1.Vaststellen agenda
2.36836
Uitvoering maatregelen kabinetsreactie op rapport parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Beslispunten
Welke procedure wenst de commissie te volgen?
a. inbreng leveren voor verslag;
b. volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen) en afdoen als hamerstuk;
c. volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen) en afdoen na stemming;
d. volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling)?
internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
zie ook de memorie van toelichting pagina 43 en verder
Procedure
3.36836, A
Brief van de staatssecretaris van BZK over de voorhang van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Tijdelijke wet Groningen en het Mijnbouwbesluit; Uitvoering maatregelen kabinetsreactie op rapport parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen
Beslispunt
Wenst de commissie het voorgehangen ontwerpbesluit voor kennisgeving aan te nemen, overwegende dat in de Tweede Kamer hierover vragen zijn gesteld die inmiddels zijn beantwoord?
Toelichting
Op 14 april jl. besloot uw commissie de bespreking van het agendapunt aan te houden tot heden (12 mei 2026), zodat het lid Van Langen-Visbeek (BBB) kon nagaan of de bij haar levende vragen over het ontwerpbesluit in voldoende mate bij de behandeling in de Tweede Kamer zijn of worden geadresseerd.
Historie
Op 13 februari 2026 heeft de toenmalig staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het ontwerpbesluit 'Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen en de Mijnbouwwet in verband met de uitvoering van diverse maatregelen uit de kabinetsreactie op het rapport van de parlementaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen' aan de Kamer aangeboden.
Op 3 maart 2026 heeft de commissie op verzoek van het lid Van Langen-Visbeek (BBB) besloten dit onderwerp in een komende vergadering te agenderen. In de Tweede Kamer is de voorhang van het ontwerpbesluit bij brief van 10 maart 2026 gestuit. Op 17 maart 2026 heeft uw commissie besloten de behandeling aan te houden in afwachting van de beantwoording van door de Tweede Kamer gestelde vragen over het ontwerpbesluit.
Deze antwoorden zijn op 1 april 2026 aan de Tweede Kamer toegezonden. De minister heeft aangegeven de verzending aan de Afdeling advisering van de Raad van State aan te houden totdat de behandeling van wetsvoorstel 36.836 in de Tweede Kamer is afgerond. Dit is aan de orde geweest in de BIZA-commissievergadering van 14 april jl.
De voorlegging geschiedde in het kader van de wettelijk voorgeschreven voorhangprocedure voor het verruimen van de reikwijdte van de vergoeding voor rechtsbijstand en bijstand door andere deskundigen (artikel 13n, zesde lid, van de Tijdelijke wet Groningen; artikel I, onderdeel I, van het ontwerpbesluit) en bood de Kamer de mogelijkheid zich hierover uit te spreken voordat het ontwerpbesluit aan de Afdeling advisering van de Raad van State zou worden voorgelegd en vervolgens zou worden vastgesteld. Op grond van de aangehaalde bepaling zou de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder geschieden dan 4 weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal was overgelegd.
Bespreking
4.Raming Eerste Kamer 2027
Raming Eerste Kamer 2027
Beslispunt
Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor het verslag?
Raming 2027
Op de Raming van de Eerste Kamer is artikel 14 van het Reglement van Orde van toepassing. Dat luidt:
-
1.Het College van Voorzitter en Ondervoorzitters stelt een raming op van de in het volgende jaar benodigde uitgaven.
-
2.Zij vertrouwt het voorbereidend onderzoek toe aan een daartoe door de Kamer aangewezen vaste of tijdelijke commissie.
-
3.De raming wordt, nadat zij door de Kamer is vastgesteld, vóór 1 juli toegezonden aan de minister die verantwoordelijk is voor het hoofdstuk van de rijksbegroting waarbij de posten voor de Staten-Generaal worden vastgesteld.
Mutaties voortvloeiend uit Voorjaarsnota 2026
In de hier geagendeerde (concept)raming 2027 van de Eerste Kamer wordt ook verwezen naar mutaties in het kader van de Voorjaarsnota 2026. Deze zijn verwerkt in wetsvoorstel 36.915 IIA: Wijziging van de begrotingsstaat van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) dat op 2 april jl. is ingediend bij de Tweede Kamer en waarvan de behandeling naar verwachting voor de zomer 2026 in uw commissie aan de orde zal zijn.
Inbreng voor het verslag
5.CLVI, AE
Voorstel digitaal quorum op niet-reguliere vergaderdagen
Beslispunt
Kan de commissie instemmen met verzending van bijgevoegde brief van de commissie aan de Kamervoorzitter met in de bijlage een conceptvoorlichtingsvraag?
Toelichting
In de commissievergadering van 21 april jl heeft uw commissie als volgt besloten:
'De commissie besluit - op basis van een meerderheid van de aanwezige fracties - de plenaire vergadering voor te stellen voorlichting te vragen aan Afdeling advisering van de Raad van State over het voorstel digitaal quorum op niet-reguliere vergaderdagen. De leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, PVV, PvdD, Volt en SGP spraken zich uit voor dit voorstel. De leden van de fractie van JA21 wilden niet in de weg staan aan het vragen van voorlichting. De leden van de fracties van BBB, VVD, CDA en ChristenUnie spraken zich uit tegen dit voorstel. De leden van de fracties van SP, FVD, 50PLUS, OPNL, fractie-Visseren-Hamakers, fractie-Beukering, fractie-Walenkamp, fractie-Van de Sanden en fractie-Van Gasteren waren afwezig.'
Ambtelijk is een conceptvoorlichtingsaanvraag opgesteld die na vaststelling door uw commissie kan worden doorgeleid naar de plenaire vergadering zodat deze hierover op 19 mei a.s. kan besluiten. Het concept treft u aan in de bijlage. Op ambtelijk niveau is de Raad van State geinformeerd.
Achtergrond
Motie-Vos c.s. uitgevoerd
Op 16 mei 2023 heeft de vorige Eerste Kamer de motie-Vos c.s. aanvaard (Kamerstukken I 2022/23, CLVI, M), waarin twee verzoeken aan de toenmalige Huishoudelijke Commissie (thans: College van Voorzitter en Ondervoorzitters) zijn gedaan, te weten:
-
-om een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderingen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden en
-
-om bij het Presidium van de Tweede Kamer na te gaan of dit eveneens van mening is dat een dergelijk digitaal quorum past binnen de interpretatie van artikel 67, eerste lid van de Grondwet.
Wat het tweede punt betreft heeft schriftelijk overleg plaatsgevonden tussen het College en het Presidium van de Tweede Kamer. Het Presidium heeft bij brief van 9 oktober 2024 onder meer het volgende geschreven (Kamerstukken I 2023/24, CLVI, AB):
"De Raad van State heeft in haar voorlichting gesteld dat het bij een dynamische interpretatie van de Grondwet van wezenlijk belang is dat er sprake is van een hoge mate van consensus tussen de betrokken staatsorganen: Tweede Kamer, Eerste Kamer en regering. Het Presidium stelt vast dat de Tweede Kamer zich over een voorstel zoals bedoeld in de motie-Vos c.s., waarbij een digitaal quorum wordt voorgesteld voor niet-reguliere vergaderdagen, niet heeft uitgesproken. Het is aan de Tweede Kamer zelf om desgewenst een oordeel te geven over de grondwettigheid van voorstellen als deze. Het Presidium kan de Kamer hierin niet vertegenwoordigen."
Het Presidium heeft op 11 september 2025 wel een voorstel aan de Tweede Kamer voorgelegd voor het in buitengewone omstandigheden tijdelijk mogelijk maken van digitaal intekenen en digitaal vergaderen en stemmen (Kamerstukken II 2024/25, 36 808, nr. 2.). Dit voorstel ziet alleen op ernstige crisissituaties (pandemie, natuurramp, kernramp, aanslag). Behandeling van het voorstel laat nog op zich wachten.
Wat het eerste punt betreft heeft het College in zijn vergadering van 25 november jl. besloten een voorstel tot vaststelling van een Regeling digitaal quorum voor niet-reguliere vergaderdagen aan de Kamer voor te leggen. De regeling is daarop dezelfde dag aan de Kamer voorgesteld. In uw commissievergadering van 9 december 2025 hebt u besloten de motie-Vos c.s. als uitgevoerd te beschouwen.
Context
Met een digitaal quorum wordt gedoeld op de mogelijkheid voor leden om van buiten het Kamergebouw digitaal in te tekenen voor een vergadering van de Kamer, waarna zij als 'ter vergadering aanwezig' gelden als bedoeld in artikel 67, eerste lid, van de Grondwet. In de bijzondere omstandigheden van de coronacrisis, toen grote samenkomsten onwenselijk waren en reizen werd afgeraden, heeft de Eerste Kamer gedurende twee perioden gewerkt met een digitaal quorum. Dit digitale quorum was uitdrukkelijk als tijdelijk bedoeld. De Kamer had hierover ook Voorlichting gevraagd aan de Raad van State. De Tijdelijke regeling digitaal quorum is per 1 april 2022 komen te vervallen.
In haar verslag van 14 maart 2023 (Kamerstukken I 2022/23, CLVI, A) meldde de Tijdelijke Commissie Actualisering Reglement van Orde (CARO) dat binnen de commissie de meningen verschilden of een digitaal quorum buiten de bijzondere omstandigheden zoals die ten tijde van de coronacrisis golden mogelijk en wenselijk was.
De CARO volstond in haar voorstel voor een geactualiseerd Reglement van Orde met een grondslag voor een digitaal quorum in bijzondere omstandigheden zoals die zich ten tijde van de coronacrisis hadden voorgedaan. In dergelijke omstandigheden kan de Kamer bij afzonderlijke regeling bepalen dat leden die aan de vergadering wensen deel te nemen dit ook op digitale wijze kenbaar kunnen maken, zonder aanwezig te zijn in het Kamergebouw (artikel 52, tweede lid, Reglement van Orde). De Kamer heeft het door nota's van wijziging en enkele amendementen aangepaste voorstel van de CARO op 16 mei 2023 aanvaard, waarbij artikel 52, tweede lid, niet gewijzigd werd.
Bij de plenaire behandeling van het voorstel is niettemin het digitaal quorum weer uitgebreid ter sprake gekomen. De Kamer nam een motie-Vos c.s. aan, waarin werd uitgesproken "dat een dergelijk digitaal quorum past binnen de interpretatie van artikel 67, eerste lid van de Grondwet". De toenmalige Huishoudelijke Commissie (thans het College van Voorzitter en Ondervoorzitters) werd verzocht "een voorstel te doen om een digitaal quorum mogelijk te maken voor vergaderdagen van de Eerste Kamer die bij uitzondering op een niet-reguliere vergaderdag worden gehouden".
Bespreking
6.36600 B
Brief van de minister van BZK over advies van de VNG over herziening verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2027; Begrotingsstaat gemeentefonds 2025
Beslispunt
Wenst u de brief d.d. 22 april jl. inzake het VNG-advies ten aanzien van de Herziening herverdeling gemeentefonds per 1 januari 2027 alsnog te betrekken bij uw eventuele inbreng voor nader schriftelijk overleg over het ROB-advies (zie volgend agendapunt)?
Toelichting
Op 22 april jl. heeft de minister van BZK, mede namens de staatssecretaris van Financiën, het advies van de VNG ten aanzien van de Herziening herverdeling gemeentefonds per 1 januari 2027 naar uw Kamer gezonden. Het advies van de ROB hierover heeft u reeds op 1 april jl. ontvangen en staat heden geagendeerd voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg (zie volgend agendapunt). Desgewenst zou u de inbreng kunnen aanhouden en zo mogelijk de hier geagendeerde brief van 22 april jl. inzake het VNG-advies hierin kunnen meenemen?
Bespreking
7.36600 B / 29362, V
Brief van de minister van BZK over het ROB-advies over de herziening van de verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2027; Modernisering van de overheid
Beslispunten
-
-Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg?
-
-Wenst u de termijn voor inbreng te verlengen tot de volgende vergadering, zodat in dezelfde brief ook eventuele vragen over het VNG-advies kunnen worden meegenomen?
Toelichting
Bij brief van 1 april 2026 bood de minister van BZK, mede namens de staatssecretaris van Financiën, het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) inzake de herziening van de verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2027 aan de Kamer aan (36.600 B / 29.362, V). Eerder was de Kamer bij brieven van 3 februari en 16 februari 2026 geïnformeerd over respectievelijk het eerste en tweede deel van de adviesaanvraag aan de ROB. Naar aanleiding daarvan had de ROB nadere vragen gesteld, die op 27 februari 2026 per brief werden beantwoord. Op 14 april jl. heeft u besloten heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg met de regering.
Het advies van de VNG over de herziening van de verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2027 is eveneens ontvangen en op de agenda geplaatst (zie vorige agendapunt).
Inbreng voor schriftelijke overleg
8.SR-2026-12
Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer: De adviesorganen van de EU
Beslispunt
Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering?
Toelichting
Op 26 maart 2026 publiceerde de Europese Rekenkamer Speciaal verslag 12/2026 over de adviesorganen van de EU. Volgens de auditors hebben het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s regelmatig moeite om hun adviezen tijdig uit te brengen om nog invloed te hebben op de EU-besluitvorming. Daarnaast wordt de doorwerking van adviezen in de uiteindelijke wetgeving niet systematisch beoordeeld en ontbreken transparante criteria voor de selectie van deskundigen.
Het is gebruikelijk dat speciale verslagen van de Europese Rekenkamer ter informatie aangeboden worden aan de relevante commissies. Dit speciale verslag was tevens ter informatie aangeboden aan de commissie EUZA. Op verzoek van het lid Van Langen-Visbeek (BBB) stond het speciale verslag op 14 april jl. ter bespreking geagendeerd, waarna u heeft besloten heden gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg met de regering. Het onderwerp wordt bovendien opnieuw geagendeerd zodra de aangekondigde impactanalyse is verschenen.
Inbreng
9.36521, D
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van BZK over de kabinetsreactie op de jaarverslagen 2023 Nationale ombudsman en Kinderombudsman; Jaarverslag Nationale ombudsman, Kinderombudsman en Veteranenombudsman 2023
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Op 16 december 2025 is een brief aan de minister van BZK gestuurd met nadere vragen over het jaarverslag van de Nationale ombudsman en de kinderombudsman 2023 en de kabinetsreactie daarop. Deze nadere vragen zijn op 21 april jl. beantwoord. Over dit onderwerp heeft inmiddels drie maal (nader) schriftelijk overleg plaatsgevonden.
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
10.33335, H
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van BZK over het werkprogramma DINGtiid 2026-2027; Wet gebruik Friese taal
Beslispunt
Welke leden wensen heden inbreng te leveren voor nader schriftelijk overleg?
Toelichting
Op verzoek van de leden Van Langen-Visbeek (BBB) en Van der Goot (OPNL) is de brief van de minister van BZK met het werkprogramma 2026–2027 van DINGtiid, het orgaan voor de Friese taal, geagendeerd (33.335, G). Naar aanleiding daarvan is op 17 februari 2026 een brief aan de toenmalige minister van BZK gestuurd met vragen van de fracties van de BBB en OPNL. De minister van BZK heeft bij brief van 8 april 2026 geantwoord. Op 21 april jl. besloot u vandaag (12 mei 2026) gelegenheid te geven voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg.
Inbreng voor nader schriftelijk overleg
11.34293, M
Brief van de minister van VRO ter aanbieding van de vijftiende voortgangsrapportage Binnenhof Renovatie; Renovatie Binnenhof
Beslispunt
Wenst de commissie in schriftelijk overleg te treden met de regering of wenst u de vijftiende voortgangsrapportage voor kennisgeving aan te nemen?
Vijftiende voortgangsrapportage renovatie Binnenhof
Ter bespreking ligt voor de brief d.d. 24 april 2026 ter aanbieding van de vijfiende voortgangsrapportage renovatie Binnenhof met bijlage. De minister van VRO meldt:
-
1)Het renovatiebudget is opgehoogd naar circa € 2,79 mld inclusief reguliere indexering van het budget naar prijspeil 01-01-2027;
-
2)Bij voorjaarsnota 2026 is budget toegevoegd voor de renovatie van de Grafelijke Zalen op begrotingsartikel 4 van de VRO-begroting. Financieel is het een zelfstandig project en valt niet onder de renovatie.
De oplevering van de verschillende gebouwdelen, waaronder de Eerste Kamer, staat gepland voor de zomer 2031.
Governance en verantwoording
De Eerste Kamer heeft op het renovatiedossier twee onderscheiden rollen: namelijk die van controleur van de regering ('algemeen belang') en die van gebruiker van gebouwdelen aan het Binnenhof ('gebruikersbelang').
Uw commissie oefent de politieke controle uit op het door de minister van VRO (voorheen: BZK) gevoerde Binnenhofrenovatiebeleid. De vijftiende voortgangsrapportage Binnenhofrenovatie wordt u in dit kader toegezonden. Over deze brief kunt u desgewenst in overleg treden met de regering.
Wat betreft de verantwoordelijkheid, inzet en besluiten van het College van Voorzitter en Ondervoorzitters (CVO), bijgestaan door de Griffier en de ambtelijke organisatie, gericht op de behartiging van de belangen van de Eerste Kamer als gebruiker van gebouwdelen aan het Binnenhof binnen het renovatieproject, doet het CVO op gezette tijden verslag aan de fractievoorzitters in het College van fractievoorzitters. Omdat de Eerste Kamer ook gebruikmaakt van de Grafelijke Zalen, zoals bij Prinsjesdag, kan de renovatie van de Grafelijke Zalen, hieronder worden geschaard, evenals het langer gebruik moeten maken van de tijdelijke huisvesting.
Bespreking
12.29362, AO
Verslag van een schriftelijk overleg met de staatssecretaris van BZK over het programma Werk aan Uitvoering (WaU); Modernisering van de overheid
Beslispunt
Zijn de vragen afdoende beantwoord?
Toelichting
Op verzoek van het lid Van Langen-Visbeek (BBB) is op 27 januari 2026 het afschrift van de Tweede Kamerbrief van de toenmalig minister van SZW met het Programma Werk aan Uitvoering (WaU) geagendeerd. Op 10 maart jl. heeft uw commissie hierover aan de staatssecretaris van BZK, die in dit kabinet verantwoordelijk is voor het Programma Werk aan Uitvoering, vragen gesteld. Deze vragen zijn op 24 april jl. door de staatssecretaris van BZK beantwoord.
Bespreking verslag van een schriftelijk overleg
13.Jaarverslag 2025 Raad van State
Beslispunt
Wenst u de nieuwe vice-president (per 1 juli 2026) uit te nodigen voor een kennismakingsgesprek ná de zomer?
Toelichting
Op 16 april jl. heeft de Raad van State het jaarverslag van 2025 gepubliceerd.
Op 17 april jl. heeft de ministerraad op voorstel van minister Heerma van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met minister Van Weel van Justitie en Veiligheid, ingestemd met de benoeming van de heer mr. S. Buma tot vice-president van de Raad van State. De benoeming gaat in op 1 juli 2026. De heer Buma volgt de heer mr. Th.C. de Graaf op die de functie per die datum neerlegt.
Nu recent het Jaarverslag 2025 van de Raad is verscheven en de benoeming van de nieuwe vice-president ingaat op 1 juli 2026, zou uw commissie kunnen overwegen na de zomer de vice-president uit te nodigen voor een informeel kennismakingsgesprek,
Bespreking
14.COM(2026)541
Verbetering van de strategie voor de rechten van personen met een handicap tot 2030
Beslispunt
Wenst u de commissiemededeling in behandeling te nemen? Zo ja op welke wijze?
Toelichting
In het werkprogramma 2026 is de commissiemededeling Versterking van de strategie voor de rechten van personen met een beperking tot 2030 geprioriteerd. Op 6 mei 2026 is deze commissiemededeling gepubliceerd. Op grond hiervan is de commissiemededeling geagendeerd. De commissiemededeling gaat over de stand van zaken van de implementatie van de strategie voor de rechten van personen met een beperking tot 2030 en de hieruit voortvloeiende voorstellen die nodig zijn om de eerder vastgestelde doelen voor 2030 te bereiken.
Bespreking
