie wil graag van de minister weten hoe het nou zit.

Voorzitter. Laveren heeft zijn grenzen. Wat de Partij voor de Dieren betreft vraagt de politiek niet om steeds weer naar links of naar rechts te bewegen, maar om koersvastheid en om een heldere visie op wat Nederland in de wereld wil betekenen waaraan wordt vastgehouden. Juist die koersvastheid mist de fractie van de Partij voor de Dieren in deze begroting. Die spanning zien we ook terug in de manier waarop ontwikkelingssamenwerking steeds nadrukkelijker wordt ingezet als instrument van migratiebeleid. Door ontwikkelingsgeld te gebruiken voor opvang in de regio en zelfs voor terugkeerhubs, blijft er minder geld over voor de oorspronkelijke doelstelling van ontwikkelingssamenwerking, namelijk het bestrijden van armoede, het versterken van bestaanszekerheid en het voorkomen van conflicten.

Voorzitter. Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de plannen voor de terugkeerhubs. Heeft de minister nu wel of geen plannen om terugkeerhubs te realiseren? Ik wil liever geen reflectie daarop in termen van: ja, maar voor dit jaar zijn ze er nog niet. Ik wil graag horen wat de plannen voor de terugkeerhubs zijn. Het vorige kabinet probeerde die alsnog te realiseren in Oeganda. Welke concrete plannen heeft dit kabinet en met welke andere Europese landen wordt daaraan gewerkt?

Voorzitter. De fractie van de Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over het opvangen van afgewezen asielzoekers buiten de EU, niet alleen omdat daarmee ontwikkelingsbudgetten worden ingezet voor een ander doel dan waarvoor ze bedoeld zijn, maar ook omdat dergelijke constructies fundamentele vragen oproepen over mensenrechten, rechtsbescherming en vrijwilligheid. Nederland presenteert zich internationaal als verdediger van mensenrechten. Hoe verhoudt dat zich tot de plannen waarbij mensen buiten Europa worden ondergebracht in terugkeerhubs, waarvan de juridische en humanitaire waarborgen allerminst duidelijk zijn? We weten dat in Oeganda op homoseksualiteit de doodstraf staat. Kan de minister uitleggen hoe dergelijke plannen verenigbaar zouden kunnen zijn met de mensenrechtenverplichtingen die Nederland zegt te verdedigen?

Voorzitter. Een tweede zorg betreft de financiële onderbouwing van deze begroting. Het kabinet maakt gebruik van kasschuiven en haalt budgetten uit de toekomst naar voren om problemen van vandaag op te lossen. Maar "wie dan leeft, wie dan zorgt" is geen solide vorm van besturen. Ontwikkelingssamenwerking vraagt juist om langdurige commitment en betrouwbaarheid. Partners kunnen geen gezondheidszorg opbouwen, natuur beschermen of onderwijs verzorgen op basis van tijdelijke kunstgrepen. De vraag aan de minister is daarom hoe hij voorkomt dat deze begroting een voorschot neemt op een toekomst die financieel allerminst zeker is.

Voorzitter. De kern van onze zorg betreft de voortdurende afbraak van het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking maakt de wereld uiteindelijk onveiliger. Wie investeringen in voedselzekerheid, gezondheidszorg, onderwijs, klimaatadaptatie en conflictpreventie terugschroeft, vergroot de kans op instabiliteit, humanitaire crises en gedwongen migratie. Wat de fractie van de Partij voor de Dieren verbaast, is dat ontwikkelingssamenwerking wordt behandeld als een kostenpost, terwijl preventie juist buitengewoon effectief zou kunnen zijn om grote kosten in de toekomst te vermijden. Iedere euro die wordt geïnvesteerd in conflictpreventie levert een veelvoud daarvan op aan vermeden kosten voor oorlog, humanitaire hulp, wederopbouw, opvang van vluchtelingen en veiligheidsmaatregelen. Waarom kiest het kabinet er dan voor om juist te bezuinigen op een van de meest effectieve instrumenten die we hebben om conflicten en instabiliteit te voorkomen? Het zijn juist landen als Rusland en China die hun geopolitieke macht vergroten door in de gaten te springen die wij op een continent als Afrika laten ontstaan. Ontwikkelingssamenwerking is geen liefdadigheid. Het is verstandig veiligheidsbeleid. "Welbegrepen eigenbelang" zou Alexis de Tocqueville dat noemen.

Voorzitter. Daarmee kom ik op de koppeling tussen het ODA-budget en het bruto nationaal inkomen. De Kamer heeft zich inmiddels driemaal uitgesproken voor het herstel van die koppeling: eerst via de motie-Huizinga-Heringa in deze Kamer, vervolgens via de motie-Hirsch in de Tweede Kamer en daarna via de motie-Holterhues opnieuw in deze Kamer. Toch blijkt uit de antwoorden van de minister op schriftelijke vragen dat het kabinet ervoor kiest deze moties niet uit te voeren. Als de minister ze niet uitvoert, kan hij dan duidelijkheid geven waarom hij ze niet uitvoert? De koppeling wordt niet structureel hersteld en de extra bezuiniging die voortvloeit uit de gewijzigde berekeningsmethode blijft overeind. Daardoor verdwijnen de komende jaren opnieuw honderden miljoenen euro's uit het ontwikkelingsbudget.

Waarom legt het kabinet drie expliciete uitspraken van het parlement naast zich neer? Welke argumenten zijn volgens de minister zo zwaarwegend dat hij afwijkt van een wens die inmiddels meermaals door beide Kamers is bevestigd? Waarom houdt het kabinet zich wel aan de NAVO-norm van 5% van het bruto nationaal product? Die vraag stelde ik ook al tijdens een interruptie aan collega Karimi. De samenstellende partijen van haar partij zouden zo'n verhoging van de NAVO-norm in het verleden altijd hebben veroordeeld en zouden altijd hebben vastgehouden aan de OESO-norm van 0,7%. Is de minister het met mijn fractie eens dat dit een politieke keuze is? Kan hij daarop reflecteren, ook in termen van vrede en veiligheid?

Voorzitter. Deze keuze komt bovendien op een bijzonder ongelukkig moment. De forse bezuinigingen op USAID door president Trump hebben wereldwijd geleid tot het wegvallen van programma's voor gezondheidszorg, voedselhulp, ziektebestrijding en humanitaire ondersteuning. Juist in kwetsbare regio's zijn daardoor gaten ontstaan in de bestrijding van infectieziekten. Bij voorbaat werd er door wetenschappers al gewaarschuwd voor een ebola-uitbraak, en kijk waar we nu staan: we zijn zover. Tegelijkertijd bezuinigt het kabinet ook in Nederland op pandemische paraatheid. Is de minister van mening dat ontwikkelingslanden voldoende worden beschermd tegen infectieziekten als ebola, cholera, tyfus en mpox, en geldt dat ook voor Nederland? Graag een reactie.

Voorzitter. Daarnaast maakt de fractie van de Partij voor de Dieren zich zorgen over de bezuinigingen op diplomatie en consulaire dienstverlening. Minister Klever bezuinigde daar de afgelopen jaren 10% op. Hoogleraar humanitaire studies Thea Hilhorst zei daarover vorig jaar in een deskundigenbijeenkomst: als je een ei hebt geklutst, kun je het niet meer ontklutsen. Oftewel: als ambassades worden gesloten, consulaten verdwijnen, lokale medewerkers vertrekken en netwerken worden afgebroken, gaat er veel meer verloren dan alleen een begrotingspost. Dan verdwijnen kennis, contacten en vertrouwen die soms tientallen jaren hebben gekost om op te bouwen. Dat herstel je niet eenvoudig door later opnieuw geld beschikbaar te stellen. Kan de minister daarom aangeven hoeveel er de komende jaren precies wordt bezuinigd op diplomatieke en consulaire dienstverlening? Welke ambassades, consulaten-generaal of andere posten worden geraakt? Waarom is juist voor deze locaties gekozen, en welke eerder aangekondigde bezuinigingen zijn inmiddels teruggedraaid of worden teruggedraaid? Graag een toelichting.

Voorzitter. Dan het handelsbeleid. De fractie van de Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over het associatieverdrag tussen de Europese Unie en Mercosur. De Europese Commissie heeft via een opsplitsing van het akkoord delen van het verdrag al op 1 mei voorlopig in werking laten treden, zonder de goedkeuring van het Europees Parlement of het oordeel van het Europees Hof van Justitie af te wachten. Wat vindt de minister van deze gang van zaken? Deelt hij de opvatting dat een handelsverdrag met zulke verstrekkende gevolgen voor landbouw, natuur, klimaat, dierenwelzijn en mensenrechten alleen legitimiteit kan hebben wanneer er sprake is van volledige democratische controle en parlementaire betrokkenheid? Kan de minister toezeggen dat Nederland zich binnen de Europese Unie zal verzetten tegen iedere poging om parlementaire goedkeuring te omzeilen of democratische controle te beperken?

Tot slot een laatste vraag over Oekraïne. Er wordt gesproken over "niet-militaire steun" aan Oekraïne, maar we dragen eerder bij aan escalatie dan aan de-escalatie van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Hoe zinvol is het in dat geval om extra geld voor wederopbouw te leveren? Of gaat het kabinet, naast het bieden van wapensteun, zich ook actief inzetten voor vredesbesprekingen en de-escalatie? Graag een toelichting van de minister. De Partij voor de Dierenfractie pleit met nadruk voor niet-militaire steun in de meest letterlijke zin van het woord.

Voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De heer Hartog i (Volt):

Toch een verduidelijkende vraag over Mercosur. De heer Koffeman lijkt het idee te creëren dat er geen democratische controle zou zijn op het Mercosur-akkoord. Is de heer Koffeman het met mij eens dat dit geen probleem van democratische controle is, maar gewoon een voorlopige inwerkingsstelling van het handelsgedeelte? Dat is namelijk iets anders dan het opsplitsen van een akkoord.

De heer Koffeman (PvdD):

Ja, ik ben het met u eens dat het een voorlopige inwerkingtreding van het handelsgedeelte is, maar ik ben het niet met u eens dat dat geen democratische controle zou behoeven. Ik denk dat zo'n akkoord goedgekeurd zou moeten worden door de parlementaire instituties in plaats van dat het al voorlopig in werking zou moeten treden.

De heer Hartog (Volt):

De heer Koffeman weet dat dit gewoon een prerogatief is van de Commissie, dat democratisch is gegeven aan de Commissie via de gebruikelijke handelsprocedures. Dus stelt de heer Koffeman dan voor dat we over het verdrag moeten gaan onderhandelen, zodat dit veranderd wordt?

De heer Koffeman (PvdD):

Tja, wat mij betreft zou dat verdrag niet door moeten gaan, want ik zie daar vooral nadelen in, maar daar ga ik niet in m'n eentje over. Het lijkt mij goed om dat verdrag in z'n geheel te laten beoordelen door het Europees Parlement en het dan pas wel of niet in te voeren. En het lijkt me goed om het niet een beetje in te voeren.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Hartog.

De heer Hartog (Volt):

Mijn vraag was niet duidelijk. Het gaat mij dus niet om het Mercosur-verdrag, maar om de democratisch vastgestelde procedures die gewijzigd zouden moeten worden. Daar is dan waarschijnlijk ook weer een verdragsverandering van de EU voor nodig. Dat betreft dus niet Mercosur. Is dat wat de heer Koffeman wenst?

De heer Koffeman (PvdD):

Ik denk dat ook in EU-verband parlementaire controle de boventoon zou moeten voeren. Dat is in dit geval niet zo.

Mevrouw Moonen i (D66):

Is de heer Koffeman het met de fractie van D66 eens dat eigenlijk het vorige kabinet zwaar heeft bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking?

De heer Koffeman (PvdD):

Zeker.

Mevrouw Moonen (D66):

Mooi.

De heer Koffeman (PvdD):

Wij waren daar een groot tegenstander van.

Mevrouw Moonen (D66):

Ja, wij ook. Wij hebben destijds dus ook tegen die begroting gestemd. Is de heer Koffeman het ook met mij eens dat deze minister — we kunnen het nog hebben over de mate waarin — in ieder geval pogingen onderneemt om een deel van die bezuiniging teniet te doen? U gaat daar namelijk niet op in, valt mij op, terwijl die voorbeelden er wel zijn.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik kan me daar wel iets bij voorstellen. Alleen, ik kan me er minder bij voorstellen dat D66, zoals ook werd aangestipt door collega Hartog, in de vorige periode bij een hoofdelijke stemming met nadruk afstand nam van het beleid dat nu eigenlijk gesteund wordt. Men zegt: de steun van D66 maar ook van PRO is nodig voor een aantal essentiële zaken in de begroting; dat geldt zowel voor een NAVO-norm van 5% als voor een ODA-budget van 0,7% van het bruto nationaal product. De D66-fractie heeft het dus nu in handen om af te dwingen dat er ten minste 0,7% structureel naar de allerarmsten gaat. Maar als je nu akkoord gaat met een lapmiddel, zodat er volgend jaar een nieuwe discussie moet ontstaan over wel of geen 0,7%, met een verwachte uitkomst van "geen 0,7%", dan denk ik dat je nu slecht werk levert.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik ga hier zo dadelijk in mijn betoog op in.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik zie daarnaar uit. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Van Ballekom van de VVD.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom i (VVD):

Dank u wel, voorzitter. Voordat ik begin aan mijn inbreng, even een woordje vooraf. Ik ben vanochtend bewust niet ingegaan op de ongepaste en oneigenlijke aantijgingen richting mijn partij. Ik ben ook niet ingegaan op opmerkingen die selectieve verontwaardiging tentoonspreiden. Gelukkig heeft de heer Beukering daar aandacht voor gevraagd. Maar het stilzwijgen van mij betekent niet dat ik daarmee instem; absoluut niet. Ik vind het ongepast.

Mevrouw Karimi i (GroenLinks-PvdA):

Ik neem aan dat u bedoelt dat de drie onderwerpen die ik in mijn betoog heb genoemd, volgens de VVD bezijden de waarheid zijn. Of bedoelt u iets anders?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik bedoel het in meer algemene zin, mevrouw.

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

"Algemene zin" is een beetje te breed; daar kun je geen debat over voeren. Ik heb drie punten naar voren gehaald. De leider van uw partij en ook de woordvoerder in de Tweede Kamer hebben daarover gesproken. Daar kunt u ook gewoon rapporten, notulen en alles over lezen. Welk van die drie onderwerpen is bezijden de waarheid?

De heer Van Ballekom (VVD):

Mag ik voortgaan met mijn betoog, voorzitter?

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

U begint met te zeggen dat er iets ongepast is, en als we duidelijkheid vragen over wat ongepast is, geeft u geen antwoord. Zo kennen wij de VVD niet.

De heer Van Ballekom (VVD):

Uw opmerkingen behoeven geen antwoord, mevrouw.

Voorzitter. Ik kan mij niet aan de indruk ont…

Mevrouw Karimi (GroenLinks-PvdA):

Dan moet ik de conclusie trekken dat blijkbaar alles wat ik gezegd heb correct is, dat uw zwijgen inderdaad instemmen is en dat u er geen antwoord op heeft.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

De heer Van Ballekom (VVD):

Mag ik mijn betoog beginnen?

Voorzitter. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit debat deels is veroorzaakt door de gang van zaken in de Tweede Kamer. Maar het evangelie van Johannes, hoofdstuk 8, vers 7, leert ons: wie zonder zonden is, werpe de eerste steen. Het besluitvormingsproces aan het Bezuidenhout verdiende niet de schoonheidsprijs. Maar goed, de minister, die de VVD overigens van harte welkom heet in deze Kamer, heeft daarvoor uitgebreid zijn excuses aangeboden. En dan zeggen we bij de VVD: zand erover, we drinken een biertje en we gaan over tot de orde van de dag.

Voorzitter. Wat is dan die orde van de dag? Wat is dan de visie van mijn partij op deze orde? Dat is klip-en-klaar: je bezuinigt niet op humanitaire noodhulp aan instanties zoals UNICEF, het Rode Kruis en het Wereldvoedselprogramma, want dan zak je door het ijs. Ook de bevolking in Gaza kan wat hulp gebruiken, in mijn visie en in de visie van mijn partij, maar daar moeten dan wel condities aan verbonden worden. De noodhulp moet de bevolking ten goede komen en niet in handen komen van terroristische organisaties zoals Hamas. De vraag aan de minister is hoe dat het beste verzekerd kan worden.

Voorzitter. Dan specifiek over UNRWA. De minister heeft gesteld dat de hulp onder voorwaarden wordt hervat en dat extra controles worden ingevoerd. Wat zijn dan die voorwaarden en wat houden die extra controles in? Als het geld besteed wordt aan voedsel, gezondheidszorg en medische noodhulp, dan heeft mijn partij al heel wat minder zorgen. Maar UNRWA verzorgt ook onderwijsprogramma's, en als je daar kennis van neemt, dan word je niet vrolijk; dat kan ik iedereen verzekeren. Graag een specifieke reactie van de minister. Is hij bereid de extra gelden die worden uitgetrokken op een alternatieve manier te besteden als deze zekerheden niet kunnen worden gegeven? Een alternatieve besteding zou kunnen zijn: het Rode Kruis of het Wereldvoedselprogramma.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Ik stond al een tijdje bij de interruptiemicrofoon. Over UNRWA zullen we het ook niet eens worden, maar ik wil even terug naar een eerder moment in het betoog van de heer Van Ballekom. Het was mij overigens niet duidelijk op wie hij doelde in het begin van zijn betoog, toen het ging over bepaalde opmerkingen die gemaakt waren. Maar goed, dat laten we eventjes voor wat het is. De heer Van Ballekom had het ook over wat er aan de overzijde is gebeurd, wat dan te maken zou hebben met het debat van vandaag. Het heette overigens ooit "de overzijde", maar dat is al enige tijd niet meer het geval. Dat is de Tweede Kamer. Van mevrouw Karimi hoorde ik vanmorgen dat de Eerste Kamerfractie van GroenLinks-PvdA ook betrokken was bij de deal tussen PRO en het kabinet, of daar in ieder geval van op de hoogte was. Geldt dat ook voor de VVD-fractie in de Eerste Kamer?

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat zou ik niet weten: of wij bij die deal betrokken waren. Ik ben geconfronteerd met wat nu voorligt en daar heb ik een mening over.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Nou, ik neem aan dat als de VVD-fractie in de Eerste Kamer ervan op de hoogte was, u het wel zou weten. Daarom vroeg ik het net. Ik begrijp dus dat u daar niet van op de hoogte was, maar dat u het nu doet met wat voorligt. Het was in ieder geval niet een deal waar ook de VVD-fractie in de Eerste Kamer bij betrokken was?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik ben daar persoonlijk niet bij betrokken geweest. Nee, absoluut niet.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Apeldoorn.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ja, tot slot. Dat geldt ook voor de zogenaamde schaduwdeal, die gaat over het voortzetten van de wet die zou moeten leiden tot strafbaarstelling van terrorismeverheerlijking?

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik ga alleen maar in op de begroting en ik ga niet in op mogelijke wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht om iets op een gegeven ogenblik strafbaar te stellen. Dat is een ander debat in een andere context. Ik wil me dus beperken tot het debat dat we vandaag voeren.

De voorzitter:

U zet uw betoog voort.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik heb het voldoende gehad over de noodhulp en de hulp aan de noodlijdende bevolking in Gaza.

Voorzitter. Dan de omvang van de begroting. Die is volgens mijn partij minder relevant. Wereldwijd voldoen slechts vier landen aan de norm van 0,7% van het bni. Het gemiddelde ligt op 0,26% en daar zitten en blijven wij ruim boven, maar daar gaat het mijn partij helemaal niet om. Het gaat mijn partij om de resultaten die geboekt kunnen worden. Daarbij wil ik drie punten naar voren brengen.

Dit is al sinds jaar en dag de focus van het liberale beleid: trade instead of aid. Vandaar ook dat de VVD zo ingenomen is met de combinatie Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De bevordering van de wereldhandel en het afsluiten van multilaterale handelsverdragen levert een win-winsituatie op. Als bijvoorbeeld Afrikaanse landen producten willen verkopen aan de Unie, dan hebben wij daar kennelijk behoefte aan en hebben zij kennelijk wat te bieden. Het stimuleert de economie in beide richtingen, ook omdat Nederland heel wat te bieden heeft, wellicht niet aan dezelfde landen maar in het algemeen. Het blijft overigens niet beperkt tot economische stimulering. Er zijn ook veel andere positieve bijeffecten, zoals verbetering van de kwaliteit van wetgeving en versterking van de middenklasse, om twee voorbeelden te noemen.

Voorzitter. In dit verband hoor ik overigens weinig kritiek meer over de plofkippen en de zo gevreesde desastreuze effecten van het CETA-verdrag, dat wij met zo veel moeite in deze Kamer hebben geratificeerd. Dat is gebeurd met behulp van de heer Koole van de Partij van de Arbeid, waarvoor ik nogmaals onze hartelijke dank aan hem wil uitspreken, aan hem persoonlijk. Ik ben er nog steeds erg trots op dat het ons destijds gelukt is dit proces in deze Kamer af te ronden. Ik zou er niet aan moeten denken de Canadezen van ons te vervreemden, zeker niet in de huidige internationale turbulente omstandigheden. Eén les, minister: we moeten streven naar pure handelsverdragen zonder noodzakelijke ratificatie in meer dan 40 Europese parlementen. Want er is altijd wel een parlement dat partijbelang laat prefereren boven het landsbelang of het belang van de Unie. Die criticasters schieten zich natuurlijk zelf in de voet, meneer Hartog. Met de gemengde verdragen is namelijk ook geprobeerd om elementen zoals milieubeleid en consumentenbescherming te koppelen aan een handelsbeleid. Maar ja, het is kennelijk problematisch voor sommigen; irrationele politieke kortzichtigheid kan ongewenste resultaten opleveren.

Dan kom ik bij het tweede punt naast de handel: de betalingsbalanssteun. Het Nederlandse …

De voorzitter:

Nog even op dit punt, de heer Hartog.

De heer Hartog i (Volt):

Ik probeer toch de feiten een beetje te corrigeren. De heer Van Ballekom heeft het namelijk over gemengde verdragen. Dan gaat het over elementen die wel handel zijn en elementen die niet handel zijn. De voorbeelden die hij noemt, sociale zaken en milieuzaken, zijn onderdeel van het handelspolitieke deel van het verdrag. Ik begrijp dus eerlijk gezegd niet wat de heer van Ballekom bedoelt met die scheiding. Is de heer Van Ballekom het dan met mij eens dat als er aparte handelsverdragen zullen zijn, er ook milieucomponenten en sociale componenten in zullen zitten?

De heer Van Ballekom (VVD):

Als het gemengde verdragen zijn die ratificatie behoeven in 40 nationale parlementen, moeten we dat zo veel mogelijk zien te voorkomen.

De heer Hartog (Volt):

Ik denk dat ik gewoon constateer dat de heer Van Ballekom ernaast zit, want gemengde verdragen gaan over investeringen en andere dingen, niet over milieu en sociale zaken. Die laatste zijn onderdeel van de handelsverdragen. We hebben het vaak over handel en milieu, handel en sociale zaken. De heer Van Ballekom staat toe dat er ook milieuelementen in de pure handelsverdragen zullen zitten.

De heer Van Ballekom (VVD):

Mag ik daarop reageren met een tegenvraag?

De voorzitter:

Dat kan nog.

De heer Van Ballekom (VVD):

Waarom hebben wij hier dat CETA-verdrag moeten ratificeren? Omdat het niet een puur handelsverdrag is. We moeten dat zien te voorkomen, omdat het wel eens mis kan gaan in een van die 40 Europese parlementen. Sommige landen hebben meer dan één parlement. Het land dat ik heel goed ken, heeft er zelfs vijf.

De voorzitter:

Vervolgt u uw betoog.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik was bij de betalingsbalanssteun. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid moet zich niet bezighouden met betalingsbalanssteun en begrotingssteun. Wij hebben de expertise noch het ambtelijk apparaat om te voorkomen dat het geld in verkeerde handen terechtkomt. We hebben daarvoor de EU en liever nog het IMF. Zij hebben de capaciteit en de ervaring om de landen die steun nodig hebben en het pad naar economische groei willen inslaan, te adviseren op welke manier de economische groei het best kan worden hersteld. We moeten niet alles willen doen om te voorkomen dat we last krijgen van ons geweten.

Daarmee kom ik automatisch op het derde punt: investering en projectfinanciering. Het zal u bekend in de oren klinken. Daaraan kan naar onze visie meer aandacht worden besteed. Projectfinanciering in samenwerking met de Nederlandse overheid, het Nederlands bedrijfsleven en de internationale financiële organisaties kan een substantieel verschil maken. Maak meer gebruik van die regionale ontwikkelingsbanken, de Wereldbank, de EBRD en de EIB. We zijn daar aandeelhouder. Buit dat uit. Ik heb nooit begrepen waarom wij geen aandeelhouder zijn van de Caribische Developmentbank. Met oog op ondersteuning van dat deel van het Koninkrijk aan de overkant van de plas zou dat toch een substantieel verschil kunnen maken en het kost nauwelijks geld.

Voorzitter. Dit zijn slechts enkele voorbeelden waarmee we met minder geld toch meer impact kunnen hebben op de ontwikkeling van de landen die het verdienen. De 0,7% is niet heilig, de resultaten tellen. Met de oorspronkelijke begroting had mijn fractie geen problemen. Nu daar met de aanvullende kasschuif via een nota van wijziging ruim 300 miljoen aan wordt toegevoegd, bijten we door de zure appel heen. Dat heeft overigens niets te maken met de kwaliteit, uitvoerbaarheid of handhaafbaarheid van wetgeving, wat we hier in deze Kamer zouden moeten bespreken. Nee, het is het negeren van het politieke primaat aan het Bezuidenhout. Daar ligt het politieke primaat en daar hoort het ook te liggen. De Eerste Kamer schuift in onze visie langzaam op van een Kamer van reflectie naar een Court of Appeal. In de ogen van de VVD is dit een zorgelijke ontwikkeling.

Samenvattend: we accepteren de kasschuif, omdat het geld richting opvang in de regio en de noodhulp gaat. Er zijn jammer genoeg vele noden in de huidige turbulente wereld. Maar nogmaals, minister, zoals eerder gevraagd, het moet wel de noodlijdende bevolking ten goede komen. Wij hopen dat u ons daarvan kunt verzekeren, daarbij ingaand op de gestelde vragen waarvan wij de antwoorden met belangstelling tegemoetzien.

Dank u wel.

De heer Schalk i (SGP):

Ik heb eerst even zitten kijken in Johannes 8 waar die prachtige woorden van de Here Jezus klonken. Iets verderop in het hoofdstuk zag ik dat die woorden werden gesproken bij de schatkist. Dat is misschien in dit verband ook nog een aardige gedachte, maar dat was niet mijn vraag. Mijn vraag gaat over het onderwerp waarover de heer Van Ballekom zorgvuldig heeft gesproken, de UNRWA-gelden. Dat doe ik, omdat hij heeft gezegd dat hij zelf niet betrokken was bij de deal die nu met GroenLinks-PvdA is gemaakt, terwijl wij vanmorgen wel hebben gehoord dat het ophogen van de UNRWA-gelden onderdeel van die deal is. Zo heb ik het vanmorgen allemaal begrepen. Heeft de heer Van Ballekom dat ook zo begrepen en betekent dat iets voor de wijze waarop de VVD kijkt naar deze deal?

De heer Van Ballekom (VVD):

Zoals ik al gezegd heb, ben ik niet persoonlijk betrokken geweest bij deze onderhandelingen. Vandaar dat ik ook de vragen stel aan de minister. Hij kan ze naar alle waarschijnlijkheid heel helder beantwoorden.

De heer Schalk (SGP):

Dat betekent dat we zo meteen antwoorden krijgen die duidelijk maken of de minister het inderdaad als onderdeel van die deal heeft. Dan kunnen we nader kijken wat we daarmee moeten als Kamer. Dat is eigenlijk wat de heer Van Ballekom zegt, toch?

De heer Van Ballekom (VVD):

Als de antwoorden van de minister niet duidelijk zijn, heb ik altijd nog een tweede termijn om de vragen te herhalen.

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik wilde graag nog een verhelderende vraag stellen aan collega Van Ballekom over plofkippen, CETA en ook de investeringsbanken en particuliere banken die bij dergelijke deals betrokken zijn. U pleit ervoor om dat vaker te laten gebeuren. De boeren in Nederland hebben grote problemen met bijvoorbeeld het Oekraïneverdrag, omdat er plofkipfabrieken in Oekraïne door Nederlandse banken en investeringsvehikels gesteund werden. Nederlandse boeren kunnen daar slecht mee concurreren. Hetzelfde geldt voor CETA en voor Mercosur. Vlees uit Brazilië komt onder de meest beroerde omstandigheden tot stand. Wij willen dat vlees kennelijk hebben, als ik u goed begrepen heb. Waar staat u dan in termen van "solidair zijn" met de Nederlandse ondernemers, de Nederlandse boeren, die aan allerlei regels moeten voldoen? Die regels zijn al niet heel zwaar, maar ze moeten toch aan regels voldoen. Hoe ziet u dat ten opzichte van de Braziliaanse en Oekraïense boeren, die niet aan die regels hoeven te voldoen en de Nederlandse markt kunnen overspoelen met, in uw woorden, plofkippen?

De heer Van Ballekom (VVD):

Dat klopt niet, meneer Koffeman. Dat weet u ook wel, want dat hebben we besproken tijdens het debat over de ratificatie van het CETA-verdrag. Alle goederen die de Unie, en dus ook Nederland, binnenkomen, moeten voldoen aan de Europese kwaliteitseisen en -normen. Daar moet toezicht op worden gehouden. Dat het toezicht soms tekortschiet, hebben wij meer aan onszelf te danken dan aan iets anders. Als dat zo is, moet het toezicht versterkt worden, om dat te voorkomen. Want dat is oneigenlijke concurrentie en daar is mijn partij ook erg op tegen.

De heer Koffeman (PvdD):

Maar dat is wel de praktijk. U weet dat bijvoorbeeld MHP uit Oekraïne in Nederland "plofkipfabrieken", slachterijen en verpakkingsinstellingen, heeft gevormd om gemakkelijker om de regels heen te komen. In uw pleidooi dat daar streng toezicht op moet zijn, vinden we elkaar. Ik hoop heel erg dat u zich ervoor gaat inzetten om die strenge regels toepasbaar en handhaafbaar te maken.

De heer Van Ballekom (VVD):

Daar heb ik me al voor ingezet, maar vandaag spreken we niet over de handel met Oekraïne. Daar is de Europese Investeringsbank ook bij betrokken geweest. We hebben er alles aan gedaan om te voorkomen dat hier sprake is van oneigenlijke praktijken. Van steun bij dit proces kunt u verzekerd zijn. Dat steunt mijn partij.

De heer Koffeman (PvdD):

Fijn, dan zijn we het daarover eens.

De heer Van Ballekom (VVD):

Mevrouw Visseren; er kan geen debat voorbij gaan zonder een leuke vraag van mevrouw Visseren.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank u wel, meneer Van Ballekom, voor het compliment. De heer Van Ballekom zei dat hijzelf niet betrokken was geweest bij de onderhandelingen met PRO over deze begroting.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ik ben maar een heel eenvoudig Eerste Kamerlid, dat niet overal bij betrokken is, jammer genoeg.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Waren er andere collega's van de Eerste Kamerfractie van de VVD betrokken bij die onderhandelingen?

De heer Van Ballekom (VVD):

Niet dat ik weet.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Zou u dat voor de tweede termijn voor mij willen uitzoeken?

De heer Van Ballekom (VVD):

Waarom zou ik dat willen uitzoeken? We worden hier geconfronteerd met een begroting. Daar heb ik mijn visie op gegeven. Die begroting kunnen wij aanvaarden. Ik heb zelfs gezegd dat we door de zure appel heen bijten. Maar omdat het de noodhulp in de wereld ten goede komt, gaan wij daarmee akkoord. Daar wil ik het bij houden. Of er een deal is gesloten, linksom of rechtsom, weet ik niet. Misschien kan de minister daarop ingaan, maar ik ga daar niet op in.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik deed een beetje mee aan de lacherigheid om dit debatje, maar eigenlijk is het heel serieus. We hebben namelijk vernomen dat verschillende dossiers, en de onderhandelingen daarover, aan elkaar gekoppeld zijn, met name door de VVD. Ik probeer te begrijpen hoe de totstandkoming is geweest van de deal met PRO en de deal over de andere beleidsterreinen die hierbij zijn betrokken. Vandaar mijn vraag aan de heer Van Ballekom: was de Eerste Kamerfractie van de VVD betrokken bij die onderhandelingen, in de breedste zin des woords, dus over de begroting en over het erbij betrekken van andere beleidsdossiers?

De heer Van Ballekom (VVD):

Voor zover mij bekend niet.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Daar moet ik het mee doen, vrees ik.

De heer Van Ballekom (VVD):

Ja, dat lijkt mij ook.

De voorzitter:

Ja, daar moeten we het mee doen. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Gasteren. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van de Sanden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank u wel, voorzitter. Senator Van Ballekom zei al: de Eerste Kamer is gevormd als chambre de réflexion, kamer van heroverweging, die de wetgeving bewaakt met een distantie tot de dagelijkse politiek. Onze fracties willen dan ook ver weg blijven van een inhoudelijk oordeel over de besteding van de begroting, want dat is het werk van de Tweede Kamer. Ook de behandeling van de UNRWA-kwestie en alles daaromheen vinden wij het werk van de Tweede Kamer. In lijn met de VVD: zand erover.

De inlichtingenplicht jegens deze Kamer, volgens artikel 68 van de Grondwet, is echter een eigen, zelfstandige verantwoordelijkheid van de minister tegenover deze senaat. Vandaar de vraag: kan de minister garanderen dat hij geen verdere vergelijkbare plannen heeft en dat er politiek noch ambtelijk overleg gaande is over inhoudelijke begrotingsaanpassingen die deze Kamer nog niet kent?

"Ken uzelf" is een tijdloze oproep tot zelfreflectie die vandaag bijzonder van toepassing is, niet alleen op het kabinet, maar eigenlijk op onze Kamer. De afspraak tussen het kabinet en GroenLinks-Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer is niet alleen een politieke transactie, het is een aantasting van de constitutionele architectuur van dit huis. Artikel 67, lid 3 van de Grondwet zegt namelijk: de leden stemmen zonder last. Dat beginsel gaat terug tot 1798 en is verankerd in de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk, de eerste Nederlandse Grondwet, als breuk met de Republiek der Zeven Provinciën waar de afgevaardigden terug moesten naar het thuisfront om toestemming te vragen voor enige afwijking van hun stemgedrag.

Volksvertegenwoordigers vertegenwoordigen nu dus het hele volk en niet een partijlijn, niet een coalitieakkoord en zeker niet een financiële afspraak met een kabinet. De gemaakte afspraak staat dan ook haaks op de opzet en de tekst van de Grondwet. De distantie tot de dagelijkse politiek verdwijnt totaal als senatoren, in dit geval van GroenLinks-Partij van de Arbeid, geacht worden als volgzame schaapjes voor de begroting te stemmen.

Daarnaast vindt de VVD in de Tweede Kamer de aanpassing van de begroting blijkbaar alleen acceptabel als D66 bij een andere wet niet dwarsligt. Nog meer schaapjes. Het is precies het mechanisme dat de Grondwet verbiedt: een externe last die de stemvrijheid van een senator bepaalt. Juridisch is het natuurlijk niet afdwingbaar, maar het is een politiek-morele binding. Is de minister bereid om publiekelijk te erkennen dat deze constructie, hoe politiek begrijpelijk ook voor een minderheidskabinet, de Eerste Kamer instrumentaliseert als stembureau en daarmee de constitutionele distantie ondermijnt die deze Kamer juist haar gezag geeft?

Voorzitter. Het gaat om 380 miljoen euro, gereserveerd voor de komende jaren. Een kasschuif is echter bedoeld als uitvoeringstechnisch instrument. Het verwachte kasritme van een voorziene uitgave sluit niet aan op de begrotingsreeks. Het is eigenlijk een administratieve correctie op de werkelijkheid. Het beleid bestaat al, de verplichting bestaat al, alleen het kasmoment klopt niet. Bij deze kasschuif van 380 miljoen is de volgorde omgekeerd. De kasschuif is niet de uitkomst van een beleidsuitvoering, maar die is het instrument van een politieke deal. Dit is in strijd met het doel van het instrument. De begrotingsregels zijn niet ontworpen om politieke compromissen te financieren buiten de normale cyclus om. De suppletoire begroting is bedoeld voor onvoorziene wijzigingen in de uitvoering, niet voor het accommoderen van coalitieonderhandelingen achteraf. Door het als kasschuif te presenteren, wordt die discussie gereduceerd tot een technische mutatie terwijl het inhoudelijk een nieuw politiek besluit is. De minister van Financiën had dit kunnen of wellicht moeten weigeren.

Vraag nummer één: acht de minister deze werkwijze rechtmatig en waarom? Is deze politieke kasschuif een nieuw middel waar dit kabinet vaker gebruik van gaat maken? Wat betekent dit voor onze parlementaire controle en behandeling? Welke projecten voor 2027 en 2028 worden hierdoor leeggehaald? Zijn er andere afspraken of gesprekken binnen zijn portefeuille die nog niet openbaar zijn, bijvoorbeeld voor volgend jaar of over structurele verhogingen in latere jaren?

Voorzitter. Het regeerakkoord spreekt ook de ambitie uit om stapsgewijs naar 0,7% van het bni voor ontwikkelingssamenwerking te gaan. De Rekenkamer berekende dat volledig herstel ongeveer 400 miljoen euro per jaar vereist. De dekking ontbreekt nu in deze begroting. Hoe gaat het kabinet dit gat dichten?

Voorzitter. Daarnaast geldt dat Nederland in toenemende mate ontwikkelingssamenwerkingsgelden kanaliseert via de Verenigde Naties en de Europese Unie. Schaalvoordelen zijn er zeker, maar er is minder parlementaire controle vanuit dit huis. Welke afwegingscriteria hanteert de minister en hoe waarborgt hij de parlementaire verantwoording over de gelden die via derden worden besteed?

Over ontwikkelingssamenwerkingsgeld voor landen waar bestuurders banden onderhouden met georganiseerde criminaliteit, heb ik grote zorgen. Sierra Leone is een actueel voorbeeld. Beschikt de minister over een proactief toetsingskader? Hoe ziet dat eruit?

Voorzitter. Ontwikkelingssamenwerking en handelsbevordering — dat kwam net al aan de orde — hoeven geen tegenpolen te zijn. Nederland heeft expertise van wereldklasse op het gebied van water, agri, logistiek en ICT, met zowel ontwikkelingswaarde als economisch rendement voor het Nederlandse bedrijfsleven. Welk deel van de begroting is concreet gekoppeld aan opdrachten waarbij Nederlandse bedrijven structureel kunnen meedingen?

Voorzitter. Deze begroting heeft een bewogen traject achter de rug, maar bovenal stelt ze een vraag die deze Kamer zichzelf moet stellen. Zijn wij een chambre de réflexion die onafhankelijk de kwaliteit van de wetgeving bewaakt, of zijn we een stembureau waarvan de uitkomst vooraf wordt bepaald door anderen elders? Die vraag is overigens aan ons, niet aan de minister.

We zien de reactie van de minister tegemoet.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst welkom aan de minister in dit huis.

Voorzitter. Het kan wél. De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft bij de totstandkoming van deze begroting feilloos aangetoond hoe je zowel links als recht in de gordijnen jaagt. De minister zal vandaag ongetwijfeld hopen een beter lot te treffen dan minister Staal in 1907 toen zijn Oorlogsbegroting door de senaat werd verworpen. Ook toen moest een minderheidskabinet, het kabinet-De Meester, voortdurend manoeuvreren tussen steun van de linkerzijde en van de rechterzijde. Ook toen hield het kabinet zich in de Eerste Kamer steevast aan eigen beleidsambities ondanks eerdere toezeggingen in de Tweede Kamer. Als de minister de begroting had gelaten voor wat die was en als hij na aanvaarding ervan in de Tweede Kamer niet had besloten om alsnog in 2026 geld vrij te maken voor UNRWA, had hij niet te maken gehad met een ontevreden oppositie in beide Kamers, had hij geen suppletoire begroting hoeven in te dienen en had deze Kamer vandaag niet hoeven te debatteren over een onvolledige begroting.

Voorzitter. Vandaag voeren wij dit debat namelijk zonder dat we een goed overzicht hebben van het volledige kratje bier, om in de metaforen van mijn collega Hoogeveen te blijven. Er hangt inmiddels voor 380 miljoen euro aan aanvullende afspraken en toezeggingen boven deze begroting die niet in het voorliggende stuk is verwerkt. Het is zeer merkwaardig dat de minister in de Tweede Kamer eerst een koers over rechts probeerde uit te stippelen, terwijl hij in de Eerste Kamer overstag lijkt te gaan door steun van de linkerzijde te willen vergaren. Waar de minister zich eerst star vastklampte aan het coalitieakkoord, draaide hij later bij om te verklaren dat hij zich zou beteren. Deze belofte heeft echter niet lang standgehouden, doordat hij zichzelf nog verder heeft ingegraven door een deal te sluiten met GroenLinks-PvdA om extra geld vrij te maken voor ontwikkelingshulp.

Het probleem hierbij is echter dat geld uit de toekomst naar voren wordt gehaald om in 2026 te spenderen, met de onoverzichtelijke begrotingsgevolgen van dien. Daarmee is het voor deze Kamer moeilijker geworden een inhoudelijk oordeel te vellen over de begroting die vandaag voorligt, niet alleen omdat een volledig plaatje ontbreekt, maar ook omdat er met middelen wordt geschoven tussen de begrotingsjaren en departementen. Politieke afspraken en ambities uit het coalitieakkoord dreigen schijnbaar zwaarder te wegen dan een ordentelijke begrotingsbehandeling. De minister heeft hiermee eigenhandig voor een onoverzichtelijke en chaotische begrotingsbehandeling gezorgd, waar we in september met de behandeling van de suppletoire begroting nog over zullen debatteren in deze Kamer.

Voorzitter. Dit debat draait bovendien niet alleen om de BHO-begroting zelf, maar ook om de manier waarop je als minderheidscoalitie samenwerkt met de oppositiepartijen. Als de minister zich bij zijn oorspronkelijke begroting had gehouden, had hij veel politieke ellende kunne voorkomen. JA21 had in dat geval de begroting gesteund, waar veel in zat waarin wij onszelf herkenden. JA21 steunde het oorspronkelijke oogmerk van de begroting, waarin de focus op ontwikkelingshulp werd verlegd naar de focus op handel. Het is dan ook veelzeggend dat het handelen van deze minister een schaduw werpt over de inhoudelijke behandeling van deze begroting.

Voorzitter. Enige zelfreflectie zou gepast zijn, maar die heeft mijn fractie nog niet kunnen ontdekken. Wie de verklaringen van de minister leest, krijgt vooral de indruk dat hij vindt dat hij de situatie uiteindelijk redelijk heeft gemanaged. "Een voorbeeld van hoe het wel moet", dixit Sjoerdsma over Sjoerdsma. Mijn fractie vermoedt dat weinig ministers erin slagen zichzelf zo'n compliment te geven op hetzelfde moment dat zij een suppletoire begroting van honderden miljoenen euro's nodig hebben om hun oorspronkelijke begroting overeind te houden. Het gaat om geld uit 2028 en 2029, en maar liefst 202 miljoen euro wordt zelfs uit 2031 naar voren gehaald. 2031! Een volledige kabinetsperiode verder. Het gaat bovendien niet om abstracte begrotingsruimte; een deel van deze middelen was oorspronkelijk door de minister van Buitenlandse Zaken gereserveerd voor onder meer niet-militaire steun aan Oekraïne, opvang in de regio en terugkeer- en wederopbouwprojecten voor Syriërs.

Kan deze minister uitleggen waarom deze toekomstige beleidsruimte moest worden opgeofferd om een politieke meerderheid voor zijn begroting te organiseren? Niemand in deze Kamer weet hoe Nederland er dan voor staat. Niemand weet welke internationale crises zich dan hebben aangediend. Niemand weet welke begrotingsprioriteiten een volgend kabinet zal moeten stellen. Toch wordt deze begrotingsruimte vandaag opgeslokt. Waarom? Omdat deze minister zijn zaken niet op orde heeft. Mijn fractie vraagt zich dan ook af of die afwijking het waard was.

Waar het amendement-Eerdmans/Stoffer het doel had om structurele steun aan UNRWA af te bouwen en in te zetten op diversificatie van hulporganisaties, wil de minister de bijdrage aan UNRWA ophogen. Op 13 mei jongstleden stelde de minister nog dat er onvoldoende bewijs was voor banden tussen UNRWA en Hamas. Tegelijkertijd blijkt, niet eens een maand later, te weten 12 juni jongstleden, dat Christian Saunders, de waarnemend chef van UNRWA, met onmiddellijke ingang 70 medewerkers van UNRWA in Gaza heeft ontslagen wegens directe banden met Hamas. Dit is mogelijk maar het topje van de ijsberg, aangezien uit onderzoek van UN Watch blijkt dat er minimaal 1.500 extra medewerkers van UNRWA in Gaza zijn die mogelijk banden met Hamas hebben, wat neerkomt op ongeveer 13,5% van alle UNRWA-medewerkers in Gaza. Hoe rijmt de minister zijn stellingname in de brief van 13 mei met deze ontwikkelingen? Welke aanvullende feiten zouden voor de minister wél aanleiding zijn om de Nederlandse steun aan UNRWA te heroverwegen? En is de minister nog steeds van mening dat meer geld naar UNRWA, en niet diversificatie, de juiste richting is?

Voorzitter. Mijn fractie heeft grote moeite met de handelswijze van deze minister. Wat begon als een begroting die op een meerderheid kon rekenen, is door zijn eigen handelen uitgegroeid tot een politiek hoofdpijndossier. Door af te wijken van het oorspronkelijke oogmerk van deze begroting heeft de minister niet alleen een onoverzichtelijk begrotingsproces gecreëerd, maar ook afbreuk gedaan aan zijn eigen geloofwaardigheid. In zijn poging steun te vergaren aan zowel de linker- als de rechterzijde is hij erin geslaagd veel partijen ontevreden te maken door een mengelmoes van aanvullende afspraken, kasschuiven en schaduwdeals. Deze episode is géén voorbeeld van hoe het wel moet. Daarom vraag ik de minister tot slot heel erg rechtstreeks: vindt hij nou wérkelijk dat hij deze begroting goed heeft behandeld?

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. De begroting die we vandaag behandelen, kent een lange, bewogen aanloop. Dat past bij de net zo bewogen situatie in de wereld. Het afgelopen jaar is het aantal brandhaarden in de wereld toegenomen. Tegelijkertijd is de beschikbare hulp in kwetsbare regio's extreem geslonken, met rampzalige gevolgen. Het plotseling stopzetten van USAID veroorzaakte in kwetsbare regio's wereldwijd een toename van economische chaos, instabiliteit en geweld, zo laat onderzoek zien. Als het tij niet keert, dreigen deze wereldwijde bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking in 2030 meer dan 20 miljoen levens te kosten.

Mijn fractie was daarom blij met het nieuws dat het nieuwe kabinet wil breken met de ingezette koers van minister Klever, maar mijn fractie ziet nog niet helder hoe de koers van dit kabinet er wel uitziet. Het kabinet wil ontwikkelingssamenwerking strategischer inzetten, leest mijn fractie in de recent verschenen beleidsbrief. Wat bedoelt de minister met "strategisch"? Ziet het kabinet ontwikkelingssamenwerking uitsluitend als een verlengstuk van buitenlandse handel, als iets waar wij direct profijt van hebben? Of ziet het daarnaast ook een plicht voor Nederland om bij te dragen aan wereldwijde welvaart en stabiliteit? Wat voor betekenis heeft "een meer strategische inzet" voor vergeten conflicten in de wereld? Graag hoort mijn fractie een toelichting van de minister. We zijn benieuwd naar zijn visie op ontwikkelingssamenwerking.

Voorzitter. Het kabinet schrijft in het regeerakkoord stappen te willen zetten richting de 0,7%-norm, de OESO-norm. Toch wordt de oorspronkelijke koppeling tussen het bruto nationaal inkomen en het ODA-budget, die van oudsher was vastgeklikt aan de OESO-norm, niet hersteld. De versoberde koppeling van het kabinet-Schoof wordt in stand gehouden. Dat wringt. Met de motie-Huizinga en de motie-Holterhues gaf de Eerste Kamer tot twee keer de brede oproep om de oorspronkelijke systematiek achter de koppeling structureel te herstellen. Deze koppeling is echt nodig om het ODA-budget stabiel te houden, om een buffer te hebben om onverwachte ontwikkelingen op te vangen, zonder dat lopende projecten eronder leiden. De oproep vanuit maatschappelijke organisaties is helder. Het politieke draagvlak is er. Wanneer gaat dit minderheidskabinet deze moties uitvoeren?

Onlangs kwam naar buiten dat er incidentele middelen aan de begroting van dit lopende jaar worden toegevoegd. Op het eerste gezicht klinkt dat hoopgevend, maar de 380 miljoen waar het om gaat, blijkt te bestaan uit kasschuiven op de begroting van BHOS en andere departementen. Er komen per saldo niet meer middelen beschikbaar voor OS. In plaats daarvan wordt een wissel getrokken op toekomstige begrotingen. De minister verdedigt deze kasschuiven met de opmerking dat juist nu de noodzaak van ontwikkelingshulp groot is. Maar is het niet zo dat ngo's en andere maatschappelijke organisaties juist gebaat zijn bij een consistente lijn, zowel qua beleid als budgettair? De Adviesraad Internationale Vraagstukken benadrukte niet voor niets het belang van een stabiel en voorspelbaar ODA-budget. Een fluctuerende begroting maakt het moeilijk om meerjarig te werken en doelstellingen te behalen. En een eenmalige verhoging, die toekomstige begrotingen lekschiet, is uiteindelijk echt niet behulpzaam. Daarnaast zal de wereld er over twee jaar waarschijnlijk niet veel vrediger uitzien dan nu. De brandhaarden van vandaag zijn morgen nog niet geblust. Het belang van ontwikkelingssamenwerking zal naar alle waarschijnlijkheid niet afnemen, maar alleen maar toenemen. Kunnen we het ons dan wel veroorloven om nu alvast gaten in toekomstige begrotingen te laten ontstaan? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. De ODA-uitgaven gaan weliswaar omhoog, maar hoeveel van deze extra uitgaven gaan daadwerkelijk naar ontwikkelingssamenwerkingsprogramma's? De stijging waarover de minister spreekt, blijkt voor een deel het gevolg van administratieve keuzes, onder andere door het vooraf meetellen van Oekraïne-uitgaven en hogere kosten van asielopvang. Mijn fractie is overigens blij met de asielcap die dit kabinet toepast. De uitgaven aan eerstejaarsasielopvang mogen hooguit 10% van het ODA-budget beslaan. Maar de Oekraïne-uitgaven blijven het budget voor ontwikkelingssamenwerking belasten. Zoals het er nu naar uitziet, wordt de niet-militaire steun aan Oekraïne volgend jaar volledig gedekt uit de OS-begroting. Dat is 419 miljoen euro die niet meer uitgegeven kan worden aan andere OS-projecten. Onze steun voor Oekraïne staat als een paal boven water, maar het wringt dat dit ten koste gaat van andere essentiële projecten in kwetsbare regio's, die ook onze steun hard nodig hebben. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter, kortom: het mag duidelijk zijn dat mijn fractie teleurgesteld is dat nog steeds niet duidelijk is hoe de in deze Kamer aangenomen motie-Holterhues zal worden uitgevoerd. Voor dit jaar is er weliswaar een verhoging die in de buurt van 0,7% komt, maar deze verhoging is incidenteel en wordt gerealiseerd door kasschuiven. Voor de komende jaren lijkt het erop dat er maar een hele kleine stap vooruit zal worden gezet in de richting van die 0,7%. Mijn fractie betreurt dat.

Dank u, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Het kabinet-Jetten heeft ervoor gekozen de structurele bezuinigingen van het kabinet-Schoof op ontwikkelingssamenwerking niet terug te draaien. Dit zijn bezuinigingen van zo'n 2,4 miljard euro per jaar vanaf 2027. De zogenaamde structurele intensivering van ontwikkelingssamenwerking van 257 miljoen door dit kabinet is dus hopeloos onvoldoende om die bezuinigingen ongedaan te maken.

Voorzitter. Mijn fractie, die de Partij voor de Dieren vertegenwoordigt in de Eerste Kamer, vindt het ongelofelijk dat een kabinet met het CDA en D66 dit laat gebeuren, vooral omdat die partijen nog vorig jaar de motie steunden die uitspreekt dat Nederland zich zou moeten houden aan de internationale norm dat 0,7% van het bruto nationaal inkomen aan ontwikkelingssamenwerking zou moeten worden besteed. De minister stelt dat de koppeling van ontwikkelingssamenwerking aan het bruto nationaal inkomen wordt hersteld. Dat zou een mooie eerste stap zijn, maar is dit echt zo en is dit structureel? Graag een reactie van de minister.

Tegelijkertijd kiest het kabinet er dus bewust voor om zich niet te houden aan de internationale norm van 0,7%, terwijl een meerderheid van de Tweede en Eerste Kamer zich hier vorig jaar nog voor heeft uitgesproken. Het kabinet heeft dus niet de intentie om deze moties uit te voeren. De minister stelt in het schriftelijk overleg dat de wens van de Eerste Kamer goed is gehoord. Hij is goed gehoord, maar er is niet geluisterd, moet ik constateren. Bovendien gaat een gedeelte van de zogenaamde intensivering van 257 miljoen helemaal niet naar ontwikkelingssamenwerking, maar naar asielopvang en niet-militaire steun aan Oekraïne.

De Partij voor de Dieren vindt het belangrijk om te investeren in asielopvang en steun aan Oekraïne; laat daarover geen misverstand bestaan. Maar het kabinet zet niet alleen de grootschalige bezuinigingen van het vorige kabinet door, maar gebruikt het OS-geld ook voor andere doelen. Hiermee blijft nog minder budget over voor daadwerkelijke ontwikkelingssamenwerking. Daarom heeft mijn fractie de volgende vragen aan de minister. Is de minister bereid om op Prinsjesdag plannen te presenteren om de bezuinigingen van het kabinet-Schoof op ontwikkelingssamenwerking ongedaan te maken? En is hij bereid om op Prinsjesdag plannen te presenteren die voldoen aan de 0,7%-norm?

Voorzitter. Ontwikkelingssamenwerking betekent internationale solidariteit en compassie. Het betekent zorg dragen voor de mensen in de wereld die het het zwaarst hebben. Het betekent noodhulp in conflictgebieden, voedselhulp bij acute honger en voedselonzekerheid, en medische zorg tijdens epidemieën. Het betekent investeren in vrouwenrechten en gendergelijkheid, en het betekent het ondersteunen bij klimaatadaptatie in landen die vaak zelf het minst hebben bijgedragen aan klimaatverandering. Zoals de minister zelf zegt in het schriftelijk overleg worden met name lage-inkomenslanden en fragiele staten relatief hard geraakt door de mondiale bezuinigingen op OS vanwege hun afhankelijkheid van ontwikkelingssamenwerking, terwijl de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking in deze tijden van conflicten en klimaatverandering alleen maar groter wordt. Mede daarom vindt de Partij voor de Dieren dat niet 0,7% maar 1% van het bruto nationaal inkomen naar ontwikkelingssamenwerking zou moeten gaan. Kan de minister reflecteren op zijn eigen constatering dat met name mensen in de meest kwetsbare landen worden getroffen door de bezuinigingen op OS? En vindt hij, samen met de Partij voor de Dieren, dat deze instabiliteit juist om meer OS vraagt in plaats van om minder?

Voorzitter. De deal die het kabinet met PRO, of GroenLinks-PvdA, heeft gesloten in een poging om de begroting door de Eerste Kamer te loodsen betreft alleen 2026. Voor de jaren erna is er niets geregeld. Bovendien is de deal een klassiek geval van een sigaar uit eigen doos: het voor 2026 vrijgemaakte geld betreft OS-budget voor toekomstige jaren. Ook ging de VVD er alleen mee akkoord door de deal met PRO te koppelen aan de afspraak dat D66 het verzet zou staken tegen een voorstel om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen. PRO zegt niet van deze afspraak binnen het kabinet te hebben geweten. Mevrouw Karimi heeft dat vanochtend nog bevestigd.

Voorzitter. Wat betekent deze manier van zakendoen voor andere onderhandelingen met de oppositie? Is het kabinet wel een te vertrouwen onderhandelingspartner, vraag ik de minister. Hoe kan een partij die afspraken wil maken met het kabinet om het beleid op een bepaald onderwerp te verbeteren, zeker weten dat deze afspraak niet een achteruitgang op andere dossiers betekent? Is de minister bereid om namens het kabinet toe te zeggen dat alle aspecten van de gemaakte afspraken, ook als ze andere dossiers betreffen, op tijd openbaar worden gemaakt, zodat de partijen, alles overziend, een oordeel kunnen vellen over het totaalpakket?

Voorzitter. D66 stelde in het schriftelijk overleg een belangrijke vraag. Het is jammer dat mevrouw Moonen er nu niet is. In hoeverre kan de norm van 1,5% voor bredere weerbaarheid worden ingezet voor ontwikkelingssamenwerking? Mijn antwoord zou zijn: uiteraard kan dat. Volgens de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden 2023-2029 is veiligheid veel breder dan alleen territoriale en fysieke veiligheid. Het gaat ook om ecologische veiligheid, economische veiligheid, sociale en politieke stabiliteit en de internationale rechtsorde en stabiliteit. Hier valt dus letterlijk een wereld te winnen door investeringen in brede veiligheid die ook bijdragen aan ontwikkelingssamenwerkingsdoelen. De minister antwoordde in het schriftelijk overleg dat dit inderdaad verder kan worden verkend. Dat is mooi. Zou de minister kunnen toezeggen om deze verkenning mee te nemen in de voorbereidingen voor Prinsjesdag?

Voorzitter. Ik kijk uit naar de reactie van de minister. Voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Dessing van Forum voor Democratie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing i (FVD):

Voorzitter, dank. Dank ook voor de aanwezigheid van de minister.

Miljarden aan humanitaire hulp, ongeacht het Nederlandse belang: dat is de kern van de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Terwijl de Nederlandse bevolking zucht onder steeds zwaardere lasten, acteert deze regering als pinautomaat voor de hele wereld door miljarden weg te geven aan het buitenland. Het is de vertrouwde toon van een Nederland dat overal ter wereld een betrouwbare, genereuze en strategische partner moet zijn. Handelsmissies naar Afrika en Latijns-Amerika, Global Gateway-projecten, migratiepartnerschappen, opvang in de regio, de EU delegated cooperation en miljarden aan humanitaire hulp. We geven dus onder andere geld om migratie naar Nederland te voorkomen, terwijl de instroom van vluchtelingen onverminderd doorgaat en de kosten van deze migratie dus boven op de uitgaven van de opvang in de regio komen, die dus duidelijk niet werkt. De stroom van immigranten is nog niet voor een fractie verminderd door onze buitenlandse steun.

Wij van Forum van Democratie zeggen: dit beleid is onverantwoord, omdat het per saldo onze eigen inwoners armer maakt. Deze begroting ondermijnt de mogelijkheden van de gewone Nederlander om sociaal, maatschappelijk en economisch te floreren. Nederland is een klein land met grote ambities, maar die ambities mogen nooit ten koste gaan van de eigen bevolking. Een derde van ons inkomen komt uit het buitenland. Dat is waar, maar dat rechtvaardigt niet dat wij ons belastinggeld blijven weggeven terwijl de fundamenten van onze eigen samenleving kraken.

Zo wordt er in deze begroting ook gesproken over intensivering van hulp aan groeimarkten en strategische partnerschappen voor grondstoffen en halfgeleiders. We herformuleren hiermee ontwikkelingshulp als handelsrelaties, met de hoop dat er wederzijdse belangen gediend worden. Maar zou het ook niet kunnen dat in de praktijk in veel gevallen Nederlands belastinggeld risico's afdekt voor grote bedrijven, terwijl de middenklasse thuis de rekening betaalt via hogere lasten en uitgeholde eigen voorzieningen? Zijn handelsrelaties wel echt in het voordeel van de Nederlandse ondernemers en producenten?

Voorzitter. Wij hebben bijvoorbeeld vragen gesteld over Mercosur. Dit verdrag opent de Europese markt voor grote hoeveelheden goedkoop rundvlees, suiker, soja, gevogelte en andere producten uit Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay. Boeren daar produceren tegen veel lagere kosten. Daar zijn minder strenge milieuregels, geen stikstofnormen, geen dierenwelzijnsstandaarden op ons niveau en lagere lonen, vaak met ontbossing als neveneffect. Ondertussen moeten Nederlandse boeren en tuinders voldoen aan de strengste regels ter wereld, zoals de Green Deal, nitraatrichtlijnen en stikstof- en mestbeleid, terwijl hun producten worden weggedrukt door importen die aan lagere standaarden voldoen. De voordelen van betere markttoegang tot de Mercosur-landen zouden volgens de onderzoeken het grootst zijn voor de maakindustrie en de dienstensector. Er zouden ook exportkansen liggen voor bijvoorbeeld de zuivelsector. Maar de rundvlees- en pluimveesector zullen door de toename van import naar verwachting meer concurrentie ervaren, wat gevolgen heeft voor de productiewaarde en voor inkomens. In reactie hierop wordt gesteld dat geïmporteerde producten aan de strengste EU-regels voor voedselveiligheid en andere relevante productnormen moeten voldoen. Ook gelden er zeer strenge vrijwaringsmaatregelen, die genomen kunnen worden wanneer er een ernstige verstoring van de interne markt zou plaatsvinden of zou dreigen. Daarnaast zou de Europese Commissie financiële compensatie onder het Meerjarig Financieel Kader hebben voorgesteld voor het geval boeren te maken krijgen met een ernstige verstoring als gevolg van toegenomen handel. Met andere woorden, deze sectoren zijn overgeleverd aan de EU om niet een aanzienlijk nadeel te ondervinden van Mercosur.

In een eerdere beantwoording wordt dit vervolgens nog scherper gesteld. Ik citeer: "De EU kan een ander land niet dezelfde eisen opleggen voor productie zoals die gelden binnen de EU. Dit doet inbreuk op het zogenaamde right to regulate. De EU zou een dergelijke inbreuk ook niet accepteren. Tegelijkertijd kunnen handelsakkoorden, zoals het EU-Mercosur-akkoord, juist bijdragen aan het verkleinen van verschillen in productiestandaarden door bijvoorbeeld afspraken te maken over arbeids- en milieustandaarden en over het aangaan van de dialoog over productiestandaarden."

Wij hebben de volgende vragen aan de minister. In hoeverre is het realistisch dat de EU onze boeren tegemoetkomt wat betreft eerlijke concurrentie? Is het niet naïef om te denken dat het akkoord en een dialoog kunnen leiden tot het verkleinen van verschillen en betere standaarden? Hoever denkt de minister dat de invloed van de EU daadwerkelijk reikt als het vooralsnog niet eens lukt om ons eigen migratiebeleid onder controle te krijgen?

Voorzitter. Wij pleiten voor selectieve, wederkerige en strategische handel die onze voedselzekerheid, soevereiniteit en economische veerkracht versterkt, niet voor een haast doctrinaire vrijhandel die onze kwetsbare sectoren opoffert. Voedselzekerheid zou nationale veiligheid moeten zijn. Een land dat afhankelijk wordt van import uit instabiele regio's met lagere standaarden zet zijn eigen bevolking op het spel bij crises, oorlogen of handelsconflicten. We verliezen veerkracht, cultuur en zelfvoorziening.

Voorzitter. Forum voor Democratie gelooft in een ander uitgangspunt: Nederland eerst. Ik heb het dan over een soeverein, welvarend en zelfverzekerd Nederland dat zijn eigen burgers beschermt, de lasten verlaagt, de publieke voorzieningen op orde brengt en alleen dan, en uitsluitend op basis van harde wederkerigheid, internationale samenwerking aangaat. De prioriteiten in deze begroting keren dat uitgangspunt juist om. In plaats van de eigen economie weerbaar te maken door lastenverlaging en regeldrukreductie, kiezen we voor meer diplomatieke toolboxen. In plaats van de eigen arbeidsmarkt en sociale cohesie te versterken, spreiden we Nederlandse expertise over de wereld. In plaats van de Nederlandse belastingbetaler rust te gunnen, blijven we miljarden uittrekken voor projecten waarvan het directe rendement hoogst onzeker is.

Wij roepen het kabinet daarom op tot radicaal andere keuzes. Stop met het subsidiëren van buitenlandse welvaart op kosten van de eigen bevolking. Bouw de oneindige globaliseringsdrang af. Bescherm onze agrarische sector. Heronderhandel of blokkeer schadelijke verdragen als Mercosur en focus op eerlijke, strategische handel die Nederland sterker maakt. Investeer in het floreren van Nederlanders: lagere belastingen, betaalbare woningen, toegankelijke zorg, excellent onderwijs en een economie die primair dient aan de eigen burgers en boeren.

Voorzitter. Alleen een sterk en welvarend Nederland kan een goede partner zijn. Een uitgehold Nederland is voor niemand iets waard, ook niet voor de landen die wij nu zo graag helpen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):

O, wat is de verleiding groot om ook uitvoerig te spreken over het tamelijk bijzondere proces dat aan deze begrotingsbehandeling voorafging, maar ik denk dat de minister ook zonder onze recensie zijn eigen beeld wel kan vormen. In de interrupties is er ook al het een en ander over gezegd.

Maar we willen wel terugkijken naar de begrotingsbehandeling van vorig jaar, waarin de motie-Huizinga-Heringa is aangenomen met onze steun. Dienaangaande schrijft de minister namelijk eerst dat hij die motie niet uitvoert. Later staat in het tweede verslag te lezen dat het vorige kabinet hier al uitvoering aan heeft gegeven door het ODA-budget te koppelen aan de ontwikkelingen van het bni en dit jaarlijks bij de voorjaarsnota toe te passen op basis van ontwikkelingen van het bni tussen de laatste CPB-ramingen. Dat maakt dat de motie-Huizinga-Heringa wellicht wel is uitgevoerd, maar de minister zegt dat het niet zo zou zijn. Het is bijna een woordenspel.

De opdracht van deze Kamer was helder: wij willen stap voor stap terug naar 0,7%, in de wetenschap dat er voor direct herstel geen ruimte was en nu helaas ook nog niet is. Maar door nu vast geld uit te geven dat voor de toekomst was bedoeld, is het probleem helemaal niet opgelost. Als CDA vrezen wij zelfs dat het probleem daarmee alleen maar groter is geworden. Een aantal organisaties heeft heel erg duidelijk gemaakt dat, met de schade die was berokkend in het vorige kabinet, het nu juist belangrijk is om langjarig commitment te tonen. Door nu vast geld van de toekomst naar voren te halen zonder te benadrukken dat er stap voor stap wordt toegewerkt naar die 0,7%, wordt het alleen maar ingewikkelder om langjarige commitments aan te gaan. Deze minister moet ons vandaag echt heel duidelijk maken op welke manier hij tracht te komen tot die 0,7%. De schade is anders namelijk niet hersteld. Met de truc van het naar voren halen van geld is het alleen maar onduidelijker geworden wat dit voor de toekomst betekent. Juist een serieus ontwikkelingssamenwerkingsbeleid vraagt om langjarig commitment. Waarom hameren we daar zo op? Niet omdat we het spel van de Tweede Kamer willen herhalen. Het gaat juist om de vraag of het beleid uitvoerbaar is. Het gaat om het beleid dat deze minister ons presenteert, met de middelen die daaraan verbonden zijn. Dat is ook in de geest van artikel 90 van onze Grondwet. Daar zitten onze zorgen.

Voorzitter. Wij snappen heel goed dat je niet vandaag alles kunt oplossen wat in de vorige periode is stuk gemaakt, maar we zijn kritisch op het beeld alsof het beter is om het geld naar voren te halen. We willen graag een reflectie van de minister op dit punt.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Ik denk dat mevrouw Van Toorenburg van de CDA-fractie en ik het eens zijn dat het naar voren halen van het geld uiteindelijk een truc is en dat dat het probleem niet oplost. De koppeling wordt op geen enkele manier hersteld. Mogelijk kan men later in grotere problemen komen, omdat men dan met een gat zit dat weer moet worden gevuld. Het is nog maar de vraag hoe dat gaat gebeuren. Dan zullen al die maatschappelijke organisaties misschien in nog meer problemen komen dan nu het geval is. Maar als je dat politiek weegt, betekent dat dan niet dat de deal die dit kabinet, deze minister, met PRO in de Tweede Kamer heeft gesloten, eigenlijk gewoon een slechte deal is?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Ik geef aan dat ik me daar heel grote zorgen over maak. Het beeld is nu dat er extra middelen komen, maar die extra middelen komen uit de begroting van jaren later. Organisaties zijn nu wel blij — natuurlijk zijn zij blij met extra geld — maar zij kunnen zich vervolgens niet langjarig committeren aan bepaalde programma's. En dat is juist wat we willen met elkaar. We willen een effectief buitenlandbeleid, en niet zomaar hier en daar wat geld rondstrooien. Wij zijn daar dus kritisch op. Wij hebben gevraagd, en we vragen het vandaag opnieuw, op welke manier we stap voor stap voor stap — het kan helaas niet nu — komen tot die 0,7%.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Dan vermoed ik dat de CDA-fractie in de Eerste Kamer, net als de VVD-fractie in de Eerste Kamer, niet op de hoogte was van deze deal of daar niet bij betrokken was. Ik vraag mij toch af hoe de CDA-fractie dit uiteindelijk politiek weegt. Er ligt nu een begroting voor. Er is een brief waarin wordt uitgelegd dat er een wijziging van de suppletoire begroting komt. Dat is dus de kasschuifoperatie. Daarover zegt mevrouw Van Toorenburg: dat is eigenlijk volstrekt onvoldoende. Wat heeft zij dan van de minister nodig om haar er toch toe te bewegen te zeggen dat deze begroting de steun van de CDA-fractie verdient? Vooralsnog heb ik van de CDA-fractie geen redenen gehoord om voor deze begroting te kunnen zijn.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Het leuke is dat er voor mij één hele spannende verleiding in deze nieuwe plannen zit. Dat is namelijk dat de initiatiefwet die ik destijds in de Tweede Kamer ter bespreking had, namelijk het strafbaar stellen van het verheerlijken van terroristisch geweld, hier blijkbaar in gefietst is. Hoera! Dat wordt dus wel een hele grote verleiding. Tegelijkertijd willen wij natuurlijk graag vandaag van deze minister horen …

Voorzitter. Ik blijf me ergeren aan het feit — daar kan de interruptie niets aan doen — dat we de minister niet zien als we hier staan. Deze zaal is echt vreselijk. Ik heb het vaker gezegd: ik vind het heel onbeleefd om het debat zo te voeren. Ik ga het nu dus toch nog een keer zeggen: doe iets aan die camera's, alstublieft. Maar goed, ik heb u afgeleid.

Ik wil dus graag van deze minister horen op welke manier hij gaat knokken voor die weg terug naar die 0,7%, want dat zijn wij als beschaafd land de wereld verschuldigd en het past ook bij artikel 90 van onze Grondwet. Wat ik vandaag dus graag van deze minister wil horen, is: hoe gaat hij knokken voor dat stap voor stap terugbrengen naar die 0,7%? Ik heb ook aangegeven dat ik niet gelukkig ben met de deal die nu voorligt.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Apeldoorn.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ja, tot slot, voorzitter. Dank voor de beantwoording. Ik begrijp dat de CDA-fractie het nog in het midden laat of zij uiteindelijk voor of tegen zal stemmen, maar dat de verleiding in ieder geval is om misschien toch voor te stemmen vanwege de schaduwdeal die ervoor zal zorgen dat die wet voor de strafbaarstelling van de verheerlijking van terrorisme wel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Ik zal alleen maar zeggen: felicitaties richting GroenLinks-PvdA. Dat onderstreept nog eens een keer hoe deze deal tot stand is gekomen. Of we daar blij mee kunnen zijn of niet, is denk ik uiteindelijk een politieke afweging, maar de mening van de SP-fractie hierover is duidelijk.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Er zijn verschillende aspecten aan "een beschaafd land zijn". We begrenzen namelijk ook bepaalde verheerlijkingen. Maar laten we gewoon heel eerlijk zijn: het is natuurlijk leuk om het er af en toe hier even in te fietsen. Laten we heel eerlijk zijn: ik begrijp ook het feit dat heel veel organisaties ons zeggen "steun dit wel want er komt tenminste geld bij". Dat is dus het dilemma dat wij als CDA hebben: we zien dat er geld bij komt, maar het is eigenlijk van de toekomst geleend geld. Daarom is het dus belangrijk dat wij van de minister horen op welke manier hij stap voor stap, zoals ook in het coalitieakkoord staat, komt tot die 0,7%.

Mevrouw Moonen i (D66):

Ik hoor heel goed wat mevrouw Van Toorenburg zegt. Het spreekt me ook aan dat het een stap-voor-stapbenadering moet zijn. Ik ga daar straks in mijn betoog ook op in. Mijn vraag gaat over het volgende. U gebruikt het woord "truc", de truc van de kasschuif. Daar verzet ik me wel een beetje tegen, want kasschuiven zijn van alle tijden. Minister Schreinemacher heeft 'm ingezet, minister Ploumen heeft 'm ingezet, om de grootste noden in de wereld te kunnen lenigen, om daar betekenisvol in te kunnen zijn. Heel veel departementale begrotingen zetten 'm in. De kasschuif mag alleen worden ingezet met toestemming van de minister van Financiën. Dus het woord "truc"… Het is een heel veel voorkomend principe voor noden in het nu. Ik vond dat mevrouw Karimi er een heel goed betoog over had. Het is ook niet bedoeld als "strooigeld". Dat was een tweede woord dat u gebruikte. Zoals ook heel duidelijk blijkt uit het schrijven van de minister en ook uit het betoog van mevrouw Karimi … Ik zal daar straks in mijn eigen betoog ook op ingaan. U zei er zelf gelukkig ook iets over: over die grote noden in de wereld nu.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Wat het ingewikkeld maakt, is dat ik echt wil blijven bij de rol van de Eerste Kamer. De keuze "meer of minder geld" is dus eigenlijk meer voor de Tweede Kamer. Als ik dan kijk naar de doelen van dit programma, dan zie ik dat het echt, ook wat deze minister daarover heeft gezegd, ademt "laten we doen wat effectief is". Je wil een goede partner zijn. Die doelen lijken met deze deal uit het oog verloren te zijn en dat baart mij zorgen. Het is niet het feit dat er extra geld komt; dat wil ik graag. Maar we horen ook van organisaties dat ze nu helemaal geen langjarige afspraken kunnen maken. Daarom wil ik van deze minister horen hoe hij invulling gaat geven aan wat ook in het coalitieakkoord staat, namelijk stap voor stap terug naar die 0,7%. Ik wil dus eigenlijk juist een stapje terug doen en niet hetzelfde zeggen als de Tweede Kamer. Ik kijk echter naar de doelen van deze begroting, de doelen in de aanvullende brief. Dan ben ik bang dat die niet dichterbij komen met deze kasschuif.

Mevrouw Moonen (D66):

Dank voor deze toelichting. Ik begrijp nu beter wat mevrouw Van Toorenburg bedoelt. Tegelijkertijd, D66 heeft heel veel contact gehad met Oxfam Novib, Cordaid en veel organisaties die wereldwijd actief zijn, juist voor die meest kwetsbare mensen ter wereld. U heeft dit volgens mij ook gedaan. Ik heb veel positieve reacties teruggekregen — ik zal daar zo in mijn betoog nog meer van duiden — vanwege de grote noden die er nu zijn. Dat gaat echt wel over die doelen en hoe je nu betekenisvol kunt zijn in een wereld waar heel veel andere mensen de steun aan het terugtrekken zijn.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dat is absoluut waar. Daarom was het ook zo schrijnend wat het vorige kabinet deed. Verschillende organisaties — u heeft het ook gelezen — hebben het de "perfect storm" genoemd. Dat raakt ons ook, alleen is dit niet echt een oplossing. En dat is een beetje het probleem.

De voorzitter:

Voordat ik de heer Schalk het woord geef: ik heb om 16.15 uur een harde pauze, omdat er daarna een aantal commissies beginnen. Ik heb nog u en twee andere sprekers. Laten we met z'n allen proberen om om 16.15 uur te schorsen. Het zou heel fijn zijn als u uw interrupties heel bondig kunt houden.

De heer Schalk i (SGP):

Ik zal het onmiddellijk voor mezelf herformuleren. Ik denk dat we het met elkaar eens zijn dat het doel is om mensen te helpen. Wat mij triggert, is het feit dat mevrouw Van Toorenburg heel eerlijk antwoord geeft op een van de vragen, namelijk dat ze wel erg verleid wordt om voor te gaan stemmen, omdat de strafbaarstelling van terrorismeverheerlijking erin gefietst is, terwijl GroenLinks-PvdA zo blij is dat de UNRWA-begroting weer zal worden hersteld. Zijn die twee doelen niet enorm strijdig met elkaar? We weten wat de UNRWA betekent.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dat vind ik nou echt een thema waar de Tweede Kamer zich op stuk kan bijten. Ik denk ook dat het politieke keuzes zijn. Ik vind het niet aan ons om dat punt erbij te halen. Wij zijn daar ook heel kritisch op en de SGP weet dat. Ik kijk nu naar deze begroting en de gekozen oplossing. En omdat in deze Kamer een paar keer heel kritisch werd gezegd dat er aan de deal iets verschrikkelijks kleeft, namelijk de strafbaarstelling van het verheerlijken van terroristisch geweld, dacht ik: yes. Dan maakt iedere keer mijn hart een vreugdesprong. Andere mensen hebben voor mijn thema hebben geknokt. Beter kan je het niet hebben in de politiek.

De heer Schalk (SGP):

Dat snap ik. Ik vind het een mooie draai. Maar laat me ook heel helder zijn: we spreken vandaag over een deal, hoe je het ook wendt of keert. Je kunt het politiek noemen of niet, maar deze Kamer is een politiek orgaan. Als een onderwerp ons niet zo goed bevalt, kunnen we niet zeggen: doe dat maar in de Tweede Kamer. Het onderwerp is hier aan de orde gekomen en dus mogen we er met elkaar over spreken. Dit is juist belangrijk, omdat het onderdeel is van zo'n belangrijk wetsvoorstel waarvan we allemaal de doelen onderstrepen, namelijk dat mensen geholpen worden. Nu gebeurt het op een manier waarop we zo meteen enorm in de problemen kunnen komen. Net als ik heeft ook mevrouw Van Toorenburg voorgerekend dat we zo meteen 2 miljard nodig hebben, plus nog een keertje die 380 miljoen. Hoe krijgen we dat ooit voor elkaar? En ondertussen wordt het wel geknoopt aan een onderwerp dat we liever niet bespreken, maar dat wel onderdeel van de deal is.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dat was een heel gek onderdeel van de deal. In eerste instantie werd gezegd "het gaat daar niet heen" en vervolgens gaat het daar wel heen. Dat werkt voor ons heel erg onduidelijk. Het CDA geeft vandaag aan dat wat nu voorligt, iets is wat de diverse organisaties aan de ene kant heel graag willen — het geld om hun werk te kunnen doen — en aan de andere kant geen enkel zicht biedt op de toekomst. Daarom wil ik vandaag van de minister horen hoe hij terugbouwt naar die 0,7%. Over sommige van die andere politieke dingen kan ik een vreugdedansje maken en andere zaken laat ik aan de Tweede Kamer. So be it.

De voorzitter:

Tot slot.

De heer Schalk (SGP):

Een laatste opmerking, die niet eens meer een vraag hoeft te zijn. Bij haar eerste inbreng bracht mevrouw Karimi dit thema al in. Dat was voordat ze erover bevraagd werd. Dat wilde ik hier heel graag even gestipuleerd hebben.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

En toen keken mijn collega en ik elkaar aan en dachten we: doe dat nou niet. Dat dachten wij allebei. Want het was een soort verknoping, waarvan wij dachten: ach, maak het nou niet meteen zo ingewikkeld!

Mevrouw Karimi i (GL-PvdA):

Ik ben natuurlijk blij met de inzet van het CDA om 0,7% werkelijk te realiseren. Daar knokken wij al lang voor. Ik ben ook heel blij dat u nu tegen de minister zegt dat u echt bij de volgende begroting wilt horen hoe dat gerealiseerd is. Ik hoop dat u het ook wilt zien. Mag ik mevrouw Van Toorenburg vragen wat tegenspreekt dat er dit jaar extra geld beschikbaar is, waardoor die 0,7%-systematiek van de berekening hersteld is? Dat gaat dus niet om het bedrag, maar om de systematiek van de berekening. Ten tweede zegt ze dat organisaties daardoor niet kunnen plannen. Dat is gewoon niet waar. Als organisaties geld krijgen, of het nu multilaterale of andere maatschappelijke organisaties zijn, hebben zij gewoon een beschikking voor drie, vier of vijf jaar. Er is dus al commitment aangegaan. Van noodhulp weten wij dat het altijd kortlopende toezeggingen zijn. Er worden dus gewoon een heleboel dingen aan elkaar geknoopt die niet waar zijn. Klopt dat?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Nee, dat klopt niet. Dat is niet waar. Wij krijgen namelijk wel van diverse organisaties te horen dat zij zich zorgen maken over het feit dat ze geen langjarig commitment kunnen aangaan, omdat het geld naar voren is getrokken. Daar maken wij ons zorgen over. Waarom ik het zo benadruk, is omdat we een beetje een halleluja-sfeer kregen. Het was alsof de begroting was gered, want er kwam geld bij. Dan denk ik: nee, dit is niet de manier waarop we dit met elkaar zouden moeten doen. Probeer ervoor te zorgen dat we stap voor stap naar die 0,7% gaan en dat organisaties niet hoeven te zeggen: beste vrienden, we hebben weer wat geld gekregen, maar dit was het geld dat we straks hadden moeten krijgen, dus een langjarig commitment kunnen we niet aangaan. Dat is onze zorg, juist omdat het kabinet in de Tweede Kamer en hier steeds aangeeft dat we een effectief buitenlandbeleid willen hebben. Dat betekent dus dat we systematischer middelen willen geven aan organisaties waaraan we ons kunnen verbinden. Het is dus niet een beetje geld hier en daar geven, maar juist dat structurele. Dat moet stap voor stap. Dat wordt door de deal van het geld naar voren halen niet dichterbij gebracht. Dat is onze visie. Ik kijk er dus anders naar. We zijn het nog niet eens.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Ik begrijp dat mevrouw Van Toorenburg er anders naar kijkt, maar het moet toch ook feitelijk kloppen? Wij proberen niet alleen opinies te hebben en feitenvrij te debatteren, maar op basis van de feiten. Het feit dat de organisaties geen langjarig commitment kunnen aangaan, is omdat er gewoon te weinig geld beschikbaar is. Er is überhaupt te weinig geld beschikbaar. Onze vorige regering heeft meer dan 2 miljard gekort. De huidige regering bouwt daarop voort. En wereldwijd is er minder geld. Dat snap ik. Maar dat er nu extra geld beschikbaar is en dat dit nog een extra zorg is en de kwaliteit aantast, dat bestrijd ik. Ik vind dat dit feitenvrij politiek bedrijven is. Dat betreurde ik. Mevrouw Van Toorenburg is het toch met mij eens dat onze strijd erom moet gaan dat wij dit jaar die koppeling gerealiseerd hebben en dat die koppeling gewoon doorgezet wordt voor de komende jaren?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Laat duidelijk zijn wat ons standpunt is, maar als ik mevrouw Karimi geen gelijk geef, vind ik het jammer dat er toch een soort discussie ontstaat alsof ik feitenvrij politiek bedrijf. Nee, ik kijk naar de feiten. Er is geen extra geld gekomen. Er is geld van de toekomst naar voren gehaald, waardoor de organisaties weten dat het geld er in de toekomst in ieder geval niet meer is. Dat baart ze zorgen. Wij zeggen: zorg voor die stap voor stap. Dat hebben we met elkaar afgesproken, ook in het regeerakkoord. Het geld naar voren halen, is niet de oplossing. Dat een heleboel organisaties "pfoe, nu hebben we tenminste geld" zeggen, verleidt ons om toch voor deze wet te stemmen. Dit is dus geen oplossing. Nogmaals, dat de verheerlijking van terroristisch geweld daarmee strafbaar wordt: yes, topidee!

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Apeldoorn van de fractie van de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Voorzitter. Wereldwijd dreigt de armoede, mede als gevolg van de roekeloze Amerikaans-Israëlische agressieoorlog, weer toe te nemen. Conflicten in een steeds instabielere wereld leiden tot humanitaire crises van een historische omvang. Het menselijk leed in Gaza, waar het genocidale geweld door Israël voortduurt, maar ook in Sudan en in Congo, dat kampt met een grootschalige ebola-uitbraak, is onvoorstelbaar. Volgens de VN hebben wereldwijd bijna 240 miljoen mensen dringend humanitaire hulp nodig. UNICEF waarschuwt dat meer dan 200 miljoen kinderen in 2026 afhankelijk zullen zijn van noodhulp.

Terwijl de noden hoger zijn dan ooit loopt de hulp wereldwijd terug, vooral door het enorme gat dat Trump in het mondiale ODA-budget heeft geslagen. Naast deze historische humanitaire crises staat de ontwikkeling van veel landen in het mondiale Zuiden steeds verder onder druk. Door Trumps oorlog in het Midden-Oosten — laten we hopen dat de deal van zondag echt duurzaam blijkt te zijn — hebben we wereldwijd te maken met een nieuwe energiecrisis en een dreigende voedselcrisis, en dreigen arme landen opnieuw dieper in de schulden te raken. Ik neem aan de minister deze zorgen deelt, maar ik hoor graag zijn reflectie.

De mondiale kloof tussen arm en rijk wordt daarmee weer groter. Terwijl de vooruitgang in de armoedebestrijding vrijwel tot stilstand is gekomen, groeit het aantal miljardairs onverminderd door, met een steeds extremere concentratie van rijkdom. Volgens Oxfam is alleen al de groei van de vermogens van de rijkste 1% van deze wereld genoeg om de armoede wereldwijd vele malen uit te bannen. Deze wereld van extreme ongelijkheid, met in grote delen oplopende armoede, wordt daardoor alleen maar onveiliger en instabieler. Oorlogen leiden tot meer armoede en een stagnerende ontwikkeling, die weer nieuwe crises en conflicten creëren, met grote vluchtelingenstromen tot gevolg. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Wereldwijd is het aantal conflicten groter dan op enig moment sinds de Tweede Wereldoorlog. Volgens de nieuwste UNHCR-cijfers zijn er mondiaal 118 miljoen ontheemden. Dat is een verdubbeling in tien jaar tijd. Internationale solidariteit met arme landen is niet alleen een morele plicht, maar ook een kwestie van welbegrepen verlicht eigenbelang. Solidariteit is voor de SP een kernwaarde, zoals naastenliefde en barmhartigheid dat zijn voor de christelijke partijen. De SP ziet het belang van een stabielere, vreedzamere wereld en een leefbaardere planeet. Dat is een gedeeld belang van arm en rijk, van het Zuiden en van het Noorden.

Intussen geeft de wereld een recordbedrag uit aan defensie. Vorig jaar was dat 2.885 miljard dollar. Dit is een cijfer van het SIPRI. Dit kabinet gaat structureel 19 miljard euro extra aan defensie uitgeven. Onderzoek van onder andere het IMF laat zien dat geld uitgeven aan conflictpreventie enorm effectief en doelmatig is, misschien wel doelmatiger dan defensie-uitgaven. Kan de minister aangeven hoeveel Nederland via de BHOS-begroting uitgeeft aan conflictpreventie en hoe zich dat verhoudt tot het Defensiebudget?

Voorzitter. Ik gaf net al aan dat ik denk dat deze minister onze zorgen deelt. Toch verdedigt hij hier een PVV-begroting. Dat is een begroting die dit allemaal ontkent, die juist onderdeel is van een trend van afkalvende solidariteit, nationalisme, eigen volk eerst, angstige kortzichtigheid en een kille, botte bezuinigingspolitiek die niet alleen immoreel is, maar die ook onze eigen belangen schaadt. Deze begroting is een erfenis van het vorige, radicaal-rechtse kabinet, dat de bijl zette in het budget voor ontwikkelingssamenwerking, tijdelijk omgedoopt tot "ontwikkelingshulp", met een structurele bezuiniging van 2,4 miljard euro vanaf 2027. Dit kabinet draait daarvan slechts 257 miljoen euro structureel terug, nog niet eens een tiende. Erkent de minister dat het overgrote deel van deze monsterbezuiniging blijft staan? Kan hij uitleggen waarom dit kabinet deze historische bezuiniging vrijwel ongewijzigd laat?

Terwijl we straks 5% van ons nationaal inkomen aan defensie uitgeven, geven we nog geen 0,5% van ons bni uit aan ontwikkelingssamenwerking. Dit is het geval terwijl Nederland zich al decennia heeft gecommitteerd aan de OESO-norm van 0,7%. Meer dan een jaar geleden nam deze Kamer een door de ChristenUnie ingediende motie aan die het kabinet verzoekt de koppeling aan het bni op basis van die norm te herstellen. Het kabinet weigert tot op heden die motie uit te voeren, dus ook van mijn kant toch nog een keer de vraag: waarom? Wat is de politiek-inhoudelijke motivering? Op welke grond meent het kabinet de meerderheid van deze Kamer te kunnen negeren?

De regering spreekt van "een betekenisvolle stap" richting de 0,7%; het ging hier vanmorgen ook al over in verschillende interruptiedebatjes. De eigen cijfers laten echter zien dat het ODA-percentage stijgt van 0,44% naar slechts 0,47% in 2030, terwijl het ODA-budget voor 0,7% structureel met 3,7 miljard euro zou moeten stijgen. Hoe kan de minister hier nu spreken van "een betekenisvolle stap"? Wie houdt hij dan voor de gek? Met de inmiddels gesloten PRO-deal daarbij meegenomen — ik kom daar zo nog op terug — wil ik graag aan de minister vragen welk percentage van het bni in 2026 en in de vijf jaren daarna, dus tot en met 2031, aan ontwikkelingssamenwerking wordt uitgegeven. Graag een precies antwoord.

Voorzitter. Dan ga ik naar de vandaag al veel besproken "sigaar uit eigen doos"-deal. Laat ik meteen mijn ongemak schetsen. Deze deal staat niet op de agenda vandaag. Voor ons ligt de begroting van BHOS. De deal is niet met mijn fractie gesloten — anders was ik er uiteraard niet zo kritisch op — maar met de Tweede Kamerfractie van PRO. Toch wordt hij nu bij dit debat betrokken en hebben we er een brief over gekregen van de minister. Allereerst: wat vindt de minister van dit proces? Er is vandaag al meerdere malen gesproken over het proces. Zijn begroting lijkt dankzij deze deal op het laatste moment gered, maar een schoonheidsprijs verdient het proces wat ons betreft niet. En dan heb ik het alleen nog maar over het procedurele aspect.

Het is vooral de inhoud die enorm teleurstelt. Het is vandaag al uitgebreid gewisseld, dus ik hou het kort. Feit is dat dit een pure kasschuifoperatie is. Wat er nu bij komt, gaat er in latere jaren, vooral in 2031, weer vanaf. Per saldo levert dit over de hele periode niets op. "Wie dan leeft, wie dan zorgt", hoorde ik een collega-senator, die de deal steunt, in de krant zeggen. Welke garantie hebben we dat er dan ook wordt gezorgd en wordt geleverd? Geen enkele, is het korte antwoord. Kan de minister dat bevestigen?

Sterker nog, de afspraak is dat dat geld uit de BHOS-begroting zelf moet blijven komen. Coalitiepartner VVD is hier heel helder over: er komt geen cent bij. Als je het over de gehele kabinetsperiode bekijkt, gaat er dus geen euro extra naar ontwikkelingssamenwerking anders dan de intensivering die al gedaan was. Wat er nu bij komt, gaat er straks dus gewoon weer vanaf. Erkent de minister dat? De noden zullen straks niet kleiner zijn. Hoe gaat de minister hiermee om? Heeft hij hier al een plan voor? Waar gaat hij dan op bezuinigen? Welk deel van zijn beleid kan hij dan niet uitvoeren? Wat zal dat betekenen voor zijn opvolger?

De helft van het naar voren gehaalde geld gaat ook nog eens naar Oekraïne. Het gaat om 178 miljoen euro aan niet-militaire steun. Dit wordt gefinancierd door dit bedrag weg te halen uit de Oekraïnebudgetten van 2028 en 2029. Oekraïne verdient steunt. Ook mijn fractie heeft die mening, maar dit is niet waar het ontwikkelingsbudget voor bedoeld is. Bovendien is het niet duidelijk waar het overige naar voren gehaalde geld precies aan besteed gaat worden. Graag meer duidelijkheid hierover van de minister.

Voorzitter. U zult al wel begrepen hebben dat mijn fractie het onbegrijpelijk vindt dat PRO deze deal heeft gesloten. Wat deze deal extra moeilijk te verteren maakt, is dat er buiten PRO om tussen VVD en D66 ook nog een schaduwdeal is gesloten die ervoor zorgt dat de wat mijn fractie betreft foute wet om verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen, toch wordt ingediend. Het is tekenend voor dit kabinet. Er komt geen extra geld voor ontwikkelingssamenwerking, alleen maar geld uit de toekomst. Dankzij deze kasschuif lijkt de begroting van de minister het toch te gaan halen. In ruil voor deze nepconcessie van de VVD zitten we misschien straks opgescheept met een wet die op gespannen voet staat met de rechtsstaat. Was de minister van tevoren op de hoogte van deze schaduwdeal en is hij er expliciet mee akkoord gegaan?

Voorzitter. De wereld staat in brand. Geweld, armoede en honger teisteren vele gebieden. Talloze miljoenen zijn gevlucht of ontheemd. Ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp zullen geen onmiddellijk einde maken aan al dit leed, maar zijn wel hard nodig om de ergste noden te lenigen en mensen en landen weer perspectief te geven. Daarom kan mijn fractie geen genoegen nemen met deze PVV-begroting, met een kabinetsbeleid dat de draconische bezuinigingen van het kabinet-Schoof niet teniet doet en dat nu met de PRO-deal enkel wat geld naar voren haalt. Het is een begroting die de koppeling aan de OESO-norm op geen enkele manier herstelt, terwijl daarvoor in deze Kamer een meerderheid bestaat. Dit maakt het moeilijk verteerbaar voor mijn fractie. Dat zeg ik ook tegen de collega's aan de linkerzijde die deze begroting wel willen steunen.

Intussen kijk ik uit naar de beantwoording van de minister.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag tot slot het woord aan mevrouw Moonen van D66.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Moonen i (D66):

Voorzitter. Vorige week sprak ik hier in de Hall met Laura, Merlijn en Joyce, Nederlandse jongeren die zich inzetten voor een eerlijke, gezonde en veilige toekomst voor alle jongeren, voor de organisatie ONE. Ik denk dat een aantal anderen van jullie hen ook hebben ontmoet. Vol vuur vroegen ze mij om te zorgen dat Nederland blijft investeren in internationale samenwerking vanuit medemenselijkheid en solidariteit, én vanuit strategisch belang. Nederland is geen eiland. Onze veiligheid, gezondheid, welvaart en welzijn hangen af van veiligheid, gezondheid, welvaart en welzijn in de rest van de wereld. Deze jongeren hadden uitstekend hun huiswerk gedaan. Elke dollar die wordt geïnvesteerd in de internationale alliantie levert 50 dollar op door ziekte en overlijdens te voorkomen. Elke dollar — je kunt ook "euro" zeggen — die je gebruikt voor het voorkomen van een conflict kan wel tot 100 euro elders besparen op toekomstige uitgaven voor defensie, noodhulp en opvang van vluchtelingen en ontheemden. Elke euro die wordt uitgegeven aan ontwikkelingssamenwerking levert de Nederlandse economie het dubbele op aan extra export en banen. Ik heb hun manifest dus ondertekend, omdat ik achter hun werk en huiswerk stond.

Voorzitter. Collega's noemden het ook al. Het vorige kabinet heeft keihard bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking: 2,4 miljard. Dat is de erfenis — begin er maar aan — waarmee onze minister de Kamers in ging. Dat was het startpunt. Wij kijken iets anders aan tegen hetgeen dat vandaag voorligt. Wij zien dat, door wat hier gebeurt, dit jaar 430 miljoen extra euro's uitgegeven kunnen worden aan ontwikkelingssamenwerking. Dat is de 329 miljoen die ontstaat door de kasschuiven, wat een vrij gebruikelijk instrument is. Als ik kijk naar de begroting van Infrastructuur en Waterstaat, zie ik een permanente kasschuif van aanleg naar beheer en onderhoud. We doen er allemaal vrij bijzonder over, maar het is een heel veel voorkomend iets, waar de minister van Financiën altijd toestemming voor moet geven. Daarbij wil ik aangeven dat het wel belangrijk is — daar kom ik later op terug — dat je ook naar je structurele ritme kijkt, maar het doen van een kasschuif is niet zo heel bijzonder. Daarnaast is er 107 miljoen minder aan opvangkosten voor asiel. Opgeteld is dat 430 miljoen.

Dat geld gaat naar de plekken in de wereld waar de nood op dit moment het hoogst is. Het Wereldvoedselprogramma van de VN voorspelde in maart van dit jaar dat 45 miljoen mensen in acute honger komen door de blokkade van de Straat van Hormuz. Dit getal is een hele zware onderschatting, is inmiddels bekend. Het wordt nog veel erger. Dan hebben we het dus over noden van volwassenen en kinderen, en grote sterfte op veel plekken in de wereld. We kennen de situaties in Sudan, Congo, Oekraïne en Gaza. Maar het geldt ook voor andere plekken in de wereld. Dat is dus een verschrikkelijk vooruitzicht, ook vanuit menselijk medeleven en barmhartigheid.

De heer Schalk i (SGP):

Ik zou eigenlijk een verhelderingsvraag willen stellen over die 107 miljoen. Tot nu toe zaten we op 380 miljoen, maar er is ineens weer 107 miljoen bij gekomen. De vraag is natuurlijk: is dat geld inderdaad al beschikbaar of is dat wensgeld?

Mijn tweede vraag is de volgende. Ik ben het met mevrouw Moonen eens dat er heel vaak een kasschuif wordt gebruikt, maar dat is meestal op het moment dat je binnen een begroting ergens onderbesteding dreigt te hebben en dus geld overhoudt, terwijl je het ergens anders nodig hebt. Nu trekken we drie, vier, vijf jaar van tevoren geld uit, maar dat geld bestaat nog niet eens. Die kasschuif is in dit geval dus toch wel heel bijzonder. Dat vraag ik aan mevrouw Moonen.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik begrijp heel goed wat de heer Schalk betoogt. Het is inderdaad zo: je kunt bij Financiën meevallers wegstrepen tegen tegenvallers en onderuitputting wegstrepen tegen uitputting. Hier wordt inderdaad geld van verdere jaren in de toekomst naar voren gehaald. Maar — daar zal ik ook in mijn betoog op ingaan — ik zie wel een minister die echt vecht voor het belang van internationale samenwerking en een wereld die steeds onzekerder en onveiliger wordt. De minister moet straks zelf maar aangeven … Hij heeft de noden van nu opgelost met deze kasschuif, maar daar is het laatste woord nog niet over gezegd, want hij heeft ook zeker ambities voor de komende jaren. Ik ben het namelijk met veel sprekers eens — mevrouw Van Toorenburg sprak daar ook over — dat organisaties baat hebben bij iets meer langetermijnzekerheid dan dat ene jaar. Maar voor nu is dit wat voorligt.

Op uw eerste vraag, over die 107 miljoen: dat zijn de lagere opvangkosten voor asiel. Dat is eigenlijk een soort meevaller. Dan geef je minder uit dan je had begroot. Daar komt die 107 miljoen vandaan.

De heer Schalk (SGP):

Ik heb toch weer twee vragen. Is die 107 miljoen nu al vrijgevallen? Of is dat wensgeld, omdat we een minister van Asiel hebben die allerlei maatregelen neemt? Dat was de eerste vraag.

De tweede is: is mevrouw Moonen het met mij eens dat we dan in het wilde weg kunnen graaien uit de toekomst? Voor hetzelfde geld zeggen we: een bepaald ministerie hebben we over twintig jaar niet meer nodig, dus laten we dat geld maar alvast gaan gebruiken.

Mevrouw Moonen (D66):

Laat ik eerst op de eerste vraag ingaan. Zoals ik het zie, is dat geen wensgeld. Die 107 miljoen komt echt uit asielopvangkosten die lager uitvallen. Dat is dus geen wensgeld, maar een feitelijkheid.

De tweede vraag van de heer Schalk. Ik zou het woord "graaien" niet willen gebruiken. Hier worden kasschuiven voorgesteld om die enorm grote noden in de wereld te verlichten. Die noden en dat vooruitzicht zijn verschrikkelijk. Veel sprekers hebben dat ook betoogd. Voor mij is het ook geen abstractheid. Ik kom zelf uit een familie waarvan de helft bestaat uit artsen die wereldwijd werken. De generatie daarboven bestond vooral uit missionarissen en zusters die naar de armste plekken in de wereld gingen. Dan heb ik het over plekken als Mali, eilanden in Indonesië, Brazilië … Ik heb een deel van mijn leven besteed aan het opzoeken van deze mensen. Ik heb gewerkt in een ziekenhuis in Mali. Als je daar werkt en dat ziet, dan ben je levens aan het redden. Dan kijk je wel anders naar deze bedragen. Dan begrijp je beter de nood in het nu. We kunnen allemaal wel zeggen "het zijn kasschuiven", maar ik zie gezinnen en kinderen voor me die, als er niet wordt ingegrepen, overlijden in het nu. Dat vind ik een hele sterke motivatie van deze minister en deze regering om de barmhartigheid in het nu te zetten. Die nood is nu hoog en die moet nu worden geledigd, want anders sterven er miljoenen mensen. Daar gaat dit debat over.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Waar we het in ieder geval over eens zijn, is dat het over mensen gaat. Ik heb diep respect voor mensen die als arts of als missionaris of wat dan ook waar ook ter wereld zitten. Daar zijn we het natuurlijk meteen over eens. Waar het wel over gaat, is dat barmhartigheid niet stopt op het moment dat je zegt: we hebben nu een probleem opgelost. Je mag namelijk ook kijken naar de langjarige barmhartigheid. Die komt onder druk te staan op het moment dat we straks eigenlijk nog 2 miljard moeten bijplussen plus deze 380 miljoen. Volgend jaar gaan we nog een keer voor de bijl.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik begrijp wat de heer Schalk zegt. Ik reageer op wat nu voorligt. We bespreken de begroting die vandaag voorligt. Zo werkt het in deze Kamer; je bespreekt de wet die voorligt. Maar voor de volgende jaren hoor ik heel goed wat de heer Van Schalk zegt. Mevrouw Van Toorenburg had het daar ook over. Zij hebben natuurlijk gelijk. Mevrouw Karimi had het daar ook over. Uiteindelijk moet je wat langetermijnzekerheid hebben. Voor iedere volgende begroting zal geknokt moeten worden, in de boezem van de regering, denk ik inderdaad. Maar ik zie ook een minister die daarvoor gaat. In die zin ben ik dus hoopvoller voor volgende jaren, ook gelet op wat hierover in het coalitieakkoord staat. Daarin staat ook echt: we zetten stevig in op ontwikkelingssamenwerking en we willen stappen zetten richting de internationale OESO-norm. Dat heeft de coalitie afgesproken. Dat heeft hier nog heel weinig aandacht gekregen vandaag, maar zo'n akkoord staat natuurlijk wel ergens voor. Daar hebben de partijen hun handtekening onder gezet. Het sluit ook zeer aan op het verkiezingsprogramma van D66. Denk ook aan het betoog van mijn collega Fatimazhra Belhirch, die we natuurlijk zeer respecteren. De lijn is in die zin bij ons niet anders geworden.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Collega Moonen begon haar betoog door te verwijzen naar de megabezuiniging die er stond in het vorige kabinet, het kabinet met de PVV-minister. Dat was een bezuiniging van 2,4 miljard, waar D66 — het is al eerder gememoreerd in deze Kamer — erg fel tegen was. Nu zegt collega Moonen: deze minister zet zich hard in voor internationale samenwerking, waaronder ook ontwikkelingssamenwerking. Ik denk dat je dan toch ook boter bij de vis moet doen. Mijn vraag is: hoeveel van de 2,4 miljard bezuiniging structureel staat nog steeds in de boeken met het huidige kabinet, met deze minister die zich er zo hard voor inzet?

Mevrouw Moonen (D66):

Zeker. In ieder geval komt er vanaf volgend jaar 257 miljoen structureel bij — dat is dus ieder jaar — voor humanitaire hulp, klimaat, onderwijs, vrouwenrechten en het maatschappelijk middenveld. Dat is nu al duidelijk. Dan kunt u inderdaad betogen dat dat niet het gat van die 2,4 miljard dichten is. Ik kan namelijk zelf ook rekenen. Maar we zullen zien. We bespreken vandaag wat er nu voorligt, de wet die nu voorligt. We zullen volgend jaar de wet bespreken die dán voorligt. Gelet op het coalitieakkoord en op de inspanning die de regering zich dus getroost, ben ik hoopvoller. Dat is wat ik erover kan zeggen.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Collega Moonen zegt het zelf al: 257 miljoen. We kunnen inderdaad allebei rekenen. Dat is dus 10%. Dus 90% van die structurele bezuiniging blijft gewoon overeind.

Mevrouw Moonen (D66):

Eigenlijk weten we dat niet. We hebben het namelijk vandaag over de begroting die vandaag voorligt.

De voorzitter:

Mevrouw Moonen, de heer Van Apeldoorn was nog niet klaar. Ik wil u toch echt vragen om wat korter te vragen en korter te antwoorden.

Mevrouw Moonen (D66):

Voorzitter, we bespreken vandaag …

De voorzitter:

De heer van Apeldoorn was nog niet klaar met zijn vraag.

Mevrouw Moonen (D66):

Gaat uw gang.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik wil daar misschien nog één zin aan toevoegen, omdat ik mevrouw Moonen steeds hoor zeggen dat er significante stappen worden gezet. Maar mevrouw Moonen erkent dus nu zelf ook dat het grootste gedeelte, het overgrote deel van die bezuiniging gewoon blijft staan. Dus 257 miljoen van 2,4 miljard is het verschil. Nou, dat kunnen we allebei uitrekenen. Mevrouw Moonen verwijst naar het coalitieakkoord, maar die 257 miljoen komt voort uit het coalitieakkoord. Dat is de vertaling van die inzet op ontwikkelingssamenwerking. Dus wil mevrouw Moonen dan het coalitieakkoord openbreken?

Mevrouw Moonen (D66):

Ik citeerde een zin uit het akkoord. De zin luidt en die citeer ik: "We investeren in ontwikkelingssamenwerking en zetten daarmee een stap richting de internationale OESO-norm." Dat is de ambitie van de regering. Daar staat niet "eenmalig". Daar staat niet dat we dat … "een stap". Dat is wat er staat. Daar hebben de partijen hun handtekening onder gezet. Wij als Kamer zullen proberen om hen te houden aan wat daar staat.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Apeldoorn.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik heb het coalitieakkoord ook gelezen, dus ik weet wat daarin staat. Maar het gaat natuurlijk om de financiële vertaling daarvan. Uit de beantwoording van de minister van onze vragen in de eerste en tweede ronde blijkt dat de stap die wordt gezet, een stap is van 0,44% van het bni naar 0,47% van het bni. Dat is een hele kleine stap. Mevrouw Moonen en de minister kunnen die "betekenisvol" noemen, maar dat is nog heel erg ver weg van die 0,7%. Dat is gewoon hoe het eruitziet voor de komende jaren in deze kabinetsperiode. We gaan dus nog lang niet richting die 0,7%. Deze "betekenisvolle stap" is een stapje van 0,03%.

De heer Hartog i (Volt):

Mevrouw Moonen heeft het over hoop, maar ik denk dat er ook de angst is dat er volgend jaar met steun van D66 en de partijen die ontwikkelingshulp niet zo belangrijk vinden een begroting wordt aangenomen met heel veel bezuinigingen. Dat is mijn angst. Daarom zijn wij vandaag ook tegen deze begroting.

Maar mijn vraag gaat over de kasschuif. Ik hoorde een heel verhaal over dat dit ook bij bruggen gebeurt. Ja, bij bruggen kun je het inderdaad niet altijd precies plannen. Ik heb een concrete vraag: welke ramp van 2031, die oorspronkelijk in 2031 was gepland, heeft dit jaar plaatsgevonden of gaat dit jaar plaatsvinden?

Mevrouw Moonen (D66):

Wat zei u als eerste? Welke ramp? Wat zei u? Ik verstond u niet goed.

De heer Hartog (Volt):

In de oorspronkelijke begroting was ook noodhulp gepland. Daar zitten rampen in. Het project "ramp" is nu van 2031 naar 2026 verschoven. Ik vraag aan mevrouw Moonen over welke ramp dat gaat.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik heb het woord "ramp" niet gebruikt, maar uw collega's hebben al aan de minister gevraagd wat de kasschuif betekent voor de komende jaren. Ik wacht de antwoorden van de minister af. Die vraag is al gesteld door de collega's.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Moonen (D66):

Ik moet even kijken waar ik was gebleven. Ik heb al hele stukken gedaan.

Door internationale handel en samenwerking blijft Nederland bruggen bouwen in de wereld, worden partnerschappen versterkt en willen we ons profileren als een betrouwbare partner, die actief bijdraagt aan een veiligere wereld, stabiliteit en welvaart.

Voorzitter. Mijn fractie kijkt positiever naar de brief van 4 juni 2026, omdat de oppositie en coalitie een manier hebben gevonden om geld in het nu te vinden, gelet op de noden van nu.

Ik kom helemaal aan het einde. Wij spreken de verwachting uit dat deze begroting een nieuwe standaard zet voor de komende jaren en dat het kabinet, de oppositie en de coalitie er samen voor zullen zorgen dat er structureel meer geld beschikbaar komt. Bovenal hoop ik namens de fractie van D66 dat de hulp de mensen snel zal bereiken, daar waar het nodig is, om mensenlevens te redden.

De voorzitter:

Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering tot 17.00 uur.

De vergadering wordt van 16.29 uur tot 16.59 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het antwoord van de regering in de eerste termijn. Ik geef het woord aan de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Ik geef hem het woord.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Sjoerdsma i:

Voorzitter, dank. Uiteraard ook een woord van dank van mij aan deze Kamer voor haar betrokkenheid bij deze begroting maar ook bij de wereld om ons heen en voor de gestelde vragen.

Om te beginnen: waar gaat deze begroting eigenlijk over? Nederland is een groot land, omdat wij ons actief engageren met diplomatie, defensie, handel, ontwikkelingssamenwerking en Europese samenwerking. Dat doen we vanuit idealen en dat doen we vanuit welbegrepen eigenbelang. We zijn ook een klein land, want we zijn kwetsbaar voor wat er in de wereld gebeurt en afhankelijk van internationale samenwerking voor onze veiligheid, welvaart en vrijheden. Ik zou durven zeggen dat mijn begroting die grootheid en die kleinheid weerspiegelt. Ja, sommigen van u hebben gezegd: dit is niet de begroting van dit kabinet, maar ze is opgesteld door het vorige kabinet. Dat is waar, maar het is ook een begroting die toch weerspiegelt dat wij grote belangen hebben in de wereld en dat wij opkomen voor mensen in nood.

Laten we niet vergeten dat Nederland hiermee ook de afgelopen jaren internationaal gezien wordt. Dat is van belang, want de wereld is verre van stabiel. Velen van u hebben dat ook aangegeven. Er zijn meer interstatelijke conflicten. Wereldwijd moeten grote aantallen mensen vluchten van huis en haard. Handelstarieven lijken van dag tot dag te veranderen. Onze banen en vrijheden staan daarmee onder druk. Het geopolitieke krachtenveld verandert razendsnel. Ook klimaatverandering eist tegenwoordig haar tol. In deze wereld is het niet verbazingwekkend dat burgers onzekerder worden. Het is onze taak, de taak van de overheid, om hun daar waar dat nodig is en waar dat kan bescherming te bieden. Wat er gebeurt bij de Straat van Hormuz laat ook zien hoe urgent dat is. Het raakt mensen hier in Nederland in de portemonnee. Het zet de wereld op spanning, maar het maakt ons ook onzeker over alles waar wij van afhankelijk zijn. Dan heb ik het nog niet over de mensen in het Globale Zuiden.

Voorzitter. Daar gaat het over bij mij in deze begroting vandaag: onze burgers bescherming bieden en burgers elders bescherming bieden met buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Ik ben ook blij met deze begrotingsbehandeling vandaag zodat ik dat uitgebreid kan toelichten. Ik zou willen beginnen, voordat ik bij de befaamde blokjes kom, met kort stil te staan bij datgene wat er in de Tweede Kamer recent is gewisseld over de suppletoire begroting. Dat wil ik netjes hier uiteenzetten, zodat dat in aanvulling op de brieven die u ook hebt ontvangen, natuurlijk in kopij, helder is.

Misschien allereerst de suppletoire begroting zoals die vanuit het kabinet is verstuurd. Er is 108 miljoen euro toegevoegd aan de begroting van dit jaar uit het verdeelartikel. Die 108 miljoen gaat onder andere naar programma's om klimaatverandering tegen te gaan, naar vrouwenrechten en naar programma's op het gebied van handel, in het bijzonder in grondstoffen, kritieke grondstoffen. Het gaat ook naar programma's op het gebied van veiligheid en democratie.

Daarnaast is er dankzij de afspraken met de oppositiepartij PRO — in de Tweede Kamer; hier heet die kennelijk nog steeds GroenLinks-Partij van de Arbeid, zo begreep ik net uit het debat — netto 328 miljoen euro toegevoegd aan deze begroting. Dat bedrag komt uit '28/'29. Dat zijn Oekraïnegelden die naar voren zijn gehaald. Ook is er 202 miljoen naar voren gehaald uit 2031, het jaar na deze kabinetsperiode. Voor de duidelijkheid: wat gebeurt er met dat geld? De facto — dat is ook gezegd door de vertegenwoordiger van GroenLinks-PvdA hier vandaag — betekent dat dat de omvang van de begroting is hersteld alsof de koppeling met 0,7 nooit is losgelaten. Ik zeg daarbij: dat is incidenteel voor dit jaar, 2026, en niet structureel. Dat is ook correct weergegeven in deze Kamer. Dat is één.

Twee. Waar gaat die afspraak eigenlijk over? Ik vond dat dat door enkelen van u zeer treffend werd gezegd. Die gaat over de grootste crisis waar Nederland zich nu in de wereld voor gesteld ziet. Die gaat over Oekraïne, onze bondgenoot, die het momentum heeft tegen Rusland en die onze steun ook richting de aankomende winter ontzettend hard nodig heeft. Die 178 miljoen euro aan Oekraïnesteun, niet militaire steun, die wij naar voren halen, is ontzettend belangrijk. Die wordt ook ontzettend gewaardeerd door onze Oekraïense bondgenoten.

Daarnaast gaat er 100 miljoen euro naar noodhulp. De noden van deze wereld zijn ook door velen van u terecht aangehaald. De vertegenwoordiger van de VVD hamerde erop, maar ook anderen. Die noden zijn ontzettend groot. Ik sprak de afgelopen weken met de bazen, de chefs, van de grootste hulporganisaties op deze wereld. Zij zeiden mij allemaal unisono: "We zitten in een perfect storm. Nog nooit was het aantal vluchtelingen of ontheemden zo groot. Nog nooit was de hoeveelheid hulp zo laag. Nog nooit hadden wij zulke zorgen." Met andere woorden, de noodhulp die hier is toegevoegd, is dus inderdaad van cruciaal belang.

Daarnaast is 50 miljoen uitgetrokken voor opvang in de regio. Dat gaat met name naar Libanon. Dat is een land dat al heel veel Syrische vluchtelingen opvangt, maar nu te maken heeft met ongeveer 1 miljoen ontheemden die gevlucht zijn uit het zuiden. Dat gaat over het opvangen van de allerkwetsbaarsten. Het gaat ook over het voorkomen van grote migratiestromen. Daarnaast is er 25 miljoen euro voor wederopbouw in Syrië, onder andere bedoeld om vrijwillige terugkeer te bevorderen, en 27 miljoen euro — dat is ook door enkelen van u genoemd — om bijvoorbeeld infectiebrandhaarden zoals ebola in de DRC en Oeganda te bestrijden.

Met andere woorden, essentieel aan deze afspraak is dat het Nederland in staat stelt om in tijden van hele grote nood iets te doen voor mensen elders, maar tegelijkertijd ook voor onze mensen. Dat zou ik willen herhalen in deze introductie: deze begroting ziet op solidariteit, maar ook op eigenbelang. Daarmee hoop ik de wat meer progressieve partijen en de wat meer conservatieve partijen in deze Kamer te kunnen verbinden met de doelen van deze begroting.

Ik moet ook zeggen — dat zal ik hier herhalen; dat heb ik ook in de Tweede Kamer gedaan — dat ik GroenLinks-Partij van de Arbeid erkentelijk ben voor het willen maken van deze afspraken. De vertegenwoordigster van JA21 zei: u heeft daarover gezegd dat u het een fantastisch voorbeeld vond. Dat sloeg niet op mijzelf. Dat sloeg op de houding van deze oppositiepartij, die bereid was om in deze tijd niet de politieke positie centraal te stellen, maar de positie in de wereld en de noden, met wat daarvoor nodig is. Die oppositiepartij was bereid om een compromis te sluiten met het kabinet. Ik weet dat het niet het compromis is dat die partij volledig voor ogen had, maar toch zette zij op deze manier een stap naar voren. Dat is één.

Twee. Enkelen van u hebben ook gevraagd hoe ik naar het proces kijk. Ik heb daar ook in de Tweede Kamer bij stilgestaan. Ik deed dat plenair, maar ook in een commissiedebat. Daar heb ik gezegd, en dat zeg ik nu ook tegen de vertegenwoordigster van JA21, dat ik in dat proces zelf fouten heb gemaakt. Daar sta ik ook voor. Niet alles is gegaan zoals ik dat graag had gezien. Daar kan ik van alles over zeggen. Dat heb ik ook in de Tweede Kamer gedaan. Wat ik zelf heel mooi vond en waar ik ook dankbaar voor ben, is de bereidheid van onder anderen de fractievoorzitter van JA21 in de Tweede Kamer, die zei: daar staat een streep onder en we moeten uiteindelijk ook door. Dat vind ik belangrijk vandaag. Dat "doorgaan" gaat over deze begroting. Het gaat niet over mij. Het gaat over de voorliggende begroting.

Dan kom ik bij uw vragen. Bij de beantwoording van de vragen houd ik de volgende kopjes aan: meer algemene vragen, vragen over de begroting en het bni, vragen over beleidsthema's, vragen over UNRWA en daarna vragen over handel. Ik sluit niet uit dat er nog een kopje overig is. Dat heeft dan niet zo veel te maken met de waarde die ik aan uw vragen hecht, maar dat komt doordat ik simpelweg geen kopje daarbij kon bedenken.

Het is toch goed om te zeggen dat de begroting die voor u ligt zeer omvangrijk is. Het is nog steeds meer dan 0,5%. We zijn nog steeds een van de grootste donoren wereldwijd. Ik begrijp goed wat er gezegd is over de bezuinigingen van het vorige kabinet. Tegelijkertijd is het ook een begroting waar ik volledig achter kan staan, gelet op wat hier nu gebeurt. Een aantal van u — dat was volgens mij ook de vertegenwoordiger van de SGP, als ik het wel heb — heeft gevraagd wat er gebeurt als de begroting wordt weggestemd, met de impliciete veronderstelling dat we dan terugvallen op de begroting van vorig jaar. Dat is niet het geval. Het is goed om te beseffen dat het kabinet dan onverwijld een nieuwe begroting moet maken, die eerst door de Tweede Kamer en dan door de Eerste Kamer zal moeten gaan. Het is ook goed om te beseffen dat alle uitgaven die gepland staan dan onrechtmatig worden en dat dat gevolgen heeft voor nieuwe verplichtingen die in deze begroting vervat zijn. Dat zijn er toch een paar, en die zou ik graag even benoemen.

Een half miljard voor het maatschappelijk middenveld, ongeveer 200 miljoen voor het bedrijfsleven en nog enkele bedragen op het gebied van noodhulp kunnen dan geen doorgang vinden. Dat betekent simpelweg dat die uitgaven niet gedaan kunnen worden. Dat zijn serieuze gevolgen, ook voor de echte wereld, ook als het mij wel zou lukken. In alle eerlijkheid: ik weet niet of het mij zou lukken om in enkele weken voor het zomerreces een nieuwe begroting te maken en daarover overeenstemming te bereiken met de Eerste en Tweede Kamer. Dat is geen sinecure. We zijn nu in juni bij u in de Eerste Kamer. Dat heeft ook een serieuze hoeveelheid tijd gekost.

Voorzitter. Dan zou ik graag willen beginnen met de beantwoording van het kopje met de meer algemene vragen.

De voorzitter:

U heeft eerst een vraag van de heer Van Apeldoorn.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

De minister waarschuwt voor de gevolgen als wij deze begroting hier niet aannemen. Dat begrijp ik vanuit zijn positie wel, maar ik hecht er toch aan om vanuit de positie van de Eerste Kamer te benadrukken dat het aan het kabinet is om ervoor te zorgen dat er een begroting ligt die op steun van deze Kamer kan rekenen. Het lijkt er nu op dat die steun er is. Wat mijn fractie betreft zou die steun er niet moeten zijn. Maar wat betreft de gevolgen: als wij de begroting hier wel zouden verwerpen, is dat niet alleen de verantwoordelijkheid van deze Kamer, maar ook van het kabinet. Als u dan met een beter voorstel was gekomen, had mijn fractie deze begroting mogelijk ook gesteund. Ik hecht er toch waarde aan om dat even te zeggen voordat u zo'n waarschuwing afgeeft. Ik zag collega Karimi ook knikken. Wij hebben hier onze eigen positie en wij moeten afwegen of wij achter deze begroting kunnen staan en of deze doet wat zij zou moeten doen. Dat is uiteindelijk de afweging die wij hier in deze Kamer maken.

Minister Sjoerdsma:

Daar hebt u volledig gelijk in. Ik heb enkel antwoord willen geven op de vraag die mij gesteld werd: wat gebeurt er als de begroting zou worden weggestemd? U hebt er gelijk in dat het aan het kabinet, en in dit geval aan mij als minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, is om u als Kamer, of u als SP-fractie, te overtuigen om daarvoor te stemmen. Als mij dat niet lukt, dan is het ook aan mij om die gevolgen te dragen, maar desgevraagd heb ik wel willen schetsen wat die gevolgen zijn.

De heer Hartog i (Volt):

Ik dank de minister voor dit antwoord, maar hij creëert toch weer dat Armageddongevoel dat ik eerder heb beschreven en dat er gewoon niet is. Ik heb de begroting bekeken. Een begroting is de meest simpele wet die er bestaat; het zijn twee A4'tjes. Het is niet zo heel moeilijk. De minister kan gewoon een nieuw A4'tje indienen waar wij akkoord over gaan. De memorie van toelichting kan ook later komen. De vraag was niet of het moeilijk was of een sinecure, maar gewoon wanneer het zou kunnen.

Minister Sjoerdsma:

Ook dat durf ik simpelweg niet te voorspellen. Als ik kijk naar de opgaven die er zijn en de programma's die wel of niet gesteund worden, is het geen sinecure om te komen tot een begroting die hele brede steun geniet. Misschien is het voor mijn ambtenaren "makkelijk" om een nieuwe begroting op te stellen, maar het ingewikkelde zit 'm in het vinden van een meerderheid voor hetgeen er wordt voorgesteld. Ik kan daar van alles over zeggen en mocht het zich voordoen — ik zal er niet op vooruitlopen — dan gaan we er alles aan doen om dat zo snel mogelijk te doen. Ik weet ook dat mijn ambtenaren daar zeer gecommitteerd aan zijn. Ik hoop dat het niet zover komt en dat ik uw Kamer kan overtuigen om deze begroting aan te nemen, gelet op de afspraken en de aanvullende afspraken die we hebben kunnen maken, onder andere met GroenLinks-Partij van de Arbeid. Maar ik durf niet te stellen dat het heel makkelijk zou zijn.

De heer Hartog (Volt):

Dit is de laatste, voorzitter. Hoor ik de minister dan goed dat het geen probleem is voor de wetstechniek, dus dat de wet vrij snel aangepast kan worden, maar dat het een probleem zou worden voor de politieke dynamiek?

Minister Sjoerdsma:

Dat hangt met elkaar samen. Ik ken mijn ambtenaren als buitengewoon deskundig en bekwaam. Zij zullen in staat zijn politieke dynamieken heel snel te vertalen in wetstechniek. Daar ben ik van overtuigd. Maar dan moet er in de politiek wel overeenstemming zijn over welke kant het op gaat. Die overeenstemming proef ik nu vandaag, mede dankzij de inzet van de partijen GroenLinks-Partij van de Arbeid en wellicht ook andere. Ik hoop dus dat we die kant niet op hoeven. Dat zou mijn stellige hoop zijn, toch ook gelet op de gevolgen die er zijn, zonder dat ik dat als een Armageddon wil schetsen. Ik snap goed wat u daar zegt, maar ik wil u ook wel schetsen dat dit echt wel de gevolgen zijn die zullen plaatsvinden bij verwerving.

De voorzitter:

U vervolgt uw betoog. Ik heb drie blokjes opgeschreven, of heb ik dat …

Minister Sjoerdsma:

Ik heb er, in alle eerlijkheid, vijf: algemeen, begroting, beleidsthema's, UNRWA en dan handel.

De voorzitter:

De vijfde?

Minister Sjoerdsma:

Handel. Ik zal mijn best doen om in elk blokje zo goed als mogelijk de door de Kamer gestelde vragen te beantwoorden. Mochten er vragen ontbreken, laat het dan alstublieft weten.

Een vraag van mevrouw Karimi. Ze vraagt of de minister de opvatting deelt dat we internationaal weer een voortrekkersrol zouden moeten vervullen. Het antwoord daarop is ja. Wij vinden dat dat zou moeten. Dat is ook waarom dit kabinet een stap vooruit zet. Nederland blijft in de voorhoede van ODA-donoren. Internationaal zijn we het vijfde land voor wat betreft het percentage ODA in relatie tot ons nationaal inkomen. In volume zijn wij het zesde, en dat is echt fors. Ik ben geen lijstjesfetisjist maar dat is wel echt iets waar je niet zomaar van af kan stappen. Ik vind ook dat dat verantwoordelijkheid geeft. In tijden waarin anderen bezuinigen en wij een stapje vooruit doen, moeten wij ook bevorderen dat anderen meer gaan doen, en helpen dat de agenda na 2030 gevormd wordt; laat ik het zo zeggen. Ik vind echter ook dat we moeten nadenken over hoe we het doen. Daarin merk ik dat in tijden waarin door afnemende hulp de Sustainable Development Goals buiten bereik lijken, waarin ook het Globale Zuiden snakt naar andere verhoudingen, wij ook een andere visie moeten hebben over hoe ontwikkelingssamenwerking werkt. Dat is een van de redenen waarom ik de AIV heb gevraagd om nu met een onafhankelijke visie te komen op hoe het eruit moet zien.

Mevrouw Huizinga-Heringa van de ChristenUnie vroeg of die strategische inzet van ontwikkelingssamenwerking nu uitsluitend sluitstuk van buitenlandse handel is — zo parafraseer ik haar vraag — of dat het ook iets is waar meer solidariteit uit spreekt, waar ook contact van mens tot mens uit spreekt. Daar wil ik een paar dingen over zeggen. Voor het eerst in heel veel jaar hebben de ministers van Buitenlandse Zaken, de heer Berendsen en ikzelf, een gezamenlijke beleidsbrief gestuurd. We hebben daar heel bewust voor gekozen omdat wij willen kiezen voor een geïntegreerd buitenlandbeleid waarin we onze belangen heel goed behartigen en waarin we ook goed kunnen inspelen op de veranderende wereld om ons heen. Daarmee zoeken we strategische samenwerking — dat is de strategie — met andere landen op basis van wederzijdse belangen. Daar zetten we diplomatie, handel en ontwikkelingssamenwerking en defensie voor in. In die zin is ontwikkelingssamenwerking een onderdeel van het buitenlandbeleid, maar het heeft ook — dat zou ik hier willen benadrukken — een eigenstandige doelstelling: bijdragen aan sociaal-economische ontwikkelingen in het mondiale Zuiden en aan mensen in nood, conform ook de ODA-definitie. Daarmee zullen we ook bijdragen aan welvaart en stabiliteit. Voor noodhulp betekent dat natuurlijk specifiek: bijdragen daar waar de noden het hoogst zijn.

Voorzitter. Mevrouw Karimi van GroenLinks-PvdA vroeg — dat was ook een goede vraag — ook naar de ambitie van het kabinet op het thema noodhulp. Ik stelde net in mijn inleiding dat de noden nog nooit zo hoog waren. Sommigen stellen dat de wereld in brand staat, op sommige plekken letterlijk en figuurlijk, en dat noodhulp cruciaal zal zijn om de komende jaren hier iets aan te doen, ook al weten we dat het altijd te weinig zal zijn. Het kabinet wil dus ook het budget voor noodhulp op peil houden om ervoor te zorgen dat Nederland zijn steen zal blijven bijdragen. Daarbij geldt altijd dat wij ervoor kiezen om onze gelden in te zetten via organisaties, of dat nou VN-organisaties zijn, de Dutch Relief Alliance-organisaties — dat zijn Nederlandse organisaties die echt van wereldklasse zijn — of bijvoorbeeld het Rode Kruis, maar dat zij vervolgens bepalen waar het geld wordt uitgegeven, want zij zijn op de beste plek om er daadwerkelijk iets mee te doen.

De heer Hartog van Volt vroeg hoe deze minister ervoor gaat zorgen dat de kwaliteit van de ontwikkelingssamenwerking op peil blijft, en niet enkel de kwantiteit. Daarvoor is het denk ik van belang om een aantal dingen te stellen. Eén. De partners met wie mijn ministerie, dit kabinet, werkt, zijn partners met wie we over het algemeen langjarig samenwerken, nationaal en internationaal. Dat zijn uitvoeringspartners zoals internationaal de ngo's, de VN of de Wereldbank, maar ook kennisplatforms, die ik hier ook niet onbenoemd wil laten. Als je kijkt naar de formulering en de uitvoering van het beleid, is ontwikkelingssamenwerking denk ik een van de meest geëvolueerde sectoren in Nederland. Sterker nog, volgens mij zei de Rekenkamer laatst met enig gevoel voor ironie: we weten straks beter hoe we ons belastinggeld in het buitenland uitgeven dan hoe we het in het binnenland uitgeven. Ik onderstreep dat, omdat ik het altijd terecht vind als mensen zeggen zorgen te hebben over hoe hun geld, het belastinggeld, wordt uitgegeven. Tegelijkertijd, als je naar die evaluaties kijkt, zie je vaak dat Nederlands ontwikkelingsgeld echt effectief wordt uitgegeven. Natuurlijk, ook dan gaat er wel eens iets fout en dan moeten we optreden.

Voorzitter. Het lid Visseren-Hamakers stelde dat de huidige mondiale instabiliteit, conflicten en klimaatverandering juist vragen om meer investering in ontwikkelingssamenwerking in plaats van minder. Daarvan zou ik graag willen zeggen dat het kabinet die opvatting deelt. De huidige mondiale instabiliteit, conflicten en klimaatverandering vragen om meer investering. Daarom kiezen we ervoor om conform het coalitieakkoord 257 miljoen structureel te investeren in ontwikkelingssamenwerking, beginnend volgend jaar.

Hetzelfde lid vroeg mij, terecht, om te reflecteren op de constatering dat vooral lage-inkomenslanden en fragiele staten worden getroffen door de mondiale bezuinigingen. Dat klopt. Je ziet dat dit echt neerslaat bij de lage-inkomenslanden, niet alleen door de bezuinigingen die we in de Verenigde Staten zien, maar ook door onze Europese partners die een stap achteruitzetten. Dat wordt deels opgevangen door de toenemende multilaterale hulp richting die landen, onder andere van de Wereldbank. Maar helaas daalt ook de totale multilaterale hulp dit jaar. We zullen moeten kijken hoe dat in 2026 neerslaat, maar het is evident dat de zorgen die zij heeft door het kabinet worden gedeeld. Ze kunnen echter niet enkel door Nederland worden opgelost. Dat was het blokje algemeen.

Dan kom ik bij het blokje begroting. Mevrouw Karimi vroeg waar de extra middelen aan worden besteed. Dat heb ik uiteengezet in mijn inleiding. Als daarover nog aanvullende vragen volgen, ben ik uiteraard bereid daar nader op in te gaan.

Mevrouw Karimi i (GL-PvdA):

Mijn vraag richtte zich ook op de bewering van de VVD dat het geld voor de terugkeerhubs bedoeld zou zijn. In de Tweede Kamer heeft u dit tegengesproken. Dat is één vraag. Dan mijn tweede vraag. Op welke manier gaat het geld van de begroting gebruikt worden in relatie tot de Terugkeerverordening, de migratieafspraken met herkomstlanden of derde landen?

Minister Sjoerdsma:

Ik kan niet voor de VVD spreken, dus dat zal ik ook niet proberen. Mijn afdronk van het debat in de Tweede Kamer over deze afspraken is wel dat daar alle coalitiepartijen gecommitteerd waren aan hetgeen ik destijds heb gezegd: voor 2026 geldt dat geen geld vanuit deze begroting of vanuit deze afspraken naar terugkeerhubs zal gaan, omdat er geen terugkeerhubs zijn. De minister van Asiel en Migratie is druk en zeer intensief bezig om te kijken of dat met enkele Europese partners toch voor elkaar kan worden gebokst. Zoals u allemaal begrijpt, is dat niet alleen een politiek gevoelig proces, maar ook een ingewikkeld proces. Als het hem lukt zijn ambities waar te maken, hoop ik daar eind dit jaar meer van te horen. Dat zou kunnen betekenen dat in 2027 wel steun uit deze begroting daarvoor zal plaatsvinden. Vergelijkbaar met wat we ook in andere landen hebben gezien, moet u dan denken aan zaken als "opvang in de regio"-achtige programma's. Dit zijn aanpalende programma's die altijd uitgaan van twee zaken. Een. Vraaggestuurd vanuit de ontwikkeling van deze landen. Twee. Altijd voldoend aan de OESO-DAC-definitie, want op een andere manier kan ODA-geld simpelweg niet gebruikt worden.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Dan is eigenlijk mijn volgende vraag: waarom zou je dat willen doen, terwijl bijvoorbeeld de UNHCR al opvang in de regio verzorgt, waar het grootste deel van de vluchtelingen buiten Europa verblijft en waar ongelooflijk veel behoefte is aan geld? Waarom zou je dat geld daar niet aan geven, maar doorschuiven naar bijvoorbeeld terugkeerhubs? Wat zou dan de logica zijn?

Minister Sjoerdsma:

Voorzitter. Ik wil er in alle eerlijkheid ook niet al te zeer op vooruitlopen, omdat het op dit moment onduidelijk is hoe een en ander eruit zal zien. Er zijn op dit moment geen terugkeerhubs. Ik verwacht ook niet meteen dat er in de wereld een heel grote hoeveelheid terugkeerhubs zal zijn, gelet op de gevoeligheden daaromheen. Maar ik wil mevrouw Karimi wel zeggen dat opvang in de regio natuurlijk cruciaal is en dat ook het kabinet daarin zeer investeert. Ik weet uit eigen ervaring — dat merkte ik onlangs weer tijdens mijn bezoek aan Egypte — dat investeringen in opvangprogramma's ook een positie geven om te praten over de gezamenlijke verantwoordelijkheid die wij hebben om mensen een menswaardig bestaan en opvang te bieden, altijd gekoppeld aan de randvoorwaarden van het internationaal recht en de mensenrechten.

Voorzitter. Velen van u hebben gevraagd naar de koppeling met het bni en de koppeling met de 0,7%-norm. Ik hoop dat u mij toestaat daar iets uitgebreider op in te gaan. Ik vond het in alle eerlijkheid namelijk best ingewikkeld. Ik ben zelf elf jaar Kamerlid geweest en het blijkt dat ik het na die elf jaar toch ook nog steeds niet helemaal had begrepen. Daarom heb ik mij nog een keer heel goed laten bijpraten, zodat ik het ook zelf tot in de puntjes snap. U hebt daar een aantal vragen over gesteld. Misschien eerst over hoe het sinds 1970 was geregeld. De oorspronkelijke systematiek was dat het ODA-budget werd bepaald op basis van de streefwaarde van 0,7% van het bni. Men nam dus 0,7% van het bni en als er eventuele bezuinigingen waren, gingen die daarvan af. Intensiveringen werden daarbij opgeteld. Van belang is om te benoemen dat Nederland sinds 2015 die 0,7% niet meer heeft gehaald. Maar met deze systematiek groeide het ODA-budget op de lange termijn wel toe naar die 0,7%.

Het kabinet-Schoof besloot deze systematiek te veranderen. Sinds het voorjaar van 2025 is het ODA-budget gekoppeld aan de ontwikkeling van het bni. Dat betekent dat als de economie groeit, het ODA-budget groeit, en als de economie krimpt, het ODA-budget daalt. Dat laatste is op dit moment ook het geval. Bij de laatste raming daalde het bni en daalde dus ook het ODA-budget. De streefwaarde van 0,7% is geen onderdeel van die berekeningssystematiek. Dat betekent dat de ODA-prestatie zich op de lange termijn stabiliseert op ongeveer 0,44%.

Het vorige kabinet veranderde ook de frequentie van de bijstelling van het ODA-budget. Vroeger gebeurde dat twee keer per jaar. Op advies van de AIV heeft het vorige kabinet ervoor gekozen om alleen nog in het voorjaar bij te stellen. Dat is op zich goed nieuws, want een keer per jaar bijstellen brengt ook rust in de begroting.

Dan de afspraken tussen het kabinet en PRO. Ik heb net uitgelegd welk bedrag er wordt toegevoegd aan deze begroting. Dat is in totaal 328 miljoen euro, plus de 108 miljoen euro uit de suppletoire begroting. Dat is meer dan 430 miljoen euro. Van belang is om te vermelden dat dit de facto het herstel is van de koppeling met 0,7%, alsof we die nooit zouden hebben losgelaten. Tegelijkertijd moet helder zijn dat die koppeling niet structureel is hersteld. Een groot aantal leden heeft vandaag betoogd dat dit weer zou moeten gebeuren.

De heer Schalk i (SGP):

Ook in interrupties tijdens de eerste termijn hebben we daar al een paar keer over gesproken. Maar ook de minister gebruikt eigenlijk steeds weer de woorden dat de koppeling dit jaar hersteld zou zijn. Ik heb meer het gevoel dat het budget is aangelengd, want de koppeling is nog lang niet hersteld. Als we spreken over herstel van de koppeling, dan zou dat toch langjarig moeten zijn? Dat is natuurlijk de bedoeling van iedereen in deze Kamer.

Minister Sjoerdsma:

Ik snap uw vraag. Misschien heb ik mij niet precies genoeg uitgedrukt. Ik ga proberen dat alsnog te doen. Met het geld dat wij aan deze begroting toevoegen, wordt de omvang van deze begroting de facto gelijk aan een situatie waarin de koppeling met 0,7% zou zijn hersteld. Maar dat geldt voor één jaar, alleen voor dit jaar, niet structureel maar incidenteel. Daar heeft de heer Schalk zeer gelijk in. Dat is iets anders dan het halen van de 0,7%-norm, waardoor er een aanzienlijke hoeveelheid geld aan deze begroting zou moeten worden toegevoegd. Dat zijn twee verschillende dingen. Het ene is de facto incidenteel gebeurd, maar niet structureel. Het andere is dat we ver verwijderd zitten van het daadwerkelijk halen de 0,7%-norm. Daar hebben de heer Schalk, de heer Van Apeldoorn, mevrouw Karimi en nog diversen van u op gewezen. We zitten namelijk net boven de 0,5%. Dat is absoluut waar.

De heer Schalk (SGP):

Dit is het tweede jaar op rij dat we over de koppeling spreken. We hebben het altijd over die 0,7% gehad. Nu lijkt het alsof de minister wil proberen ons ervan te overtuigen dat die 0,44% het percentage was waarnaar we terug zouden moeten. Daar maak ik bezwaar tegen. Ik denk dat we het gewoon helder moeten maken. Als wij vorig jaar en dit jaar gesproken hebben over de koppeling, dan ga ik ervan uit dat iedereen in de Kamer, behalve de minister misschien, vindt dat die 0,7% de koppeling zou moeten zijn. Dat betekent dat we nog een paar miljard tekortkomen. Dat realiseren we ons, denk ik. En dat we toekomstig geld naar ons toe halen, waardoor het de volgende jaren nog ingewikkelder zal worden om die echte koppeling te halen. Is de minister het met mij eens dat we op dit moment eigenlijk alleen het budget herstellen?

Minister Sjoerdsma:

Ja, ik ben het met de heer Schalk eens dit in 2026 een eenmalige toevoeging aan de begroting is en dat het geen structurele stap is naar het herstel van de koppeling, zoals de heer Schalk en anderen van uw Kamer hebben betoogd. Dat is absoluut waar. Ik zou daaraan willen toevoegen dat het kabinet ervoor kiest om vanaf 2027 wel te intensiveren, namelijk 257 miljoen euro structureel per jaar. Daarmee kunnen we een kleine, maar zekere, stap richting de 0,7%-norm zetten. Ik heb ook goed gehoord dat dit niet is wat de heer Schalk in totaliteit wil, maar dat is wat dit kabinet voor 2027 en verder van plan is.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Schalk.

De heer Schalk (SGP):

Ik wil doorgaan op die intensivering. Dat is die 257 miljoen per jaar. Is de minister het met mij eens dat het dan 257 miljoen moet zijn, plus dat geld dat we nu naar voren trekken? Of gaan we straks die 257 miljoen gebruiken als opvulling van hetgeen we nu al weghalen?

Minister Sjoerdsma:

Misschien heb ik in mijn inleiding onvoldoende stilgestaan bij de vraag waar dit geld vandaan komt. Laat ik beginnen met de 202 miljoen, die wij dit jaar toevoegen aan de begroting en die uit 2031 komt. Dat is dus de navolgende kabinetsperiode. Dat is de facto geld dat wordt toegevoegd aan deze kabinetsperiode en wat anders niet tijdens deze kabinetsperiode zou worden uitgegeven. Als u mij vraagt of dat betekent dat we moeten bezuinigen in 2031, dan is het antwoord nee. Dat is omdat de intensivering van het kabinet, namelijk 257 miljoen euro, ook in 2031 geldt. Door de verschuiving staat er in 2031 dus een kleinere plus dan nu.

De Oekraïnegelden die naar voren zijn gehaald, rusten in 2028 en 2029 niet op de BHOS-begroting, zoals in 2027 waarin dat eenmalig wel het geval is. Dat zijn gelden die wij naar voren halen in de wetenschap dat het kabinet Oekraïne onverminderd wil steunen.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik wil het voor eens en voor altijd proberen scherp te krijgen. Dat is een uitdaging, volgens mij. De minister heeft het erover dat in 2026 de facto de oude koppeling, zoals die vroeger gold, wordt hersteld. Dat is voor één jaar. Bedoelt de minister daarmee dat de uitkomst van de onderhandelingen met PRO plus de intensivering van het kabinet, samen de uitkomst is van zo'n koppeling? Is dat het?

Minister Sjoerdsma:

Nee.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Kan de minister nogmaals uitleggen wat hij bedoelt met "de facto een koppeling"?

Minister Sjoerdsma:

Zeker. Op een gegeven moment heeft het kabinet-Schoof besloten om de koppeling met de 0,7% los te laten. Dat betekent dat er jaarlijks minder geld aan de begroting werd toegevoegd dan eigenlijk had gemoeten. Als je dat niet had gedaan, als je die 0,7% destijds niet had losgelaten, dan had er dit jaar op mijn begroting, op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, 328 miljoen euro meer moeten staan dan er eigenlijk stond. Dat bedrag is nu, dankzij de afspraken met GroenLinks-Partij van de Arbeid, toegevoegd. Daarmee is mijn begroting de facto alsof er nog steeds gekoppeld was aan de 0,7%. Dat is uiteraard zonder dat we de 0,7% aan het halen zijn, zeg ik richting de heer Schalk. Dat is iets anders.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dan had ik het toch goed begrepen, maar slecht samengevat.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Toch nog even voor alle duidelijkheid, want het lijkt soms een gegoochel met cijfers. De minister zegt dat de koppeling dit jaar is hersteld met de deal met PRO, in de zin dat we op dat bedrag zouden zijn uitgekomen als de koppeling niet was losgelaten. Dat is dus gegeven het feit dat we nooit op de 0,7% zaten, maar wel die norm hanteerden, als ware we daarnaartoe aan het groeien. Met andere woorden, ook met de deal met PRO zitten we nog steeds ruim onder de 0,7%. Ik denk dat het voor het debat toch belangrijk is om dat even helder te hebben. Het klinkt steeds alsof de koppeling hersteld is, maar dat is die niet, althans niet in de zin dat we op 0,7% van het bni zouden zitten.

Dit is toch even voor de goede orde, want ik had hier ook een concrete vraag over. We kunnen het in woorden zeggen, maar in cijfers is het volgens mij het duidelijkst. We hebben het tenslotte over de begroting. Dit is ook het lastige, want we hebben het hier over een begroting maar tegelijkertijd hebben we het over een suppletoire begroting en een wijziging op de suppletoire begroting die hier nog behandeld moeten worden. Stel dat we ervan uitgaan dat deze begroting deze Kamer passeert, wat ik niet hoop. Stel ook dat we ervan uitgaan dat de suppletoire begroting en de wijziging daarop beide Kamers passeren. Dat is dus de PRO-deal, de deal met PRO, en met GroenLinks-PvdA in deze senaat. Wat zijn dan de percentages van het bni die we uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking in 2026, 2027, 2028 en 2029?

Minister Sjoerdsma:

Misschien op het eerste deel van de vraag van de heer Van Apeldoorn: ik denk dat hij het goed samenvat. Het zijn twee verschillende dingen. Koppelen aan de 0,7% is niet het halen van de 0,7%. Ik denk dat dat ook van belang is als het gaat om de vraag wat er met de koppeling gebeurt. Het kabinet heeft op dit moment de begroting gekoppeld aan het bni. Dat is anders dan koppelen aan de 0,7%. Dat betekent iets anders voor de jaarlijkse bijstelling aan de hand van de bni-cijfers. Ik zeg nog maar een keertje dat het nu, incidenteel, de facto is alsof die koppeling niet verbroken was, maar dat is geen structureel herstel van die koppeling. Het is zeker niet zo, zoals de heer Van Apeldoorn het terecht samenvatte, dat we die 0,7% zouden halen als deze afspraken beide Kamers passeren. Nee, dan is de koppeling de facto hersteld voor dit jaar en niet voor de volgende jaren.

In alle eerlijkheid zeg ik dat ik even zou moeten kijken naar de volgende jaren. Voor dit jaar betekent het volgens mij dat we naar de 0,53% gaan, omdat we een redelijke boost krijgen dankzij de afspraken met GroenLinks-Partij van de Arbeid. Voor de volgende jaren moet ik heel eventjes spieken, zeg ik in alle eerlijkheid. Laat ik dan naar 2029 gaan. Daar daalt de ODA-prestatie naar 0,49%, omdat we dan niet deze toevoeging hebben. We verwachten dezelfde daling in 2031. Dat betreft een daling van 0,01%. Dat is het ongeveer ten aanzien van de raming. Het blijft dus ergens hoog in de 0,4%: 0,48% of 0,49%.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik zal het allemaal keurig nalezen in het verslag voordat we, waarschijnlijk over twee weken, gaan stemmen. Als ik het goed begrepen heb, zegt de minister nu: "De systematiek van de koppeling is voor dit jaar hersteld en niet voor volgend jaar. Dat de systematiek is hersteld, betekent niet dat we nu op de 0,7% zitten, ook niet eenmalig voor 2026. We zitten daar ver onder, want we zitten op 0,53%. In de jaren daarna gaat het percentage niet omhoog, maar naar beneden." Klopt dat?

Minister Sjoerdsma:

Ik zal proberen het nog iets te verduidelijken. Kijk, dit jaar gaat de ODA-prestatie uiteraard omhoog. Die gaat naar de 0,53% en dat heeft simpelweg te maken met, laten we zeggen … Ik doe het even zo: het is niet helemaal correct, maar elke 100 miljoen erbij is ongeveer 0,1% ODA-prestatie. Dus 0,53% nu erbij betekent dat in de jaren daarna de ODA-prestatie schommelt rond de 0,48% à 0,49%. Dat is verder niet een daling. Het is meer dat deze prestatie is gestegen.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ten opzichte van 2026 houden we die 0,53% niet vast, maar gaan we er weer onder zitten. Dus ik constateer toch dat niet alleen de koppeling niet wordt hersteld, maar dat we ook op geen enkele manier richting die 0,7% gaan. Er wordt dus geen betekenisvolle stap gemaakt. De deal met PRO zorgt ook niet voor een meer betekenisvolle stap dan het kabinet zogenaamd al gezet zou hebben. Op geen enkele manier wordt die koppeling nu méér hersteld dan het geval was en eigenlijk werd die al niet hersteld. Alleen de systematiek werd hersteld. Dus, ja, welke betekenisvolle stap wordt hier dan gemaakt? Hoe helpt de deal met PRO met het herstellen van die koppeling? Ik zie op geen enkele wijze hoe dat helpt.

Minister Sjoerdsma:

Misschien op twee manieren. Eén. Ik denk dat het belangrijk is om hier toch op terug te grijpen: waar deze afspraken met PRO, met GroenLinks-Partij van de Arbeid, bij helpen is het lenigen van hele grote noden die er in 2026 zijn, als gevolg van de Irancrisis, als gevolg van wat er gebeurt in Oekraïne en elders, als gevolg van wat er gebeurt met ebola. Dat is een hele serieuze toevoeging aan deze begroting die je op geen enkele manier kan bagatelliseren, ook gelet op wat hulporganisaties mij persoonlijk daarover vertellen, namelijk hoe ontzettend nodig dat is. Daarna zet het kabinet een kleine maar zekere stap richting de 0,7% dankzij de toevoeging van 257 miljoen euro structureel.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Volgens mij hebben we scherp wat de situatie nu is. Dan kunnen we overgaan naar ambitie en plannen. Is deze minister van plan om de de facto koppeling met de 0,7%-norm ook in toekomstige jaren te realiseren? Is hij dat van plan? Heeft hij daarvoor ambitie? Is het kabinet dat van plan? Heeft het kabinet die ambitie?

Minister Sjoerdsma:

Ambitie heb ik zeker, maar er zijn ook randvoorwaarden waar een minister zich aan moet houden. Misschien heel even over 2026. Daar spreekt ambitie uit, mede mogelijk gemaakt, of misschien alleen maar mogelijk gemaakt dankzij GroenLinks-Partij van de Arbeid, om te laten zien hoe nodig het is wat wij hier met ontwikkelingssamenwerking doen. Het tweede is dat dit kabinet de ambitie heeft om een stap te zetten richting de OESO-norm. Dat betekent dat wij vanaf volgend jaar, dus niet in de begroting van dit jaar, 257 miljoen euro structureel zullen toevoegen aan de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Daarnaast heb ik niet alleen in dit debat maar ook bij de kennismaking met uw commissie, maar ook in de persoonlijke kennismaking met enkelen van u, gehoord over de "ergernis" — laat ik het zo noemen — over het feit dat in uw Kamer en in de Tweede Kamer moties zijn aangenomen die aandrongen op structureel herstel van de 0,7%. Daarover heeft de toenmalige minister van Financiën ook in deze Eerste Kamer gezegd: ik begrijp de wens, maar die wens is ongedekt. Het kost namelijk behoorlijk wat geld om die koppeling structureel te herstellen. Dat kost ongeveer in de orde van grootte 300 miljoen euro per jaar, afhankelijk van wanneer je het doet. Tegelijkertijd snap ik ook wel de ergernis waarmee u zegt: we hebben dit als Kamer in meerderheid gezegd, gebeurt er nu wat mee? Dus ik heb uw wens gehoord en ik zal die wens ook weer mee terugnemen in de boezem van het kabinet, om die daar nadrukkelijk neer te leggen. Daarbij gezegd hebbend, zoals de minister van Financiën destijds zei: het is ongedekt. Dus als u een dekking vindt, kunnen we daarover praten, heeft hij gezegd. Ik heb de wens in ieder geval goed gehoord, bij velen van u, bij de meerderheid van u, en ik zal die meenemen in de boezem van het kabinet.

De heer Schalk (SGP):

Ik had niet verwacht dat ik vandaag sommen zou gaan maken samen met de minister. Maar goed, 32 jaar geleden was ik nog schoolmeester. Toen heb ik ook geprobeerd af en toe iets met leerlingen te delen. U bent zeker geen leerling; u bent onze minister. Ik heb echter wel de volgende vraag. Op dit moment zitten we op 0,44%. Door de deal met GroenLinks-Partij van de Arbeid komen we voor dit jaar op 5,3%, maar de komende jaren zakt dat terug. Het gaat iets omhoog omdat er structureel geld toegezegd is, 258 miljoen of zo. Dan komen we dus op 0,8% of 0,9%. Heeft de minister daarbij rekening gehouden met het geld dat hij al weggehaald heeft uit de toekomstige jaren?

Minister Sjoerdsma:

Misschien is het goed als ik het gewoon even heel exact doe. Daar werd overigens net precies om gevraagd. Dit jaar zou de prestatie neerkomen op 0,53%, volgend jaar op 0,48%, in 2028 ook op 0,48%, in 2029 op 0,49% en in 2030 op 0,47%. Dat is inderdaad met inachtneming van de kasschuiven waar we het vandaag ook over hebben.

De heer Schalk (SGP):

Dat staatje is bij ons misschien nog niet bekend. Zit dat bij de stukken? Dan ga ik daar goed naar zoeken. Maar als je op die manier rekent, dan doen we dus nog niks extra's. Met die 258 miljoen erbij en weer eraf wat van tevoren is weggegeven — dat is per jaar ook een paar honderd miljoen — komt er toch bijna maar een schijntje echt bij?

Minister Sjoerdsma:

Vanuit het coalitieakkoord, vanuit de coalitieakkoordgelden, wordt er vanaf 2027 tot en met in principe het einde der tijden maar structureel 257 miljoen toegevoegd aan deze begroting, dus elk jaar weer.

De heer Koffeman i (PvdD):

Ik vind het toch verbazingwekkend. De minister wijst naar de grote problemen die er in de wereld spelen, de grote noden die geledigd moeten worden, maar we hebben het hier over cijfers achter de komma. 0,7% was al niet veel. De OESO heeft daar hard aan gerekend. Dat was een serieuze norm, die we omarmd hebben in het verleden. Inmiddels hebben we het in dit debat niet meer over één cijfer achter de komma, maar over twee cijfers achter de komma. Het is echt minuscuul sprokkelwerk. "Het is nou eenmaal moeilijk om politieke meerderheden te vinden." Vindt de minister niet dat het een heel schrijnend contrast vormt met de NAVO-norm van 5%? Die is helemaal niet berekend. Er is gewoon een president die zijn hand omhooggestoken heeft en heeft gezegd: ik heb vijf vingers; we doen 5%. Er is niemand die daar vragen bij stelt. Niemand zegt: maar weet je wel hoeveel geld dat is; weet je wel ten laste van welke begroting dat allemaal komt?

Ik vind het echt bijzonder dat het kabinet zo lang stilstaat bij twee cijfers achter de komma voor de armste mensen in de wereld, terwijl we veiligheidsvraagstukken die daar ook nauw mee samenhangen, niet wensen op te lossen, maar daarbij gewoon zeggen: "We steken een hand op. Dat zijn vijf vingers. 5% is de NAVO-norm." Onze voormalige minister-president verdedigt die norm te vuur en te zwaard. Ik hoor hem niet spreken over: weet je wel hoeveel geld dat is? Er wordt gewoon gezegd: we hebben ingestemd met 5%. Waarom kan deze minister niet de ambitie opbrengen om te zeggen: jongens, als jullie 5% aan defensie gaan besteden, dan gaan we toch minstens 0,7% besteden aan ODA, zoals we afgesproken hebben?

Minister Sjoerdsma:

Ik ben niet helemaal de minister van Defensie, maar ik zou het wel willen toelichten. Het kabinet heeft niet voor niets gekozen voor die defensie-uitgaven. Dat heeft het gedaan gelet op de enorme dreiging die van Rusland uitgaat, niet alleen richting Oekraïne, maar ook richting ons continent. Daar komt bij dat onze trouwe bondgenoten ons echt manen tot het zelf kunnen verdedigen van ons eigen continent. Dat vraagt een buitengewone inspanning. Het kabinet en ik zijn ervan overtuigd dat die inspanning noodzakelijk is.

Twee. Als minister van dit kabinet heb ik meegekregen dat er structureel elk jaar 257 miljoen euro bij komt. We hebben aan deze begroting voor 2026 ongeveer 430 miljoen euro kunnen toevoegen, waardoor die begroting significant is gestegen. Is het voldoende voor de opgave waar we ons voor gesteld zien in deze wereld? Het antwoord is nee. Is het aanzienlijk? Ik zou zeggen dat het antwoord ja is, als je bedenkt dat Nederland wereldwijd nog steeds de vijfde of de zesde donor is. Ik snap natuurlijk dat sommigen van u zeggen: "Het moet meer. Er kan meer. Minister, ga aan het werk." Tegelijkertijd zeg ik ook: wat Nederland op de mat legt, is nog steeds echt aanzienlijk.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik verwijs graag even naar wat de minister zelf van de Rekenkamer citeerde. De Rekenkamer zegt: we weten vrijwel precies wat we in het buitenland uitgeven, en we hebben geen idee wat we in het binnenland uitgeven. Als de minister, net als wij, de kranten volgt en zegt "moet je eens kijken wat voor geld er over de balk gegooid wordt voor Defensie, wat totaal oncontroleerbaar is", kan je je niet alleen maar beroepen op veiligheidsvraagstukken die gelenigd moeten worden. Dan moet je ook zeggen: we hebben het heel slecht georganiseerd en heel slecht gecontroleerd. Zou het, als u toch van alles meeneemt naar de boezem van het kabinet, niet goed zijn om binnen het kabinet te zeggen: jongens, die nul komma twee cijfers achter de komma, die we maar niet in beweging krijgen voor ontwikkelingssamenwerking maar waarvan we wel precies weten waar het aan besteed wordt en hoe het gecontroleerd wordt, staan in geen verhouding tot die 5% die totaal oncontroleerbaar is, zowel voor het parlement als voor het kabinet?

Minister Sjoerdsma:

Ik ben bereid om heel veel mee te nemen naar de boezem van het kabinet. Tegelijkertijd weet ik dat er in de boezem van het kabinet ook heel veel tegelijkertijd wordt besproken. Wat ik van u en van een grote meerderheid in de Eerste Kamer op dit moment heb gehoord, is: er liggen hier moties, en wij hebben het gevoel dat er niks met die moties gebeurt en dat u daar niet serieus op reflecteert. Dat signaal heb ik gehoord. Dat zal ik kenbaar maken.

De heer Koffeman (PvdD):

Amen.

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Dat is een mooi slot, meneer Koffeman.

De minister heeft net gezegd wat de reactie van de minister van Financiën op de motie-Holterhues was, namelijk: er is geen dekking voor. Die motie vraagt om internationale afspraken waar wij ons aan hebben gecommitteerd, na te komen. Was, toen gesproken werd over de 5% defensie-uitgaven, de reactie van de minister van Defensie ook: jammer, er is geen dekking voor?

Minister Sjoerdsma:

Dat is een goede vraag. Daar is een dekking voor gevonden. Ik snap deze vraag heel goed. Misschien dat ik er iets langer op reflecteer. Het raakt namelijk ook een beetje aan de vraag die net werd gesteld, namelijk waarom het ene op deze manier en het andere op de andere manier gaat. Niet alleen dit kabinet, maar ook het vorige kabinet heeft gezien hoe groot zowel de fysieke als de indirecte dreiging vanuit onder andere Rusland voor onze maatschappij is. Beide kabinetten hebben gemeend om vanuit die opvatting, die ik ook heel goed snap, tot een bijdrage van 5% voor onze defensie te komen. Maar die 5% is gedekt. Die is in begrotingen vervat. Die komt niet boven op de begroting. Daarin zijn dus keuzes gemaakt. Die keuzes kunnen ook anders uitpakken. Ik zie mevrouw Huizinga-Heringa dat denken, voor zover ik dat kan zien van deze afstand. Wil dat veranderen, dan ligt dat ook voor een deel in uw handen. Dat zeg ik ook in alle nederigheid. Wij zijn een minderheidskabinet. Als een meerderheid van u in de Tweede of Eerste Kamer de zaak anders wil, zullen we daar ons oor naar moeten laten hangen.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Dan lijkt het me duidelijk dat in elk geval de meerderheid in deze Kamer dat anders wil. Het zou mooi zijn als u uw oor daarnaar wilt laten hangen. Maar u zegt: daar is dekking voor gevonden; er is gezocht naar dekking. Waarom wordt er niet gezocht naar dekking voor deze internationale verplichting? Ik ben het met u eens: de dreiging is er. Ik heb geen moeite met die 5% voor de NAVO. Ik denk dat dat goed is. Ik denk inderdaad dat de dreiging groot is. Maar we hebben het net ook gehad over hoe ongelofelijk de wereld in brand staat, hoeveel mensen er op de vlucht zijn, hoeveel noodhulp er nodig is, hoeveel narigheid er is. Is 0,7% dan echt te veel om ons best voor te doen, om te vinden? Dat probleem is ook groot. Ik zou denken dat er ook gezocht moet worden naar een dekking om ten minste aan onze internationale verplichting op dat terrein tegemoet te komen.

Minister Sjoerdsma:

Ja, dat heb ik ook goed gehoord. Dat heb ik niet alleen bij u beluisterd, maar ook bij enkele van uw collega's. Vandaag zetten we, denk ik … Met deze begroting kunnen we een grote stap zetten, incidenteel, voor dit jaar. Voor de navolgende jaren heb ik u ook goed gehoord. Ik heb ook eerdere uitspraken van uw Kamer goed gehoord en ik zal die nogmaals kenbaar maken. Maar ik hoop dat u ook kunt respecteren dat ik als lid van een kabinet ook te maken heb met collega's, andere ministers, die geconfronteerd worden met collega's van uzelf en van andere partijen die weer andere financiële wensen hebben. Ook die zullen bij elkaar gewogen moeten worden en zullen bij elkaar moeten komen in een breder financieel kader, dat op een meerderheid kan rekenen in de Tweede en Eerste Kamer. Dat is een samenspel van politici in beide Kamers en het kabinet. Dat geldt breder dan alleen voor de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daarom ziet dit alleen op deze begroting. Andere begrotingen kunnen in samenhang worden bezien. Dit was in dat opzicht een beetje een anomalie, een restbegroting van het vorige kabinet die toch onderdak moest vinden. Ik ben graag bereid om die begroting dat onderdak te geven.

De voorzitter:

Tot slot, mevrouw Huizinga.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik hoor u zeggen "de Kamers moeten helder maken wat ze willen" en "daar moet een breed gesprek over plaatsvinden". U heeft het over "de boezem van het kabinet". Ik zou zeggen: de Eerste Kamer kan eigenlijk niet duidelijker zijn dan ze nu is, met het aannemen van een motie en met de dreiging dat de begroting niet wordt aangenomen. Dat lijkt me toch een heel stevig signaal naar het kabinet dat er serieus over gesproken moet worden?

Minister Sjoerdsma:

Zo vat ik het ook op.

De heer Hartog (Volt):

Ik wil proberen de minister een klein beetje te helpen en het debat te versnellen. Daarom stel ik voor dat we alle deals even vergeten. We pakken de Voorjaarsnota en we vergeten alle kasschuiven links en rechts. Er staat 545 miljoen voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers. Er staat: via kasschuiven. Vergeet die kasschuiven en maak er gewoon een ombuiging van, want dat is het eigenlijk. Als we dat erbij doen, hebben we 545 miljoen meer voor dit jaar. Dan hebben we het keurig omgebogen en gedekt en dan kan de minister volgend jaar rustig kijken hoe we het voor de volgende jaren verder kunnen doen.

Minister Sjoerdsma:

Hoezeer ik ook verguld ben met constructieve suggesties en "out of the box"-oplossingen weet ik vrij goed wat mijn collega-minister van Asiel en Migratie van deze oplossing zou vinden. In alle eerlijkheid: dat zal waarschijnlijk niet alleen gelden voor mijn collega-minister van Asiel en Migratie. Diverse gemeenten kampen met hele grote opvangproblematiek. Ik snap deze suggestie goed, maar met uw permissie houd ik toch graag vast aan de afspraken zoals die zijn gemaakt met GroenLinks-Partij van de Arbeid.

De heer Hartog (Volt):

Ik zou zeggen: hou die nog even vast. Maar de vraag is: betekent dit dat er voor de eerstejaarsopvang van asielzoekers na de nieuwe asielwetten nog honderden miljoenen meer nodig zullen zijn?

Minister Sjoerdsma:

We lopen nu vooruit op de begroting voor 2027. Ik weet niet meer helemaal zeker wie het was. Ik geloof dat het mevrouw Huizinga-Heringa was, maar ik weet het niet zeker, dus vergeef me als ik het verkeerd zeg. Zij verwelkomde dat er vanaf 2027 een asielcap is. Dat betekent dat het gemaximeerd is op 10%. Dat zal een groot verschil maken. Pint u mij niet vast op de cijfers, maar er gaat nu ongeveer een miljard van mijn begroting naar de eerstejaarsasielopvang. Daar gaan honderden miljoenen vanaf vanwege die cap. Dat verschil gaan we vanaf volgend jaar merken. Dat is een groot verschil in de begroting voor volgend jaar met hoe het nu is.

Voorzitter, met uw permissie ga ik door. De heer Van Gasteren had nog een vraag over de rechtmatigheid van de kasschuiven, als ik hem mag parafraseren. Ik wil graag benadrukken dat die kasschuiven onderdeel zijn van de financiële toolbox van dit kabinet en dat ze uiteraard alleen kunnen plaatsvinden met instemming en toestemming van de minister van Financiën. Maar dit is zeker niet de eerste keer dat dit gebeurt. Er is een referentie gemaakt naar andere begrotingen, maar als ik een voorbeeld zou moeten putten uit het verleden van deze begroting, dan zou ik verwijzen naar de kasschuiven die hebben plaatsgevonden onder de toenmalig minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw Ploumen. Zij heeft uit de vier navolgende jaren van haar kabinet geld naar voren gehaald voor de gehele kabinetsperiode en ook dat heeft toen op instemming kunnen rekenen van zowel de Tweede als de Eerste Kamer. Het is misschien iets wat we liever niet doen — dat proef ik bij u, bij anderen en ook een beetje bij mezelf — maar het is niet ongebruikelijk.

De heer Hartog vroeg nog waar het geld vandaan kwam. Ik hoop dat ik dat afdoende heb toegelicht. Ik kijk even naar hem. Het komt uit 2031, 2028 en 2029. Het zijn of al gereserveerde Oekraïnegelden van de aanvullende post van Financiën of gelden die uit de intensivering van 2031 komen. Met andere woorden, er wordt niet bezuinigd en er gaan geen programma's of projecten stoppen.

De heer Hartog (Volt):

De vraag was meer precies: kasschuiven zijn normaal projecten die naar voren en naar achteren worden geschoven. Ik stel u dus nog maar dezelfde vraag: welke ramp van 2031 gaat er in 2026 plaatsvinden, waar die kasschuif …

Minister Sjoerdsma:

Toch heel even. Zo werkt het net niet helemaal. Ik snap de vraag wel. Onderliggend aan deze vraag is, als ik de heer Hartog zo mag interpreteren, dat hij het ook een lelijke oplossing vindt om geld naar voren te halen. Tegelijkertijd is dit echt onderdeel van de financiële toolbox van het kabinet. Voorgaande kabinetten hebben dit ook zo gedaan. We hebben het gedaan op zo'n manier dat we in die jaren niet hoeven te bezuinigen. Het is namelijk ook van groot belang — dat heeft mevrouw Van Toorenburg benadrukt — dat die langjarige, hoe zal ik het zeggen, voorspelbaarheid voor organisaties in Nederland en elders gewaarborgd blijft; dat is cruciaal.

Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):

Ik kan nog minder goed rekenen, maar ik ga toch proberen het te begrijpen. De minister zei net iets waarvan ik denk: hè? Het geld dat naar voren wordt gehaald, is dus geen geld dat er was. Het zijn de intensiveringen die we straks niet doen. Dat betekent toch dat we niet stap voor stap richting de 0,7% gaan op deze manier?

Minister Sjoerdsma:

Ik snap de vraag goed. Misschien moeten we twee dingen proberen uit elkaar te halen. Eén. Ik proef de vraag over de techniek: is dit ongewoon? Nee, het is niet ongewoon. Een andere vraag die hierachter school, is: betekent dit dan bezuinigen in die jaren? Nee. De Oekraïnegelden komen van de aanvullende post van Financiën. In 2031 intensiveren we sowieso 257 miljoen euro. Daar blijft ook met deze stap nog steeds 55 miljoen euro van over. Ja, dat betekent dat we in die jaren een heel klein stapje opzij doen. Dat klopt.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):

Dus we komen niet stap voor stap dichter bij 0,7%, maar we raken er stap voor stap minder vanaf. Als de minister aangeeft dat het eerst 4,8 is en dan 4,7, dan is dat toch verder weg verwijderd van de 0,7%?

Minister Sjoerdsma:

Nee. Om het toch heel helder te zetten. Dit kabinet zet elk jaar 257 miljoen euro structureel erbij. Dat betekent inderdaad dat wij een stapje zetten richting de OESO-norm. Dat betekent niet dat wij elk jaar een stapje éxtra zetten richting de OESO-norm. Dat betekent dus niet dat die 257 na een aantal jaar 357 en dan weer 457 wordt. Het is structureel 257 miljoen euro. Dat is een stap richting de OESO-norm.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Ik vrees dat ik de minister echt moet tegenspreken dat wij een stap zetten als er niks wijzigt, als de cijfers gewoon blijven zoals ze nu gepresenteerd zijn in de meerjarenbegroting, en dat we dan wat dichter bij 0,7% komen. Ik heb hier de tabel die u ons heeft gestuurd. Dat is het antwoord op vraag 4 in de nota naar aanleiding van het tweede verslag. Daarin hebben we dus de cijfers na alle wijzigingen staan, dus ook de nota van wijziging; alles is erin verwerkt. Dan zie je dat in 2028 — dat zijn geen percentages maar zeg maar totale bedragen — 0,7% van het bni bijvoorbeeld 9,2 miljard zou zijn, maar de begroting blijft steken bij 6,4 miljard. Daardoor is er een verschil van 2,856 miljard. Dat verschil blijft stijgen. In 2029 wordt het 2,769 miljard. In 2030 gaat het zelfs naar 3,3 miljard en in 2031 naar 3,9 miljard verschil. Dat betekent: wij zetten echt geen stap richting 0,7%.

Minister Sjoerdsma:

Het is goed om hier misschien nog helderder te zijn dan ik ben geweest. We zetten hier inderdaad een stap ten opzichte van de begrotingen van het kabinet-Schoof. Dat is de 257 miljoen euro structureel die elk jaar weer wordt toegevoegd aan deze begroting. Ik heb u ook gehoord. U heeft allen verwezen naar het belang van het structurele herstel van de koppeling. Daarvan heb ik gezegd: dat vraagt echt heel serieus overleg, omdat het gaat over een hele serieuze financiële claim. De minister van Financiën heeft in uw Kamer eerder gezegd dat die claim niet is gedekt en dat hij nog een aantal andere claims heeft liggen, ook van sommige van uw partijen, die hij tegen elkaar moet wegen. Ik heb u gehoord over die moties en over uw wens om die stappen ambitieuzer te zetten. Ik zal dat ook kenbaar maken, maar ik heb helaas niet meer in mijn binnenzak dan dat.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Dat begrijp ik. Wij vinden het echt belangrijk om hier vast te stellen dat met de nu gepresenteerde cijfers de ambitie die geformuleerd is in het coalitieakkoord — ik doel dan op het zetten van een stap richting 0,7% — niet gehaald wordt. Dat zeggen de cijfers. Met betrekking tot het coalitieakkoord en alles wat hier naar voren is gebracht, zijn wij in meerderheid volgens mij heel duidelijk: er moet structureel herstel plaatsvinden. Anders hebben we echt hetzelfde probleem, en misschien zelfs een nog groter probleem, over een paar maanden.

De heer Van Apeldoorn (SP):

In aansluiting op collega's Van Toorenburg en Karimi: ik denk dat we nu kunnen vaststellen met z'n allen dat de koppeling niet hersteld wordt en dat ook geen betekenisvolle stap wordt gezet richting het herstel van de koppeling. Sterker nog, uit de beantwoording van de minister, eerder schriftelijk en nu ook mondeling, blijkt dat het percentage van het bni dat uitgegeven wordt aan ODA omlaaggaat de komende jaren. Dan zegt de minister dat er wel een intensivering van 257 miljoen plaatsvindt. Dat klopt, maar die wordt deels weggestreept later. Dat heeft de minister zelf in zijn beantwoording toegegeven. Wij halen nu geld naar voren, uit de toekomst, en gaan dat dankzij de deal met PRO incidenteel extra uitgeven, maar dat wordt later van de intensivering afgehaald. Dan zegt de minister dat er netto wel wat van overblijft, maar dat betekent dat de intensivering die de minister nu belooft voor de komende jaren deels wegvalt door de deal met PRO waarmee we geld uit de toekomst halen. Dat is toch correct?

Minister Sjoerdsma:

In alle eerlijkheid: dat is niet geheel correct. Het is ook belangrijk om dat te vermelden, denk ik. Ik wil een paar dingen daarover zeggen. Daar zag ook het debat in de Tweede Kamer gedeeltelijk op. We halen voor Oekraïne gereserveerde gelden die niet drukken op de BHOS-begroting uit 2028 en 2029 naar voren. Dat betekent dus niet dat we daar geld weghalen dat eigenlijk van de BHOS-begroting af moet worden gehaald. 2031 — dat ene jaar, dus niet alle jaren daarvoor of alle jaren daarna — is inderdaad een jaar waarin 202 miljoen van de geplande intensivering van 257 miljoen naar voren wordt gehaald. Ik moet ook in alle eerlijkheid zeggen: mijn eigen ervaring is dat elke augustusbesluitvorming opnieuw alle problemen worden gewogen. Het debat in de Tweede Kamer ging echt lang over: ja, maar wat betekent dat dan in 2028 en 2029 voor Oekraïne? Daarvan heb ik ook gezegd: ik snap het, maar tegelijkertijd weten we niet welke noden er in 2028 en 2029 in Oekraïne zijn. Voor hetzelfde geld — laten we het hopen — is er sprake van een staakt-het-vuren of een permanente vredesdeal en is de vraag in dat jaar niet die 89 miljoen die nu op tafel ligt, maar 2 miljard aan wederopbouwgeld. Dat moeten we ook in de begrotingscyclus van die jaren bespreken. Maar het enige jaar waarin gebeurt waar de heer Van Apeldoorn voor vreest, is 2031.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik had het niet over 2031. Ik stel alleen maar het volgende vast. Met de begroting van het vorige kabinet, die de minister nu in deze Kamer verdedigt, wordt structureel 2,4 miljard bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Dit kabinet draait daar 10% van terug met die 257 miljoen. Nu wordt er geld uit met name 2031 naar voren gehaald. Dat is dus geen extra intensivering, want het wordt later weggestreept tegen de intensivering van 257 miljoen. Met andere woorden, dan blijft staan dat er per saldo na de deal met PRO de komende jaren, tot 2031, geen geld bij komt voor ontwikkelingssamenwerking.

Minister Sjoerdsma:

Dat zullen we moeten bekijken bij de besluitvorming over de begroting van die jaren. Dat geldt dan met name voor de begrotingen van 2028, 2029 en 2031. Daar kan ik in alle eerlijkheid niet op vooruitlopen. Het zou kunnen dat het kabinet, al dan niet onder invloed van oppositiepartijen, besluiten neemt die hierop zien. Het zou ook kunnen dat dat niet gebeurt. Dat moeten we afwachten. Zeker is — dat wil ik hier ook herhalen — dat de steun en het commitment van dit kabinet richting Oekraïne onverminderd is. Maar wat dat betekent voor 2028 en 2029, zullen we echt moeten zien in de besluitvorming te zijner tijd, afgaand op wat nodig is in Oekraïne en wat mogelijk is hier in Nederland.

De heer Dessing i (FVD):

Even een ander geluid in dit boekhoudkundig gegoochel, dat wel aansluit bij een geplande intensivering in 2031. Volgens mij zit er dan een ander kabinet. Dit kabinet heeft dan zijn rit uitgezeten. We gaan dus over ons graf heen regeren. Betekent dat dat we zomaar willekeurig een kasschuif uit 2040 kunnen doen? Hoe moet ik dit in hemelsnaam plaatsen?

Minister Sjoerdsma:

Dat is natuurlijk een terechte vraag. Het is ook een vraag die ik best goed begrijp. Tegelijkertijd verwijs ik hierbij naar het precedent van onder anderen voormalig minister Ploumen. Wanneer de noden in het heden buitengewoon hoog zijn — dat zijn ze zeker als het gaat om de gevolgen van Oekraïne, Iran en ebola — is dit een geëigend middel. Maar ik geef u meteen gelijk: het liefst doe je dit niet.

De heer Dessing (FVD):

Kortom, wat is de legitimatie om over het graf van deze regering heen te regeren om zo dit besluit nu te kunnen nemen? Volgens mij kan dat niet.

Minister Sjoerdsma:

Dit behoort tot de financiële toolbox van het kabinet. Met instemming van de minister van Financiën kan dit. Ik hecht er ook aan om te zeggen dat het in dit geval niet betekent dat we een hap nemen uit een begroting van een toekomstig kabinet, in die zin dat dit kabinet eerst ook geld toevoegt aan de begroting van 2031. Een volgend kabinet zal het met minder extra geld moeten doen, namelijk met slechts 52 miljoen in plaats van 257 miljoen.

De voorzitter:

Tot slot.

Minister Sjoerdsma:

Dat kan binnen de begrotingshorizon. Ook dat betreft weer techniek. Ik wil u daar niet al te zeer mee vermoeien, maar de begrotingshorizon sluit op dit moment in 2031. Het kan dus niet van later dan 2031 komen.

De heer Dessing (FVD):

Maar het blijft zo dat het nu al toevoegen van geld uit 2031 een beleidskeuze is die het kabinet maakt over zijn eigen regeerperiode heen.

Minister Sjoerdsma:

Daar hebt u gelijk in.

De voorzitter:

Ik zit ook even naar de klok te kijken in verband met het aantal blokjes. We zitten nog steeds in het tweede blokje, over het bni. Ik weet niet hoeveel vragen de minister nog te beantwoorden heeft. Een korte vraag nog en dan hoop ik dat we het toch een beetje uitgeklaard hebben.

De heer Schalk (SGP):

Daar verlangen we allemaal naar, voorzitter. De minister heeft duidelijk gemaakt dat er in 2031 in ieder geval maar 52 miljoen overblijft. We weten ook dat er in 2028 en 2029 geld uit een andere begroting wordt gehaald voor Oekraïne. Heeft deze minister daar dan helemaal niets meer mee te maken, of moet hij dat nog aanlengen met de begroting waar het nu wel uit wordt gehaald?

Minister Sjoerdsma:

Dat is een vraag die ik goed begrijp. We zullen dat moeten bezien. Dat is ook mijn antwoord geweest in de Tweede Kamer. Diverse partijen hebben daar gevraagd waar ik het uit ga halen in het geval dat dat geld weer nodig is. Komt dat dan uit de BHOS-begroting, uit een andere begroting of generiek? Dat zijn overigens ook de drie smaken die mogelijk zijn. We hebben gezegd dat we dat tot ons zullen nemen in de besluitvorming voor de begroting van 2028 en 2029 en de daaraan voorafgaande begrotingsoverleggen.

De heer Schalk (SGP):

Het zou dus zo kunnen zijn dat het ook in die jaren het bedrag van 257 miljoen min het geld voor Oekraïne wordt?

Minister Sjoerdsma:

In alle eerlijkheid wil ik daar echt niet op vooruitlopen, ook omdat datgene wat ik net zei over Oekraïne echt kan gelden. We weten simpelweg niet wat er in 2028 en 2029 met Oekraïne aan de hand is. Ik hoop zelf dat we dan duurzame vrede hebben, maar dat zou betekenen dat we een veel groter bedrag nodig hebben dan we nu naar voren halen. Ik ken niet alleen dit kabinet, maar ik ken ook uw partijen en de partijen in de Tweede Kamer als zo dat we het echt cruciaal vinden dat wij onze bondgenoten daar blijven steunen als dat nodig is en dat die steun onverminderd blijft.

De voorzitter:

Waar bent u in blokje 2?

Minister Sjoerdsma:

Ik heb even gekeken, mevrouw de voorzitter. Ik heb, mede dankzij de interrupties, de gestelde vragen behandeld.

De voorzitter:

Mooi. Dan zijn we bij blokje 3: beleidsthema's.

Minister Sjoerdsma:

Beleidsthema's. Het zijn wel veel verschillende beleidsthema's. Ik zal proberen daar kwiek doorheen te gaan. De heer Koffeman vroeg waarom er wordt bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking terwijl juist deze instrumenten aantoonbaar effectief zijn. Ik ben het zeer met hem eens. Volgens mij haalde hij ook aan dat elke euro geïnvesteerd in preventie — dat geldt overigens ook in de gezondheidszorg — zich later terugbetaalt. Het voorkomt lijden, het voorkomt de noodzaak, het versterkt de weerbaarheid. Daarom is het ook cruciaal dat dit kabinet weer gaat investeren in ontwikkelingssamenwerking, niet alleen dit jaar dankzij de afspraken met PRO, maar ook volgende jaren. Specifiek zetten we ook in op conflictbemiddeling — dat is ook benoemd door de heer Koffeman — bijvoorbeeld door de oprichting van een mediation support unit en een aantal water- en vrede-en-veiligheidsprogramma's die gericht zijn juist op het bewerkstelligen van vrede.

De heer Koffeman vroeg ook of de minister van mening is — dat is ook een terechte vraag — dat ontwikkelingslanden maar ook Nederland voldoende beschermd zijn tegen infectieziekten. Laat ik daarover het volgende zeggen en misschien kan ik als enige voorbeeld ebola noemen. We zien evident dat het terugtrekken van USAID een enorm gat heeft geslagen in een land als DRC, dat het het land veel kwetsbaarder heeft gemaakt dan het was. We zien dat in het aantal infecties, we zien dat in de zorgwekkende grafieken. Dat is ook de reden waarom ik het zo belangrijk vond om wel deze afspraken met GroenLinks en Partij van de Arbeid te maken, omdat die geld beschikbaar maakten dat meteen naar de Wereldgezondheidsorganisatie kan, dat meteen kan worden ingezet bij deze haarden. Het kan ook naar andere organisaties gaan, zoals de kindervaccinatiealliantie Gavi. Ik ben het dus zeer met hem en met zijn opmerkingen eens.

Mevrouw Karimi vroeg: hoe doet Nederland het eigenlijk met het behalen van de SDG's? Laat ik daarop in algemene zin zeggen dat ik hele grote zorgen heb over het behalen van de SDG's in 2030. We zien — ik was niet lang geleden in New York — zeer verontrustende berichten van eigenlijk alle VN-organisaties: dat we de doelen gewoon niet aan het halen zijn, en dat we ze ook niet gaan halen tenzij we een enorm been bijtrekken. Specifiek over Nederland: we maken echt voortgang op SDG 5, gendergelijkheid, en SDG 9, industrie, innovatie en infrastructuur. Maar je ziet ook echt grote uitdagingen, bijvoorbeeld op het punt van de Nederlandse voetafdruk. De Nederlandse voetafdruk is gewoon wat dat betreft te groot. Vooruitgang is hier ook echt een zaak van de overheid met maatschappelijke organisaties.

Dan had mevrouw Karimi … Deze vraag heb ik beantwoord.

De heer Koffeman vroeg ook, net als mevrouw Karimi overigens, naar de terugkeerhubs. Ik heb dat net beantwoord. Ik wil daaraan toevoegen dat wat Nederland betreft — u kunt dat ook terugvinden in een belangrijke brief van de minister van Asiel en Migratie — er zeer strenge voorwaarden zijn verbonden aan deze terugkeerhubs op het gebied van mensenrechten, internationaal recht en opvang. Ik vind het ook wel belangrijk dat wij ons best doen om landen die bereid zijn om zo'n hub te maken, daarbij te assisteren, maar ook helpen te voldoen aan die voorwaarden.

De heer Hartog van Volt vroeg mij naar de effecten van de substantiële bezuinigingen op de Nederlandse maatschappelijke organisaties. Die zijn evident; daar ga ik ook niet omheen draaien. Het is evident dat de bezuinigingen zoals die zijn uitgevoerd Nederlandse maatschappelijke organisaties hard hebben geraakt, en dat zij zich ook gemarginaliseerd hebben gevoeld in het maatschappelijk debat; laat ik zo zeggen. Vanaf het moment dat ik mocht toetreden tot dit kabinet heb ik er een prioriteit van gemaakt om die band te herstellen, omdat ik het essentieel vind dat als wij andere landen aanspreken op het feit dat zij maatschappelijke organisaties proberen te knechten of monddood proberen te maken, je in eigen land ook bereid moet zijn om te luisteren naar kritiek. Ik heb dus ook in een van de eerste weken alle maatschappelijke organisaties op het gebied van ontwikkelingssamenwerking bij mij op het ministerie uitgenodigd om met hen te praten over hoe samen te werken. Hoe zij dat hebben ervaren: dat zal ik aan hen laten. Ik heb het zelf als zeer constructief ervaren. Ik hoop dat we die strategische samenwerking, die dialoog die we altijd hadden, kunnen herstellen, want ik moet eerlijk zeggen: ik ben ontzettend trots op die organisaties. Als je het hebt over topsectoren, dan kunnen we het hebben over ASML en fotonicabedrijven; dat moeten we ook doen. Maar dan gaat het ook over de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties.

De heer Hartog vroeg ook of wij de bezuinigingen op vrouwenrechten en gendergelijkheid willen stoppen. We zijn inderdaad van plan om vanaf de begroting 2027 opnieuw te investeren in vrouwenrechten en gendergelijkheid. Wij zullen dat in die begroting vervatten. Daar wil ik nu niet op vooruitlopen.

De heer Koffeman vroeg hoe zinvol het is om geld voor de wederopbouw van Oekraïne vrij te maken en of Nederland zich ook gaat inzetten voor vredesbesprekingen. Ik wil daar een paar dingen over zeggen. Eén: er is een één agressor hier en dat is Rusland. Als Rusland vandaag stopt met z'n aanvallen, dan is het vandaag vrede. Oekraïne wil graag onderhandelen over vrede. Oekraïne heeft dat ook zeer vaak constructief laten weten. Rusland heeft die bereidheid nog niet laten zien. Dan vind ik ook dat Oekraïne in de tussentijd, gelet op wat er gebeurd is, onze onverminderde steun verdient, zowel militair als niet-militair. Daarom ben ik, nogmaals, heel blij met wat we nu in de begroting van 2026 kunnen doen, omdat we zien dat Rusland zeer gericht onder andere het elektriciteitsnetwerk van Oekraïne kapot probeert te maken. Dat hebben ze vorige winter geprobeerd om de geest van de Oekraïners te breken. Dat moeten we deze winter voorkomen.

De heer Koffeman (PvdD):

Ik begrijp dat Rusland de agressor is. Daar is ook geen discussie over. Ik begrijp ook de penibele situatie waarin Oekraïne zich bevindt. Daar is ook geen discussie over. Maar de vraag was: wat doet dit kabinet aan de-escalatie? Ook een agressor zou je moeten proberen aan tafel te krijgen in plaats van er nog steeds kunstmest of andere grondstoffen van te kopen, waarmee je z'n oorlogsindustrie steunt. Mijn vraag was dus: wat doet dit kabinet aan de-escalatie, anders dan wapens leveren aan de onderdrukte partij, de binnengevallen partij? Wat doen we aan de-escalatie om partijen aan tafel te krijgen, anders dan zeggen dat die Russen gewoon niet aan tafel willen en we er dus ook niets aan hoeven te doen?

Minister Sjoerdsma:

Ik denk dat het kabinet dolgraag zou inzetten op de-escalatie, maar dan moeten de voorwaarden er zijn. In de huidige omstandigheden is Rusland bereid om eigenlijk alles te doen om Oekraïne, de Oekraïense mensen, de Oekraïense cultuur te vernietigen. Net is weer een klooster vernietigd. Als we dat zien, als we dat aanhoudend zien en eigenlijk zonder enige pauze, dan kunnen we eigenlijk niet anders dan constateren dat elke stap tot de-escalatie nu door Poetin zal worden uitgelegd als een teken van zwakte. Dat hebben we ook de afgelopen jaren gezien. Telkens wanneer andere landen geen rode lijn trokken bij agressie van Poetin, vatte hij dat op als uitnodiging om verder te gaan. Niemand zal liever vrede willen dan de Oekraïners of dan dit kabinet, maar tegelijkertijd moeten we de vrede niet in handen leggen van Russische voorwaarden. Dat lijkt me onverstandig.

De heer Koffeman (PvdD):

Dat begrijp ik heel goed. Daar pleit ik ook helemaal niet voor. Ik pleit ervoor om aan de-escalatie te werken en te kijken wat we daar kunnen doen. Een belangrijk element daarvan zal zijn dat we stoppen met handel drijven met Rusland en met het steunen van de oorlogseconomie van Rusland. Dat doen we nog steeds. Dat is eigenlijk gewoon niet te rechtvaardigen wanneer je zegt: kijk eens wat die Oekraïners aangedaan wordt door dat Russisch oorlogsapparaat. Wij steunen dat oorlogsapparaat. Mijn vraag was: wat doen wij aan de-escalatie om dat te voorkomen?

Minister Sjoerdsma:

Ik weet dat het onbeleefd is en zo bedoel ik het niet, maar dan zou ik willen vragen wat er bedoeld wordt met de-escalatie.

De heer Koffeman (PvdD):

Bijvoorbeeld het niet meer steunen van de Russische oorlogseconomie.

Minister Sjoerdsma:

Alles wat het kabinet kan doen binnen de mogelijkheden, binnen de Europese context, om ervoor te zorgen dat de Russische oorlogseconomie wordt lamgelegd, zal het kabinet doen. Daar is ook ontzettend veel gedaan. We hebben ons heel snel losgeweekt van het Russisch gas. Dat ging niet zonder pijn gepaard, moet ik in alle eerlijkheid zeggen. Ik ben er ook trots op dat we dat hebben gedaan, dat we die keuze hebben gemaakt. Dat er nog meer van dit soort moeilijke keuzes voor ons liggen, zien we bij elk aanvullend sanctiepakket. Ik zal deze steun van de heer Koffeman absoluut meenemen bij de volgende besluitvorming. Ik zal de minister van Buitenlandse Zaken vertellen dat er nog bredere steun is dan we misschien al dachten. Dan kom ik op vragen van de heer Van Ballekom van de VVD. Hij vroeg onder andere of ik bereid ben om de inzet van projectfinanciering voor internationale financiële instellingen via regionale ontwikkelingsbanken te vergroten. Ja, de inzet via die banken, onder andere de Wereldbank, is ontzettend groot en wordt op het bestaande niveau voortgezet. Daarmee wordt deze steun ten opzichte van het gehele budget vergroot. We willen daarmee onderstrepen — dit heb ik recent gedaan in mijn gesprek met de president van de Wereldbank — hoe essentieel deze partners zijn om niet alleen grootschalig en efficiënt te werken, maar ook als hefboom om meer geld los te trekken; ik zeg het op zijn Nederlands.

De heer Van Ballekom vroeg ook: waarom is Nederland geen aandeelhouder van de Caribbean Development Bank. Wij zijn aandeelhouder in de Wereldbank, maar ook in de Inter-American Development Bank en zo dragen wij ook bij aan investeringen en projecten in de Caribische regio. Ik zal zelf nagaan waarom we specifiek geen aandeelhouder zijn van de Caribische Ontwikkelingsbank. Als ik daarover nog nadere nuttige informatie heb, kom ik er graag op terug bij de heer Van Ballekom.

Er is ook nog gevraagd — volgens mij door de heer Van Gasteren — naar welk concreet deel van de begroting gekoppeld is aan opdrachten waarbij Nederlandse bedrijven structureel kunnen meedingen. Er zijn heel veel programma’s waarin Nederlandse bedrijven een belangrijke rol kunnen spelen. Om er een paar te noemen met grote kansen: onder artikel 1.3 van mijn begroting vallen bijvoorbeeld infrastructuurprogramma's in ontwikkelingslanden zoals DRIVE en D2B, uitgevoerd door Invest International. Dat zijn ook programma's die ontzettend gewaardeerd worden door het Nederlandse bedrijfsleven. Het geldt ook voor andere artikelen zoals 1.2 en 1.5. Het is niet cruciaal, want we kijken ook naar links. Ik weet dat er veel waarde wordt gehecht aan de Dutch Diamond, de samenwerking op voedsel en water, en tussen kennisinstellingen, bedrijven en de overheid. Daarop wordt ook geïntensiveerd. Ik noem een voorbeeld: in de periode 20219-2024 is 233 miljoen aan opdrachten en aanbestedingen ontvangen via de Wereldbank.

De fractie Van Gasteren vroeg ook naar het toetsingskader met landen waar bestuurders banden onderhouden met georganiseerde criminaliteit. Ik versta er maar even onder dat dit gaat over Sierra Leone op dit moment. Het kabinet zegt daarover dat de Europese steun richting de overheid van Sierra Leone moet worden stopgezet, gelet op het feit dat daar sprake is van vergaande state capture door een Nederlandse crimineel.

De heer Van Gasteren vroeg ook naar de afwegingscriteria en de parlementaire verantwoording over de gelden die via derden worden besteed. Dat is ook een goede vraag. Middels de jaarverantwoording leg ik aan uw Kamer verantwoording af. De jaarverantwoording 2025 bespreek ik toevallig deze week met de Tweede Kamer. In algemene zin geldt natuurlijk dat wij partners kiezen en altijd het doelmatige kanaal kiezen, waarbij ik wil herhalen wat ik net ook zei, dat de Algemene Rekenkamer echt onder de indruk is van hoe de besteding van Nederlandse euro's wordt verantwoord. Ik wil niet zeggen dat het altijd goed gaat, maar in hel veel gevallen gaat het wel goed.

Mevrouw Visseren-Hamakers vroeg nog om de mogelijkheden te verkennen om investeringen in bredere weerbaarheid ook in te zetten voor ontwikkelingssamenwerking. Wij onderstrepen de samenwerking van Ontwikkelingssamenwerking in het kader van veiligheid. Over de 1,5% uitgaven aan brede weerbaarheid en veiligheid rapporteert het kabinet in het voorjaar aan de NAVO. Daarbij betrekt het kabinet doorlopend alle budgetten op de rijksbegroting.

De heer Koffeman vroeg nog hoeveel er de komende jaren ...

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank voor de beantwoording door de minister. Ik bedoelde het eigenlijk andersom. Hoe kan het geld van die 1,5% NAVO-norm bijdragen aan ontwikkelingssamenwerking? En niet, hoe kan ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan de 1,5% NAVO-norm? Dat is juist wat ik niet bedoelde.

Minister Sjoerdsma:

Ik snap het. Dat is in alle eerlijkheid geen heel makkelijke vraag. Ik zal die mee terug nemen. Ik zal nadenken of ik daarop in tweede termijn een beter antwoord heb dan ik dat nu heb. Persoonlijk ga ik niet over die 1,5%, want daar gaat de minister van Defensie over. Ik kom daar even op terug.

De voorzitter:

Dat wordt dus de tweede termijn.

Minister Sjoerdsma:

De heer Koffeman vroeg hoeveel er wordt bezuinigd op de diplomatieke en consulaire dienst. Daarover wil ik graag zeggen dat het postennet is uitgezonderd van de apparaatstaakstelling en dat het kabinet vanaf 2027 jaarlijks 35 miljoen euro extra investeert in de diplomatie. Wat wel zo is, is dat de taakstelling van het vorige kabinet blijft staan.

Hij vroeg ook welke ambassades worden geraakt. Die vraag begrijp ik ook. Het vorige kabinet heeft het voornemen uitgesproken om de ambassades in Burundi, Cuba, Zuid-Sudan, Libië en Myanmar, evenals de consulaten-generaal in Antwerpen en Rio de Janeiro te sluiten. Daarnaast is in de Kamerbrief over het postennet opgenomen dat het noodzakelijk is om de komende periode nog vier posten te sluiten. In de beleidsbrief die wij in april hebben gestuurd, hebben wij laten weten dat een nadere invulling van de intensivering van het postennet zal volgen in de ontwerpbegroting voor 2027. Daarin zal ook worden aangegeven wat wel en niet gesloten wordt en wat eventueel wordt geopend. Ik begrijp het belang van deze vraag. Dat was het blok beleidsthema's.

De voorzitter:

Dan heb ik een vraag. We hebben nog het blokje UNRWA en handel. Als dat binnen een kwartier kan, dan gaan we door tot de dinerpauze. Als dat niet binnen een kwartier kan, dan gaan we nu schorsen voor de dinerpauze.

Minister Sjoerdsma:

Zullen we kijken hoever we komen?

De voorzitter:

Dat kan, maar dan ga ik wel rond 18.45 uur schorsen. We gaan verder.

Minister Sjoerdsma:

Ik ga echt mijn best doen, mevrouw de voorzitter. Ik doe dan eerst even het blokje handel. De heer Beukering vroeg welk objectief toetsingskader het kabinet hanteert bij de afweging om diplomatieke maatregelen te nemen. Voor ons geldt dat het altijd een afweging is tussen dialoog en druk, en dat het altijd belangrijk is om consistent te zijn. Zo heb ik de heer Beukering ook goed gehoord. Tegelijkertijd liggen er, als het gaat om Israël, uitspraken van het Internationaal Gerechtshof die de situatie anders maken dan de situaties die de heer Beukering aanhaalt. Hij vroeg ook naar de wet inzake nederzettingenproducten en hoe wordt voorkomen dat een dergelijke juridisch afgebakende maatregel maatschappelijk gaat functioneren als iets waardoor Joodse en Israëlische ondernemers indirect worden geraakt. Laat ik hier heel helder zeggen dat het kabinet elke vorm van Jodenhaat verwerpt en veroordeelt. Dat mag op geen enkele manier een effect van deze maatregel zijn. Deze maatregel ziet uitsluitend op de illegale en onrechtmatige nederzettingen die door de Israëlische regering zijn gesticht. Dat onderscheid is in beleid en in taal keihard.

De voorzitter:

Minister, ik heb een fout gemaakt. De commissie Financiën vergadert nu en de voorzitter van de commissie Financiën zit hier. Daarom zal ik toch moeten schorsen voor de dinerpauze. We gaan om 19.30 uur verder.

De vergadering wordt van 18.29 uur tot 19.30 uur geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering. Terwijl ik praat, hoop ik dat mijn griffiers binnenkomen. Wij hebben tot 21.00 uur voor het restant van de beantwoording van de minister. Dat gaat over de UNRWA en handel. Dan hebben we nog een tweede termijn van de Kamer. Ik heb al van een aantal woordvoerders gehoord dat er al best veel is uitgebeend, dus wellicht dat het nu wat korter kan. Ik zei "uitgebeend". Sorry, laten we zeggen "uitgeplozen", dat is veganistisch. Ik geef graag de minister het woord voor de laatste twee blokjes.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Sjoerdsma i:

Dank, voorzitter. Ik was inderdaad gekomen bij het blokje handel. Ik heb een aantal vragen van de heer Beukering al behandeld. Ik had nog één vraag staan. Die ziet op het sanctiebesluit producten nederzettingen. Hij vroeg wie de oorsprong bepaalt en controleert en welke rol Douane en toezichthouders hierin hebben. De oorsprong van de goederen wordt bepaald aan de hand van de EU-postcodelijst in combinatie met de oorsprongregels, zoals opgesteld onder het EU-handelsakkoord. Het is aan exporteurs om de oorsprong van een product aan te duiden en aan de importeurs om een correcte aangifte te doen bij de Douane. Dan zal de controle plaatsvinden door de Douane en de FIOD. Er wordt bij ons van uitgegaan dat dit, gelet op de strafmaat, een dermate preventieve werking zal hebben dat mensen zich er echt van gaan vergewissen dat ze geen producten importeren vanuit deze postcodes en op die manier de illegale en onrechtmatige nederzettingen legitimeren.

De heer Hartog vroeg naar de mogelijkheid dat handelspartners van de EU zich beroepen op de MFN-clausule naar aanleiding van de afspraken met de Verenigde Staten. In theorie kunnen handelspartners zich beroepen op de MFN-clausules, maar derdelanden hebben dat nog niet gedaan. Wij verwachten ook niet dat ze dat gaan doen, gelet op het feit dat de EU al relatief lage importtarieven hanteert.

De heer Koffeman vroeg naar Mercosur. Hij vroeg wat de minister vond van de wijze waarop de Europese Unie delen voorlopig in werking heeft laten treden. Hij vroeg naar de democratische legitimiteit. Hij vroeg naar het belang van democratische controle. Daarbij wil ik graag precies zijn. Dat is dat er vooralsnog alleen sprake is van een voorlopige toepassing van de handelsafspraken in het EU-Mercosur-akkoord. Dat besluit is genomen door de Raad van de Europese Unie, conform de regels in het EU-Werkingsverdrag. De Raad heeft dit besluit in januari met een gekwalificeerde meerderheid genomen. Voor de helderheid: Nederland stemde voor, in lijn met de motie van de Tweede Kamer, de motie-Erkens, die ook kon rekenen op steun van een meerderheid in de Tweede Kamer.

De volgende stap in het proces van de democratische controle is dat het Europees Parlement besluit over de ratificatie. Wanneer dat gebeurt, is aan het Europees Parlement. Daarna volgende nationale ratificaties van de bredere EU-Mercosur-partnerschapsovereenkomst met daarin niet alleen de handelsafspraken, maar ook onderwerpen zoals migratie. Kortom, de parlementaire betrokkenheid, nationaal en Europees, is goed geborgd.

De heer Dessing van Forum voor Democratie vroeg hoe realistisch het is dat de Europese Unie Nederlandse boeren tegemoet gaat komen. Ik wil graag benadrukken dat handelsakkoorden in algemene zin van belang zijn voor de toegang van Nederlandse bedrijven tot strategisch belangrijke markten. Dat geldt ook voor de landbouwsector. Dat blijkt ook uit de toegenomen handelsstromen na de invoering van handelsakkoorden in het verleden. Ik heb er vertrouwen in dat dit ook weer met Mercosur zal gelden. In de onderhandelingen is natuurlijk wel oog geweest voor de belangen van de sector, die te maken kunnen krijgen met concurrentie uit de Mercosur-landen. Dat snap ik heel goed.

De volgende maatregelen zijn genomen om Europese boeren te beschermen. Eén. De import van producten, zoals rundvlees en pluimveevlees, tegen gunstige tarieven wordt beperkt door invoerquota. Twee. Er zijn nooit eerder zulke strenge vrijwaringsmaatregelen afgesproken bij een handelsakkoord voor landbouwproducten als nu, voor als er ernstige marktverstoring zou dreigen. Drie. De Europese Commissie heeft ook financiële compensatie voorgesteld onder het MFK voor het geval boeren te maken krijgen met verstoringen. Dus ja, ik heb er wel vertrouwen in dat de Europese Unie boeren zal ondersteunen, als er sprake is van ernstige verstoringen op de markt.

Dan ben ik aan het einde gekomen van het blokje handel.

De voorzitter:

We hadden ook nog een blokje UNRWA.

Minister Sjoerdsma:

Dat klopt. Ik ben bij het laatste blokje, het blokje UNRWA. Ik denk dat een paar dingen daarbij belangrijk zijn. Ik heb in de brief van 30 maart aan de Tweede Kamer aangegeven dat ik voornemens ben om de financiering van UNRWA te herstellen naar het oude niveau, conform het coalitieakkoord, en om dat te bij de suppletoire begroting van september te doen. Dat is vanwege het feit dat de humanitaire situatie in Gaza, maar ook de bredere situatie in Jordanië en Libanon en op de Westelijke Jordaanoever, enorm ingewikkeld is en UNRWA onmisbare hulp en assistentie verleent aan Palestijnse vluchtelingen in de hele regio. Ik moet daaraan toevoegen dat dat gemandateerd is door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Ook landen in de regio — ik noem maar even Jordanië en Libanon — drukken er ontzettend hard op aan dat dit door moet gaan, omdat de druk op hun systemen echt al enorm is.

Ik begrijp ook de zorgen die in uw Kamer leven over mogelijke verwikkelingen met Hamas. Dat signaal neem ik mee. Dat is geen nieuw signaal en dat signaal komt ook uit de Tweede Kamer. Nederland neemt die zorgen altijd zeer serieus. Daarom blijft Nederland samen met andere donoren toezien op de uitvoering van de aanbevelingen uit het Colonnarapport om de neutraliteit en integriteit van UNRWA te versterken. UNRWA is hier ook mee aan de slag. We nemen die risico's serieus en we zullen dit ook altijd zeer sterk in de gaten blijven houden.

De heer Hartog vroeg of dit zo snel mogelijk kon. Ik heb daarover gezegd: we doen dat in de suppletoire begroting in september 2026.

De heer Schalk vroeg of het klopt dat we dat bij de suppletoire begroting gaan doen. Hij vroeg ook naar de onderbouwing. Ik hoop dat ik daar net het een en ander over heb gezegd. De hulpvraag van landen als Jordanië en Libanon om dit te doen, de unieke positie van deze organisatie, het feit dat het een VN-gemandateerde organisatie is plus het feit dat uit alle onafhankelijke onderzoeken blijkt dat de controlemechanismes binnen deze organisatie op orde zijn, maken dat dit kabinet de bijdrage aan UNRWA wil herstellen naar de oorspronkelijke mate van 19 miljoen euro per jaar. Ik hoop daarbij uiteraard op brede steun, gelet op de noodzaak in de regio.

Ik wacht even.

De heer Schalk i (SGP):

Mevrouw Karimi heeft aangegeven dat het onderdeel was van de deal, zo heb ik begrepen. Dat is heel makkelijk terug te vinden in de Handelingen. Hoe kijkt de minister daarnaar?

Minister Sjoerdsma:

In alle eerlijkheid zeg ik dat ik mevrouw Karimi zo niet had begrepen, maar ik wil daar wel duidelijk over zijn. De steun aan UNRWA zoals voorgesteld door het kabinet is geen onderdeel van de afspraken met GroenLinks-Partij van de Arbeid. Het is een voornemen van het kabinet om dat per suppletoire begroting in september van dit jaar te doen. Die helderheid wil ik graag verschaffen richting de heer Schalk. Daarover wordt overigens ook weer gestemd door de Tweede Kamer en door uw Kamer.

De heer Schalk (SGP):

Zeker. Nu is dat regeerakkoord van een aantal maanden geleden. Inmiddels is nog steeds niet helemaal duidelijk of die UNRWA-medewerkers wel of niet fout geweest zijn. Hoe kan het dat er nu al het voornemen is om dat in september gewoon te doen?

Minister Sjoerdsma:

Dank voor de vraag. Ook dank voor de zorgvuldigheid waarmee de vraag gesteld wordt. Ik denk dat twee zaken hierbij cruciaal zijn. Eén. Er zijn de internationale onafhankelijke onderzoeken. Die zijn ook voor Nederland belangrijk. Nederland heeft niet voor niets in een eerder stadium besloten om hulp op te schorten. Dat was omdat de zorgen groot waren, maar naar aanleiding van die zorgen heeft er internationaal onafhankelijk onderzoek plaatsgevonden. Er is onvoldoende bewijs geleverd voor de vermeende banden tussen UNRWA en Hamas.

Ik zou daaraan willen toevoegen dat UNRWA ondanks het ontbreken van dat bewijs gemeend heeft serieuze stappen te moeten zetten en tien medewerkers te moeten ontslaan. Ze wilden ook niet de schijn laten bestaan; laat ik het zo zeggen. Ik zeg daarbij dat ik zeker weet dat de rechter het ontslag had teruggedraaid als dit in de Nederlandse context was gebeurd. De organisatie heeft die schijn niet willen laten bestaan. Ik denk dat dat ongelofelijk belangrijk is. Uit het Colonnarapport blijkt ook dat UNRWA echt sterke systemen heeft voor neutraliteit en integriteit. Ik voeg hier nog een keer aan toe, ook voor de heer Schalk: als er bewijzen zijn van het tegenovergestelde, dan zal het kabinet daar uiteraard op acteren. Daarin voelen wij hetzelfde.

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Zou de minister ten aanzien van wat hij net heeft geantwoord ook de actuele situatie kunnen meenemen? Op 12 juni jongstleden zijn er namelijk 70 UNRWA-medewerkers per direct ontslagen, met als reden dat zij banden hebben met Hamas.

Minister Sjoerdsma:

Dat kan ik in alle eerlijkheid niet bevestigen. Ik ga er ook een beetje voorzichtig mee zijn, vanwege wat ik net heb gezegd, namelijk dat internationaal onafhankelijk onderzoek aantoont dat er onvoldoende bewijs is. Het ontslag van deze 70 medewerkers maakt volgens UNRWA geen deel uit van een disciplinaire procedure en betekent ook op geen enkele manier dat de beschuldigingen richting hen worden bevestigd. Dus daar wil ik wel iets voorzichtiger zijn dan nu vanuit u komt.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ik heb ook de vraag aan de minister gesteld: wat zouden wél de aanvullende feiten voor de minister moeten zijn om de steun aan UNRWA te heroverwegen? Ook zou ik nog wel graag van de minister willen weten waarom hij toch niet iets doet aan diversificatie door het verspreiden van het geld onder verschillende organisaties.

Minister Sjoerdsma:

Dat is een terechte vraag en die snap ik ook goed. Het is ook een vraag die zeer leeft in de Tweede Kamer. Het antwoord hier is dat wij en-en doen. Dus wij herstellen én de financiering van UNRWA én wij maken serieus werk van diversificatie, zoals niet alleen gevraagd door uw partij, maar ook door andere partijen. De diversificatie vindt plaats via maatschappelijke organisaties, via VN-organisaties, onder andere UNICEF. Daarbij moet ik ook in alle eerlijkheid zeggen dat die diversificatie niet zal betekenen dat UNRWA daarmee overbodig wordt, zeker niet op korte termijn. Dat is simpelweg de centrale positie die UNRWA inneemt.

Dan moet ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik uw eerste vraag even kwijt ben.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

De eerste vraag ging eigenlijk meer over: wanneer is er voor de minister wel reden genoeg om te zeggen dat hij het gaat heroverwegen?

Minister Sjoerdsma:

Ook een terechte vraag en ook een vraag die in het debat in de Tweede Kamer vaak wordt gesteld. Het gaat dan over bewezen banden die aantonen dat UNRWA eigenlijk op een structurele manier geen opvolging geeft aan de veiligheidswaarborgen die wij van zo'n organisatie mogen verwachten. Dat hebben we nog niet gezien, maar het is wel zo dat wij … Ik wil niet zeggen "elk nieuwsbericht", maar wij nemen wel elke aanwijzing dat er sprake zou kunnen zijn van dergelijke banden zeer serieus. Maar de aanwijzingen moeten wel verifieerbaar en onafhankelijk verifieerbaar zijn. We hebben in het verleden namelijk ook gezien dat onderzoeken zeer beschuldigend leken te zijn, maar als je vervolgens onder de motorkap keek, bleek dat die onderzoeken toch niet de bewijzen bevatten waarvan werd gesteld dat ze die bevatten. En dan richten we hele grote schade aan, aan een organisatie die moeilijk werk doet onder nog moeilijkere omstandigheden.

De voorzitter:

Mevrouw Van Bijsterveld, tot slot.

Mevrouw Van Bijsterveld (JA21):

Ja, tot slot. Ik wil u er toch op wijzen dat dit een nieuwsbericht is van 12 juni waarin wordt aangegeven dat de waarnemend chef van UNRWA, Christian Saunders, met onmiddellijk ingang het dienstverband van 70 medewerkers in Gaza heeft beëindigd vanwege hun banden met Hamas. Dus dit is een bericht dat gecommuniceerd wordt vanuit UNRWA zelf.

Minister Sjoerdsma:

Ja, voorzitter. Er is tussen mijn ministerie en UNRWA ook contact geweest hierover. Ik zeg u datgene wat ik net ook heb gezegd, namelijk dat volgens UNRWA dit ontslag geen deel uitmaakt van een disciplinaire procedure en ook op geen enkele manier betekent dat de beschuldigingen tegen deze mensen worden bevestigd. Iets anders kan ik niet herhalen in het publiek.

De heer Marquart Scholtz i (BBB):

Ik hoor de minister nu een paar keer zeggen dat er onafhankelijke internationale onderzoeken zijn geweest die aantonen dat er geen banden zijn geweest tussen UNRWA en de mensen die op 7 oktober 2023 tekeer gingen in Israël. Ik ken het Colonna-rapport, ik ken het OIOS-rapport en de aanbevelingen uit het Colonna-rapport en de conclusies van het OIOS-rapport, maar welke onderzoeken van welke instanties heeft de minister nu in het bijzonder op het oog als hij zegt: internationale onderzoeken hebben dat aangetoond?

Minister Sjoerdsma:

De beide onderzoeken die net werden genoemd.

De heer Marquart Scholtz (BBB):

Ik meen dat het Colonna-rapport ging over de procedures binnen de UNRWA en de onafhankelijkheid van de UNRWA, maar dat ze de banden tussen UNRWA en Hamas niet hebben onderzocht.

Minister Sjoerdsma:

Ik zal even kijken of dat in dat ene onderzoek niet zo werd bekeken, maar in algemene zin geldt wel dat het Colonna-onderzoek zeer diepgravend werk heeft gemaakt van in hoeverre de organisatie UNRWA vatbaar is voor invloeden van Hamas, hoe zij zich daartegen weren, hoe zij screenen, welke informatie zij daarvoor gebruiken, maar ook hoe zij omgaan met bijvoorbeeld Israël. Om daar maar eens een voorbeeld van te noemen: UNRWA deelt de staflijsten met de gastlanden. Dat geldt in het bijzonder ook voor Israël. Dat doen ze ieder kwartaal, voor screening, omdat ze er zelf geen capaciteit voor hebben. Ik denk dat het ook belangrijk is om hierbij te zeggen dat ondanks het delen van de staflijsten er dan vanuit Israël geen reactie komt. Dat is waar ik mij dus op baseer. Op die rapporten baseer ik mij. Andere onafhankelijke rapporten of rapporten die opkomen, zullen we weer beoordelen op hun merites.

De heer Marquart Scholtz (BBB):

Ik hoor hier weer andere rapporten. Welke zijn dat dan?

Minister Sjoerdsma:

Mochten er andere rapporten zijn, dan zullen we die beoordelen op hun merites.

Voorzitter. De heer Van Ballekom vroeg naar de inhoud van de onderwijsprogramma's van UNRWA. Dat snap ik goed. Daarover kort het volgende. De neutraliteit van de onderwijsmaterialen is van groot belang. Dat is een belangrijk punt voor uw Kamer, maar ook voor de Tweede Kamer. Daar zijn flinke stappen in gezet. Het onderwijsmateriaal voor klas 1 tot en met klas 4 is op dit moment volledig in lijn met de UNESCO-standaarden. De rest zal voor deze zomer volgen. Uiterlijk aan het einde van dit jaar is het onderwijsmateriaal volledig in lijn gebracht met de geldende standaarden. Ik wil de heer Van Ballekom ervan verzekeren dat we vanuit de donorwerkgroep kritisch meekijken op neutraliteit en integriteit.

Dat raakt aan de vraag die de heer Van Ballekom, maar ook de heer Beukering heeft gesteld, namelijk welke voorwaarden wij stellen voor de financiering. Ik heb daar net het een en ander over gezegd. Het belangrijkste is dus dat daar sterke systemen voor neutraliteit en integriteit bestaan en dat die ook worden gehandhaafd. Er is vastgesteld dat dat bij UNRWA sterker is dan bij die andere VN-organisaties, wat niet wil zeggen dat daar niets fout kan gaan. Het is belangrijk dat UNRWA dan onverwijld optreedt. In dat opzicht heb ik ook vermeld dat UNRWA enige tijd geleden al heeft besloten om tien mensen te ontslaan die de schijn tegen hadden. Het gaat om de schijn. Ik zeg het nogmaals: er is geen bewijs.

Voorzitter. Daarmee ben ik aan het einde gekomen van de beantwoording ten aanzien van UNRWA en dus ook aan mijn beantwoording in de eerste termijn.

De voorzitter:

En alle vijf blokjes, inderdaad. Dan ga ik graag over naar de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef het woord aan mevrouw Karimi van GroenLinks-PvdA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Karimi i (GL-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister voor de beantwoording van de vragen. Ik denk dat wat wij vandaag hebben meegemaakt eigenlijk aangeeft hoe je als minderheidskabinet met de oppositie aan de slag gaat. Dat is een beetje onwennig. Normaal gesproken heb je als coalitie een meerderheid. Dan heb je een besluit genomen, kom je hier en ben je klaar. In dit geval is het een experiment; dat hebben wij bij het begin van dit kabinet al gezegd. Een minderheidskabinet kan ook een risicovol experiment zijn. Tegelijkertijd hebben wij aangekondigd dat wij als PRO, als GroenLinks-PvdA, verantwoordelijk oppositie willen voeren.

Dit kabinet heeft de keuze om soms naar rechts en soms naar links te kijken. Bij het begin van de begrotingsbehandeling heeft de minister geprobeerd om via rechts zijn begroting in de Tweede Kamer rond te krijgen. Dat heeft hij niet alleen geprobeerd, maar ook gedaan. Ik zeg met nadruk richting mijn linkse vrienden dat wij ons uiterste best hebben gedaan om die weg af te snijden en ervoor te zorgen dat er met links zakengedaan zou worden. Daarom is die deal ook gesloten. Ik vind dat de minister dat heel nadrukkelijk heeft gezegd en duidelijk heeft gemaakt. Daarmee is er dit jaar gewoon extra geld beschikbaar. Daar is geen discussie over mogelijk. Dat geld gaat naar mensen die grote noden hebben. Die urgentie is enorm. Daarmee is voor deze begroting een keuze gemaakt die kan rekenen op onze steun. Tegelijkertijd vind ik het belangrijk om te benadrukken dat we er niet zijn. Dat heb ik ook in mijn eerste termijn gezegd.

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Ik denk dat een reactie toch niet kan uitblijven, aangezien collega Karimi onder anderen mij en mijn fractie direct aansprak. Als er deals gesloten moeten worden, heeft het onze voorkeur dat dit kabinet een deal sluit over links in plaats van over rechts. Dat is natuurlijk mooi, denk ik. Maar laat er dan ook een linkse, progressieve en zo u wil barmhartige begroting voor Ontwikkelingssamenwerking uit komen, waar wij dan ook met z'n allen als links progressief sociaal-christelijk blok achter kunnen staan. Laat het dus niet een PVV-begroting zijn, waarin de begroting van 2,4 miljard grotendeels, voor 90%, overeind blijft, de koppeling op geen enkele manier hersteld wordt, het percentage dat uitgegeven wordt aan ontwikkelingssamenwerking in termen van het bni de komende jaren weer naar beneden gaat, en we enkel geld uit de toekomst naar voren halen, wat dan later weer aangevuld moet worden, maar waarvoor geen enkele garantie wordt gegeven. Ook deze minister geeft in de beantwoording in de eerste termijn niet de garantie dat dat dat aangevuld zal worden. Ik wil dus toch even stellen dat ik het mooi vind dat het kabinet naar links kijkt. Maar vervolgens helpt links, althans PRO, deze rechtse regering aan een meerderheid voor een PVV-begroting. Daar scheiden onze wegen.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Dat is allemaal voor rekening van collega Van Apeldoorn. Feit is alleen dat er dit jaar extra geld bij gekomen is. Ik ben niet gelukkig met die bezuinigingen; dat hebben we allemaal gezegd. Ik denk dat onze waarschuwing richting de volgende begroting ook heel erg duidelijk is. Ik heb hier de motie van collega Holterhues mee. Ik zou die letterlijk nog een keer kunnen indienen. Dat ga ik natuurlijk niet doen, want die motie staat er al. Die motie gaat niet weg. Die motie ga ik nog een keer onder de aandacht van de minister brengen. Volgens mij heeft het debat dat we vandaag hebben gehad echt duidelijk gemaakt dat met hetzelfde verhaal, met dezelfde bezuinigingen, zonder een substantiële beweging richting 0,7%, de volgende begroting het hier niet haalt. Dat wil ik hier nogmaals herhaald hebben.

Voorzitter. Ik wil afsluiten met een laatste punt. Ik had vanochtend een ontmoeting met de ambassadeur van Oekraïne, de heer Kostin. Hij vertelde wat er in de winter aan de hand was, namelijk aanvallen op energiecentrales, waardoor Oekraïners in de kou zaten en soms in -20 moesten overleven. Op dit moment zijn de aanvallen gericht op watercentrales. Ze weten ontzettend goed wat ze moeten aanvallen om de mensen daar hartstikke hard te raken. In die zin ben ik heel erg blij dat de hulp aan Oekraïne ook nu, in 2026, plaatsvindt. Ik wil graag de minister vragen of hij het punt van de watercentrales wil meenemen in gesprekken die hij heeft met Oekraïense collega's.

Dank u wel.

De heer Schalk i (SGP):

Even een vraag aan mevrouw Karimi. Elke keer als er in het debat over UNRWA werd gesproken, hoorde ik van de zijkant protesten, van "dat heb ik niet gevraagd" en dergelijke. Ik pak er even bij wat de onvolprezen meeschrijvers, zeg maar, al hebben aangeleverd. Daar zie ik gewoon staan wat mevrouw Karimi heeft gezegd: "Ten vierde wordt de UNRWA hersteld. Voor mijn fractie was het herstel van de bijdrage aan UNRWA een belangrijke voorwaarde." Dat is gewoon de tekst die mevrouw Karimi heeft gezegd. Met andere woorden: volgens mij is dat onderdeel van de deal. Anders heb je geen "ten vierde"; dan heb je gewoon een onderwerp. Maar hier is mevrouw Karimi vier punten aan het noemen over hoe belangrijk het was dat ze deze deal heeft gemaakt. Dit vierde punt heeft ze in haar eerste termijn in ieder geval zelf benoemd. Dat wilde ik graag even aan de orde stellen.

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Dank aan collega Schalk. Dat geeft mij de gelegenheid om terug te komen op dit misverstand. Ik begon mijn betoog met zeggen waarom wij toch nog vóór de begroting zullen stemmen. Daarover heb ik gezegd, en dan lees ik letterlijk vanuit mijn tekst: "Waarom? Omdat de uitkomsten van de debatten in de Tweede Kamer en de gemaakte afspraken met ons op een aantal cruciale punten tegemoetkomen aan onze bezwaren." Toen heb ik die vier punten benoemd. De UNRWA-discussie is eigenlijk van maart. Dat heeft helemaal niks te maken met een deal. Maar was het niet geregeld, had de minister het besluit niet genomen, dan was dit zeker onderdeel geweest van onze gesprekken.

De heer Schalk (SGP):

Een laatste verhelderende vraag. Als nu blijkt uit die onderzoeken, zoals zojuist gemeld door collega Van Bijsterveld, dat nog steeds die banden zijn met Hamas, is mevrouw Karimi dan ook bereid om te zeggen: dan laten we deze eis, wens of ernstige voorwaarde om gelden ook beschikbaar te stellen voor UNRWA, vallen?

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Ik kan een heel flauw antwoord geven en zeggen: ik geef geen antwoord op als-danvragen. Dat is wat je normaal in de politiek doet. Dat doe ik dus niet. Ik ga er inhoudelijk op in. De minister heeft van alle aantijgingen die tot nu toe tegen UNRWA zijn geweest, aangegeven hoe rapporten het duidelijk maken. Als er een kwestie is, treedt UNRWA ook op. Dat is heel belangrijk. Ik ga nu bijvoorbeeld dus niet zeggen: als er een casus zou zijn, is het afgelopen met UNRWA. Dat ga ik zeker niet doen.

De voorzitter:

De heer Hartog is aan de beurt. O, de heer Koffeman heeft nog een interruptie. Ik hoop dat we nu niet allerlei uitgebreide discussies gaan hebben, want ik heb echt een deadline om 21.00 uur.

De heer Koffeman i (PvdD):

Heel kort. Ik wil, via u, voorzitter, graag iets aan collega Karimi vragen. Collega Karimi zegt: ik ga niet in als-danvragen. Dat begrijp ik. Maar zij poneert zelf een als-danstelling. Ze zegt namelijk tegen de minister: als het volgend jaar weer zo is, dan stemmen we de begroting af en krijg je hem er niet door. Ik zou van die als-danstelling het volgende willen weten. Wat zijn uw overwegingen om nu te zeggen dat we in ieder geval nu kunnen helpen, omdat, zoals de hulporganisaties ook zeggen, die mensen nu geld nodig hebben? Hoe is dat volgend jaar, als diezelfde situatie zich voordoet en u zegt: ik ga de begroting toch niet steunen?

Mevrouw Karimi (GL-PvdA):

Deze discussie hebben we vanochtend gehad. Ik heb uitvoerig antwoord gegeven op de vraag waarom wij die overweging gemaakt hebben zoals wij hem gemaakt hebben, namelijk dat het een regering is die nu aantreedt en die een begroting heeft overgenomen. Daar ben ik absoluut niet gelukkig mee; dat weet u ook. Dan is er een begrotingsbehandeling in juni, met tegelijkertijd een suppletoire begrotingsbehandeling in de Tweede Kamer. Daar moet je dus een keuze maken. Die keuze is de volgende. Aan de ene kant: laat ik het kabinet via rechts gaan, de VVD een plezier doen, het verder uitkleden en er dan misschien ook hier nog een meerderheid voor krijgen? Of, aan de andere kant: doe ik m'n uiterste best om toch in ieder geval onze minimumeis, namelijk herstel van de koppeling, te realiseren en dan door te gaan? Maar voor 2027 maken we de wens van deze Kamer heel helder en duidelijk: die koppeling moet echt betekenisvol moet zijn en er moet extra geld bij komen.

De voorzitter:

Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Hartog van Volt.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Hartog i (Volt):

Voorzitter. De leden van de Volt-fractie zijn de minister en zijn team dankbaar voor de antwoorden die zij op de gestelde vragen hebben gegeven.

Ik trek op dit moment de volgende conclusies uit het debat. De leden van de Volt-fractie hebben bij de minister persoonlijk een hart voor ontwikkelingssamenwerking gezien. Van het kabinet is dat minder duidelijk. Het is positief dat er via een aankomende suppletoire begroting dit jaar meer geld voor ontwikkelingssamenwerking beschikbaar wordt gemaakt. De manier waarop dit gebeurt, verdient echter geen schoonheidsprijs. Het lijkt erop dat iedereen zijn eigen realiteit heeft wat betreft het afgesloten akkoord, dat een beetje trumpiaans is. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van de kasschuifmethode in dit geval niet budgettair zuiver, in onze ogen.

Voorzitter. Over twee weken gaan we over deze begroting stemmen. Met een stem voor deze begroting continueren wij het draconische bezuinigingsbeleid dat de vorige regering heeft ingezet met een marginale bijstelling. We leggen dit beleid ook politiek vast voor de komende vier jaar. We stemmen in de ogen van mijn fractie in met een oneigenlijk gebruik van de begrotingstechniek van de kasschuif. We geven ook aan dat Nederland zelfs op middellange termijn niet zal voldoen aan de OESO-afspraak om 0,7% van ons bni aan officiële ontwikkelingshulp te besteden. Met een stem voor deze begroting geven we ook indirect, maar wel effectief, gedoogsteun aan de inwerkingtreding van de Wet strafbaarstelling verheerlijking van terrorisme. We moeten politiek niet naïef zijn.

Met een stem tegen deze begroting geven we aan dat we voorstander zijn van een zuiver begrotingsbeleid. Dan geven we ook aan dat we als Kamer hechten aan de uitvoering van de door deze Kamer aangenomen moties. Daarnaast geven we aan dat we vandaag alleen over de begroting van 2026 willen beslissen, en de toekomst niet willen hypothekeren. Een tegenstem geeft de minister de gelegenheid om nu al invulling te geven aan wat in het eerste coalitieakkoord is afgesproken. In mijn eerste termijn heb ik al aangegeven dat dit niet tot onoverkomelijke problemen zal leiden. De leden van de Voltfractie zullen een nieuwe begroting constructief benaderen en ook voortvarend willen behandelen. Ik heb vandaag al een suggestie gedaan.

Zoals de begroting nu voorligt, zal ik mijn fractie adviseren om tegen te stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Dessing van Forum voor Democratie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dessing i (FVD):

Voorzitter. Waar zijn we vandaag in hemelsnaam mee bezig? Het debat van vandaag legt de wanhoop van dit kabinet pijnlijk bloot. De enige begrotingstruc die nog over was om de begroting te redden, was om geld te halen uit de toekomst, zelfs over zijn eigen termijn heen, uit 2031. Dat geld moeten we bovendien lenen, omdat het geld er niet is. Het is een beleidskeuze in de toekomst, die een fait accompli is voor een toekomstig kabinet.

Voorzitter. Het is financieel onverantwoord en beleidsmatig onrechtmatig. Bovendien maakt dit debat ook iets anders pijnlijk duidelijk. Het huis van de senaat, dat zich laat voorstaan op zorgvuldigheid en rechtsstatelijkheid, bleek vandaag een soort marktplaats waar wetten uitruilbaar zijn en principes te koop zijn. Hiermee is het budgetrecht van deze Kamer definitief verwaterd, los van de vraag of wat hier vandaag is gebeurd technisch gezien wel kan. De Kamer verliest vandaag definitief haar geloofwaardigheid. Dit is een zwarte dag in de parlementaire geschiedenis.

Voorzitter. Het uitruilen van principes, het offeren van de zorgvuldigheid en het hiermee tornen aan de integriteit van de senaat doen ons pijn. Laat dat vandaag gezegd zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Strien van de PVV. Nee, de heer Van Strien heeft zich niet ingeschreven. Ik bedoel: de heer Schalk van de SGP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik zou eigenlijk willen beginnen met een van de eerste zinnen van de beantwoording door de minister. Natuurlijk dank ik hem voor de rustige manier waarop we het debat hebben kunnen voeren en de wijze van antwoorden. We werden het niet geheel eens, maar goed. Een van zijn eerste zinnen ging over welbegrepen eigenbelang. Ik heb even opgezocht wat dat nou eigenlijk is. Dan zie ik staan dat dit het principe is waarbij rationeel en vooruitziend wordt gehandeld. "Door rekening te houden met de belangen van anderen of het collectief, realiseer je op de lange termijn het meeste voordeel voor jezelf." Als het motief van de regering is dat we uiteindelijk hulp verlenen vanuit het idee dat het grootste voordeel voor onszelf zou moeten zijn, dan schrik ik daar toch een beetje van. Misschien wil de minister daar nog even op reflecteren.

Het tweede punt dat ik graag wil maken, gaat over de kasschuif. We begrijpen dat we op dit moment op een percentage van 0,44% van het bni zitten en dat dit alleen in 2026 naar 0,53% gaat. Op termijn gaat het naar 0,48% en 0,49%. Dat komt alleen omdat er extra geld, 257 miljoen per jaar, is toegediend. Dat is natuurlijk op zich mooi, maar door de kasschuif zou het kunnen gebeuren dat er in 2028 89 miljoen wordt gekort. Het komt namelijk uit het Oekraïnegeld dat ergens anders vandaan wordt geleend of geschoven. De minister weet nog niet of hij dat toch op een of andere manier zou moeten teruggeven. In 2029 geldt dat ook nog een keer. In 2031 is er een gat van 202 miljoen; dat weten we al zeker. Dan hou je 55 miljoen over.

Voorzitter. Dat zal allemaal overbrugd moeten worden als we in de richting willen komen van de 0,7%. Ik heb de minister gehoord: hij gaat het allemaal terugleggen in het kabinet. Maar ik vraag echt aan de minister of hij het zelf realistisch vindt om te zeggen: "Ik zie de groei de komende paar jaar, zodat we in de richting van die 0,7% komen".

Voorzitter. Ik was enigszins verbaasd over de opmerkingen dat de steun aan Sierra Leone wordt stopgezet in verband met één Nederlandse crimineel. Toen dacht ik: wat betekent dat voor de steun aan UNRWA? Is dat niet selectief winkelen in criminaliteit? Mijn cruciale vraag is: staat de minister nu werkelijk voorgesorteerd om de UNRWA-gelden in september via een suppletoire begroting weer bij te plussen? Hoe ziet hij de verhouding met de Tweede en Eerste Kamer op dit punt?

Mijn laatste vraag is: klopt het dat ik van de minister heb begrepen dat hij nog geen enkele toezegging heeft van de minister van Financiën dat er naar de toekomst toe inderdaad mogelijkheden komen om in de richting van de 0,7% te komen?

Voorzitter. Zoals het er nu voor staat, zal mijn fractie deze begroting niet kunnen steunen, maar ik zie nog steeds uit naar de antwoorden van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Koffeman van de Partij voor de Dieren.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Koffeman i (PvdD):

Voorzitter, dank u wel. Minister, ook hartelijk dank voor de beantwoording van de vragen. De minister gaf aan dat een nieuwe begroting eventueel hier niet afgestemd zal worden, wat niet gaat gebeuren, dat zo'n nieuwe begroting geen sinecure is en dat het technisch gezien geen probleem is omdat het departement best in staat is om in korte tijd een nieuwe begroting te leveren, maar dat het probleem het vinden van politieke overeenstemming is. Ik zou toch van de minister het volgende willen weten. Er is hier twee keer een motie aangenomen om de 0,7% structureel te maken. Recent, in het afgelopen jaar, is in de Tweede Kamer een motie aangenomen om de 0,7% structureel te maken. Er is dus een parlementaire meerderheid. Als uw departement in staat is om in een paar weken een nieuwe begroting te maken en er een parlementaire meerderheid is om de 0,7% integraal te herstellen, waarom doen we dat dan niet? Ik zie het probleem niet. Als er wel een probleem is, dan zou ik ten minste van de minister willen weten wat er veranderd is sinds het moment dat die moties zijn aangenomen.

Een andere prangende vraag die toch blijft leven bij ons, is dat er wordt gesproken over dat het een onderdeel van het buitenlandbeleid is, maar ook een autonome doelstelling heeft. In tijden van bezuiniging wordt er eigenlijk heel zuinig mee omgegaan. Het is toch een kleine plus hier; niet een plusje dat echt in de richting van 0,7% beweegt, maar een klein plusje. Het grappige is dat dan de discussie komt, zoals die bij de vakbonden vaak gevoerd is, over centen en procenten. Vanaf het moment dat u spreekt over een klein plusje, gaat het niet meer over hoeveel procent erbij komt, maar wordt er gezegd: het is toch best een hoop geld dat erbij komt. Dat zal ongetwijfeld, maar — collega Schalk en anderen hebben dat ook duidelijk gemaakt — het komt niet in de richting van die 0,7%, dus het betekent dat we toch voortdurend wegblijven bij de algemene wens van Eerste en Tweede Kamer om dat wel te doen.

In tijden van oorlog, laten we zeggen als de verontrusting bij mensen algemeen begint te worden, is een kreet als "zoek dekking" voldoende om een dekking van 5% te rechtvaardigen. Op het moment dat wij zeggen dat de allerarmsten ernstig tekortkomen — daar gaan wij ook problemen mee krijgen overigens, in termen van welbegrepen eigenbelang — dan wordt er gezegd "ja, maar u heeft geen dekking" of "die 0,7% is niet gedekt". Dat vind ik gek. Dat is, laten we zeggen, een verschil dat gemaakt wordt dat alleen maar in termen van prioritering te begrijpen is, maar niet in termen van tegemoetkomen aan het wegnemen van groot leed of grote dreiging, waarvan je zegt: daar moeten we gewoon dekking voor kunnen vinden.

De minister zegt ook dat hij niet op de situatie in Oekraïne in 2028 en 2031 vooruit kan lopen. Dat begrijpen we heel goed. Hij heeft geen kristallen bol; die hebben we allemaal niet. Die kasschuif zorgt er wel voor dat er wel op vooruitgelopen wordt, dus ik zou toch ook van de minister nog even een duiding willen hebben van in hoeverre je het geld dat je voor dan in gedachten had, toch nu al kan uitgeven en tegelijkertijd kan zeggen dat je niet precies weet hoe het in 2028 en 2031 is in Oekraïne.

De bezuiniging op pandemische paraatheid. De minister zei: ik ben het ermee eens dat de dreiging van ebola aangepakt moet worden; daar doen we ons uiterste best voor. Maar hoe verhoudt de bezuiniging op pandemische paraatheid zich tot bijvoorbeeld de dreiging van vogelgriep die hier elk moment uit zou kunnen breken? Daarvan hebben we toch in termen van pandemische paraatheid gezegd: oké, we doen een beetje meer dan we van plan waren na de aanvankelijke bezuiniging, maar niet hetzelfde als wat we van plan waren; we denken dat we met minder geld toe kunnen. Waar baseert het kabinet zich daarvoor op?

Dan nog even de terugkeerhubs. De minister spreekt over harde voorwaarden voor hoe we aan allerlei mensenrechtenverplichtingen kunnen voldoen. Maar hoe kan dan een terugkeerhub in Uganda een serieus plan geweest zijn? Is dat een foute inschatting geweest van het vorige kabinet of zou dat in de nieuwe situatie op dezelfde manier ook nog kunnen? Wat garandeert dus dat we niet in zo'n zelfde situatie van mensenrechtenschendingen terechtkomen als dat we in Uganda bijna te pakken hadden?

Ten slotte nog even de schaduwdeal. De minister is hier eigenlijk nog niet ingegaan op wat nou die schaduwdeal is en wat wij daaronder kunnen verstaan. Hoe heeft die schaduwdeal toch onderdeel uitgemaakt van de afwegingen zoals ze hier bij het vinden van een meerderheid plaats hebben gevonden?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Ballekom van de VVD.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom i (VVD):

Voorzitter. Als de minister alle vragen van de Partij voor de Dieren zorgvuldig beantwoordt, dan zal zij vast voorstemmen en deze wet accorderen. Daar ga ik van uit.

Ik dank de minister voor de beantwoording. Het ligt niet aan hem, maar ik vond het toch een teleurstellend debat. De meeste tijd is besteed aan het percentage hulp en niet aan de vraag hoe wij de hulp beter kunnen inzetten om de impact van onze inspanningen te verhogen. Nogmaals, Nederland zit ruim boven het gemiddelde van 0,26%. We zijn het vijfde land in de wereld als het gaat om het percentage gegeven steun. Het zou goed zijn als de minister in Europees verband al die freeriders — ik ga ze niet bij naam noemen — ertoe aanzet om hun inspanningen te verhogen. Hoe we het namelijk ook wenden of keren, we kunnen niet alle noden in de wereld oplossen met alleen onze financiële inspanning.

Voorzitter. Ik vond het ook een teleurstellend debat omdat de indruk is gewekt dat de 5% aan defensie-inspanningen uit de lucht is komen vallen. Daar zit wel degelijk een analyse achter. Ik heb me dat haarfijn laten uitleggen. Als daar interesse voor bestaat, denk ik dat ik mensen kan mobiliseren die dat haarfijn kunnen uitleggen. Dat is niet omdat meneer Trump vijf vingers heeft aan zijn rechterhand, en overigens ook geen drie. Bovendien zitten we in 2026 pas op 2,24% van de uitgaven aan defensie. Dat is nog ruim de helft onder wat we afgesproken hebben op termijn.

Ten slotte, voordat ik bij UNRWA kom, wil ik graag van de minister horen waarom we geen aandeelhouder zijn van de Caribbean Development Bank. De minister heeft gezegd dat we geen aandeelhouder zijn. Dat wist ik ook. Ik was ook een beetje teleurgesteld dat we dat nog niet zijn. Maar welke reden zit erachter en, misschien nog veel belangrijker, is de minister bereid zich in te zetten om daar wel lid van te worden? Dat is misschien nog belangrijker dan weten waarom we het tot nu toe nooit zijn geweest.

Meneer Koffeman wil graag een vraag stellen, heb ik begrepen. Dat is misschien goed, voordat ik bij UNRWA kom.

De voorzitter:

De heer Koffeman gaat als het goed is een korte vraag stellen.

De heer Koffeman i (PvdD):

Een hele korte vraag, voorzitter. De 5% is nog niet gehaald. We zitten nog maar halverwege de 2%. En nu al heeft de Algemene Rekenkamer vastgesteld dat er voor miljarden — we hebben in dit debat steeds over miljoenen, tientallen miljoenen en honderden miljoenen gesproken — aan onduidelijkheid is. Is dat voor de VVD een reden om te zeggen: zolang die onduidelijkheid blijft bestaan, gaan we niet verder naar die 5%?

De heer Van Ballekom (VVD):

Voor de VVD is het van belang dat die uitgaven worden gedaan. We zullen goed controleren of ze goed worden gedaan. Dat ze in één keer allemaal goed worden gedaan — dat is in het kader van corona voorgekomen — kan je niet altijd verzekeren, maar u kunt ervan uitgaan dat we er alles aan doen om de rijksuitgaven zo goed mogelijk te verantwoorden.

Voorzitter. Dan hebben we het nog over UNRWA. De minister heeft in een eerder debat gesproken over condities en controles die moeten worden vervuld voordat de steun wordt hervat. Hij heeft geantwoord, maar in wat globale zin. Ik zou toch graag willen weten wat die specifieke condities zijn, welke controles zouden moeten worden uitgevoerd en door wie. Als de minister dat niet in de tweede termijn kan aangeven, kunnen we dat misschien beter op papier vragen, zodat hij de Kamer op die wijze daarover inlicht. Ik vind dat namelijk wel essentieel.

Ik heb hem ook niet gehoord over mijn verzoek. Ik vroeg de minister of hij bereid is om dat geld via andere kanalen bij het Gazavolk te krijgen, wanneer de zekerheid dat het geld goed besteed wordt niet kan worden gegeven. Dat kan via UNICEF, dat kan via het Rode Kruis en dat kan via het World Food Programme. Er zijn andere instanties die hulp aan die noodlijdende bevolking kunnen garanderen. Wellicht kan dat het beste met een brief. Nogmaals, met medische hulp via UNRWA of voedselhulp via UNRWA hebben we wat minder problemen. Maar als het gaat over onderwijsprogramma's en als je leest dat in die onderwijsprogramma's staat dat het Joodse volk van nature een verraderlijk volk is, hoef ik dat niet verder uit te leggen, denk ik.

De voorzitter:

Nee, dat klopt. Dank u wel. Dan gaan wij verder met de inbreng van de heer Van Gasteren. Hij spreekt mede namens de Fractie-Van de Sanden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank u wel. Minister, bedankt voor de beantwoording van de vragen. Ik miste er nog één, maar het kan ook zijn dat ik even niet aanwezig was toen u die beantwoordde. Mijn eerste vraag was namelijk of u kunt garanderen dat er geen verdere, vergelijkbare plannen zijn rondom de aanpassing van wat nu voorligt.

Verder hebben wij nog wel een groot probleem met de aanstaande constructie van GroenLinks-Partij van de Arbeid en het kabinet. Diezelfde begroting heeft namelijk twee achtereenvolgende politieke koopakkoorden doorlopen, eerst rechts en daarna links. De inhoudelijke uitkomsten van deze twee deals zijn tegenstrijdig: de een wil minder UNRWA-geld en de ander wil meer geld voor ontwikkelingssamenwerking. Dat lijkt wat vreemd. Dat betekent dat de begroting als beleidsdocument geen coherente politieke visie uitdrukt. Het is meer een sediment van twee opeenvolgende transacties in tegengestelde richting.

Het precedent is dan ook tweeledig. Niet alleen wordt de Eerste Kamer ingezet als onderhandelarena, maar het kabinet is ook bereid ideologisch in twee verschillende richtingen tegelijk te bewegen. Dat is bijna ruttiaans. Er lijkt dan ook geen sprake te zijn van beleid, maar meer van een veiling.

Onze bijdrage was gericht op de zelfkritische blik van dit huis; dat is al besproken, dus daar hoeven we verder niet meer bij stil te staan. Het onjuist hanteren van de politieke kasschuifmethodiek knelt. We willen het kabinet als geheel op het hart drukken dit middel in het vervolg niet meer in te zetten voor politieke doeleinden in plaats van waar het voor bedoeld is: als administratief-financieel hulpmiddel. Als senaat dienen we mondjesmaat van ons vetorecht gebruik te maken en dit nauwelijks of niet te doen bij begrotingen. Verwerping van een begroting door deze Kamer heeft vergaande gevolgen voor de dagelijkse gang van zaken, en in dit geval voor de zwakkeren in de internationale gemeenschap. Wij denken dat het land ook niet echt zit te wachten op de zoveelste kabinetscrisis over een onderwerp waarvan de gemiddelde Nederlander met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zou zeggen: joh, waar gaat het over?

Alles afwegende, en onder de assumptie dat er geen linkse en rechtse dubbeldeals meer plaatsvinden, en de kasschuif niet meer wordt gebruikt voor politieke deals, overwegen onze fracties voor de begroting te stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Bijsterveld i (JA21):

Dank u wel, voorzitter. Allereerst dank aan de minister voor de beantwoording van de vragen. Het is goed te vernemen dat de minister erkent dat hij niet handig heeft gehandeld; dan druk ik mij mild uit. Feit is dat er nu een andere begroting voorligt dan waar mijn fractie in de Tweede Kamer mee heeft ingestemd. Duidelijk is dat deze noodgreep nodig was in dit huis om deze begroting hier te redden. Maar dat gebeurde wel met allerlei kunstgrepen en kasschuiven. Ik wil toch wel benadrukken dat er in de Tweede Kamer overeenstemming over was dat er weliswaar minder geld naar UNRWA zou gaan, maar dat dat geld wel behouden zou blijven voor noodhulp, en dat dat geld niet een vermindering was van het geld dat beschikbaar is voor de noden in de wereld.

Mijn fractie vindt uiteraard de extra middelen die nu alsnog, twee of drie dagen later, werden toegewezen aan UNRWA een verkeerde keuze en een verkeerd signaal. Wij vinden het spijtig dat er onvoldoende is gekozen voor diversificatie. Ik sluit mij ook graag aan bij de vervolgvragen die mijn VVD-collega daarover heeft gesteld. Ik denk dat het goed is dat u daar nog expliciet op ingaat als het gaat om UNRWA. Wel is mijn fractie zeer verheugd met het wetsvoorstel om het verheerlijken van terrorisme alsnog strafbaar te kunnen stellen. Wij wachten dit wetsvoorstel graag af.

Met wat ik hiervoor heb beschreven over hoe de huidige begroting nu in elkaar steekt, zult u begrijpen dat mijn fractie deze begroting niet kan steunen. Dat zal geen verrassing zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Huizinga-Heringa van de fractie van de ChristenUnie.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de minister voor de beantwoording. Dit debat gaat over de begroting en de suppletoire begroting voor het lopende jaar 2026, maar toch spelen de begrotingen van de komende jaren ook een rol in dit debat.

Voor wat betreft het eerste: wij zijn ongelukkig met de voorliggende begroting, omdat de incidentele verhoging uiteindelijk een sigaar uit eigen doos is die gaten schiet in toekomstige begrotingen. Het is een oplossing voor de korte termijn. Het signaal van mijn fractie is helder en geldt voor de langere termijn: minderheidskabinet, maak ernst met serieuze stappen in de richting van de 0,7% en laat dat zien in de komende begrotingen, zoals gevraagd is in de breed gesteunde motie-Holterhues, maar ook in de Tweede Kamer met de motie-Hirsch.

Voorzitter. U zult begrijpen dat mijn fractie deze begroting, zoals die nu voorligt, niet kan steunen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat we met ontwikkelingssamenwerking proberen om de meest verstrekkende negatieve consequenties van het huidige oneerlijke mondiale handelssysteem voor de meest kwetsbare mensen een beetje te verzachten. En terwijl beleid dat dat handelssysteem iets duurzamer en iets socialer maakt wereldwijd wordt ontmanteld en daarmee de mondiale markt dus nog grilliger wordt, wordt tegelijkertijd wereldwijd bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking, ook door dit kabinet. De Partij voor de Dieren maakt zich ernstige zorgen over deze ontwikkelingen. Ondanks dat ik de minister dank voor de uitgebreide en heldere beantwoording, zijn deze zorgen door zijn beantwoording niet weggenomen. Integendeel, ze zijn eigenlijk alleen maar toegenomen. Ik ga mijn analyse uit de eerste termijn niet herhalen, maar de bottomline is dat het budget voor ontwikkelingssamenwerking onvoldoende was, onvoldoende is en onvoldoende blijft.

Volgens mij heb ik op twee van mijn vragen nog een antwoord tegoed van de minister. Over het proces van de totstandkoming van de deal met PRO en de koppeling door de VVD met het voorstel om het verheerlijken van terrorisme strafbaar te stellen, heeft de minister een beetje een te kort antwoord gegeven. Ik had gevraagd of de minister bereid is om namens het kabinet toe te zeggen dat alle aspecten van gemaakte afspraken, ook als zij andere dossiers betreffen, op tijd openbaar worden gemaakt, zodat partijen alles overziend een oordeel kunnen vellen over het totaalpakket. Het tweede antwoord dat ik volgens mij nog tegoed heb, gaat erover dat de minister heeft toegezegd om in tweede termijn terug te komen op mijn vraag over de 1,5%-NAVO-norm. Daarbij had ik gevraagd of de minister zou kunnen toezeggen om deze verkenning mee te nemen in de voorbereidingen voor Prinsjesdag.

Voorzitter. Ik zal dus tegen deze begroting stemmen. De norm van 0,7% is voor mijn fractie doorslaggevend. Uit het debat blijkt ook dat er voor het kabinet voldoende tijd is voor het zomerreces, zij het krap, om een begroting te maken die voldoet aan de wensen van een meerderheid van deze Kamer. Ik zie dus geen reden om voor deze begroting te stemmen. Ik zal ook de aankomende begroting, die voor 2027, beoordelen op de ambitie voor de 0,7%-norm.

Ik wens de minister heel veel succes — misschien heeft hij ook wel wat sterkte nodig — voor de gesprekken in het kabinet over de begroting voor 2027 en verder.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Beukering.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Beukering i (Fractie-Beukering):

Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, minister, voor de antwoorden. Beide fracties zitten toch nog met twee kleine dingen.

Eén. Hoeveel subsidie en steun gaat er jaarlijks nu eigenlijk naar de ngo's? Ik zie in de begroting: 120 miljoen jaarlijks, direct. Als je dat optelt tot 2030 is dat 600 miljoen. Maar dat is dus alleen maar de directe steun. Mijn vraag gaat eigenlijk over de indirecte steun. Hoeveel is dat in totaal? Dat is de eerste vraag.

De tweede vraag ligt in het verlengde daarvan. Als dat zulke enorme bedragen zijn en ook langdurig, in hoeverre zijn dat dan nog non-gouvernementele organisaties? Ze zitten immers een-op-een vast aan een financiële lijn met deze minister.

Voorzitter. Het laatste punt gaat over de kasschuif. Daarvoor heb ik een motie gemaakt. Ik zal het dictum voorlezen.

"verzoekt de regering af te zien van de voorgenomen kasschuif; verzoekt de regering de dekking voor eventuele extra uitgaven te vinden binnen de bestaande begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026, en gaat over tot de orde van de dag."

Deze motie is mede ondertekend door de heer Marquart Scholtz van BBB en de heer Van Gasteren van de Fractie-Van Gasteren.

De voorzitter:

Ik heb het idee dat u niet de overweging heeft voorgelezen.

De heer Beukering (Fractie-Beukering):

Nee, dat klopt.

De voorzitter:

Wilt u dat nog doen? Dat is belangrijk voor de Handelingen.

De heer Beukering (Fractie-Beukering):

Oké. Dan lees ik hem even voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet extra uitgaven op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026 wil dekken door middel van een kasschuif;

overwegende dat een kasschuif geen nieuw geld oplevert, maar uitgaven naar voren haalt en daarmee budgettaire ruimte in latere jaren verkleint;

overwegende dat politieke wensen niet behoren te worden gefinancierd door toekomstige begrotingsruimte aan te spreken zonder dat duidelijk is welke keuzes daarvoor later moeten worden gemaakt;

overwegende dat begrotingsdiscipline vereist dat extra uitgaven primair binnen de eigen begroting worden gedekt;

verzoekt de regering af te zien van de voorgenomen kasschuif;

verzoekt de regering de dekking voor eventuele extra uitgaven te vinden binnen de bestaande begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp 2026,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Beukering, Marquart Scholtz en Van Gasteren.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.

Zij krijgt letter G (36800-XVII).

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):

Voorzitter, dank. We staan voor een dilemma. Het is genoegzaam bekend dat wij willen bewegen richting de 0,7% van het bni. Ook het CDA staat onder de motie-Holterhues. We zijn dan misschien strikt genomen niet gebonden aan een regeerakkoord, maar ik verwijs er wel naar en dat doe ik indringend. We zetten een stap richting de OESO-norm. De minister, die wij dankzeggen voor de beantwoording, geeft ons vandaag toch wel helderheid, namelijk dat we bewegen van de OESO-norm vandaan. Dat had hij ons al schriftelijk voorgehouden, maar dat doet hij vanavond ook mondeling. We gaan eigenlijk van 0,53% richting de 0,47%.

Ja, de voorliggende begroting kent een plus, maar het is een greep uit de toekomst en dat is niet oké. Het is ook geen oplossing want dit biedt geen mogelijkheid om langjarige verplichtingen aan te gaan.

Voorzitter. Ik zei dat het een dilemma is, want een tegenstem is ook risicovol. Een tegenstem is ook een stem tegen noodhulp, wetende dat ebola haar kop heeft opgestoken. We kennen ook alle brandhaarden. Een tegenstem is ook risicovol gelet op de 0,5 miljard die extra wordt geïnvesteerd in maatschappelijke organisaties.

Voorzitter. Het geheel overwegend ben ik geneigd mijn fractie positief te adviseren, maar ik ben heel blij dat ik er nog twee weken de tijd voor heb.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Apeldoorn van de SP.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Voorzitter, dank. Dank aan de minister voor de beantwoording. De wereld staat in brand; de minister zei het zelf ook al. De noden zijn hoger dan sinds lange tijd. Er zijn meer conflicten in de wereld sinds de Tweede Wereldoorlog. Er is een recordaantal ontheemden. Inmiddels gaan we binnen de NAVO en ook in Nederland 5% aan defensie uitgeven. Wat mijn fractie betreft is dat sowieso waanzin. Het minste dat we echter zouden kunnen doen is dan ook kijken wat we kunnen doen aan conflictpreventie. Dat is een vraag die ik aan de minister heb gesteld en die volgens mij nog onbeantwoord is gebleven. Hoeveel geven we nu via de BHOS-begroting uit aan conflictpreventie, ook in vergelijking met de Defensiebegroting?

Voor mijn fractie is het hoe dan ook onbegrijpelijk dat we naar die 5% voor Defensie toegaan, terwijl we niet in staat blijken om de OESO-norm van 0,7% van het bni te halen. Over "niet in staat zijn": de minister zegt dat er geen dekking voor is. Dat is ook al eerder in het debat gewisseld. Ik wil toch even benadrukken dat het een politieke keuze is, zoals uiteindelijk alles een politieke keuze is. De politieke keuze van dit kabinet is om de koppeling niet te herstellen. Ik kan de woorden van mevrouw Van Toorenburg nu herhalen. Ik denk dat het heel helder is. Mijn fractie trekt daar een andere conclusie uit dan de CDA-fractie waarschijnlijk gaat doen. Helaas, zeg ik daarbij. Er is in ieder geval geen betekenisvolle stap richting de 0,7% gezet door dit kabinet. Sterker nog, het gaat nog een stapje achteruit. 90% van de monsterbezuiniging van 2,4 miljard van de voorganger van de minister, PVV-minister Klever, blijft gewoon staan. Dat heeft de minister bevestigd. Per saldo komt er geen euro bij voor ontwikkelingssamenwerking.

Tot slot, voorzitter. Wat er mogelijk wel bij komt, is een wet waar mijn fractie ook helemaal niet gelukkig mee zal zijn. Dat zeg ik even los van wat je daar politiek van vindt. Ik heb het over de wet die het mogelijk moet maken de verheerlijking van terrorisme strafbaar te stellen. Overigens zijn we natuurlijk erg tegen verheerlijking van terrorisme, maar voor ons gaat het erom hoe die wet wordt ingevuld. Dat debat zullen we een andere keer gaan voeren. Dan heb ik het dus over de schaduwdeal, die indirect toch mogelijk is gemaakt door de deal met PRO, al wist PRO er niks van. Ze zijn er ook niet blij mee. Dat moge duidelijk zijn. Collega Koffeman vroeg hier ook al naar. Ik had gevraagd of de minister op de hoogte was van deze schaduwdeal en of hij er expliciet mee akkoord is gegaan. Daar heb ik geen antwoord op gekregen. Die vraag herhaal ik daarom.

Voorzitter. Ook los van deze schaduwdeal, waar wij niet gelukkig mee zijn — het moge wel duidelijk zijn, denk ik — zal ik mijn fractie adviseren over twee weken tegen deze PVV-begroting te stemmen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Moonen van D66.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Moonen i (D66):

Heel kort, voorzitter. Ik dank de minister en de ambtenaren voor de beantwoording van de vragen, ook van de collega's. De zin die bij mij bleef hangen, was die waarin de minister aangaf dat we de SDG's niet gaan halen. Dan hebben we het over zaken als schoon water, armoede, honger in de wereld en gezondheid. De VN schrijft inderdaad dat dat komt door de toename van conflicten in de wereld. De minister is bezig met het beleid en zijn ambities voor de komende jaren. Mijn vraag aan hem zou zijn wat zijn visie is op wat er extra nodig is om deze Sustainable Development Goals wereldwijd wel te gaan halen.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Minister, kunt u direct antwoorden of heeft u een paar minuutjes nodig. Tien? Vijf ook goed? Een dikke vijf, doen we dan. Ik schors de vergadering voor een dikke vijf minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Ik heropen de vergadering voor de beantwoording van de kant van de regering in de tweede termijn. Gaat uw gang, minister.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Minister Sjoerdsma i:

Voorzitter. Ik dank uw leden voor de gestelde vragen. Het is verleidelijk om in te gaan op sommige opmerkingen, maar omwille van de tijd zal ik me beperken tot de vragen en de motie.

Mevrouw Karimi had nog vragen over de aanvallen op drinkwatervoorzieningen in Oekraïne. Wij hebben een langlopend programma voor die drinkwaterbedrijven, onder andere via internationale financiële instellingen, gericht op het herstel van kritieke infrastructuur, waaronder watercentrales. Dit zit ook in de 178 miljoen die wij nu naar voren hebben gehaald.

De heer Schalk vroeg of welbegrepen eigenbelang niet heel nauw is. Nee. Ik heb de heer Schalk nog niet kunnen betrappen op het selectief citeren van mij, maar nu toch een klein beetje wel. Daarvoor heb ik gezegd: het belang dat ook wordt gehecht aan het idealistische karakter van ontwikkelingssamenwerking. Daarbij wil ik zeggen dat ik het begrip "welbegrepen eigenbelang" begrijp en uitleg in die zin dat het een eigenbelang is dat ook het belang van een ander dient, een win-winbelang. En dat is weer in sterk contrast met hoe het vorige kabinet het eigenbelang uitlegde, niet het welbegrepen eigenbelang. Met die twee kanttekeningen hoop ik dat ik hem op die intenties gerust kan stellen.

De heer Schalk vroeg ook of Sierra Leone versus UNRWA selectief is. Het antwoord daarop is denk ik nee. Waar UNRWA te maken heeft met zeer robuuste systemen en de wens om elk crimineel of terroristisch element ver uit de organisatie te houden en de organisatie daarop ook is ingericht, zien we bij Sierra Leone een grote mate van state capture door een crimineel. De recente recorddrugvangst, ik meen door Spanje, is te herleiden tot dat land en tot die crimineel. Ik zie daar een groot verschil. Voor de duidelijkheid: het betreft hier geen Nederlands geld, maar Europees geld, dat naar de overheid van Sierra Leone gaat.

De heer Koffeman vroeg om een duiding van de kasschuif. Ik herhaal datgene wat sommigen van u hebben gezegd: de brandende noodzaak om in dit jaar extra inzet te plegen om die mensen te ondersteunen die het hardst geraakt worden door de aanvallen van Rusland in Oekraïne, door ebola, door de gevolgen van de oorlog in Iran, niet alleen in het belang van deze kwetsbaren, maar ook in het belang van Nederlandse burgers.

Hij vroeg daarnaast naar pandemische paraatheid. Ja, het kabinet trekt meer geld uit voor pandemische paraatheid. Ik hoop dat de heer Koffeman mij niet euvel duidt, maar ik zal de minister van VWS moeten vragen om daarover nadere informatie te verschaffen. Dat zal zij ook binnenkort doen.

De heer Koffeman vroeg ook naar de terugkeerhub in Uganda. Dat staat momenteel in de koelkast. Wel wil ik gezegd hebben dat de voorwaarden — ik noemde al mensenrechten en internationaal recht — ook ontwikkelingsgestuurd en vraaggestuurd vanuit het partnerland moeten komen en dat moet worden voldaan aan de OESO-DAC-criteria, want anders kunnen daar geen OS-uitgaven worden gedaan.

De heer Van Ballekom zei, overigens wat mij betref terecht, dat andere landen — hij wilde geen namen noemen — wellicht meer zouden kunnen doen. Hij noemde daarbij ook de omvang van deze begroting. Dat ben ik met hem eens. Ik zal hier ook geen namen noemen, maar ik neem wel de oproep van de VVD heel serieus om ook andere landen te vragen daar waar dat kan hun verantwoordelijkheid te nemen. Ik zeg hem ook toe dat ik zal onderzoeken of met de gelden die vrij worden gemaakt door de afspraken met GroenLinks-PvdA, het ons zal lukken om meer geld te mobiliseren. Om een voorbeeld te noemen: ik wil kijken of het ons lukt met dit additionele geld — de 100 miljoen euro aan noodhulp — en de gesprekken die wij met de bazen van hulporganisaties hebben gevoerd, dit jaar andere bondgenoten zo ver te krijgen om in te springen, omdat de problemen natuurlijk te groot zijn voor Nederland alleen en wij ook andere landen op hun verantwoordelijkheid mogen aanspreken.

De heer Van Ballekom vroeg ook naar het aandeelhouderschap van de Caribbean Development Bank. Ik noemde zelf de twee andere banken die relevant zijn voor het Caribisch gebied en waarin wij wel aandelen hebben. Ik zou hem ook willen zeggen dat onderzocht is of dat aandeelhouderschap te overwegen valt. Duidelijk werd dat de kosten 10 miljoen bedroegen. Het vorige kabinet heeft in het kader van de bezuinigingen besloten daar niet op in te gaan. Ik ben bereid daar nog een keer naar te kijken. Ik weet niet of die heroverweging betekent dat we het ook gaan doen, maar ik ben wel bereid op zijn aanmoediging mijzelf nog een keer te laten inlichten over de voor- en nadelen van dit aandeelhouderschap.

De voorzitter:

Als u het heel kort kunt houden.

De heer Van Ballekom i (VVD):

Heel kort, voorzitter. Die 10 miljoen is eenmalig, omdat daar aandelen mee gekocht worden. Dan ben je permanent lid van die bank en hebben we ook meer mogelijkheden om hulpgelden richting het Caribisch deel van het Koninkrijk te dirigeren. Dus ik denk dat het op de lange termijn een goede investering is. Vandaar ook dat je met minder geld wellicht meer impact kunt hebben.

Minister Sjoerdsma:

Zo heb ik de oproep van de heer Van Ballekom ook begrepen. Zo zien wij in het algemeen ook ons aandeelhouderschap van dergelijke banken. Ik wil wel zelf nog even wegen of die voordelen ook daadwerkelijk zo zijn als de heer Van Ballekom schetst. Dat ga ik goed wegen en ik laat mij daar ook goed over informeren. Dat wil ik niet staande de vergadering doen, maar ik neem dat serieus mee.

De heer Van Ballekom vroeg ook nog naar UNRWA en de voorwaarden. Kijk, UNRWA voldoet op dit moment aan de voorwaarden van het Nederlandse kabinet om de financiering te hervatten op het niveau waarop die eerder was. Dat zijn strenge voorwaarden. Laat ik ook heel helder zijn: het voornemen van het kabinet om de financiering te herstellen via de suppletoire begroting van september komt boven op het geld dat al in deze begroting zit. Dit jaar is reeds 11 miljoen euro aan UNRWA overgemaakt. Het is dus niet zo dat wij opnieuw een afweging maken of dat kan. Die afweging hebben wij dit jaar al gemaakt en dat kan. Wat ik wel heb meegenomen uit dit debat, en ook uit de debatten met de Tweede Kamer, is dat wij uiteraard blijven monitoren op bewijs dat het tegendeel zou zijn van wat wij nu zien. Op dergelijk bewijs zal uiteraard te zijner tijd worden geacteerd.

Voorzitter. De heer Van Gasteren vroeg naar transparantie rond de plannen. Ik wil hem graag zeggen dat de plannen zoals vervat in de afspraken met PRO in de Tweede Kamer en GroenLinks-PvdA hier, maar ook in de suppletoire begroting, uiteraard transparant met uw Kamer worden gedeeld. Die stukken zullen ook nog bij uw Kamer langskomen. Hetzelfde geldt overigens voor de begrotingsmomenten van 2027. Een van de belangrijke keuzes die daar bijvoorbeeld voorligt, is hoe de OS-intensiveringsmiddelen van 257 miljoen euro worden verdeeld. Ook die intensivering zal weer langs beide Kamers komen, maar dan later dit jaar.

Dan had mevrouw Visseren-Hamakers ook nog vragen. Zij vroeg onder andere naar die 1,5% voor weerbaarheid. Ik heb dat even nagevraagd. Zij vroeg eigenlijk of dat niet gebruikt kan worden om de OS-begroting een boost te geven. Dat is volgens mij de achterliggende vraag. Die begrijp ik goed. Ik heb dat nagevraagd, maar feitelijk gaat het om een vorm van toerekening. Wat ik daarmee bedoel, is dat binnen diverse begrotingen wordt bekeken welke bestaande inzet onder de noemer van die 1,5% kan vallen. Dat zal dus niet alleen voor deze begroting gelden, maar vermoedelijk ook voor andere begrotingen. Deze exercitie levert geen additioneel geld op. Het is een labelingsexercitie.

Mevrouw Visseren-Hamakers vroeg ook of ik namens het kabinet kan toezeggen dat alle aspecten openbaar zijn. Dat zeg ik uiteraard toe. Die brief hebben zowel de Tweede Kamer als uw Kamer inmiddels ontvangen.

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Even om het scherp te krijgen. De toezegging die ik nu hoor, gaat over toekomstige afspraken met partijen in de oppositie, als er steun moet worden gezocht voor verbetering van beleid. Betekent dat, dat niet alleen de partijen waarmee het kabinet onderhandelt, maar ook andere partijen in beide Kamers volledig inzicht hebben in de omvang van die afspraak op het moment dat zij een besluit moeten nemen over de vraag of zij zo'n afspraak kunnen steunen?

Minister Sjoerdsma:

Ja, absoluut. Dat is ook de reden waarom deze Kamer niet alleen de brief heeft gekregen die ik over deze afspraken heb gestuurd, maar ook de nota van wijziging. Ik weet dat die formeel nu niet voorligt. Ik weet ook dat die formeel nog onderdeel uitmaakt van de behandeling van de suppletoire begroting. Maar om uw Kamer zo volledig mogelijk te informeren, heb ik mijn ambtenaren gevraagd ervoor te zorgen dat u die stukken al vooraf kreeg.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Betreft dat dan ook toekomstige ... Ik wil niet vooruitlopen op toekomstige schaduwdeals, want ik hoop dat er geen schaduwdeals meer komen. De aanleiding was nu de schaduwdeal. Het gaat dus om de vraag: wat is het totaalpakket van de deal en eventuele schaduwdeals waar partijen in beide Kamers een oordeel over moeten vellen?

Minister Sjoerdsma:

Absoluut. Hierbij wil ik nog een keer zeggen, zoals ik ook in de brief heb toegelicht, dat het wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme geen onderdeel is van de afspraken die gemaakt zijn met PRO in de Tweede Kamer en GroenLinks-PvdA in de Eerste Kamer. Binnen het kabinet vindt er uiteraard over alle besluitvorming overleg plaats. Dat heeft de vicepremier overigens bij haar persconferentie bevestigd.

Voorzitter. Ik was gebleven bij de heer Beukering. Hij had twee vragen. Zijn eerste vraag was hoeveel steun er direct en indirect naar ngo's gaat. Ik moet in alle eerlijkheid zeggen dat mijn ambtenaren hun best hebben gedaan om dat in een paar minuten zo volledig mogelijk uit te vlooien. Direct is makkelijk te herleiden, maar indirect is natuurlijk iets ingewikkelder. Als de heer Beukering mij niet afrekent op een tiental miljoen meer of minder, dan komen wij uit op ongeveer 920 miljoen euro. Dat is 15% van de begroting, zeg ik voor de duidelijkheid.

De heer Beukering vraagt ook, wat misschien echt de portee van zijn vraag is: betekent dat dat dit eigenlijk geen maatschappelijke organisaties meer zijn maar meer overheidsorganisaties? Ik denk dat dat niet zo is. Nederlandse maatschappelijke organisaties zijn de afgelopen jaren juist heel hard geraakt door de bezuinigingen. Hun afhankelijkheid van de Nederlandse overheid en de Nederlandse financiering is over het algemeen afgenomen. Ze hebben hun best gedaan om hun financieringsbronnen te diversifiëren. Sommige organisaties lukt dat heel goed. Het lukt dan om steun te verkrijgen bij andere organisaties, maar ook om steun te verkrijgen bij Nederlandse burgers. Er zijn echt maatschappelijke organisaties die ongelofelijk veel burgers als leden hebben, waar een heel groot draagvlak uit blijkt. Natuurlijk zijn dat niet dezelfde bijdrages als die die vanuit een overheid kunnen komen. Dat gaat dan over mensen die bereid zijn van hun salaris, hun pensioen of hun AOW toch €10 in de maand over te maken. Het is echt van groot belang dat deze organisaties hun werk kunnen doen. We zien soms ook dat het hun lukt om grote getalen mensen op de been te krijgen. Misschien is dat het belangrijkste bewijs dat het maatschappelijke organisaties zijn en geen overheidsorganisaties. Deze mensen spreken zich dan zeker niet uit voor het overheidsbeleid, maar daartegen. Ik zou zelf zeggen: je kunt eigenlijk geen beter bewijs zien van die onafhankelijkheid.

Over de motie zal ik zo direct, aan het eind van deze termijn, mijn oordeel geven.

De heer Van Apeldoorn vroeg: hoeveel geld gaat er nu naar conflictpreventie? Ik heb daar twee antwoorden op. Eén. Ik zie mijn gehele begroting als conflictpreventie. Dat is flauw, maar ik denk dat dat een echt antwoord is, en een cruciaal antwoord. Twee. Als ik heel specifiek kijk naar middelen die per se gericht zijn op de activiteit conflictpreventie, dan zitten we op artikel 4.3. Dan gaat het over 280 miljoen euro. Overigens doen we daar ontzettend mooie dingen mee, maar gelet op de tijd zal ik de voorbeelden even achterwege laten.

Mevrouw Moonen vroeg nog hoe we de SDG's wel halen. Ik zou willen zeggen dat Nederland daaraan een hele grote bijdrage heeft geleverd, levert en zal leveren, maar dat het helaas niet in de hand van Nederland alleen ligt om ervoor te zorgen dat dat gebeurt. De uitdagingen en de achterstand ten aanzien van deze doelstellingen zijn zo ontzettend groot dat er heel veel nodig zal zijn om dat alsnog te doen. Dat maakt ook de discussie, die ik in de eerste termijn kort noemde, over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Dat gaat om de vragen hoe we ons verhouden tot het Globale Zuiden en zij tot ons en hoe we ons verhouden tot de mondiale uitdagingen. Dat is zo urgent dat dat niet meer kan op de manier waarop we dat nu doen. Die is simpelweg ontoereikend. Dat vraagt ook van ons om serieus denkwerk.

Dan de motie-Beukering. Ik heb die motie goed gelezen. Ik snap ook de strekking. Wat er wordt gevraagd, kan ik helaas niet leveren in de zin dat de dekking van de gelden die aan de begroting worden toegevoegd uit mijn eigen begroting uit de toekomst komen. Die kan ik niet uit het heden halen. In die zin moet ik de motie ontraden. Hetzelfde geldt voor het oordeel over de kasschuif. Ik snap dat uw oordeel is dat deze kasschuif ongewenst is. Tegelijkertijd is het een instrument dat in de financiële toolbox van elk kabinet zit. Ik zou niet alleen dit kabinet maar ook toekomstige kabinetten dat instrument niet willen ontzeggen. Vanuit dat oogpunt moet ik de motie ontraden.

Voorzitter. Dan kort, tot slot. Ik heb uw leden goed gehoord. Ik heb ook de opdracht goed gehoord en ik zal mij maximaal inzetten voor een begroting in 2027 die op uw instemming kan rekenen. Ik heb u ook goed gehoord over reeds aangenomen moties in dit huis, met name de motie-Holterhues. U hebt mij in meerderheid duidelijk gemaakt hoe belangrijk u die motie vindt. Zoals ik heb gezegd, zal ik die meenemen in het kabinet. Wel nadrukkelijk ook in de wetenschap dat die motie geen dekking aanreikt en dat er ook bredere vraagstukken zijn waar dit kabinet zich voor gesteld ziet en waar ook sommige van uw partijen het kabinet voor stelt. Dat gezegd hebbende, uw geluid is helder. Uw vraag aan mij vandaag is om in de volgende begroting stappen te zetten richting de 0,7%.

Omgekeerd hoop ik wel dat het mij gelukt is om ook deze boodschap af te geven: deze begroting is van groot belang, hij verdient uw steun. In 2026 herstellen we de facto de koppeling aan 0,7%. Met het geld dat wordt toegevoegd, kunnen we ongelofelijk belangrijke dingen doen. Om in de metafoor van de heer Schalk te blijven: hij had het over de boer en de vier hoekjes. We kunnen van mening verschillen over wat karig is en niet, maar ik kijk naar de doelstelling, de 0,7% van de heer Schalk. Wij komen tot 0,53% en dat zou betekenen dat wij zeven tienden van die hoekjes vrijlaten voor de minder vermogenden. Dat zou ik zelf niet karig willen noemen, maar een stevige inzet. Ik hoop dan ook dat deze begroting — voor links voor de allerkwetsbaarsten, voor rechts als het gaat over het tegengaan van migratiestromen — op uw steun kan rekenen.

Voorzitter. Daarmee dank ik u hartelijk.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Ik zie de heer Van Apeldoorn opspringen om het weer over deze discussie te hebben, maar ik suggereer dat hij een stemverklaring doet. Ik wil graag de beraadslaging sluiten. Ik wil tot afronding van het wetsvoorstel komen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:

Ik heb begrepen dat er om een hoofdelijke stemming is gevraagd. Klopt dat nog steeds? Als dat zo is, dan kunnen wij niet volgende week stemmen, maar de week daarna, omdat volgende week veel leden afwezig zijn vanwege de Raad van Europa. Dat horen wij graag op tijd. Mocht het niet zo zijn en wij gewoon fractiegewijs gaan stemmen, dan zullen wij volgende week over het wetsvoorstel stemmen en de motie van de heer Beukering c.s.

Dan dank ik de minister voor zijn aanwezigheid en schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken. Dan gaan we verder met de Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Talsma