Verslag van de vergadering van 15 juni 2026 (2025/2026 nr. 33)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.49 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Moonen i (D66):
Voorzitter. Onze provincies kennen een zeer rijke geschiedenis en vervullen cruciale taken. Provincies maken ruimtelijke plannen en zijn verantwoordelijk voor regionale ov-verbindingen, de N-wegen en het diepere grondwater. Ook spelen ze een belangrijke rol bij de energietransitie. Provincies zijn ook verantwoordelijk voor het onderhoud van de N-wegen en de regionale infrastructuur. Provincies bepalen hoe we de schaarse ruimte zo indelen dat natuur kan floreren, mensen kunnen wonen en ondernemers kunnen ondernemen. Dit zijn slechts enkele praktische vraagstukken waar provincies zich over buigen. Het zijn dus taken met een grote maatschappelijke impact.
Voorzitter. Recentelijk zijn er een aantal onderzoeken gepubliceerd van de Raad voor het Openbaar Bestuur waaruit blijkt dat de kosten die provincies en gemeenten maken voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur en natuur harder stijgen dan het bruto binnenlands product. Daarmee zal de toename aan kosten niet voldoende zijn om de verwachte uitgaven te kunnen doen. Anders gezegd: er zijn onvoldoende middelen voor een goede uitvoering van deze taken en dat heeft gevolgen voor infrastructuur, ov en natuur. Van alle provincies gezamenlijk ontvingen we ook een notitie, waarin ze vragen om het provinciefonds mee te laten groeien met de uitgaven.
Ik wil twee voorbeelden geven, want een voorbeeld werkt altijd sterker dan deze meer algemene tekst, die wel waar is. Laat ik een voorbeeld geven ten aanzien van de natuur. We hebben een heel goed rapport ontvangen van Berenschot. Daar schrok ik toch wel van. We hebben natuur in 2013 gedecentraliseerd van Rijk naar provincies. Ik zat trouwens zelf in de rijksdelegatie. Ik werkte toen als raadadviseur van de minister-president. Ik heb het akkoord over de decentralisatie van taken van Rijk naar provincies mede gesloten, dus ik ken het akkoord inhoudelijk ook heel goed. Uit het rapport van Berenschot blijkt nu dat het inmiddels zo is dat ook wettelijke doelen niet meer worden gehaald, gelet op het tekort aan middelen. Daar schrok ik wel van. Neem bijvoorbeeld het Natuurpact. Het akkoord is uit 2013. Ze geven aan dat het huidige niveau met de huidige uitvoering niet voldoet aan de verplichtingen voor het halen van natuurdoelen en waterkwaliteitsdoelen. Ze geven ook aan dat het robuuste Natuurnetwerk Nederland trager wordt gerealiseerd dan eigenlijk de bedoeling was. In dat akkoord stonden ook allemaal tijdstrajecten, ook per provincie, die dus niet worden gehaald. Dat is één voorbeeld. Overigens ligt dat niet alleen aan geld. Dat schrijft Berenschot ook: het gaat over financiële middelen, maar ook over een aantal andere kwesties. Zo zijn een aantal provincies iets te creatief omgesprongen met de natuurmiddelen. Die waren eigenlijk bedoeld voor de realisatie van natuur. Er zijn provincies die met dat geld andere zaken zijn gaan doen. Dat helpt niet. Er zijn dus ook weglekeffecten.
Het tweede voorbeeld is ook niet onbelangrijk. Deze regering wil graag heel veel woningen bouwen. Nu zijn de provincie Utrecht en zelfs de gemeente Utrecht voornemens om 100.000 woningen te bouwen. Nou, dat zet zoden aan de dijk. Deze regering zegt ook: we moeten zorgen dat die woningen ontsloten worden. Eigenlijk zou ov dat gericht is op de bereikbaarheid van die 100.000 nieuwe woningen dus prioriteit moeten kunnen krijgen. Nu sprak ik dit weekend een gedeputeerde van de provincie Utrecht over de Merwedelijn. Dat is een nieuw te plannen ov-lijn in Utrecht. Die start in het centrum bij het station en is onder andere bedoeld voor de bereikbaarheid van die 100.000 nieuw te bouwen woningen. Wat zegt nu zo'n gedeputeerde? Die zegt: we hopen natuurlijk dat het geld dat is gereserveerd voor de aanleg er nog steeds is. Dat raakt eigenlijk aan het budget van Infrastructuur en Waterstaat.
Het tweede is: als die lijn er straks ligt, moet de provincie die ook kunnen onderhouden, want dit is regionaal ov en het onderhoud van zo'n lijn ligt bij de provincie. De gedeputeerde gaf aan: ik heb nog geen enkel zicht op middelen voor dat onderhoud. Als we gewoon naar de inhoud kijken, past dit totaal bij het akkoord van deze regering. Het gaat over woningen en bereikbaarheid; daar kun je niet op tegen zijn. Alleen, ik begrijp heel goed dat decentrale partijen behoefte hebben aan duidelijkheid over de aanleg, het beheer en het onderhoud van zo'n lijn. Dat zijn eigenlijk twee praktijkvoorbeelden.
Voorzitter, ik vervolg mijn betoog. Ik vraag daarom ook aan de minister hoe hij aankijkt tegen deze twee ROB-rapporten en het rapport van Berenschot over het Natuurpact en het niet halen van doelen die wettelijk zijn afgesproken. Welke oplossingsrichtingen ziet de minister voor het verzoek van de twaalf provincies over het mee laten groeien van het fonds met de opgaves?
In november 2025 heeft de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen onder voorzitterschap van mijn zeer gewaardeerde collega, zou ik kunnen zeggen, de heer Polman, het rapport Samen bouwen aan resultaten uitgebracht; mevrouw Fiers sprak er al over. Ik hoef dat allemaal niet te herhalen, want ook mijn collega Lievense sprak erover. Dat rapport van de studiegroep is eigenlijk heel duidelijk. Zij zeggen: je moet de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden gewoon uitvoeren; je moet ook artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet gewoon tijdig en goed uitvoeren. De heer Lievense heeft zelfs om een toezegging gevraagd. Ik denk dat dat belangrijk is, want dit zijn gewoon wettelijke grondslagen en toetsen die feitelijk gedaan moeten worden. Dat schrijft de heer Polman ook. Hij had er zeer goed zicht op. Hij was natuurlijk heel lang commissaris van de Koning in Zeeland. Die beste man weet goed waar hij over spreekt.
Er is vorig jaar in deze Kamer een breed gedeelde motie aangenomen over het toezicht op medebewindstaken. Die is nog niet uitgevoerd. Dat vinden we wel belangrijk. Mijn vraag is: kan de minister toezeggen dat het ministerie dat toezicht gaat verbeteren, zoals gevraagd in de motie?
Daarnaast is er ook gevraagd om een verkenning om inzicht te krijgen in de taken van de provincies en in de vraag of de budgetten in balans zijn met de taken. De fractie van D66 hecht eraan dat deze verkenningen snel worden uitgevoerd; een aantal collega's spraken daar ook al over. Het gaat over een infrastructuurverkenning; mevrouw Fiers noemde die ook. Het gaat ook over een ov-verkenning en een natuurverkenning. De vraag is om het rapport van Berenschot, dat expliciet over de natuur gaat, dan ook mee te nemen. Kan de minister aangeven wanneer die verkenningen allemaal zijn uitgevoerd? Kan hij gewoon duidelijk maken: de infrastructuurverkenning heb ik dan en dan af en de verkenningen op het gebied van regionale ov en natuur zijn dan en dan gereed? Het is overigens goed dat daarmee wordt gestart; laten we daar ook eerlijk over zijn. Maar wanneer kunnen we deze verkenningen allemaal tegemoetzien?
De voorzitter:
Mevrouw Moonen, wilt u zo goed zijn om een blik op de klok te werpen?
Mevrouw Moonen (D66):
Ja, en ik zie dat ik eigenlijk klaar ben. Ik rond af. Mijn fractie kijkt uit naar de beantwoording van de vragen en naar de reactie op de gevraagde toezegging, voorzitter. Ik ben klaar.
De voorzitter:
Ik dank u zeer, mevrouw Moonen. Ik zie nog een interruptie van de heer Lievense.
De heer Lievense i (BBB):
Mevrouw Moonen geeft het voorbeeld van de provincie Utrecht: 100.000 woningen, zo is de planning, gaat de provincie Utrecht de komende vijftien jaar bouwen. Ik heb bewust de provincie Zeeland aangehaald. Ik ben blij dat mevrouw Moonen ook nog even de provincie Zeeland eruit pikte, want in de provincie Zeeland proberen we — tenminste, dat is nu een stip op de horizon — 75.000 woningen te bouwen in 25 jaar. Mijn vraag is: ziet de fractie van D66 wel het verschil in opgaven, ook ten aanzien van het ov zoals ik in mijn betoog noemde, als je Utrecht en Zeeland met elkaar vergelijkt?
Mevrouw Moonen (D66):
Dat is een hele goede vraag. Als we kijken naar de ambities van deze regering, dan denk ik dat we én Zeeland én Utrecht nodig hebben. De woningopgave is zo hoog dat het niet of-of kan zijn, maar dat we en-en nodig hebben. In die zin spreekt het me ook zeer aan dat de heer Lievense zegt dat een groot deel van die woningopgave alleen kan worden gerealiseerd als de provincie Zeeland ook meedoet. Het voorbeeld van de heer Lievense sprak me dus ook aan. Wat me ook aansprak in zijn betoog, was dat hij de bereikbaarheid van die woningen noemde. Dat is des te meer van belang omdat we nu in een proef met het ov zoals het op dit moment is, ook weer zien dat in een bepaald tijdvak op het traject tussen Goes en Vlissingen bewoners en bedrijven er veel last van hebben.
De voorzitter:
Een vervolgvraag?
Mevrouw Moonen (D66):
Maar in grote lijnen kan ik het betoog van de heer Lievense steunen.
De voorzitter:
Een vervolgvraag nog van de heer Lievense?
De heer Lievense (BBB):
Geen vervolgvraag, maar dank ervoor dat het met die stad en regio duidelijk is.
De voorzitter:
Dank. Ook aan mevrouw Moonen, voor haar bijdrage. Ik geef nu graag het woord aan de heer Janssen. Hij spreekt namens de SP, maar ook namens de Fractie-Visseren-Hamakers.