1.Vaststellen agenda
2.Commissieagenda onderdeel VRO
3.36780
Initiatiefvoorstel-Beckerman Wet bevordering wooncoöperaties
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng voor het verslag te leveren?
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het aangenomen amendement van het lid Flach (Kamerstukken II 2025-2026, 36.780, nr. 19) had oordeel Kamer. Daarmee zijn er geen amendementen aangenomen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid.
Inbreng voor het verslag
4.36791
Wet toekomstbestendige huurcommissie
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?
Nadere procedure
5.T03907
Brief van de minister van VRO over permanente bewoning van recreatiewoningen; Integrale visie op de woningmarkt
Beslispunten
Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
Toelichting
Bij brief van 2 oktober 2025 heeft de toenmalig minister van VRO het ontwerpbesluit permanente bewoning recreatiewoningen bij beide Kamers voorgehangen. Het ontwerpbesluit ziet op het tijdelijk legaliseren van bestaande permanente bewoning van recreatiewoningen. In de aanbiedingsbrief verwees de toenmalig minister naar een toezegging aan de Eerste Kamer, te weten Toezegging Onderzoek permanente bewoning van vakantiewoningen en recreatievaartuigen (36.410 VII) (T03907). Bij het ontwerpbesluit was een uitvoeringstoets van de Dienst Toeslagen gevoegd. Hierin oordeelde de Dienst dat het besluit onuitvoerbaar is.
De commissie besloot in haar vergadering van 7 oktober 2025 de voorhangtermijn te stuiten en heeft op 18 november 2025 vragen gesteld in het kader van schriftelijk overleg. De minister is verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten betreffende het ontwerpbesluit totdat de behandeling in de Eerste Kamer is afgerond. De huidige minister van VRO geeft bij brief van 2 juli jl. aan de voorhang van het ontwerpbesluit permanente bewoning recreatiewoningen te beëindigen. In plaats daarvan zal de minister werkafspraken maken met de VNG. De minister geeft aan dat de vragen vanuit de commissie daarmee onbeantwoord blijven.
De commissie besloot in haar vergadering van 7 juli 2026 om toezegging T03907 af te voeren. Tevens verzocht de commissie om de openstaande vragen uit de brief van 18 november 2025 alsnog te beantwoorden. Tot slot besloot de commissie op 22 september 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg over de brief van de minister van VRO van 2 juli jl.
Fracties wordt vriendelijk verzocht in hun inbreng aan te geven welke vragen uit de eerdere brief van 18 november 2025 alsnog beantwoord dienen te worden. Veel van de eerdere vragen zien immers specifiek op vorig jaar voorgehangen instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen, die de huidige minister nu juist niet vast wenst te stellen.
Inbreng voor schriftelijk overleg
6.36410 VII, R
Brief van de minister van VRO over voortgang Landelijk Aanpak Beter Benutten; Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2024
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
Toelichting
Op 2 juli jl. heeft de Kamer een afschrift ontvangen van de brief van de minister van VRO aan de Tweede Kamer over de Landelijke Aanpak Beter Benutten. In de brief gaat de minister nader in op de motie-Kemperman (BBB) over het wegnemen van fiscale beperkingen op splitsing en deling van woningen (36.410 VII, F). In deze motie wordt de regering verzocht om aan te dringen bij de staatssecretaris voor fiscaliteit en belastingzaken dat de fiscale beperkingen op woningsplitsing en -deling (de voordeurdelersregeling) worden weggenomen. De status van de motie was niet uitgevoerd.
De reactie van de minister luidde als volgt: "Uit onderzoek blijkt dat het niet-toepassen van de kostendelersnorm bij uitkeringsgerechtigden slechts zeer beperkt bijdraagt aan het delen van woonruimte en aan het verminderen van het woningtekort. Bovendien heeft het niet-toepassen van de kostendelersnorm een negatief effect op de arbeidsparticipatie van uitkeringsgerechtigden. Daarom zal het kabinet hier nu niet verder op inzetten. Dit laat onverlet dat als de omstandigheden in de toekomst wijzigen, opnieuw een belangenafweging gemaakt kan worden of aanpassing van de reikwijdte van de kostendelersnorm in samenhang met andere maatregelen een passende maatregel is om het woningtekort terug te dringen."
De commissie besloot in haar vergadering van 7 juli 2026 om de status van de motie-Kemperman niet te wijzigen en op 22 september 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
7.33118 / 34986, HK
Brief van de minister van VRO ter aanbieding van de Monitor Werking Omgevingswet, rapportage 2025; Omgevingsrecht
Beslispunt
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 4 september met de minister van VRO in overleg te treden?
-
-Zo ja, wenst de commissie de inbreng voor dit overleg te combineren met de inbreng voor nader schriftelijk overleg over diverse stukken over de Omgevingswet (33118/34986, HJ), dat reeds gepland staat voor 6 oktober 2026?
-
-Kan de commissie ermee instemmen de eerder vastgestelde datum naar 29 september of 13 oktober te verplaatsen i.v.m. de APB op 6 oktober?
Toelichting
Op 8 september 2026 besprak de commissie een verslag van een schriftelijk overleg over diverse stukken over de Omgevingswet (33118/34986, HJ). Het ging o.a. om het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet, de kabinetsreactie daarop en de laatste voortgangsbrief. Besloten werd om op 6 oktober aanstaande inbreng voor nader schriftelijk overleg te leveren. Op 6 oktober vinden echter de Algemene Politieke Beschouwingen plaats. Het is gebruikelijk dan zo min mogelijk commissievergaderingen in te plannen.
Op 4 september jl. ontving de Kamer van de minister van VRO een brief met de tweede rapportage vanuit de Monitor Werking Omgevingswet. Hierin schrijft de minister ten aanzien van enkele toezeggingen het volgende:
Door de uitvoering van deze monitor wordt invulling gegeven aan een aantal toezeggingen van het kabinet aan de Eerste Kamer, te weten T02887, T02857, T02862 en T02863. Een aantal toezeggingen met betrekking tot de monitoring van de Omgevingswet wordt niet meegenomen in de jaarlijkse rapportages. Dit betreft onderwerpen die vooral eenmalig een goede analyse vragen en waarbij jaarlijkse meting alleen onvoldoende inzicht geeft. Over de uitvoering van deze toezeggingen zal ik u op termijn nader informeren.
Voorstellen ten aanzien van de toezeggingen
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Rietkerk (CDA), toe dat in de voortgangsbrief uiteengezet wordt hoe de onafhankelijke evaluatie na vijf jaar en de jaarlijkse monitoring vorm worden gegeven (Status: afgevoerd).
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Klip-Martin (VVD) en Verkerk (ChristenUnie), toe de Kamer een integraal inzicht aan te bieden met betrekking tot de systematische aanpak van de monitoring. Jaarlijks komt er een brief over de monitoringsresultaten (Status: legisprudentie).
Ambtelijk advies: toezegging T02887 (afgevoerd) en T02857 (legisprudentie) behoeven geen besluitvorming.
***
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer toe dat zij zal bevorderen dat overheden expliciet aandacht besteden aan het betrekken van doelgroepen die normaal gesproken ondervertegenwoordigd zijn bij participatie, zal monitoren hoe participatie zich ontwikkelt en vervolgens bij de evaluatie van de Omgevingswet zal bepalen of andere of nadere eisen alsnog noodzakelijk zouden zijn (Status: openstaand).
Ambtelijk advies: In de monitor gaat het onder andere over de representativiteit van de deelnemers aan participatiemomenten. In de brief gaat de minister echter niet in op hoe zij bevordert dat overheden hier expliciet aandacht aan besteden. Het voorstel is daarom de deadline van de toezegging te verplaatsen naar 1 juli 2029, omdat de Omgevingswet dan ruim 5 jaar in werking is en dit samenvalt met de periode waarin de Evaluatiecommissie Omgevingswet reflectierapporten oplevert.
***
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Verkerk (ChristenUnie), toe bij de evaluatie van de Omgevingswet de kwaliteit van het participatieve proces te bezien en eventuele best practices die uit de evaluatie naar voren komen, te delen (Status: openstaand).
Ambtelijk advies: De deadline van de toezegging te verplaatsen naar 1 juli 2029, omdat de Omgevingswet dan ruim 5 jaar in werking is en dit samenvalt met de periode waarin de Evaluatiecommissie Omgevingswet reflectierapporten oplevert.
***
Bespreking
8.34682, AF
Verslag van een schriftelijk overleg met de ministers van I&W en van VRO over het PBL-rapport Stresstest kwetsbare gebieden; Nationale Omgevingsvisie
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 7 september 2026 met de minister van VRO in nader schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
Bij brief van 22 april 2026 heeft de minister van I&W de Kamer de ‘Stresstest kwetsbare gebieden: Ruimtelijke analyses van risico’s door mogelijke stedelijke ontwikkelingen' aangeboden. Deze publicatie van het PBL is de doorontwikkeling van de Planmonitor Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de aanbiedingsbrief verwijst de minister naar een toezegging betreffende deze Planmonitor NOVI aan de Kamer. Dit betreft geen geregistreerde toezegging, maar een verwijzing naar een mondeling overleg uit 2020.
Op 1 december 2020 heeft de commissie een mondeling overleg gehouden met de toenmalige minister van BZK over de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Tijdens dit overleg heeft het lid Kluit (GroenLinks) gevraagd naar de risico's verbonden aan de twee-jaarlijkse Monitor NOVI, die slechts terugkijkt op een afgelopen periode en niet voorsorteert op de toekomst. De minister heeft vervolgens aangegeven dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is gevraagd een Planmonitor NOVI op te zetten, waarin wel wordt vooruitgekeken. De Kamer heeft vervolgens vanaf 2022 een aantal maal de Planmonitor mogen ontvangen.
Over de brief van 22 april 2026 heeft schriftelijk overleg plaatsgevonden. De uitgaande commissiebrief van 16 juni 2026 is op 7 september 2026 beantwoord. Hoewel de vragen waren gesteld aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, zijn de antwoorden gegeven door de minister van VRO, mede namens de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Dit "omdat de stresstest inhoudelijk geënt is op de PlanMER van de NOVI".
Bespreking
9.32847, S
Brief van de ministers van VRO en van LZJ&S over voortgang ouderenhuisvestiging; Integrale visie op de woningmarkt
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
Toelichting
Op 6 juli jl. heeft de Kamer van de ministers van VRO en Langdurige Zorg, Welzijn en Sport de volgende voortgangsrapportage ouderenhuisvesting ontvangen. De toezending staat in verband met toezegging:
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van Rooijen (50PLUS), toe om na te gaan of informatie over de voortgang van de bouw van seniorenwoningen voldoende is opgenomen in de bestaande voortgangsrapportages, en – indien dat niet het geval is – te bezien of deze informatie alsnog in toekomstige rapportages kan worden opgenomen en de Kamer hierover te informeren.
In het kader van deze toezegging heeft de minister in oktober vorig jaar geschreven: “Gezien de terechte belangstelling van uw Kamer voor dit thema, zal ik uw Kamer voortaan de voortgangsrapportages over ouderenhuisvesting ook direct toesturen. Ik verwacht dat weer voor de zomer van 2026 te doen.”
Naar aanleiding hiervan heeft de commissie besloten om toezegging T04010 als legisprudentie (doorlopende toezegging) aan te merken. Een beslissing over de status van de toezegging is daarom niet nodig. De commissie besloot in haar vergadering van 8 september jl. om vandaag gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
10.36881, D
Brief van de minister van VRO over uitwerking regeerakkoord op financiële positie woningcorporaties; Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
Toelichting
Op 17 augustus 2026 heeft de Kamer van de minister van VRO de uitwerking van het regeerakkoord met betrekking tot de financiële positie van woningcorporaties ontvangen. Het kabinet onderzoekt op dit moment op welke wijze een uitvoerbare en doelgerichte faciliteit die juridisch houdbaar is het beste kan worden vormgegeven, waarbij de minister aangeeft dat het niet haalbaar is om de wijzigingen in het Belastingplan van 2027 op te nemen.
Over de financiële positie van woningcorporaties is bij de behandeling van de Begrotingsstaten Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2026 (36800 XXII) de motie Van Langen-Visbeek c.s. aangenomen. Tevens is bij de behandeling van de Wet versterking regie volkshuisvesting een (nog te registreren) toezegging gedaan de Kamers hierover te informeren. In de brief wordt overigens niet naar deze motie of deze toezegging verwezen.
De commissie besloot in haar vergadering van 8 september jl. om vandaag gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg.
Inbreng voor schriftelijk overleg
11.COM(2026)599 - Affordable Housing Act
Beslispunten
-
-Wenst de commissie het voorstel COM(2026)599 - Affordable Housing Act (hierna: Verordening betaalbare huisvesting) in behandeling te nemen?
-
-Zo ja, wanneer wenst zij dan inbreng voor schriftelijk overleg met de regering en/of de Europese Commissie te leveren?
Toelichting
Op 9 september jl. heeft de Europese Commissie een voorstel gepubliceerd voor een verordening met een kader voor maatregelen in de lidstaten om de betaalbaarheid en beschikbaarheid van huisvesting te waarborgen. In het kader van de vaststelling van het Europees werkprogramma van de Eerste Kamer heeft de commissie het voorstel over het initiatief inzake kortetermijnverhuur als prioritair aangemerkt. Omdat in het thans geagendeerde voorstel sprake is van short-term accommodation rental services, lijkt dit het als prioritair aangemerkte voorstel te zijn.
De Verordening betaalbare huisvesting is een vervolg op de Verordening Kortetermijnverhuur (Verordening (EU) 2024/1028), waarin onder meer regels zijn vastgesteld voor het verzamelen van informatie van onlineplatforms voor kortetermijnverhuur. Deze verordening is op 19 mei 2024 in werking getreden en sinds 20 mei 2026 van toepassing. De Verordening betaalbare huisvesting vult dit aan door het juridische kader te bieden voor maatregelen betreffende betaalbaarheid en beschikbaarheid.
Er is nog geen BNC-fiche beschikbaar voor dit voorstel.
Procedure
12.Deskundigenbijeenkomst Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Beslispunt
Kan de commissie instemmen met het voorstel van de voorbereidingsgroep voor het organiseren van een deskundigenbijeenkomst over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen?
Toelichting
Op 8 september jl. kwam de voorbereidingsgroep voor de deskundigenbijeenkomst Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) bij elkaar om een voorstel voor te bereiden om aan de commissie voor te leggen. De voorbereidingsgroep bestond uit de leden Crone (PRO), Van Langen-Visbeek (BBB), Meijer (VVD), Rietkerk (CDA) en Kemperman (FVD). Hun overleg heeft onderstaand voorstel opgeleverd.
Doel
Het doel van de bijeenkomst is om deskundigen horen over ervaringen met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, die op 1 januari 2024 in werking is getreden.
Vragen
Bij de commissie leven de volgende vragen die ter voorbereiding aan de deskundigen zullen worden voorgelegd:
-
1.De eerste evaluatie van de Wkb is ontvangen; wat is over het geheel genomen uw conclusie van de werking van deze wet tot nu?
-
2.Heeft de Wkb de kwaliteit van (het toezicht op) het bouwen in Nederland verbeterd of verslechterd?
-
3.Indien u van mening bent dat het toezicht op bouwen ten gevolge van de Wkb niet is verbeterd, welke risico's zijn er volgens u?
-
4.Ziet u oplossingen om het toezicht op de kwaliteit van het bouwen te verbeteren?
-
5.Hoe ziet de toekomst van de Wkb er wat u betreft uit, bijvoorbeeld ten aanzien van uitbreiding naar verbouwactiviteiten of gevolgklassen 2 en 3 (complexere en kritieke bouwwerken)?
Opzet
Als datum wordt 10 november 2026, 17:00-19:00 uur, voorgesteld. Dit is de eerstvolgende mogelijkheid die volgens het huidige commissieschema kan voor een bijeenkomst aan het eind van de middag. De bijeenkomst zou 2 uur kunnen duren, waarbij zeven deskundigen worden uitgenodigd die allen maximaal 5 minuten krijgen om een inleiding te geven, waarna er ruimte is voor vragen uit de commissie. Hierbij is het voorstel om de bijeenkomst in twee blokken te verdelen (zie het besloten gedeelte van de toelichting voor namen). Aan de deskundigen wordt een position paper van maximaal twee pagina's gevraagd ter voorbereiding op de bijeenkomst.
Bespreking voorstel van de voorbereidingsgroep
13.Commissieagenda onderdeel I&W
14.Toezeggingen T02446 en T03276
Verslag van een mondeling overleg op 16 juni 2026 over de milieueffectrapportage; Regelgeving Ruimtelijke Ordening en Milieu
Beslispunt
Hoe wenst de commissie te oordelen over de status van de toezeggingen T02446 en T03272?
Achtergrond
De commissie heeft tussen 2 december 2024 en 2 februari 2026 verschillende malen schriftelijk overleg gevoerd met de regering over een aantal toezeggingen verband houdend met het onderwerp 'milieueffectrapportage'. Een mondeling overleg naar aanleiding van deze toezeggingen heeft op 16 juni 2026 plaatsgevonden. Uit dit mondeling overleg zijn drie nieuwe toezeggingen geregistreerd, te weten:
Omdat dit nieuwe toezeggingen zijn, hoeft de commissie voorlopig geen oordeel over de status ervan te geven. In haar vergadering van 8 september jl. heeft de commissie al over drie oude toezeggingen een beslissing genomen. Zij dient alleen nog een beslissing te nemen over:
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (GroenLinks), toe dat zij de periodieke evaluaties van de Omgevingswet en de Commissie voor de m.e.r. zal aanpassen, zodat gevolgd kan worden hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de m.e.r. plaatsvindt. Na twee jaar zal geëvalueerd worden wat de effecten zijn van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten. (status: openstaand)
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Kluit (GroenLinks), toe om in beginsel vanaf het moment dat de Omgevingswet ingaat, jaarlijks de verplichte en niet verplichte milieueffectrapportages op de omgevingsvisies te zullen monitoren om in een later stadium terug te schakelen naar een tweejaarlijkse frequentie. Mogelijkerwijs zal deze monitoring op een eerder moment starten, waarover de minister van I&W de Kamer nog bij brief zal informeren. (status: openstaand)
Toezegging T02446 is reeds een doorlopende toezegging (legisprudentie). Het voorstel is deze status niet te wijzigen. Denkbaar is dat ook toezegging T03276 de status van legisprudentie krijgt, nu het om een jaarlijkse mer-monitoring gaat.
Bespreking status toezeggingen
15.Mondeling overleg Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol op 28 september 2026
Beslispunt
Hoe wenst de commissie het mondeling overleg op 28 september aanstaande vorm te geven?
Toelichting
Bij brief van 19 januari 2026 heeft de minister van I&W het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol bij de Kamers voorgehangen. Het gaat om een algehele wijziging van het LVB. In haar vergadering van 3 maart 2026 heeft de commissie besloten de behandeling van het ontwerpbesluit aan te houden totdat het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) is ontvangen. Op 21 april 2026 hield zij een deskundigenbijeenkomst over de voorgenomen wijziging van het LVB (Verslag).
Het advies van de Commissie mer is op 15 mei 2026 gepubliceerd en aan de Kamer aangeboden, eerst door de Commissie mer zelf en later - met een korte reactie - door de minister van I&W. Vervolgens heeft de commissie gewacht op de door de minister aangekondigde reactienota op het advies van de Commissie mer. Deze is op 19 juni 2026 verschenen. Op 23 juni 2026 is ten slotte inbreng voor schriftelijk overleg geleverd. De antwoordbrief is 2 juli 2026 ontvangen.
In haar vergadering van 7 juli 2026 besloot de commissie, voor zover relevant, als volgt:
-
-om naar aanleiding van de brief van de minister van I&W van 2 juli 2026 (31936, CC) op 8 september 2026 gelegenheid te bieden voor het leveren van inbreng voor nader schriftelijk overleg. Dit is gebeurd en de commissie is in afwachting van de antwoorden van de minister;
-
-om een mondeling overleg in te plannen met de minister van I&W over het LVB op maandagavond 28 september 2026 van 19:00 tot 22:00 uur, op voorwaarde dat het advies van de Raad van State op dat moment is gepubliceerd. Dit advies d.d. 9 september 2026 is inmiddels ontvangen en bijgevoegd;
-
-om de voorhangprocedure als beëindigd te beschouwen.
Het genoemde mondelinge overleg is inmiddels ingepland. Het begint om 19:00 uur en eindigt uiterlijk om 22:00 uur. In haar vergadering van 8 september jl. besloot de commissie om de opzet van het overleg vandaag voor te bespreken. Een mogelijke opzet is:
-
1.Opening en welkomstwoord door de voorzitter
-
2.Vragen van de leden (met mogelijkheid van interrupties via de voorzitter)
-
3.Korte schorsing van 10-15 minuten zodat de minister de antwoorden kan voorbereiden
-
4.Antwoorden van de minister (met mogelijkheid van interrupties via de voorzitter)
-
5.Tweede ronde vragen en antwoorden
-
6.Afsluiting
Voor een mondeling overleg gelden geen vooraf vastgestelde spreektijden. Van de leden wordt wel enige zelfbeperking verwacht. De commissie kan ernaar streven de punten 2-4 in de eerste twee uur van het overleg af te ronden en het laatste uur voor punt 5 te reserveren.
Voorbespreking
16.27625, P
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van I&W over de lopende herziening van de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Grondwaterrichtlijn en de richtlijn prioritaire stoffen; Waterbeleid
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 9 september 2026 met de minister van I&W in nader schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
De commissie besloot op 3 maart jl op verzoek van lid Van Langen-Visbeek (BBB) om het nieuwe Europese voorstel COM(2026)39 - opgenomen in het overzicht nieuw gepresenteerde Europese voorstellen (6 februari – 20 februari 2026) - de volgende vergadering te agenderen voor het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg. Bij uitgaande brief van 24 maart 2026 zijn vragen gesteld, gebaseerd op inbreng van de leden van de fracties van de BBB, het CDA en de PvdD, en het lid van de fractie-Visseren-Hamakers. De Kamer heeft de antwoordbrief van de minister van I&W op 9 september 2026 ontvangen. Deze staat vandaag ter bespreking geagendeerd.
Bespreking verslag schriftelijk overleg
17.Mededelingen en informatie
Let op! Op de termijnbrief is een wetsvoorstel opgenomen dat relevant is voor de commissie I&W/VRO. Het betreft het wetsvoorstel
18.Rondvraag
19.Openstaande correspondentie
Ter herinnering: overzicht openstaande correspondentie
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp |
Reactietermijn |
Toelichting |
Verslagen |
|||
13 juli 2026 |
Implementatie herziening Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening (36.864) - verslag |
4 september 2026 |
|
Brieven |
|||
18 november 2025 |
Voorhang instructieregel permanente bewoning recreatiewoningen |
16 december 2025 |
Aan de minister van VRO De commissie heeft op 7 juli 2026 verzocht om de openstaande vragen alsnog te beantwoorden. |
16 juni 2026 |
Nadeelcompensatie voor vuurwerkbedrijven |
14 juli 2026 |
Aan de staatssecretaris van I&W |
15 september 2026 |
Ontwerpbesluit tot wijziging Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol |
25 september 2026 |
Aan de minister van I&W |
Versie: 16 september 2026 |
|||
