1.Vaststellen agenda
NB. Mocht de commissie ten aanzien van bepaalde in deze vergadering geagendeerde wetsvoorstellen besluiten dat deze als hamerstuk kunnen worden afgedaan, of dat daarover kan worden gestemd zonder plenair debat, dan zal dit conform gebruik aan het einde van de vergadering van 7 juli 2026 geschieden. De afhandeling hoeft dan niet te wachten totdat het zomerreces voorbij is.
2.Commissieagenda onderdeel I&W
3.36862
Exploitatie vliegroutes binnen het Koninkrijk
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is op 2 juli 2026 door de Tweede Kamer aanvaard. De ingediende amendementen zijn aangenomen; zij hebben allemaal oordeel Kamer (en niet ontraden) gekregen.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-Geen Uitvoeringstoetsen
Procedure
4.36864
Implementatie herziening Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng voor het verslag te leveren?
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het wetsvoorstel is op 16 juni 2026 door de Tweede Kamer aanvaard. Daarbij zijn geen amendementen aangenomen, de twee ingediende amendementen zijn verworpen.
Inbreng voor het verslag
5.Toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888 en motie-Kluit (33118 / 34986, EZ)
Beslispunt
Wenst de commissie de status van bepaalde toezeggingen of de motie te wijzigen?
Achtergrond
De commissie heeft tussen 2 december 2024 en 2 februari 2026 verschillende malen schriftelijk overleg gevoerd met de regering over een aantal toezeggingen verband houdend met het onderwerp 'milieueffectrapportage'. Laatstelijk ging het over de toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888, en over de motie-Kluit (GroenLinks) c.s. over gemeentelijke milieueffectrapportages (33.118 / 34.986, EZ).
De commissie besloot naar aanleiding van de brief van 2 februari 2026 niet in nader schriftelijk overleg te treden, maar in plaats daarvan en mondeling overleg van ca. 45 minuten in te plannen na afloop van het kennismakingsgesprek met de nieuwe staatssecretaris van I&W De commissie besloot verder de status van toezeggingen T02859, T02446, T03276, T03578 en T02888 niet te wijzigen en de status van de motie-Kluit c.s. evenmin. Dit zou eventueel na het mondeling overleg kunnen gebeuren. Bedoeld mondeling overleg heeft op 16 juni 2026 plaatsgevonden. Het is terug te kijken via: Verslag van de vergadering van de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) op 16 juni 2026. Het woordelijk verslag treft u in concept aan in de bijlagen.
Toezeggingen
Voor het mondeling overleg waren de volgende toezeggingen geagendeerd:
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat in de loop van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en daarna gemonitord zal worden op de ontwikkeling van het aantal, de kwaliteit en de onafhankelijke toetsing van milieueffectrapportages (m.e.r.). Deze monitoring heeft ook betrekking op m.e.r.-beoordelingen. (status: openstaand).
De minister van Infrastructuur en Milieu zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (GroenLinks), toe dat zij de periodieke evaluaties van de Omgevingswet en de Commissie voor de m.e.r. zal aanpassen, zodat gevolgd kan worden hoe vaak en in welke gevallen een onafhankelijke toets door de Commissie voor de m.e.r. plaatsvindt. Na twee jaar zal geëvalueerd worden wat de effecten zijn van het niet langer verplicht stellen van een onafhankelijke kwaliteitstoets in het geval van complexe projecten. (status: openstaand)
De minister van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Kluit (GroenLinks), toe om in beginsel vanaf het moment dat de Omgevingswet ingaat, jaarlijks de verplichte en niet verplichte milieueffectrapportages op de omgevingsvisies te zullen monitoren om in een later stadium terug te schakelen naar een tweejaarlijkse frequentie. Mogelijkerwijs zal deze monitoring op een eerder moment starten, waarover de minister van I&W de Kamer nog bij brief zal informeren. (status: openstaand)
De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Fiers (PvdA), toe dat de verbetering van de kwaliteit van de milieueffectrapporten een onderdeel wordt van het verbeterplan voor het VTH-stelsel en dat de Kamer de tweejaarlijkse evaluaties zal ontvangen. In het geval uit deze tweejaarlijkse evaluaties blijkt dat er nog aanvullende zaken nodig zijn om de kwaliteit van de milieueffectrapporten te verbeteren, dan zal de staatssecretaris de Kamer hierover informeren tegen de tijd dat die rapportage bekend is. (status: openstaand)
De minister voor Milieu en Wonen zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Kluit (GroenLinks), toe dat de m.e.r.-beoordelingsplicht gemonitord zal worden op het punt van diepe plassen. (status: openstaand)
Motie
De voor het mondeling overleg relevante motie was:
In deze motie wordt de regering verzocht ervoor zorg te dragen dat, voor zover relevant voor 1 januari 2024, alle gemeenten een milieueffectrapportage maken voor de omgevingsvisies en/of het omgevingsplan. (status: deels uitgevoerd)
Bespreking status toezeggingen en motie
6.31936, CC
Verslag van een schriftelijk overleg met de minister van I&W over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol; Luchtvaartbeleid
Beslispunten
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 2 juli 2026 met de minister van I&W in nader schriftelijk overleg te treden?
-
-Is de commissie van oordeel dat de voorhangprocedure beëindigd kan worden?
Toelichting
Bij brief van 19 januari 2026 heeft de minister van I&W het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol bij de Kamers voorgehangen. Het gaat om een algehele wijziging van het LVB. De voorhangtermijn bedraagt op grond van de Wet luchtvaart en de Algemene wet bestuursrecht zes weken. Het betreft een 'lichte' voorhang: de Kamer kan de gebruikelijke parlementaire controlemiddelen inzetten, maar niet afdwingen dat de materie bij wet wordt geregeld (wat bij een 'zware' voorhang het geval zou zijn).
Bij brief van 28 januari jl. heeft de commissie de voorhangtermijn van het ontwerpbesluit gestuit. De minister is verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten totdat het overleg met deze Kamer is afgerond. In haar vergadering van 3 maart 2026 heeft de commissie besloten de behandeling van het ontwerpbesluit aan te houden totdat het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) is ontvangen. De commissie besloot vervolgens op 31 maart jl. in meerderheid haar eerdere besluit te handhaven. Op 21 april 2026 hield zij een deskundigenbijeenkomst over de voorgenomen wijziging van het LVB (Verslag).
Het advies van de Commissie mer is op 15 mei 2026 gepubliceerd en aan de Kamer aangeboden, eerst door de Commissie mer zelf en later - met een korte reactie - door de minister van I&W. Vervolgens heeft de commissie gewacht op de door de minister aangekondigde reactienota op het advies van de Commissie mer. Deze is op 19 juni 2026 verschenen. Op 23 juni 2026 is ten slotte inbreng voor schriftelijk overleg geleverd. De commissie besloot in meerderheid vast te houden aan het voornemen om - na ontvangst van de antwoorden - op 7 juli 2026 te beslissen over het al dan niet beëindigen van de voorhangprocedure. De antwoordbrief is 2 juli 2026 ontvangen.
Tweede Kamer
Op 30 juni 2026 vond in de Tweede Kamer het tweeminutendebat Schiphol plaats. Tijdens dit debat zijn in totaal 27 moties ingediend, waarvan er 15 zijn aangenomen, 11 verworpen en 1 ingetrokken. Hieronder treft u aan de vier aangenomen moties die in dit kader direct relevant zijn:
-
Motie van de leden Kostić en Kröger over doorgaan met het LVB-proces door de Raad van State om spoedadvies te vragen (TK, 602);
-
Motie van het lid Kröger over de meest actuele RIVM-data gebruiken bij de herziening van de MER (TK, 605):
-
Motie van de leden Van Eijk en Peter de Groot over onderbouwen dat de toepassing van grenswaarden niet leidt tot een toename van vliegbewegingen boven dichtbevolkte gebieden (TK, 614), en
-
Motie van het lid Graus over zorgen voor een juridisch robuust en uitvoerbaar Luchthavenverkeerbesluit (TK, 617).
Het Tweede Kamerlid Kröger (PRO) heeft daarnaast op 25 juni jl. verzocht om het LVB na ommekomst van het advies van de Raad van State eerst in concept met de Tweede Kamer te delen voordat het definitief wordt vastgesteld en om daar dan een plenair debat over te voeren. Hiervoor was geen meerderheid in de Tweede Kamer. Hierop heeft het lid Kröger (PRO) verzocht om een dertigledendebat. Daar was voldoende steun voor en het debat is aan de (lange) lijst toegevoegd.
Bespreking
7.36000 XII / 36800 A, E
Brief van de minister van I&W over uitvoering nieuw beleid begroting 2026 Infrastructuur en Waterstaat; Begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 30 juni 2026 met de minister in overleg te treden of de brief te betrekken bij de plenaire behandeling van de relevante begrotingen?
Toelichting
Op 6 juli 2026 vindt de plenaire behandeling van de Begrotingsstaten Infrastructuur en Waterstaat 2026 (36.800 XII) en de Begrotingsstaat Mobiliteitsfonds 2026 (36.800 A) plaats. De volgende dag zal er over de wetsvoorstellen gestemd worden. In zijn brief van 30 juni 2026 meldt de minister van I&W: "Nu de behandeling van de begrotingen van IenW voor het jaar 2026 dusdanig laat in het jaar plaatsvindt is het voor een aantal van deze maatregelen niet langer mogelijk de parlementaire autorisatie af te wachten zonder dat dit leidt tot ongewenste neveneffecten". De minister doet daarom een beroep op artikel 2.25, tweede lid van de Comptabiliteitswet. Deze bepaling luidt:
-
2.Zolang een voorstel van wet tot vaststelling van een begrotingsstaat niet tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt nieuw beleid dat ten grondslag ligt aan die begrotingsstaat, niet in uitvoering genomen, tenzij uitstel van de uitvoering naar het oordeel van Onze Minister die het aangaat niet in het belang van het Rijk is en hij de Staten-Generaal daarover heeft geïnformeerd.
Het beroep op deze bepaling geldt voor het Maritiem Masterplan en voor diverse subsidies.
Anders dan bij artikel 2.27, tweede lid, van de Comptabiliteitswet - dat geldt voor suppletoire begrotingen - is onder artikel 2.25, tweede lid, van de Comptabiliteitswet uitsluitend vereist dat de minister de Staten-Generaal informeert. De Kamers hoeven niet het onverwijlde oordeel uit te spreken dat de minister de Staten-Generaal deugdelijk heeft geïnformeerd.
Bespreking
8.27625
Waterbeleid
Beslispunt
Wenst de commissie dit dossier te vervolgen of te sluiten?
Toelichting
De commissie is tweemaal met de regering in schriftelijk overleg getreden over een reeks "waterbrieven" en de opbrengsten van vier deskundigenbijeenkomsten over het thema water die in 2024 hebben plaatsgevonden. De laatste antwoordbrief van de regering is op 13 januari 2026 voor kennisgeving aangenomen. De commissie besloot op verzoek van het lid Thijssen (GroenLinks-PvdA) het onderwerp ‘water’ opnieuw te agenderen nadat een nieuw kabinet was aangetreden, opdat kon worden bezien of dit onderwerp een vervolg moest krijgen. Op 16 juni jl. heeft de commissie kennisgemaakt met de I&W-bewindslieden, zodat deze vergadering een goede gelegenheid is om het vervolg te bespreken.
In eerdere vergaderingen heeft de commissie de mogelijkheid besproken om aan de plenaire vergadering een voorstel te doen om een themadebat over het onderwerp water te houden. In 2017 heeft de Tijdelijke commissie werkwijze Eerste Kamer hierover het volgende geschreven:
Commissies die een themadebat willen houden, kunnen daarvoor een gemotiveerd voorstel tot de Kamervoorzitter richten. De commissie beveelt aan in een dergelijk voorstel zo mogelijk aandacht te schenken aan de volgende overwegingen:
-
•voor een themadebat bestaat een duidelijke, welomschreven aanleiding;
-
•voor een themadebat wordt een goed afgebakend thema gekozen;
-
•bij voorkeur wordt gekozen voor een thema dat het niveau van een enkele commissie of een enkel beleidsterrein overstijgt en waarin wordt getracht dwarsverbanden te leggen;
-
•reeds bij de voorbereiding van een themadebat wordt gezocht naar gemeenschappelijke uitgangspunten en doelstellingen: wat willen we als commissie(s) of als Eerste Kamer met dit debat bereiken? Daarop wordt vervolgens tijdens het debat gefocust;
-
•een themadebat is bij voorkeur op enigerlei wijze gerelateerd aan het onderwerp wetgevingskwaliteit, waarbij het begrip «wetgeving» ruim kan worden genomen: het kan ook gaan om internationale verdragen, EU-recht of elementen van de democratische rechtsstaat.
Fracties die een themadebat wenselijk achten kunnen aan de hand van deze aandachtspunten t.z.t. een voorstel opstellen en aan de commissie voorleggen. Voor een themadebat is verlof van de Kamer nodig (artikel 51 RvO).
NB. Op grond van artikel 51, derde lid, RvO vinden in het najaar al Algemene Politieke Beschouwingen (6 oktober) en Algemene Financiële Beschouwingen (17 november) plaats, terwijl op grond van artikel 114 RvO Algemene Europese Beschouwingen worden gehouden, eveneens in het najaar (29 september). Op 27 oktober 2026 is het debat over de Staat van de Rechtsstaat gepland. Ten slotte vindt mogelijk op 24 november 2026 een artikel 51-debat over het Gemeentefonds plaats.
Bespreking
9.Commissieagenda onderdeel VRO
10.36780
Initiatiefvoorstel-Beckerman Wet bevordering wooncoöperaties
Beslispunt
Welke procedure wenst de commissie te volgen:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een verslag;
-
-te volstaan met een blanco verslag (geen vragen of opmerkingen, afdoen als hamerstuk of na stemming);
-
-te volstaan met een verslag onder voorbehoud van plenaire behandeling (geen schriftelijke behandeling, wel een mondelinge behandeling plenair)?
Amendementen
Conform de afspraken uit het overleg van de Voorzitter met de commissievoorzitters attendeert de griffie de commissieleden op aangenomen amendementen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid. Het aangenomen amendement van het lid Flach (Kamerstukken II 2025-2026, 36.780, nr. 19) had oordeel Kamer. Daarmee zijn er geen amendementen aangenomen die zijn ontraden door de regering om redenen van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en/of handhaafbaarheid.
Internetconsultatie en uitvoeringstoetsen
Conform de Kamernotitie Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en doenvermogen burgers treft u hieronder een overzicht met link naar de internetconsultatie en uitvoeringstoetsen:
-
-Geen Uitvoeringstoetsen
Procedure
11.36886
Vervangen actuele waarde door de beleidswaarde in de Woningwet
Beslispunt
Wenst de commissie:
-
-een datum te bepalen voor het leveren van inbreng voor een tweede verslag?
-
-het wetsvoorstel af te doen als hamerstuk of na stemming?
-
-aan de Kamervoorzitter een datumvoorstel voor een plenair debat te doen?
Toelichting
Het wetsvoorstel is door de Tweede Kamer zonder beraadslaging en zonder stemming aanvaard. Het is daarom aanvankelijk opgenomen op een termijnbrief. Op verzoek van het lid Jaspers (BBB) heeft de commissie in haar vergadering van 26 mei 2026 besloten om op 9 juni 2026 inbreng te leveren voor het verslag. De nota naar aanleiding van het verslag is op 2 juli jl. ontvangen.
Nadere procedure
12.36791
Wet toekomstbestendige huurcommissie
Beslispunt
Welke fracties wensen heden inbreng voor het tweede verslag te leveren?
Inbreng voor het tweede verslag
13.33118/34986, HA, HB en HG
Brief van de minister van VRO ter aanbieding van het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet ‘Werk aan de winkel’; Brief van de minister van VRO over voortgang uitvoering Omgevingswet vierde kwartaal 2025; Brief van de minister van VRO met de kabinetsreactie op het tweede reflectierapport ‘Werk aan de winkel’ van de Evaluatiecommissie Omgevingswet; Omgevingsrecht
Beslispunten
Welke fracties wensen heden inbreng voor schriftelijk overleg te leveren?
Toelichting
Op 2 maart 2026 heeft de Kamer de voortgangsbrief uitvoering Omgevingswet vierde kwartaal ontvangen (33118/34986, HA). In haar brief schrijft de minister dat de Kamer voortaan in lagere lagere frequentie over de voortgang van de verdere uitvoering van de Omgevingswet geïnformeerd zal worden. Voorafgaand aan de start van ieder kalenderjaar ontvangt de Kamer een brief waarin vooral vooruitgekeken wordt naar belangrijke ontwikkelingen voor het komende jaar. Dit houdt in dat de Kamer de brief met de vooruitblik op 2027 in het vierde kwartaal van 2026 ontvangt. Daarnaast blijft de Kamer halverwege ieder jaar de uitkomsten van de jaarlijkse Monitor Werking Omgevingswet ontvangen, waarin juist wordt gereflecteerd op het voorgaande jaar. Aanvullend hierop blijft de Kamer ook de bevindingen van de onafhankelijke Evaluatiecommissie Omgevingswet ontvangen.
De commissie besloot de voortgangsbrief te behandelen samen met de brief van de minister van VRO ter aanbieding van het tweede reflectierapport van de Evaluatiecommissie Omgevingswet 'Werk aan de winkel' (33118/34986, HB). De commissie besloot tevens in te gaan op het aanbod van de Evaluatiecommissie Omgevingswet voor een technische briefing over het reflectierapport. Deze briefing heeft op 9 juni jl. plaatsgevonden en is via Verslag van de vergadering van de commissie voor Infrastructuur en Waterstaat / Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (I&W/VRO) op 9 juni 2026 terug te kijken. Twee weken na de technische briefing kon dan inbreng voor schriftelijk overleg over de voortgangsbrief en het reflectierapport worden geleverd. Dat is dus vandaag.
Op 19 juni 2026 ontving de Eerste Kamer laat in de middag nog de kabinetsreactie op het tweede reflectierapport. Deze brief is bijgevoegd. De commissie besloot op 23 juni 2026 het leveren van inbreng voor schriftelijk overleg aan te houden tot heden.
Inbreng voor schriftelijk overleg
14.36496, Y
Verslag van een nader schriftelijk overleg met de minister van VRO over ontwikkelingen op de huurmarkt; Wet betaalbare huur
Beslispunt
Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 29 juni 2026 met de minister in nader schriftelijk overleg te treden?
Toelichting
Bij brief van 30 juni 2025 (36496, V) heeft de toenmalig minister van VRO de Kamer een afschrift gestuurd van haar eerdere brief van 10 april 2025 aan de Tweede Kamer, waarin zij een eerste weging geeft van de ontwikkelingen op de huurmarkt sinds de inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur op 1 juli 2024. De uitgaande commissiebrief van 18 september 2025 is op 12 december jl. door de toenmalig minister beantwoord. Op 3 februari jl. heeft de commissie vragen gesteld aan de minister in het kader van nader schriftelijk overleg. De vragen zijn op 29 juni jl. beantwoord.
Bespreking verslag van een nader schriftelijk overleg
15.36410 VII / 32847, U
Brief van de minister van VRO over permanente bewoning van recreatiewoningen; Integrale visie op de woningmarkt
Beslispunten
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 2 juli jl. met de minister van VRO in overleg te treden?
-
-Wenst de commissie de status van toezegging T03907 te wijzigen naar voldaan?
Toelichting
Bij brief van 2 oktober 2025 heeft de toenmalig minister van VRO het ontwerpbesluit permanente bewoning recreatiewoningen bij beide Kamers voorgehangen. Het ontwerpbesluit ziet op het tijdelijk legaliseren van bestaande permanente bewoning van recreatiewoningen. In de aanbiedingsbrief verwees de toenmalig minister naar een toezegging aan de Eerste Kamer, te weten Toezegging Onderzoek permanente bewoning van vakantiewoningen en recreatievaartuigen (36.410 VII) (T03907). Bij het ontwerpbesluit was een uitvoeringstoets van de Dienst Toeslagen gevoegd. Hierin oordeelde de Dienst dat het besluit onuitvoerbaar is.
De commissie besloot in haar vergadering van 7 oktober 2025 de voorhangtermijn te stuiten en heeft op 18 november 2025 vragen gesteld in het kader van schriftelijk overleg. De minister is verzocht geen onomkeerbare stappen te zetten betreffende het ontwerpbesluit totdat de behandeling in de Eerste Kamer is afgerond. De huidige minister van VRO geeft bij brief van 2 juli jl. aan de voorhang van het ontwerpbesluit permanente bewoning recreatiewoningen te beëindigen. In plaats daarvan zal de minister werkafspraken maken met de VNG. De minister geeft aan dat de vragen vanuit de commissie daarmee onbeantwoord blijven.
Toezegging T03907
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zegt in toezegging T03907 de Kamer, naar aanleiding van een vraag van de leden Kemperman (BBB) en Van Hattem (PVV), toe dat hij in een brief aan de Kamer over de aanpak van vakantieparken een onderzoek zal toevoegen naar het potentieel van permanent gebruikmaken van vakantiewoningen en recreatievaartuigen.
Reactie minister: In het afschrift van de brief van de minister van VRO aan de Tweede Kamer van 2 juli jl. gaat de minister in op de uitvoeringstoets van Dienst Toeslagen, waaruit blijkt dat de instructieregel onuitvoerbaar is in combinatie met het huidige toeslagenbeleid, en het onderzoek van Ipsos I&O en RIGO naar woonsituaties op vakantieparken met het oog op de omgang van deze doelgroep. De minister richt zich nu in plaats van op het ontwerpbesluit op een aantal uitgangspunten die voor het einde van het jaar worden uitgewerkt in een landelijk handelingskader als onderdeel van werkafspraken, met het uitgangspunt dat gemeenten in lijn met het handelingskader van de afspraken handelen en beleid maken. De uitgangspunten zijn de menselijke maat, het onderzoeken van legalisatie en - als dat niet mogelijk is - zoeken naar alternatieve huisvesting.
Ambtelijk voorstel: De brief van de minister bevat de resultaten van onderzoeken naar het potentieel permanent gebruikmaken van vakantiewoningen en recreatievaartuigen en in de brief gaat de minister in op de alternatieve aanpak van vakantieparken nu de voorhang van het ontwerpbesluit word beëindigd, omdat de maatregel niet uitvoerbaar blijkt. Het ambtelijk advies is daarom om de toezegging als voldaan aan te merken, ook al wordt strikt genomen alleen gesproken over vakantiewoningen en niet over recreatievaartuigen.
Bespreking brief en status toezegging
16.36410 VII, R
Brief van de minister van VRO over voortgang Landelijk Aanpak Beter Benutten; Begrotingsstaten Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 2024
Beslispunt
-
-Wenst de commissie naar aanleiding van de brief van 2 juli 2026 met de minister van VRO in overleg te treden?
-
-Wenst de commissie de status van de motie-Kemperman te wijzigen?
Toelichting
Op 2 juli jl. heeft de Kamer een afschrift ontvangen van de brief van de minister van de VRO aan de Tweede Kamer over de Landelijke Aanpak Beter Benutten. In de brief gaat de minister nader in op de motie-Kemperman (BBB) over het wegnemen van fiscale beperkingen op splitsing en deling van woningen (36.410 VII, F). In deze motie wordt de regering verzocht om aan te dringen bij de staatssecretaris voor fiscaliteit en belastingzaken dat de fiscale beperkingen op woningsplitsing en -deling (de voordeurdelersregeling) worden weggenomen. De status van de motie is niet uitgevoerd.
Reactie minister: "Uit onderzoek blijkt dat het niet-toepassen van de kostendelersnorm bij uitkeringsgerechtigden slechts zeer beperkt bijdraagt aan het delen van woonruimte en aan het verminderen van het woningtekort. Bovendien heeft het niet-toepassen van de kostendelersnorm een negatief effect op de arbeidsparticipatie van uitkeringsgerechtigden. Daarom zal het kabinet hier nu niet verder op inzetten. Dit laat onverlet dat als de omstandigheden in de toekomst wijzigen, opnieuw een belangenafweging gemaakt kan worden of aanpassing van de reikwijdte van de kostendelersnorm in samenhang met andere maatregelen een passende maatregel is om het woningtekort terug te dringen."
Ambtelijk advies: De minister geeft een onderbouwing waarom het kabinet nu niet nader inzet op het wegnemen van fiscale beperkingen op woningsplitsen en -delen. Naar aanleiding hiervan kan de commissie de status van de motie wijzingen in deels uitgevoerd of uitgevoerd, of de motie afvoeren óf de status van de motie handhaven op niet uitgevoerd met een nieuwe deadline. Kortom: oordeel commissie.
Bespreking
17.Mededelingen en informatie
Ontvangst Portugese parlementaire delegatie
Op dinsdag 29 september 2026 tussen 9:00 en 10:00 uur ontvangt de commissie I&W van de Tweede Kamer een Portugese parlementaire delegatie. De Portugezen brengen een werkbezoek aan de havens van Hamburg, Rotterdam en Brugge, en willen ook graag in gesprek met Nederlandse Kamerleden. Als onderwerpen van gesprek zijn genoemd modellen voor governance van havens, mobiliteit en logistieke oplossingen, technologische innovatie, best practices op milieugebied en stedelijke inpassing. Bij het gesprek in de Tweede Kamer zijn ook leden van de Eerste Kamer welkom. Aanmelden kan via cie.iw@tweedekamer.nl.
Termijnbrief
Let op! Op de termijnbrief zijn wetsvoorstellen opgenomen die relevant zijn voor de commissie I&W/VRO. Het betreft de wetsvoorstellen
18.Rondvraag
19.Openstaande correspondentie
Ter herinnering: overzicht openstaande correspondentie
Overzicht openstaande correspondentie |
|||
|---|---|---|---|
Verzonden |
Onderwerp |
Reactietermijn |
Toelichting |
Verslagen |
|||
- |
- |
- |
|
Brieven |
|||
24 maart 2026 |
Kaderrichtlijn Water |
21 april 2026 |
Aan minister van I&W |
16 juni 2026 |
PBL-rapport stresstest kwetsbare gebieden |
14 juli 2026 |
Aan de minister van I&W |
16 juni 2026 |
Nadeelcompensatie voor vuurwerkbedrijven |
14 juli 2026 |
Aan de staatssecretaris van I&W |
Versie: 3 juli 2026 |
|||
