Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 20.02 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Kemperman i (FVD):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst constateer ik dat een brede meerderheid in deze Kamer eensluidend is in haar kritiek op zowel het proces als de zorgen rondom en de inhoud van dit wetsvoorstel, zo ook mijn fractie. Dat maakt wellicht de beantwoording van de minister straks ook wat eenduidiger.
Vandaag behandelen we geen wet, maar een voldongen feit. De wet wordt al uitgevoerd sinds 1 januari 2026. Op dat moment had zelfs de Tweede Kamer hem nog niet aangenomen. Nu, acht maanden later, staan we hier en is de boodschap in feite: u kunt de wet niet meer verwerpen, want de gevolgen voor de uitvoeringsorganisatie, budgethouders en zorgverleners zouden desastreus zijn. Er is hier dus eigenlijk geen sprake van een wetsbehandeling, maar van een gijzeling, in ieder geval van het parlement. De regering heeft niet gewacht tot de wet er was. De ICT is ingericht, de budgethouders zijn geïnformeerd, de salarisadministratie is omgezet en de beschikkingen zijn aangepast. Nu horen wij in deze Kamer: stemt u tegen, dan moet alles worden teruggedraaid. Daarmee worden we voor het blok gezet.
Voorzitter. Voor alle helderheid: niemand ontkent dat de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep uit 2023 uitvoering vraagt, zodat pgb-zorgverleners niet langer mogen worden uitgesloten van de werknemersverzekeringen. Een aanpassing is dus begrijpelijk, maar dit wetsvoorstel gaat veel verder dan die uitspraak. Het maakt van kwetsbare budgethouders nagenoeg volwaardige werkgevers. Ik noem loondoorbetaling bij ziekte, een preventieve ontslagtoets, verlofregelingen, de Wet flexibel werken en de verplichtingen uit de Wet verbetering poortwachter. Dat heeft de rechter niet bevolen. Dat heeft het kabinet er zelf van gemaakt.
Wie is de werkgever? Dat is niet een bedrijf met een hr-afdeling, zoals door een aantal collega's al genoemd is. Het is iemand die zelf zorg nodig heeft, iemand die afhankelijk is van hulp bij wassen, aankleden en toiletbezoek, iemand die een vertrouwensband moet hebben met een persoon die over de drempel komt. Als die relatie stukloopt, moet je volgens dit voorstel langs het UWV! Ik heb in de interrupties ook al geprobeerd te duiden dat dit de drempel voor dit type zorg op een onacceptabele manier zal verhogen voor mensen die welwillend zijn en menswaardige zorg in de familiaire of eerste kring rondom een zorgbehoevende willen verlenen.
Er gaan vervolgens ook nog kosten bij komen: 20% extra werkgeverslasten. Het is hier al genoemd. De compensatie is tijdelijk, onvolledig en ongelijk verdeeld. Gemeenten mogen ophogen, maar hoeven dat niet altijd structureel te doen. Bij het Zvw-pgb was de compensatie zo ingewikkeld dat een deel van de wet later in werking moest treden. Eerst kon het geen uitstel lijden en daarna bleek een groep alsnog te moeten wachten. Dat zegt genoeg over de zorgvuldigheid. Budgethouders zitten al maanden in onzekerheid. Mensen durven zorg niet in te zetten, omdat ze niet weten wat hun boven het hoofd hangt. Gemeenten moeten beschikkingen opnieuw vaststellen. De SVB draait nu al op een nieuwe werkelijkheid en slaat inmiddels alarm — dit is vrij actueel — met dezelfde zorg die hier al breeduit door de Kamer met elkaar gedeeld is. Ze kunnen het niet meer aan.
Voorzitter. Dat is de kern. De kern is niet of zorgverleners sociale zekerheid verdienen; die verdienen zij. De kern is of de wetgever eerst besluit en daarna uitvoert, of dat de uitvoering inmiddels vooruitloopt op het parlement. Als wetten worden uitgevoerd voordat ze zijn aangenomen, verliest de Kamer haar bestaansrecht. Dan is de toetsing op uitvoerbaarheid, proportionaliteit en rechtszekerheid een ritueel ná het feit. Dan is de senaat geen medewetgever meer, maar een notaris van iets dat allang is ingevoerd.
Onze fractie heeft grote bezwaren tegen de reikwijdte van dit wetsvoorstel, tegen de lastendruk voor budgethouders, tegen de tijdelijke en onvolledige compensatie en vooral tegen de manier waarop dit proces is gelopen. Een wet met terugwerkende kracht uitvoeren, terwijl de Kamer nog debatteerde, is geen uitzondering die je lichtvaardig moet nemen. Als deze Kamer dit accepteert, is het precedent gezet. Dan wachten kabinetten voortaan niet meer. Dan richten zij systemen in, informeren ze burgers en komen ze daarna naar de Eerste Kamer met de mededeling dat verwerping te duur, te chaotisch of te wreed zou zijn. Dat voelt als bestuurlijke chantage. Als de Kamer dit accepteert, geeft zij eigenlijk alsnog de oud-VVD-minister van Justitie en Veiligheid gelijk die vrij recent nog in de enquête de senaat kwalificeerde als "geriatrische beunhazerij". Overigens is deze zorg juist nodig in de geriatrie.
Voorzitter. We hadden de uitspraak van de rechter beperkt moeten uitvoeren: een verzekeringsplicht met fatsoenlijke structurele dekking van de extra lasten en zonder hulpbehoevenden vervolgens volwaardige werkgevers te maken. Dat is niet gebeurd. In plaats daarvan ligt hier een te zwaar, te vroeg uitgevoerd en te laat behandeld voorstel. Ik verzoek de minister daarom in dit debat drie dingen ondubbelzinnig te benoemen.
Ten eerste. Waarom is de uitvoering gestart voordat beide Kamers hebben ingestemd? Dat is een vraag die al eerder gesteld is, maar het is echt een hele serieuze vraag. Had dit niet gewoon de normale volgorde kunnen doorlopen?
Ten tweede. Wat gebeurt er concreet stap voor stap als deze Kamer alsnog het voorstel verwerpt? Ik proef niet een breedgedragen enthousiasme. Gezien alle kritiek die we vanavond in het debat met elkaar delen, denk ik niet dat het een gelopen race is.
Drie. Waarom is niet gekozen voor een minimale uitvoering van de rechterlijke uitspraak, maar voor het volledige arbeidsrecht dat we over de budgethouders uitstorten?
Zolang die antwoorden ontbreken, blijft dit geen normale wetsbehandeling en blijft het wat het is: een Kamer die mag tekenen voor een wet die allang geldt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik nu tot slot graag het woord aan mevrouw Karaaslan van de fractie van D66.