T04181

Toezegging Evaluatie effecten kwetsbare verdachten, digitalisering, rechtsbescherming in hoger beroep en verhouding RC en zittingsrechter (36.327 / 36.636)



De staatssecretaris Rechtsbescherming zegt de Kamer, naar aanleiding van vragen van de leden Recourt (GroenLinks-PvdA) en Dittrich (D66) toe, dat bij de evaluatie van het nieuwe wetboek zal worden onderzocht wat de effecten zijn op kwetsbare verdachten, de toegang tot het recht als gevolg van digitalisering, de effecten van het voortbouwend appel op rechtsbescherming in hoger beroep en de verhouding tussen de rechter-commissaris en de voorzitter van de strafkamer.


Kerngegevens

Nummer T04181
Status openstaand
Datum toezegging 10 februari 2026
Deadline 1 juli 2034
Verantwoordelijke(n) Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Kamerleden mr. B.O. Dittrich (D66)
mr. J. Recourt (GroenLinks-PvdA)
Commissie commissie voor Justitie en Veiligheid (J&V)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen digitalisering
effecten
evaluaties
hoger beroep
rechter-commissaris
rechtsbescherming
strafkamers
toegang tot de rechter
Kamerstukken Tweede vaststellingswet Wetboek van Strafvordering (36.636)
Nieuw Wetboek van Strafvordering (36.327)


Uit de stukken

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p. 4.

De heer Recourt (GroenLinks-PvdA):

“Er is uiteraard voorzien in een grondige evaluatie, met invoeringstoetsen door het WODC, maar zonder vooraf vastgelegde criteria. Kwetsbare verdachten — dan hebben we het over beperkt doenvermogen, lage digitale vaardigheden, geen rechtsbijstand — worden niet expliciet meegenomen in de evaluatie. Digitalisering wordt wel geëvalueerd, maar niet normatief. Risico's voor toegang tot het recht en ongelijkheid blijven onderbelicht. De effecten van het voor[t]b[ouw]end appel op rechtsbescherming in hoger beroep worden niet afzonderlijk gemonitord. Veel wordt doorgeschoven naar het overleg met het WODC en we krijgen nu geen toetsingskader. Waarom is er op dit moment nog geen toetsingskader? Kan de minister toezeggen dat de kwetsbare verdachten, de normatieve kant van digitalisering en de rechtsbescherming in hoger beroep bij de voortgang en de evaluatie worden meegenomen?”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p. 5.

De heer Dittrich (D66):

“Over de verhouding tussen de rechter-commissaris en de voorzitter van de strafkamer hebben wij als D66 in de schriftelijke voorbereiding heel veel vragen gesteld vanuit de gedachte dat deze twee actoren elkaar niet voor de voeten moeten lopen, maar soepel als een tandem met elkaar moeten kunnen samenwerken. De praktijk zal uiteraard moeten uitwijzen hoe dat gaat lopen. Wil de minister toezeggen dat dit vraagstuk bij de wetsevaluatie na vijf jaar specifiek wordt meegenomen?”

Handelingen I 2024/2025, nr.17, item 8, p. 47-48.

Staatssecretaris Rutte:

“Dan ga ik gewoon door naar de evaluatie (…) toets. (…) Ik heb vragen van de heer Recourt, de heer Dittrich (…). (…) Dat zijn eigenlijk allemaal vragen over de wetsevaluatie, vijf jaar na inwerkingtreding van de wet. Die gaat plaatsvinden door het WODC. (…) Daarbij kan aan onderzoekers worden verzocht om te onderzoeken of het nieuwe wetboek effect heeft op het doenvermogen van kwetsbare verdachten — daar werd aan gerefereerd — de toegang tot het recht als gevolg van de digitalisering en de rechtsbescherming in hoger beroep, zoals gevraagd door Kamerlid Recourt. Het ligt in de rede dat in de evaluatie wordt onderzocht of het nieuwe wetboek effect heeft op de verhouding tussen de rechter-commissaris en de voorzitter van de strafkamer, zoals gevraagd door de heer Dittrich.”

De heer Recourt (GroenLinks-PvdA):

Ik heb een semantische vraag. Ik hoorde de staatssecretaris zeggen dat het in de rede ligt dat bij de evaluatie de drie punten van mij en de twee punten van de heer Dittrich zullen worden meegenomen. Is "in de rede liggen" dat het gebeurt hetzelfde als een toezegging dat het gebeurt?

Staatssecretaris Rutte: Wat mij betreft wel.


Brondocumenten


Historie

  • 10 februari 2026
    toezegging gedaan