Plenair Walenkamp bij behandeling Afschaffing van tijdelijk verbod op het doen ontstaan van embryo's voor wetenschappelijk onderzoek



Verslag van de vergadering van 3 november 2026 (2026/2027 nr. 07)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 11.07 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Walenkamp i (Fractie-Walenkamp):

Voorzitter, dank voor het woord. Dit is een fundamenteel debat. Het gaat over het leven zelf, over het onbeschermde, kleine, kwetsbare leven. Laten we hier geen politiek bedrijven, maar kijken hoe we als wetgevers de zwaksten in onze samenleving kunnen beschermen.

Als eerste grote dank aan de indieners van dit wetsvoorstel dat ze de zorg voor de zieke mens ook serieus nemen. U heeft gemerkt dat mijn fractie in de voorbereiding tientallen, bijna honderd vragen gesteld heeft om dit serieus te nemen. Mijn hoop is dat dit debat zal gaan over wat ons samenbindt, onze menselijke waardigheid, inclusief de vraag of wij de kleinste, zwakste mens daarvan moeten uitsluiten. Dat is meteen mijn eerste vraag aan de indieners: als we dat niet erkennen, wat zegt dat dan over ons, die toch allemaal als embryo's zijn begonnen? Nu is het wettelijk niet mogelijk om menselijke embryo's te kweken voor onderzoeksdoeleinden. Diverse deskundigen en veel christenen en moslims zijn tegen dit voorstel. Ze hebben grote moeite met het instrumenteel gebruik van embryo's. Vorige week nam de commissie voor VWS twee petities in ontvangst waarin de Eerste Kamer werd opgeroepen om het wettelijk verbod op embryokweek te handhaven. Ruben Stolker en Civitas Christiana, beide initiatiefnemers van de petities, noemden het kweken van embryo's een "schending van de menselijke waardigheid". De NPV gaf aan fel tegen embryokweek te zijn, want: "Het menselijk leven kweek je niet; dat koester je. Embryokweek berooft het embryo van zijn intrinsieke menselijke waarde." Ik vrees dan ook voor een glijdende schaal. Het is een reëel scenario dat er in de toekomst wordt geëxperimenteerd met een foetus van enkele maanden oud, terwijl een kind, een baby, een foetus al vanaf 20 à 21 dagen een hartje heeft.

Dit wetsvoorstel staat toe dat menselijk leven wordt gecreëerd om het vervolgens in onderzoek te gebruiken en te vernietigen — en te verhandelen. De initiatiefnemers hebben het verbeteren van zorg als doel met dit wetsvoorstel. Dank daarvoor. Dat is een nobel doel in het kader van het verbeteren van de gezondheidszorg, maar rechtvaardigt het dat dit menselijk leven wordt gecreëerd en ingezet als onderzoeksmateriaal? Daarover heb ik grote zorgen. Een embryo is immers geen wegwerpmateriaal, project of onderzoeksobject. Een embryo is menselijk leven.

De mens wordt zo een afweging van nut en wetenschappelijke experimenten. Dat gaat ons vooralsnog een brug te ver. Het raakt ook aan een fundamenteel beginsel. Het menselijk leven is relationeel leven. Het wordt ontvangen, beschermd en gekoesterd. In het proces van het kweken, onderzoeken en vernietigen van embryo's komt van die relationele werkelijkheid niets terecht. Hoe kijkt u hiertegen aan, geachte indieners? Ziet u de normverschuiving van dit wetsvoorstel ook? Bent u niet bang dat de sluizen opengaan voor wat nu mogelijk nog goed geregeld is en straks wordt toegepast? Denk maar aan big pharma. Ik kom daar zo op terug.

Mijn fractieleden hebben 83 vragen gesteld. We hebben elf tekortkomingen geconstateerd. Eén: onvoldoende noodzaak en proportionaliteit. De initiatiefnemers stellen dat bestaande alternatieven, zoals restembryo's, stamcelmodellen en organoïden, niet toereikend zijn. Er zijn echter goede alternatieven, temeer omdat dit onderzoek nauwelijks klinische toepasbaarheid kent. Er is geen sprake van verbetering van de vruchtbaarheid of preventie van genetische aandoeningen. Waar er wel doorbraken zijn geweest, zijn ook ethische grenzen doorbroken. Is dat wenselijk? Bij de MRT-casus in Engeland in 2025 zijn er acht baby's geboren met het DNA van drie, vier personen. Is dat wenselijk? Is het wenselijk dat we straks mensen hebben met drie of vier biologische ouders? Dit heeft nogal wat wetstechnische implicaties.

Alternatieven voor dit soort onderzoek ontwikkelen zich snel. Nieuwe technologie kan steeds meer. Er is sprake van hoge kosten, hoge morele kosten. Daarmee is niet aangetoond dat het opheffen van het verbod in de voorgestelde vorm noodzakelijk en proportioneel is. Waarom is niet gekozen voor een beperktere benadering waarbij per concrete onderzoeksvraag aangetoond moet worden dat er geen minder ingrijpend alternatief beschikbaar is?

Drie: ruimte voor onderzoek naar kiembaanmodificatie. Het wetsvoorstel maakt preklinisch onderzoek naar kiembaanmodificatie mogelijk. Hoewel klinische toepassing vooralsnog verboden blijft, wordt hiermee wel kennis ontwikkeld die toekomstige genetische beïnvloeding, modificatie, van volgende generaties dichterbij kan brengen. Welke garanties geeft u dat dit niet gaat gebeuren? Denk bijvoorbeeld aan het klonen van mensen in de toekomst.

Vier: onvoldoende garanties voor toezicht en handhaving. Uit de beantwoording van de eerdere vragen blijkt dat de CCMO, de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek, vooraf toetst, maar geen toezichthouder is. Er is dus te weinig toezicht. De feitelijke handhaving ligt dan bij de IGJ, de inspectie. Welke waarborgen geeft u dat die inspectie dat correct en volledig gaat doen?

Vijf. Onderzoek kan straks onder voorwaarden plaatsvinden bij buitenlandse instellingen. Dat is een groot gevaar — ik refereerde al aan big pharma — waarbij toezicht op de uitvoering volgens de buitenlandse wet- en regelgeving gaat plaatsvinden. Dat is al eerder genoemd door mijn collega's. Hoe garandeert u dat die laboratoria zich aan de Nederlandse wet houden? Dat lijkt me vrij moeilijk. Dat kun je niet handhaven. Er is dus nog veel onduidelijk. Er zijn grote gevaren.

Zes. Een overeenkomst tussen de onderzoeksinstellingen, zeker buiten Nederland en al helemaal buiten de EU, biedt geen garantie dat er naar Nederlands recht wordt gehandhaafd. Hoe wordt onafhankelijk gecontroleerd dat embryo's traceerbaar blijven, dat de Nederlandse voorwaarden worden gerespecteerd en dat vernietiging daadwerkelijk plaatsvindt wanneer dat verplicht is? "Vernietiging" vind ik een moeilijk woord.

Zeven. Toestemming van geslachtsceldonoren. Het speciaal creëren van embryo's vereist de inzet van eicellen en zaadcellen van donoren. Zijn de huidige toestemmingswaarborgen wel voldoende specifiek voor de uiteenlopende onderzoeksdoelen die door deze wet mogelijk worden, vraag ik me af.

Punt acht. Toestemming voor wetenschappelijk onderzoek mag niet worden gelijkgesteld met toestemming voor het creëren van embryo's voor genetisch onderzoek, kiembaanmodificatie of onderzoek met toekomstige voortplantingstechnologieën zoals ivg. Dit vraagt om expliciete, afzonderlijke en volledig geïnformeerde toestemming. Ik heb grote zorgen hierover. Graag uw reflectie hierop en ook de toezegging om dit te voorkomen.

Punt negen. Het draagvlak. Het Rathenau Instituut sprak over 50%. Als je het exact leest, lijkt het me eerder 20% tot 30%. Het gaat over een maatschappelijke dialoog van zeven jaar geleden.

Tien. Het risico van verruiming. De initiatiefnemers benadrukken dat het wetsvoorstel geen toestemming geeft voor het implanteren van onderzoeksembryo's of de klinische toepassing van kiembaanmodificatie — vooralsnog. Dat is correct, maar deze wet creëert wel nieuwe wetenschappelijke mogelijkheden en ook een infrastructuur voor deze optie. Daarmee wordt een volgende maatschappelijke en politieke discussie over verdere verruiming waarschijnlijk onvermijdelijk. Ziet u dat gevaar ook? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe waarborgt u dat dan?

Elf, de elfde tekortkoming. Het feit dat voor toekomstige toepassingen opnieuw wetgeving nodig is, neemt niet weg dat de huidige wet een belangrijke eerste stap zet, een gevaarlijke stap: de sluizen gaan open, laveren tussen Scylla en Charybdis, heel gevaarlijk. Ik verzoek u nadrukkelijk om niet uitsluitend te kijken naar de mogelijke medische voordelen — dank dat u de zorg serieus neemt — maar ook naar de fundamentele ethische consequenties en de daadwerkelijke afdwingbaarheid van de voorgestelde waarborgen.

50 vragen die ik in eerdere instantie gesteld heb, zijn vooralsnog niet beantwoord. Enkele punten daaruit, als u mij toestaat. Eén. Glijdende schaal, het verschuiven van de grens voor preklinisch onderzoek. Dit beoogt het toestaan van preklinisch onderzoek naar kiembaanmodificatie zoals CRISPR-Cas9.

Twee. Welke principiële juridische of maatschappelijke barrières voorkomen dat een toekomstig parlement als wetgever de stap naar klinische toepassing alsnog doorzet? In hoeverre verschuift de discussie daarmee naar de vergaande mogelijkheden die ik eerder noemde, namelijk klonen?

Drie. Preventie, mensverbetering en veredeling van de mens. Aangezien veel genetische eigenschappen en aandoeningen multifactorieel zijn, beïnvloed door meerdere genen tegelijk: hoe kan de CCMO dan bij de toetsing van een onderzoeksprotocol een harde objectieve scheidslijn trekken tussen onderzoek gericht op het voorkomen van een ernstige ziekte en onderzoek dat direct inzicht geeft in mensverbetering en eigenschapsselectie?

Vier. Welke criteria hanteert u om te bepalen wat een ernstige aandoening is? Voor je het weet krijgen we hier alleen maar hele ijzersterke, kerngezonde mensen. Dat is een übermensch- en untermenschgedachte die we ver, ver, ver van ons moeten houden, lijkt mij. Toch?

Grote gevaren van commerciële belangen van bio tech en big pharma en buitenlandse embryo's. Hoe beschermt deze wet tegen die commercie?

Zes. Hoe waarborgt dit wetsvoorstel dat in Nederland verricht onderzoek met speciaal gecreëerde embryo's niet via intellectueel eigendom, patenten, licenties of publiek-private samenwerking, dus pps-constructies, met internationale bio-tech- en pharmabedrijven alsnog op de commerciële markt komt? Dat is een groot gevaar.

Op welke wijze gaat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, de IGJ, waar ik al naar verwees, in de praktijk controleren dat bij uit het buitenland geïmporteerde embryo's of geslachtscellen geen enkele financiële prikkel of verhulde commerciële onkostenvergoeding aan een donor of buitenlandse tussenpersoon is uitgekeerd?

Acht. Veiligheidskleppen, subsidiariteitsbeginsel, de CCMO, alternatieve modellen. De ontwikkelingen rondom stamcelmodellen en synthetische embryoachtige structuren, blastoids en gastruloids, vorderen snel. Welke concrete criteria staat u het CCMO toe om te hanteren om vast te stellen dat een alternatief model definitief ontoereikend is, voordat toestemming wordt verleend om een menselijk embryo speciaal te creëren? Toestemming door het CCMO is dus niet afdoende. Ziet u deze gevaren ook? Hoe gaat u waarborgen dat het niet misgaat?

Negen. Hoe wordt gewaarborgd dat het creëren van menselijke onderzoeksembryo's door onderzoekers niet als de gemakkelijkste gouden standaard wordt gekozen, waarbij de stimulans om volwaardige, diervrije en embryosparende maatregelen te ontwikkelen juist afneemt?

Vraag aan de regering: acht de regering de uitkomsten van deze maatschappelijke dialoog van zeven jaar geleden ruim voldoende? Tweede vraag aan de regering. Het Verdrag van Oviedo uit 1997 is door Nederland wel ondertekend, maar nog niet geratificeerd. 35 landen in Europa hebben wel gezegd: dit ondertekenen we, dit passen we toe. Het is in het internationaal recht, normaal Nederlands recht, gebruikelijk dat een Europese richtlijn, een Europese wet binnen een redelijke en billijke termijn wordt geïmplementeerd. Ik weet ook wel dat er in 2015 een besluit genomen is, maar het ligt er nog steeds. Als de indieners Europese samenwerking serieus nemen, vraag ik mij toch af: als 35 andere landen dit niet doen in Europa, waarom dan wij wel?

Voorzitter. Wij maken ons grote zorgen. Wij hopen dat u de beantwoording van onze vragen zeer serieus kunt nemen en wij wensen u veel zegen en wijsheid toe.

Dank voor uw tijd.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Walenkamp namens de Fractie-Walenkamp. Dan gaan we nu luisteren naar de heer De Vries van de SGP-fractie. Aan u het woord.