Plenair Panman bij behandeling Begroting Klimaatfonds 2026



Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 20.20 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Panman i (BBB):

Voorzitter, dank u wel. "Met een kans van minder dan 5% is het heel erg onwaarschijnlijk dat Nederland het wettelijk klimaatdoel van 55% emissiereductie ten opzichte van 1990 in 2030 haalt." Dit is een citaat uit de meest recente KEV, de Klimaat- en Energieverkenning.

Voorzitter. Het is verontrustend. We hadden immers aanvankelijk in 2023 een budget van 35 miljard euro voor de reductie, waarvan alleen al 28 miljard voor 0,00036 graden Celsius vermindering zou zorgen. Inmiddels is dat fonds 48 miljard euro. Ik laat het nog even op u inwerken: minder dan 5% kans om een klimaatdoel te behalen, en daar besteedt de overheid 48 miljard belastinggeld aan. Het gaat dus over vele miljarden belastinggeld. Dat verdient volgens de BBB-fractie aandacht om bij stil te staan.

De BBB-fractie heeft drie kernpunten voor dit debat over de Begrotingsstaat Klimaatfonds: de verantwoording van het Klimaatfonds, energie als nutsvoorziening en de regio.

De verantwoording. Als we financieel kijken naar de verantwoording: het is inmiddels 2026 en er is nog slechts vier jaar tot het behalen van de wettelijk vastgestelde klimaatdoelstelling van 55% reductie. Mijn vraag aan de minister is: op welk percentage reductie ten opzichte van 1990 zitten we op dit moment, in 2026? De Algemene Rekenkamer concludeerde in haar jaarverslag van mei jongstleden, ik citeer: "Het is lastig te beoordelen wat er met het geld uit het Klimaatfonds is bereikt". Ook de financiële verantwoording van de middelen uit het Klimaatfonds betreffende de rechtmatigheid, de betrouwbaarheid en de ordelijkheid van de financiële informatie is ondoorzichtig. Eén reden is onder andere dat vanuit het Klimaatfonds alleen overhevelingen naar departementale begrotingen worden gedaan, waarmee de bestedingen dus via een indirect stelsel plaatsvinden. De BBB-fractie heeft vanaf het begin in deze Kamer geageerd tegen het systeem van fondsen, juist omdat dat niet transparant is en zorgt voor een gebrek aan parlementaire controle. In de conclusie van de Rekenkamer ziet de BBB-fractie een bevestiging van dit standpunt. Een vraag aan de minister is dan ook: is de minister het met de BBB-fractie eens dat het wellicht beter is om de gelden van het Klimaatfonds onder te brengen bij de departementale begrotingen?

Naast de financiële verantwoording is er ook een verantwoording met betrekking tot het halen of niet halen van de beoogde doelstellingen. Het PBL-rapport Reflectie op voorstellen voor de inzet van middelen uit het Klimaatfonds in het MJP 2027 pleit voor, ik citeer, "meer samenhang tussen voorstellen in tijd, ruimte en strategie" en meer duidelijkheid via het Nationaal Plan Energiesysteem om tot een verdeling te komen die beter aansluit bij de langetermijndoelen van de energietransitie. Tevens weten we inmiddels dat er organisaties zijn die een verdienmodel hebben gevonden in het aanspannen van klimaatrechtszaken tegen de Nederlandse Staat; rechtszaken die de Staat tijd en vooral belastinggeld kosten. Mijn vraag aan de minister is: staat de minister nog achter de zienswijze op het klimaat en het instrument van Klimaatfonds, de kosten, het beleid en de beoogde resultaten en doelstellingen? De BBB-fractie pleit in ieder geval voor haalbare doelstellingen en daarmee voor meer realistisch beleid. Immers, een haalbare doelstelling motiveert en onhaalbare doelstellingen frustreren. En zoals de heer Crone net al zei: de opwarming is niet te stuiten. Die is dus al een gegeven feit. Overweegt de minister een wetsvoorstel om klimaatdoelstellingen uit de wet te halen? Zo niet, in welke maatregelen voorziet de minister dan om rechtszaken van klimaatprofiteurs te voorkomen?

Energie als nutsvoorziening. Het Klimaatfonds heeft als middel het faciliteren van de energietransitie van fossiele brandstoffen naar energiebronnen die minder CO2 uitstoten; een energietransitie dus. Daarover hebben we ook nog een toezegging openstaan over de naamswijziging van dit fonds naar "Klimaat- en Energietransitiefonds". En met energie hebben we het dus over nutsvoorzieningen. Nutsvoorzieningen zijn van algemeen nut. Het zijn zaken die van groot belang zijn voor de gehele gemeenschap, zoals water, ov, riool, elektra, telecommunicatie en warmte. De Monitor RES zegt daarover: de kosten voor elektrische infrastructuur zijn van oudsher gesocialiseerd, terwijl de warmte-infrastructuur geprivatiseerd is. Wat gaat dit doen met de kosten voor mensen in de regio die van het gas af moeten en verder weg wonen van warmtebronnen? Warmte via warmtenetten geeft immers een beperkte keuzevrijheid voor huishoudens, dus minder handelingsperspectief. We kunnen begrijpen dat bij warmtenetten de kosten dicht bij een bron, zoals bij industrie of bij geothermie, goedkoper zijn dan verderaf gelegen in de regio. In de situatie waarin Nederlandse huishoudens met behulp van aardgas de huizen verwarmden, waren de kosten per kilojoule voor de warmte voor alle huishoudens in Nederland gelijk. Iedereen betaalde dezelfde prijs voor het gas. Met de diversificatie van warmte, zoals warmtenetten, lijkt dit met name voor huishoudens buiten de Randstad in gevaar te komen. Een vraag aan de minister is dan ook de volgende. Kan de minister toezeggen dat de kosten van warmte voor alle huishoudens gelijk zullen blijven? Dan hebben we het dus over de kosten per kilojoule.

Voorzitter. Na ondertekening van het Parijsakkoord op 22 april 2016, dat het doel had om de opwarming te beperken tot 2 graden, is dit vertaald naar de Europese doelstelling om de opwarming te beperken tot 1,5 graad en tot het CO2-neutraal zijn in 2050. De BBB-fractie is van mening dat wij sowieso vanuit rentmeesterschap verantwoordelijkheid dragen voor onze aarde, zodat toekomstige generaties veilig en in een gezonde omgeving kunnen leven, met de beschikking over voldoende en betaalbaar voedsel. Echter, we vernemen en ervaren steeds meer ongewenste bijeffecten van de maatregelen die we tot nu toe bedacht hebben, bijvoorbeeld netcongestie. Tevens groeit de wachtrij voor aansluitingen op het net voor bedrijven en nieuwe woonwijken. Dit zijn effecten die ongetwijfeld niet voorzien waren, maar waar Nederland nu wel mee te maken heeft. Ook is nog veel onduidelijk over hoe accu's, zonnepanelen en windturbines gerecycled kunnen worden of wat de effecten zijn bij calamiteiten als brand. Voor de BBB-fractie getuigt het van gezond verstand als beleid en maatregelen regelmatig getoetst worden op beoogde resultaten, snelheid en eventuele onvoorziene bijeffecten. Er kan een evaluatie uitgevoerd worden, zodat de keuze gemaakt kan worden of we ermee doorgaan, gaan bijsturen of er misschien mee stoppen. De BBB-fractie zou graag zien dat we een tussentijdse evaluatie uitvoeren van alle klimaatmaatregelen. Zie het als een soort van pauzeknop. Mijn vraag aan de minister is dan ook: kan de minister toezeggen bestaand beleid en maatregelen te evalueren op alle bijeffecten?

Dan het laatste punt: de regio. Reeds op 27 juni '23 heeft de BBB-fractie opgemerkt dat de landbouw geen perceel heeft in het Klimaatfonds. Nu, drie jaar later, hebben we nog steeds de situatie waarin het Klimaatakkoord vijf sectoren onderkent, waarin de landbouw en landgebruik wel worden onderkend als een sector die moet bijdragen aan de klimaatdoelstelling, maar waarin de agrarische sector in het Klimaatfonds nog geen toegang heeft tot financiële ondersteuning. Tevens stelt de Wetenschappelijke Klimaatraad dat boeren onmisbaar zijn om de klimaatdoelen te halen. De agrarische sector kan dus een belangrijke bijdrage leveren aan de Nederlandse klimaatdoelen. Dit zijn kostbare investeringen in akkerbouw, veehouderij, visserij en tuinbouw. Hiervoor heeft de agrarische sector wel financiële ondersteuning nodig. Ik wil de minister graag herinneren aan een vorig jaar aangenomen motie in deze Kamer. Dat was de motie 36600-M, letter E. Die staat nog open. Mijn vraag aan de minister is: kan de minister toezeggen dat ook de agrarische sector middels een eigen perceel toegang gaat krijgen tot het Klimaatfonds? Overigens is een bijeffect van het Porthosproject, waarin CO2 onder de Noordzee wordt opgeslagen, de CO2 duurder is geworden en tuinders in het Westland nu meer moeten betalen voor de CO2 die ze kopen om bij te mengen in hun kassen. Gaat de minister deze ondernemers nog compenseren vanuit het Klimaatfonds?

Momenteel telt de bijdrage van huishoudens in de reductie van CO2 nog niet mee. Zo ligt de norm in de Regionale Energiestrategie, de RES-norm, op 15 kilowattpiek. Zoals vastgelegd in toezegging T03787 die gedaan is door uw voorganger, zou de BBB graag zien dat deze norm naar 3 kilowattpiek gaat. Wat is hiervan de status, vraag ik aan de minister.

Ik kom op de toegang voor het mkb en lagere overheden. Graag zou de BBB-fractie ook nog een reflectie van de minister zien op de betrokkenheid en toegankelijkheid voor mkb, provincies, gemeenten en waterschappen tot het Klimaatfonds. Het kan de regio tevens helpen als iets meer vaart wordt gemaakt met de uitrol van SMR-systemen.

Tot slot, voorzitter. Wat betreft de energietransitie ziet de BBB graag meer gebiedsgerichte, regionale en integrale aanpak, niet separaat vanuit silo's kijken naar elektra of warmte alleen, maar geïntegreerd naar verschillende regionale bronnen. Ook zal een vereenvoudiging van regels en meer overleg met en tussen sectoren burgers en gemeenten helpen in regionale oplossingen.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Perin van de fractie van Volt.