Dinsdag 10 november 2026, commissies Digitalisering (DIGI) en Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG)




Agenda

1.36890 - Mondeling overleg met de staatssecretarissen van EZK en van J&V over het bereikte Raadscompromis m.b.t. de Omnibus Digitaal

Heden hebt u een mondeling overleg met de staatssecretaris van EZK en de staatssecretaris van J&V over het op 21 oktober 2026 bereikte Raadscompromis met betrekking tot de Omnibus Digitaal.

Uw commissies hebben in de aanloop naar het Raadscompromis verschillende brieven verstuurd:

  • - 
    Op 15 september 2026 en 5 oktober 2026 zijn commissiebrede brieven verzonden, waarin het kabinet werd opgeroepen pro-actief te handelen en de commissies - desnoods vertrouwelijk - te informeren.
  • - 
    Op 7 oktober 2026 is een brief met vervolgvragen vanuit de fracties verzonden in reactie op verslag nader schriftelijk overleg 36890, AB;
  • - 
    Op 15 oktober 2026 is een brief met vragen vanuit fracties verzonden over het naderend Raadscompromis.
  • - 
    Bij brief van 2 november 2026 (36890, AG) heeft de staatssecretaris van EZK u geïnformeerd over het vastgestelde mandaat en hoe deze zich verhoudt tot de kabinetsinzet zoals onder andere beschreven in het BNC-fiche over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal.
  • - 
    Voorts is op 3 november 2026 de beantwoording van de brieven van 7 oktober en 15 oktober ontvangen (zie verslag nader schriftelijk overleg 36890, AH en 36890, AI).

Verdere verloop van de onderhandelingen over de Omnibus Digitaal

Tijdens de Coreper-vergadering van 21 oktober jl. hebben de lidstaten een Raadscompromis bereikt. Op basis van dit Raadscompromis heeft het voorzitterschap van de Raad (op dit moment Ierland) het mandaat om in een zogenaamde 'triloog' in onderhandeling te gaan. Zodra het Europees Parlement zijn onderhandelingspositie heeft bepaald, kunnen de trilogen van start gaan tussen de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie. De verwachting is dat het Europees Parlement in maart haar positie zal bepalen. Op dat moment wordt bezien op welke wijze de door de Raad en het Europees Parlement gewenste wijzigingen in het verordeningsvoorstel van de Europese Commissie tot elkaar gebracht kunnen worden op een manier dat alledrie de instellingen daar een politiek akkoord op kunnen geven.