Verslag van de vergadering van 9 juni 2026 (2025/2026 nr. 32)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.08 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Moonen i (D66):
Voorzitter. Voor veel mensen, ook jonge mensen, is het pensioen een ver-van-mijn-bedshow. Voor veel mensen in deze Kamer is het best dichtbij, ook als we er nog niet aan willen. Maar we hopen allemaal dat we lang van ons pensioen kunnen genieten. Helaas is dat niet voor iedereen de realiteit. Zo sprak ik onlangs een kennis, genaamd Marcel. Hij is nu 63 jaar oud en hij lijdt aan een chronische ziekte. Hij weet nu al dat de kans heel klein is dat hij oud zal worden. Pensioen gaat over mensen en mensenlevens. De grote droom van Marcel is om nog met zijn vrouw en hond met zijn camper door Europa te reizen. Door deze wet heeft hij als hij met pensioen gaat — we hopen natuurlijk dat deze man zijn pensioen haalt — de gelegenheid om in één keer genoeg geld op te halen om die camper te kopen en die droom in vervulling te laten gaan.
D66 is dan ook blij dat we vandaag na zeven jaar — mevrouw Bezaan schetste deze geschiedenis al heel mooi — uiteindelijk een belangrijke belofte inlossen aan iedereen die in dezelfde situatie verkeert als mijn kennis Marcel, maar ook aan alle Nederlanders die andere goede redenen hebben om hiervan gebruik te willen maken. Ik noem er een aantal. Een goede reden kan zijn: het aflossen van een schuld, het verduurzamen van je eigen woning of mantelzorg verlenen aan ouders of misschien aan zieke kinderen. Dat laatste kan ook op die leeftijd. Er zijn zo veel maatschappelijk relevante doelen waarvoor je deze wet kunt inzetten. Met deze wet krijg je de vrijheid om te kiezen wat je nog extra wil gaan doen op je pensioendatum, op een manier die past bij jouw leven. Ik ben het met de vorige spreker eens dat dit een van de weinige keuzevrijheden is die daadwerkelijk is overgebleven uit de hele Wet toekomst pensioenen. Het is dus goed dat deze vrijheid bestaat.
Alle collega's hebben ook gesproken over het punt dat de Wet bedrag ineens niet voor iedereen zo goed hoeft uit te pakken. Alle sprekers voor mij hebben de risico's besproken: het verlies van zorg- of huurtoeslag in het jaar waarin het bedrag ineens wordt uitgekeerd en de lagere uitkeringen in de jaren erna. Dit kan ervoor zorgen dat mensen minder geld overhouden dan waarop ze hadden gerekend. Netspar heeft hier een uitstekend rapport over geschreven. Netspar beschrijft dat sommige personen in het ergste geval netto maar 20% tot 40% overhouden van het brutobedrag dat ze aanvragen. Hier moeten we gewoon heel eerlijk over zijn.
Ik ben het dan ook eens met de collega's dat het belangrijk is om hier aandacht voor te hebben. D66 voelt zich verantwoordelijk, ook als medearchitect van de Wet toekomst pensioenen en door het werk van de heer Koolmees, die de wet als minister door beide Kamers heeft geloodst. Wij voelen onze verantwoordelijkheid om scherp te blijven toetsen op de uitvoerbaarheid, de rechtszekerheid en de bescherming van kwetsbare deelnemers. Een aantal van jullie weet dat ik al tien jaar vrijwillig docent ben bij het programma Brood en Rozen in Breda. Dat gaat om bijstandsvrouwen begeleiden naar begeleid werk. Ik zie aan deze groep dat financiële zorgen mensen vaak enorm bezighouden. Dat bezet een groot deel van je energie. Als je financiële zorgen hebt, is het risico best groot dat je uiteindelijk toch mee gaat doen aan zo'n regeling zonder dat je de effecten goed doorhebt. Ik ben het eens met alle voorgaande sprekers die zich hier ook zorgen over maken.
In het rapport geeft Netspar ook aan dat de positie en de verantwoordelijkheden van de pensioenuitvoerders bij de keuzebegeleiding nog wat scherper moeten worden gedefinieerd. We weten allemaal dat pensioenfondsen onder de Wet pensioencommunicatie een zorgplicht hebben wat betreft zorgbegeleiding. Dat is wettelijk vastgelegd. Netspar zag wel dat dat nog wat duidelijker kan. Wat zijn de positie en de verantwoordelijkheden bij de Wet bedrag ineens?
Verder wordt aangegeven dat het belangrijk is om snel te monitoren en te evalueren. Ik vraag of de minister kan schetsen hoe hij de verantwoordelijkheid van de pensioenfondsen ziet. Is hij het eens met het advies van Netspar dat dat punt een stukje scherper en duidelijker kan? Dat betreft zowel de pensioenuitvoerders als de rol die de overheid daar al dan niet in kan of moet vervullen.
De fractie van D66 vindt het belangrijk om de uitwerking van de Wet bedrag ineens vanaf de inwerkingtreding in de praktijk te volgen. Ook de heer Van Gurp vroeg daarnaar. De heer Van Gurp vroeg al: kan de minister toezeggen de uitwerking van de Wet bedrag ineens vanaf de inwerkingtreding te monitoren en die eerder te evalueren? Dan krijgen we eerder zicht op hoe het uitpakt in de praktijk. Dat verzoek van de heer Van Gurp is mij uit het hart gegrepen. Daar sluit ik mij dus graag bij aan. Kan de minister een en ander toezeggen over het naar voren halen van zijn evaluatie of monitoring? Dan hebben we veel eerder zicht op de kwetsbaarheid en op de vraag hoe dit zich in de praktijk voltrekt.
Voorzitter. Dan de volgende kwestie. We kennen in Nederland allemaal de sociale advocatuur. We weten dat mensen met een smalle beurs vaak ook pro bono financieel advies kunnen krijgen. Dat is beschikbaar voor mensen met een kleine portemonnee. Het gaat om de mensen die het advies het hardst nodig hebben en dit het minst goed kunnen betalen. Is de minister bekend met dit soort pro-bono-initiatieven en welke mogelijkheden ziet de minister voor juist deze kwetsbare deelnemers om gebruik te kunnen maken van deze sociale bijstand? Kan hij daar iets over aangeven? Dit is een zorg die we met z'n allen in deze Kamer delen.
Voorzitter. D66 ziet in deze problematiek ook een oproep aan het kabinet: hervorm de toeslagen nu echt, want dit is weer een effect dat we helemaal niet willen. Kan het niet eenvoudiger voor burgers en voor de Belastingdienst? Nu hebben wij begrepen dat het kabinet voor het einde van dit jaar met een hervormingsagenda komt voor de belastingen en toeslagen, inclusief een tijdlijn voor de verschillende maatregelen. D66 juicht het zeer toe dat het kabinet die hervormingsagenda ter hand neemt. De vraag van de fractie van D66 is: kan de minister toezeggen om in die hervorming ook de risico's van het bedrag ineens voor mensen met toeslagen en inkomensafhankelijke regelingen expliciet mee te nemen? We zien deze risico's nu al. Kan het, als je dan toch gaat hervormen, onderdeel zijn van de hervormingsagenda? Zou de minister dat kunnen toezeggen?
Afrondend vindt D66 het wel verstandig dat de inwerkingtreding is uitgesteld tot 1 januari 2029. Dat is gedaan om uitvoeringstechnische redenen. Uitvoerbaarheid is iets waar wij als Eerste Kamer ook op moeten toezien. Tegelijkertijd zien we dat dit uitstel voor een aantal mensen een teleurstelling is geweest, zeker voor iemand die chronisch ziek is en die zich afvraagt: haal ik dat pensioen nog en haal ik de ingebruikname van deze wet over het bedrag ineens? Bij de behandeling in de Tweede Kamer en in de Eerste Kamer is gevraagd naar het mogelijk maken van een keuzerecht met terugwerkende kracht. Dat vergt echter een apart wetstraject met bijbehorende doorlooptijd en zorgt voor extra complexiteit. Dat willen we eigenlijk niet toevoegen. Mijn fractie begrijpt dus dat de regering daar niet voor kiest. Daarom is het voor ons belangrijk dat we vandaag in dit debat de definitieve datum — ik doel dan op 1 januari 2029 — ook echt kiezen en dat we ons daar daarna ook aan vast gaan houden. Er is genoeg geschoven in de tijd. Meerdere collega's hebben de historie geschetst. Het is erg belangrijk dat er nu duidelijkheid komt, duidelijkheid voor de pensioenfondsen, duidelijkheid voor de overheid, maar misschien nog wel het aller-allerbelangrijkste, waardoor ik mijn betoog daar ook mee begon: duidelijkheid voor de mensen die hiernaar uitzien en die graag gebruik willen maken van deze mogelijkheid, zodat een droom van velen, waaronder van mijn kennis Marcel, daadwerkelijk in vervulling kan gaan.
Voorzitter. We kijken uit naar de beantwoording van de minister en ook naar de gevraagde toezegging over het meenemen van mijn punt bij de hervormingen. We kijken ook uit naar het antwoord op de vraag: wat kan er nog gedaan worden aan het advies van Netspar als het gaat om voorlichting aan deze kwetsbare groep?
De heer Van Rooijen i (50PLUS):
Ik heb collega Moonen laten uitspreken in haar duidelijke betoog. Dat verdient ze ook, vind ik. Ik heb nog een vraag. Ze begon over iemand die chronisch ziek is. Dat is een goed voorbeeld van een dilemma waar die persoon voor staat. Maar stel je nou ook iemand anders voor, die hoopt nog lang gezond te blijven in de pensioenperiode. Die moet zich wel realiseren dat je na opname van een bedrag ineens geconfronteerd wordt met een lager pensioen. Als je dan nog twintig jaar leeft, heb je twintig jaar lang een lager pensioen. Mensen overzien dat niet, want je weet niet hoeveel lager dat pensioen is en of dat misschien toch nog meevalt. Die onzekerheid is zo groot dat je die nauwelijks in een model, inschatting of advies kan meenemen. Wat vindt u daarvan?
Mevrouw Moonen (D66):
Ik heb in ieder geval heel veel respect voor de heer Van Rooijen. Het voorbeeld klopt. Het rapport van Netspar komt tot de conclusie die de heer Van Rooijen zojuist schetste. Netspar geeft het volgende aan. Als je een hele lange levensverwachting verwacht, dus als je verwacht dat iemand 100 of misschien zelfs wel 120 wordt, zoals vandaag genoemd door een collega — 100 jaar zou ook al een hele nette leeftijd zijn, waar velen van ons graag voor zouden tekenen — dan kan het opnemen van een bedrag ineens ongunstig zijn. Dat zegt Netspar ook. Bij een dermate lange levensverwachting kun je het geld beter in een pensioenpot laten zitten, waardoor je later een hogere uitkering hebt per jaar, die je ook heel lang gaat ontvangen omdat je levensverwachting zo lang is. Ik denk dat de heer Van Rooijen hier een heel terecht punt heeft.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Ballekom. Hij spreekt namens de fractie van de VVD.