Verslag van de vergadering van 3 november 2026 (2026/2027 nr. 07)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.12 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
In de eerste plaats spreek ik mijn waardering uit voor de initiatiefnemers van dit initiatiefwetsvoorstel. Ik weet uit eigen ervaring hoe zwaar zo'n klus is. Ik heb in 2018 in mijn eentje anderhalf jaar lang de vaste rekenrente van 2% verdedigd. Als het wetsvoorstel zou zijn aangenomen, zouden de pensioenen zijn geïndexeerd vanaf 2018 en zou het nieuwe pensioenstelsel overbodig zijn geweest, waarvan akte.
Voorzitter. Vandaag spreken wij over een initiatiefwetsvoorstel dat het mogelijk maakt om menselijke embryo's speciaal voor wetenschappelijk onderzoek tot stand te brengen. Daarmee wordt een verbod opgeheven dat al sinds de invoering van de Embryowet bestaat. Mijn fractie erkent het belang van medisch-wetenschappelijk onderzoek, maar we hebben principiële bezwaren tegen het speciaal creëren van menselijk embryonaal leven voor onderzoek waarbij de embryo's uiteindelijk worden vernietigd. De wetgever heeft hier destijds bewust een grens getrokken. De vraag is nu of er voldoende redenen zijn om die grens te verleggen.
Voorzitter. Onderzoek met embryo's kan belangrijke kennis opleveren, bijvoorbeeld over de eerste dagen van de menselijke ontwikkeling. Die kennis kan uiteindelijk bijdragen aan betere medische behandelingen. Dat belang ziet mijn fractie ook. Maar er is een wezenlijk verschil tussen onderzoek met restembryo's en onderzoek met embryo's die speciaal voor onderzoek worden gemaakt. Restembryo's zijn oorspronkelijk tot stand gebracht met het oog op een zwangerschap. Bij een speciale embryokweek worden embryo's vanaf het begin gemaakt voor onderzoek. Het is de reden waarom het embryo wordt gemaakt. Voor mijn fractie is dat een principieel verschil. De beschermwaardigheid van beginnend menselijk leven moet ook grote betekenis hebben voor de vraag of wij embryo's speciaal voor onderzoek mogen creëren.
De initiatiefnemers erkennen dat menselijk embryonaal leven beschermwaardig is, maar zij vinden dat het belang van wetenschappelijk onderzoek onder bepaalde voorwaarden zwaarder kan wegen. De initiatiefnemers hebben hun afweging toegelicht, maar mijn fractie is er niet van overtuigd dat de verwachte medische voordelen deze principiële stap rechtvaardigen. Wetenschappelijke kenniswinst is belangrijk, maar is niet hetzelfde als een medische behandeling. Het kan jaren duren voordat nieuwe inzichten daadwerkelijk tot een behandeling leiden. Daarom heb ik de volgende vragen aan de initiatiefnemers. Welke medische voordelen verwachten zij op afzienbare termijn van deze verruiming? Waarom vinden zij die voordelen zwaarwegend genoeg om embryo's speciaal voor onderzoek te creëren en daarna te vernietigen?
Voorzitter. De initiatiefnemers hebben toegelicht waarom bepaalde onderzoeksvragen niet met restembryo's of embryomodellen kunnen worden beantwoord. Maar waarom is er gekozen voor deze wettelijke verruiming met toetsing door de CCMO per onderzoeksvoorstel en is er niet gekozen voor een beperktere uitzondering voor specifiek omschreven onderzoek? Ik hoor graag een duidelijk antwoord. Mijn fractie vindt dat de wet niet verder moet gaan dan noodzakelijk is, zeker niet wanneer het gaat om het speciaal creëren van menselijk embryonaal leven.
Voorzitter. Dan het onderzoek naar alternatieven voor embryo-onderzoek. De Tweede Kamer heeft de motie-Krul aangenomen, die vraagt om een langjarige voorzetting van dit onderzoek en het jaarlijkse informeren van de Kamer over de voortgang. Het onderzoeksprogramma PSIDER loopt in 2027 af. Er is geen specifiek VWS-budget gereserveerd voor een vervolg. De minister heeft gewezen op reguliere financieringsmogelijkheden, maar daarmee is de uitvoering van de motie nog niet verzekerd. Welke maatregelen neemt de regering om uitvoering te geven aan de motie-Krul? Kan de minister toezeggen dat zij voor het aflopen van PSIDER duidelijkheid geeft over de voortzetting en financiering van het onderzoek naar alternatieven? Mijn fractie vindt dat dit onderzoek niet stil mag vallen omdat er geen vervolgfinanciering is geregeld.
Voorzitter. Dan het wetsvoorstel (Kamerstuk 36677). Dat herziet onder meer de wettelijke definitie van een embryo. De regering heeft aangegeven dat gelijktijdige inwerkingtreding van beide wetsvoorstellen juridisch niet noodzakelijk is. Dat kan zo zijn, maar mijn fractie vindt het zorgvuldiger om eerst duidelijkheid te hebben over de wettelijke definitie van een embryo voordat de mogelijkheden voor embryo-onderzoek worden verruimd. Daarom heeft 50PLUS in de Tweede Kamer een amendement gesteund om de inwerkingtredingen van beide wetten aan elkaar te koppelen. Dat amendement is verworpen. Als beide wetsvoorstellen worden aangenomen, is de minister dan bereid om de inwerkingtredingen alsnog op elkaar af te stemmen?
Voorzitter, tot slot. Mijn fractie begrijpt dat onderzoekers meer mogelijkheden willen om ernstige aandoeningen en problemen bij de voortplanting te onderzoeken. Wij onderschatten het belang daarvan niet, maar het gaat vandaag om de vraag welke grenzen wij als wetgever willen stellen aan onderzoek met beginnend menselijk leven. De medische wetenschap heeft zich sinds de invoering van de Embryowet verder ontwikkeld. Maar daarmee zijn de ethische bezwaren tegen speciale embryokweek niet verdwenen. Mijn fractie is er niet van overtuigd dat deze verruiming voldoende is begrensd en dat de verwachte medische voordelen opwegen tegen de principiële bezwaren.
Mijn fractie ziet de antwoorden van de initiatiefnemers en de minister met belangstelling tegemoet.
De heer Nicolaï i (PvdD):
Mijn eerste vraag aan de heer Van Rooijen is: begrijp ik nou goed dat 50PLUS eigenlijk een ethisch bezwaar heeft tegen het beginsel dat in deze wet wordt neergelegd, namelijk dat je speciaal embryo's kan creëren voor wetenschappelijk onderzoek?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dat heeft u goed begrepen.
De heer Nicolaï (PvdD):
Wetenschappelijk onderzoek kan plaatsvinden als er een zaadcel en een eicel zijn gedoneerd. Er is dus sprake van een donatie. Bij die donatie wordt uitgelegd wat ermee gebeurt. Stel dat de vrouw bij die donatie zegt: ik vind het heel belangrijk dat dit onderzoek plaatsvindt, en als jullie klaar zijn met het onderzoek, heb ik er geen bezwaar tegen dat het embryo waar mijn eicel voor gebruikt is, vernietigd wordt. Wat is dan het verschil met een vrouw die, binnen de wettelijke grenzen die wij kennen, om een abortus vraagt? 50PLUS is niet tegen abortus. Als je abortus laat plegen, zeg je als vrouw ook: ik sta toe dat het embryo uit mijn lichaam wordt verwijderd. Dat vindt 50PLUS geen probleem. Dat is dus kennelijk geen ethisch beletsel. Waarom is er dan wel een ethisch beletsel als die vrouw zegt: ik heb een eicel afgestaan en heb er geen bezwaar tegen dat die eicel tot een embryo wordt gemaakt en daarna, na onderzoek, verdwijnt?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Dank voor de vraag. U stelt, begrijpelijk, de vraag: wat vindt u ervan dat de vrouw daar een mening over heeft? Dat begrijp ik. Maar de vraag die daaraan voorafgaat, is of je wel aan die vraag mag toekomen, omdat er bij een embryo dat tot stand komt, sprake is van menselijk leven. Mijn vraag ligt er dus voor: is dat ethisch verantwoord? Het antwoord dat ik u net gaf, is ontkennend.
De heer Nicolaï (PvdD):
Maar ik heb net uitgelegd dat 50PLUS geen bezwaar tegen abortus heeft; dat is ook niet tegengesproken. Op basis van de wens van de vrouw wordt daarbij ook een embryo vernietigd. Waarom zou er dan een probleem zijn wanneer een embryo wordt vernietigd in de context van een vrouw die een eicel gedoneerd heeft? Daar zit ethisch gezien toch geen verschil tussen?
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik vind het wat lastig om het hele vraagstuk van abortus hierbij te betrekken. Ik zal dat nu ook zelf niet doen. Ik heb net duidelijk proberen te maken dat aan de begrijpelijke vraag die u aan mij stelt, en aan de begrijpelijke vraag die een vrouw zichzelf ook stelt, de vraag vooraf zou moeten blijven gaan of hier sprake is van beginnend menselijk leven. Dat is waar wij de ethische grens trekken.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Nicolaï.
De heer Nicolaï (PvdD):
Misschien ligt het aan mij. De heer Van Rooijen zegt "dat is waar wij onze grens trekken", maar de grens is zo getrokken dat bij abortus dat menselijk leven vernietigd mag worden, als ik het maar even zo uitdruk. Waarom zou het dan niet vernietigd mogen worden als de eicel niet gegroeid is in de buik van die mevrouw, maar daarbuiten tot een embryo is gekomen en die vrouw heeft gezegd: ik vind het heel belangrijk dat dat onderzoek plaatsvindt en ik heb er ook helemaal geen probleem mee als dan straks dat embryo, waar ik aan heb bijgedragen, wordt vernietigd? Waarom zou dat dan in één keer ethisch bezwaarlijk zijn met een verhaal over de beschermwaardigheid van dat embryo, terwijl 50PLUS — de ChristenUnie ook, zeg ik meteen maar — op zichzelf geen principieel bezwaar heeft tegen het verdwijnen van een embryo in het kader van abortus?
De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Rooijen.
De heer Nicolaï (PvdD):
Geen principieel bezwaar.
De heer Van Rooijen (50PLUS):
Ik herhaal mezelf. U gebruikte het woord "bezwaar". Waar ik eigenlijk bezwaar tegen heb, is dat bij het wetsontwerp dat we hier bepreken de zaak beperkt is tot de vraag of hier sprake is van beginnend menselijk leven. Dan moet u mij niet in dit debat vragen een mening te hebben over het heel andere, nog veel ingewikkeldere vraagstuk van het recht op abortus, waar we in de samenleving en in de politiek ook een besluit over hebben genomen.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.