Verslag van de vergadering van 6 juli 2026 (2025/2026 nr. 38)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.44 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Janssen i (SP):
Dank u wel. De SP vond het belangrijk om een paar punten plenair en daarmee publiekelijk te bespreken en aan de orde te stellen, al was het maar voor de verslaglegging.
Het eerste punt is de totstandkoming van de egalitaire ophoging van €100.000 per fractie; laat ik het zo zeggen. Er hebben eerst andere voorstellen de ronde gedaan. Het eerste was naar fractiegrootte. Naarmate de fractie groter zou zijn, was de extra bijdrage hoger. Het standpunt van de SP was altijd: als je kleinere fracties in staat wil stellen om meer te doen en beter te functioneren, zou het juist omgekeerd evenredig moeten zijn. Mijn verzoek is om dit bij een volgende evaluatie van het Reglement van Orde of van deze financiële verordening mee te nemen en nog eens goed te kijken waar het effect van de euro het grootst is.
Voorzitter. Dan een paar vragen over de artikelen, en dan met name over artikel 4, lid 2. Ten eerste de personeelskosten. Valt daar ook inhuur van derden onder? Dat is mijn vraag, omdat ik me afvraag welke definities hier leidend zijn. Zijn dat bijvoorbeeld de definities uit de Rijksbegrotingsvoorschriften? Of gelden hier andere definities van de termen "materiële kosten" en "personeelskosten"? Dat zou ik graag horen. Dan weten we waar we aan toe zijn. Dit gaat namelijk ongetwijfeld tot misverstanden leiden, zeker wanneer het gaat om materiële kosten. Ik heb daarover eerder in het College van fractievoorzitters aangegeven dat het goed zou zijn om die nader te omschrijven, zodat daarover geen misverstanden kunnen bestaan. Vandaar mijn vraag welke definities hierbij worden gebruikt.
Dan lid 3. Dat gaat over de uitgesloten uitgaven. Mij vraag is of die opsomming limitatief is. Betekent dit dat je het overal aan mag uitgeven, behalve aan de in lid 3 genoemde posten? Als dat niet zo is, zou ergens duidelijk moeten worden dat de lijst niet limitatief is, of wat er dan alsnog onder valt. Wederom gaat de vraag over definities.
Voorzitter. In zijn algemeenheid vindt de SP dat het uitgangspunt moet zijn — dan richt ik mij met name op de egalitaire €100.000 extra — dat personele ondersteuning de hoofdzaak blijft. Dat is ook een beetje ons bezwaar tegen de reserves. Hoe blijft nou in beeld dat die extra bijdrage van €100.000 allemaal begonnen is om de personele ondersteuning? Dat is voor kleine fracties een wezenlijk bestanddeel en voor grote fracties valt het wat meer weg, ondanks de grootte van het bedrag. Mijn vraag is dus: hoe blijft in beeld dat het doel de personele ondersteuning is? Als het ook voor materiële kosten in het algemeen is en er staat een reserve van 30%, 50%, 75% of 100%, hoe blijft dan in beeld dat het in hoofdzaak om personele kosten gaat?
Mijn laatste vraag gaat over het terugstorten. Waarom zou je iets wat je niet gebruikt hebt moeten verantwoorden? Wie zou dat terugstorten dan eigenlijk moeten weigeren, en met welke motivering? Waarom kun je een bedrag dat je niet gebruikt hebt niet gewoon linea recta weer terugstorten op de rekening waarvan je het ontvangen hebt, met de mededeling "niet gebruikt" en klaar? Waarom zou daar verantwoording over moeten plaatsvinden? Mijn laatste vraag is of terugstorten te allen tijde kan, ook lopende het jaar. Of is dat gebonden aan een vast moment?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan zijn we hiermee aan het eind gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer.
De beraadslaging wordt geschorst.
De voorzitter:
Na de dinerpauze zal de voorsteller van de regeling, de heer Van Meenen, antwoorden in de eerste termijn. Dan zullen we ook de tweede termijn houden. Houdt u er rekening mee dat de dinerpauze misschien wat eerder begint, want het kan best snel gaan. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.