Verslag van de vergadering van 19 mei 2026 (2025/2026 nr. 29)
Status: gecorrigeerd
Aanvang: 14.28 uur
Mevrouw Van Toorenburg i (CDA):
Dank, voorzitter. Bij de behandeling van de asielwetten enige weken geleden benadrukten we het al: voor een effectief asiel- en migratiebeleid is een Europese aanpak essentieel. Die ligt nu voor, aangevuld met Nederlands beleid. Maatregelen die mijn fractie al eerder onderschreef, bijvoorbeeld het verkorten van de duur en het afschaffen van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, worden alsnog getroffen. Het tijdsverlies is beperkt gebleven. Complimenten daarvoor.
Laten we wel eerlijk zijn: het is allemaal buitengewoon ingewikkeld geworden. Bij de aanvankelijke indiening werd er nog van uitgegaan dat de asielwetten die hier onlangs voorlagen, zouden zijn aangenomen. Het is sowieso een bijzonder staaltje wetgeving, omdat de verordeningen ons niet zozeer nopen tot het regelen van van alles, maar tot het níet langer regelen van van alles, namelijk het schrappen van een heleboel bepalingen. Onze complimenten gaan uit naar al die ambtenaren die het voorliggende huzarenstuk hebben afgeleverd. Wat een ongekende complexiteit! We zullen in de praktijk moeten bezien hoe een en ander zich zet. Het is niet anders. De uitvoeringsorganisaties en de rechtelijke macht zullen hier beslist een harde dobber aan hebben.
Enige jaren geleden hebben we er samen met de ChristenUnie en D66 voor weten te zorgen dat er serieus werd geïnvesteerd in de IND en het COA. Sindsdien zijn ze eigenlijk alleen maar afgebroken. Deze minister pakt het gelukkig weer op. Dat zal nodig zijn.
De uitvoerings- en implementatietermijn van twee jaar is niet ruim bemeten. Goed dat op verschillende plekken is gekozen voor gedelegeerde regelingen. Dat bevordert de flexibiliteit, zodat in voorkomende gevallen kan worden bijgestuurd. Kan de minister ons toezeggen dat deze Kamer goed wordt meegenomen gedurende die implementatieperiode? De aandacht in dit huis gaat immers in het bijzonder uit naar de uitvoerbaarheid van regelgeving. Hier ligt beslist een uitdaging. Dat betreft alle fases van de procedure, omdat de termijnen vrij dwingend zijn en onze achterstand enorm is. In dat verband ook graag een reactie op de berichtgeving van vanmorgen dat het risico bestaat dat Ter Apel nog meer belast wordt. Bij de schriftelijke ronde hebben wij vragen gesteld om te kijken of wat kan worden gedeeld met Schiphol. Dat blijft voor ons een punt van aandacht.
Voorzitter. Er is niet gekozen voor overgangsrecht. Wij begrijpen dat grip op migratie niet langer kan wachten. We realiseren ons wel dat dit onrust geeft, zeker bij mensen die hoopten op spoedige hereniging of uitzicht meenden te hebben op een vergunning voor onbepaalde tijd. De minister heeft dienaangaande een belangenafweging gemaakt. Natuurlijk kunnen wij die wel volgen, met enige pijn in ons hart. Kan de minister vandaag toelichten hoe goed geïntegreerde mensen eventueel wel in aanmerking kunnen komen voor permanent verblijf? Hierover worden wij veel benaderd door mensen die als de dood zijn om alsnog teruggestuurd te worden naar een land waar zij mogelijk niet veilig zijn. Verschillende leden hebben dit al aangegeven.
Voorzitter. Over de nareisvoorwaarden hebben wij ook een zorg. Die betreft de minderjarige alleenstaande asielzoekers. Laat daar dit bijzonder in zijn: wij benaderen dit van een andere kant dan collega's hier. Natuurlijk heeft iedereen een heel terechte zorg, maar ik kijk even naar de andere kant van deze schrijnende situatie. Minderjarigen uitzonderen van het inkomsten- en huisvestingsvereiste is op zich begrijpelijk. Als je ze verder niet uitzondert, zou je kunnen voorkomen dat mensen gaan denken dat kinderen een ticket worden. Want de facto ligt de grens voor de maatregelen die we vragen bij jongeren aanmerkelijk lager. Dat is iets waar we jaren geleden, toen we nog allerlei discussies hadden over jeugdpardons en kinderpardons, door verschillende partijen over werden benaderd. Vergis je er niet in hoeveel mensen zullen denken: de drempel in Europa ligt hoog, maar lager voor minderjarigen; zullen wij dan niet toch de kinderen vooruitsturen? Dat is ons een klem om het hart. Wij willen echt graag van de minister horen of hij bereid is om te monitoren of zich niet nog meer schrijnende situaties voordoen. Ik heb net een rapport gelezen waarin stond dat het emotioneel echt te belastend is voor jeugdigen als zij vooruitgestuurd worden. Van hen en van hun verhaal hangt immers af of ze familie kunnen redden. Dat mag nooit zo zijn. Dat is de andere kant van de, terechte, opmerkingen ten aanzien van de kwetsbaarheid van kinderen. Kinderen mogen geen ticket worden, waardoor we nog meer schrijnende situaties krijgen.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Ik heb een vraag aan de collega van het CDA over kinderen. Hoe verhoudt haar betoog zich tot haar opvatting over het internationaal Kinderrechtenverdrag? Daarin staat namelijk dat we kinderen moeten beschermen en dat het gezin een belangrijk onderdeel van die bescherming is.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Er zijn heel terechte punten aangedragen door mevrouw Perin en haar collega's. We moeten er wel voor zorgen dat de belangen van kinderen gewaarborgd blijven. Wat ons betreft is daarmee niet gezegd dat je kinderen nooit mag detineren. Wij vinden dat je daar zeer terughoudend mee moet zijn: we plaatsen hen liever op andere locaties dan in grensdetentie. Maar ze volledig uitzonderen, is wat het CDA betreft ook geen verstandige zaak, omdat je daarmee de lat nog lager legt. Daardoor worden kinderen misschien nog kwetsbaarder gemaakt. Maar het blijft een duivels dilemma. Je wilt niet dat kinderen worden vastgezet, maar je wilt ook niet dat kinderen een ticket worden. Je wilt niet dat alleen gezinnen met kinderen nooit worden vastgezet, want als zij onderduiken, kan het zijn dat je wel grip op dit gezin wilt hebben om ze terug te geleiden naar het land van herkomst. Als je dat helemaal niet meer kan, is dat extra moeilijk. Mevrouw Perin heeft gelijk: het is een duivels dilemma.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Er worden nu twee dingen door elkaar gehaald. Tegen kinderen die zelfstandig hierheen komen, maar waarvan blijkt dat ze niet in Nederland horen, zullen maatregelen genomen worden. Het is niet zo dat een kind dat hier komt, altijd in Nederland kan blijven en zijn hele familie over kan halen. Maar het gaat ook over kinderen die hier al zijn en eigenlijk over alle kinderen op de wereld. Nederland houdt zich aan het internationale Kinderrechtenverdrag. Hebben wij dat wel na te leven, ook voor de kinderen die hier alleen zijn gekomen, om wat voor reden dan ook? Ik weet namelijk niet hoe dat per individueel kind is. Het belang van het kind is de eerste afweging volgens dat verdrag. Hoe ziet mevrouw Van Toorenburg dat het in het belang van het kind is om het in detentie te plaatsen en niet de ruimte te geven om terug te keren naar zijn gezin of herenigd te worden met zijn gezin?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Het zal niet in het belang van kinderen zijn om in detentie te komen. Ik heb de stukken zo gelezen dat het alleen in uiterste nood zal gebeuren. Maar als kinderen van alle strenge maatregelen worden uitgezonderd, kan de situatie ontstaan dat een kind een ticket is. Daar zijn wij eerder door mensenrechtenorganisaties op gewezen. Dat heb ik goed onthouden en daarom leg ik dit dilemma vandaag voor aan het kabinet. Het blijft natuurlijk zo dat je het liever niet wilt. We hebben gezinslocaties waar ouders met kinderen in beslotenheid kunnen worden ondergebracht, voor als je ze beschikbaar moet houden voor terugkeer. Maar je zult ze niet volledig kunnen uitzonderen van detentie.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Perin.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Er wordt een beeld gecreëerd dat kinderen altijd asiel krijgen in Nederland. Dat is niet het geval. Het is niet zo dat Nederland tegen alle kinderen zegt: kom maar binnen, er is hier plek. Er zullen altijd voorwaarden gesteld worden op basis waarvan mensen wel of niet in dit land kunnen blijven. Dat geldt ook voor kinderen. Dat we andere regels hebben voor kinderen dan voor volwassenen, lijkt mij niet meer dan logisch.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dat is absoluut waar. De aanvraag van een kind wordt ook beoordeeld. Maar laten we wel zijn, we weten uit ervaring dat die lat vaak wat lager ligt. Vaak wordt er, terecht, gekeken naar kwetsbaarheid. Kunnen we ouders überhaupt nog terugvinden? Ik weet nog dat we indertijd hebben geprobeerd om een terugkeerhuis te organiseren in een aantal landen, waar kinderen naar terug werden gestuurd. We vonden dat ze niet gewoon naar dat land konden worden teruggestuurd, omdat ze dan geen plek hadden om naartoe te gaan. Daar zijn speciale huizen voor ingericht, maar daar heeft nooit een kind gezeten. Ze werden namelijk direct door familie opgehaald. Dat is ook iets waar wij wel iets van geleerd hebben.
De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):
We kennen het CDA, en zeker ook mevrouw Van Toorenburg, als een groot pleitbezorger van uitvoerbare en zorgvuldige wetgeving, waarvoor hulde. In dat verband ben ik benieuwd naar het antwoord op de vraag hoe het CDA kijkt naar het ontbreken van overgangsrecht, het ontbreken van een hardheidsclausule en het ontbreken van helder afgebakende delegatiebepalingen.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik denk dat we heel veel tijd verloren hebben. Ik denk dat we twee jaar geleden alles op alles hadden moeten zetten om deze wetten fatsoenlijk hier naartoe te geleiden. Laten we daar heel eerlijk over zijn. Er is tijd verloren door een hoop gedoe en een hoop gekrakeel. En het werkt ook niet. Uiteindelijk staan we op een punt dat wij verordeningen hebben die straks een rechtstreekse werking hebben, waartoe wij ons zullen moeten verhouden. Het gaat dus met stoom en kokend water. Ik had dat graag anders gezien. Dat ten eerste.
Het tweede punt dat de heer Van de Sanden terecht aangeeft, is of er kwesties zijn ten aanzien van het overgangsrecht. Dat heb ik net in een stukje van mijn betoog aangegeven. Er is een belangenafweging gemaakt. We kunnen niet langer kunnen wachten met grip op migratie. Daarom begrijp ik wat het overgangsrecht betekent. Daaraan heb ik gekoppeld dat het niet zo is dat niemand meer permanent verblijf in Nederland kan hebben. Ik heb de minister gevraagd wat hij daarover kan zeggen.
Op de delegatiebepalingen heeft de Raad van State kritisch gereageerd. Dat begrijp ik ook heel goed. De keuze is gemaakt om het toch een beetje te doen op de manier waarop we dat in de afgelopen jaren hebben gedaan in lagere regelgeving, om flexibiliteit te hebben. In alle eerlijkheid denk ik dat we die flexibiliteit echt nodig zullen hebben.
Dan de handhaafbaarheid. In de afgelopen weken, toen ik deze behandeling voor zat te bereiden, heb ik vaak gedacht: het is toch een beetje de neus dichtdoen en in het diepe springen. Dat is het. We gaan straks kijken hoe zich dat zet. We gaan kijken of de IND het voor elkaar krijgt en of de rechtspraak het voor elkaar krijgt. Ongetwijfeld krijgen we een hoop ellende. Ik vrees dat we dat eerlijk tegen elkaar moeten zeggen.
Dan hoop ik — mag ik dat ook in dit huis zeggen, mevrouw de voorzitter? — dat wij als politici in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer even één stapje achteruit kunnen zetten. Ik heb tijdens de coronacrisis gezien dat we de hele dag het kabinet bezighielden, terwijl het echt de handen aan de ploeg moest hebben. Ik denk dat dit in de komende maanden ook het geval zal zijn. De komende maanden zou de minister niet hier in onze parlementaire Kamers moeten zitten, maar de handen aan de ploeg moeten hebben om ervoor te zorgen dat alles uitvoerbaar is. Laten we er in vredesnaam voor zorgen dat het kabinet zijn onverdeelde aandacht kan schenken aan de uitvoerbaarheid. We weten: het zal hier en daar gigantisch misgaan en we zullen veel moeten bijschakelen.
De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):
Ik ben het graag met mevrouw Van Toorenburg eens als ze zegt dat het mooier zou zijn geweest als we twee jaar geleden al de hand aan de ploeg hadden geslagen. Maar is het ook niet zo dat de beste dag om een boom te planten misschien 30 jaar geleden was, en dat de een-na-beste dag vandaag is? Is het vandaag niet juist de dag waarop wij niet een stapje terug moeten zetten in onze rol als Eerste Kamer, maar juist een stap naar voren? Moeten wij er niet voor zorgen dat niet alleen wetgeving wordt aanvaard, maar dat er ook zorgvuldige wetgeving wordt aanvaard, die daadwerkelijk stand zal houden?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ja, wij moeten zorgen voor zorgvuldige wetgeving, maar nog meer moeten wij ervoor zorgen dat ons land met de asielwetten in een acceptabele uitvoeringsfase terechtkomt. Ik denk dat wij nog veel grotere problemen zullen hebben als wij deze wetten nu niet aannemen terwijl straks de verordeningen wel gaan gelden. Ik had het dus heel graag anders gezien. Liever had ik, bijna net als bij wetten van strafvordering, een heel traject gehad om alles tegen het licht te houden. Die tijd is ons helaas niet gegund. Nu hebben wij te dealen met wat voorligt. Dit kabinet investeert in de uitvoering. Ik hoop echt dat de uitvoerder dit uiteindelijk aan zal kunnen. En laten we er alsjeblieft voor zorgen dat daar waar het schuurt, daar waar het knettert en daar waar het misschien nog even strandt, het kabinet de ruimte krijgt om het op te lossen, in plaats van dat het zich de hele dag moet bezighouden met ons geklaag dat het toch allemaal niet is gelukt. Want het zal ongetwijfeld hier en daar niet goed gaan.
Mevrouw Thijssen i (GroenLinks-PvdA):
Ik wil nog even terug naar het onderwerp gezinshereniging. Ik ken het CDA als een gezinminnende partij. Dat zijn wij ook, dus ik hoop dat we een beetje bij elkaar in de buurt kunnen komen. Ik hoorde mevrouw Van Toorenburg iets zeggen over het belang van goede integratie en van mensen snel mee kunnen laten doen. Ik vraag me het volgende af. In de nieuwe wetgeving worden extra eisen gesteld aan gezinshereniging, zoals de huisvestingsvereiste, de inkomenseis en natuurlijk de wachttermijn van twee jaar. De Raad van State merkte dit punt terecht op. Ik vroeg daarover ook ooit iets aan de minister. Waarom heb je eigenlijk nog een wachttermijn van twee jaar nodig als aan die andere twee vereisten wordt voldaan? Is mevrouw Van Toorenburg het eens met de constatering van de Raad van State dat die wachttermijn dan eigenlijk niet nodig is om het doel van integratie te bereiken?
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dit is een hele terechte vraag, alleen sta ik op dat punt wel voor harmonisatie. Ik zie ook andere landen het zo inregelen dat er aan een aantal zaken moet worden voldaan, waaronder huisvesting en inkomen. Wat ons betreft is dat ook zorgen dat je even laat zien dat je het allemaal op orde hebt. Als jij in staat bent om zelf voor je gezin te zorgen, dan kan het onder omstandigheden zo zijn dat een gezin kan overkomen. Ik denk dat dat totaalpakket niet irreëel is. Ik weet ook dat in de meest schrijnende gevallen de IND altijd nog een oplossing kan bieden. Dat is nu zo en dat zal straks ook zo zijn. We hebben gelukkig de IND de ruimte gegeven om in schrijnende gevallen te handelen. Wij hebben vertrouwen in onze uitvoeringsorganisaties. We hebben ook nog het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Laten we één aspect nog even benoemen: voor de mensen die als erkend vluchteling in Nederland zijn, gelden deze eisen niet. Dat is toch even het totaalplaatje: dit geldt alleen voor de mensen die niet erkend vluchteling zijn. Daarvan vragen we: zorg eerst dat je laat zien dat je voor jezelf kunt zorgen en daarna kun je eventueel je kerngezin over laten komen. Dat harmoniseren we in Europa en ik denk dat dat een goede zaak is. Is het leuk? Nee. Natuurlijk wil ik ook liever dat gezinnen bij elkaar zijn. Ik denk echter dat we niet moeten vergeten, waar we de vorige keer natuurlijk ook een debat over gevoerd hebben, dat de meest kwetsbaren vaak juist achterblijven in de landen van herkomst. De mensen die nog wat geld bij elkaar weten te vinden, wat connecties hebben en het vaak net wat beter hebben, zijn de mensen die de oversteek naar Europa weten te vinden. Anders bereiken we natuurlijk toch weer een situatie waarin je in dat geval wordt beloond en wij de kwetsbare gezinnen daar misschien minder helpen.
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
Ik constateer in dit verhaal dat gezinnen soms onnodig lang uit elkaar worden getrokken. Als het inkomen goed is en als er huisvesting is, dan wordt er namelijk toch twee jaar extra aan toegevoegd. Ik heb nog steeds niet goed gehoord wat nou het nut daarvan is.
Ik heb nog een andere vraag. Die betreft de wachttermijn voor alleenstaande minderjarige asielzoekers. Ook daarvan zegt de Raad van State: is het eigenlijk wel proportioneel dat we de wachttermijn bij deze groep toepassen? Ik ben ook erg benieuwd hoe het CDA daarnaar kijkt.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Het is altijd een politieke interessantigheid om eerst iets samen te vatten en dan een andere vraag te stellen, maar ik ga toch ook even in op de samenvatting van net. Wij willen natuurlijk liever niet dat mensen van heinde en verre naar Nederland migreren. Dat willen we gewoon liever niet. Ik denk dat opvang in de regio beter is en dat het genoeg is dat wij voor vluchtelingen hier in Nederland ruimte hebben. Er zijn veel meer mensen die naar Nederland vluchten, anders dan als vluchteling. Ook daarvoor wil je onder bepaalde omstandigheden graag een veilige haven bieden. Nogmaals, zorg dat je het voor jezelf in orde hebt gebracht en dan kan je mogelijk je gezin laten overkomen.
De wachttijd voor minderjarigen is een van de punten waarvan ik niet blij word. Tegelijkertijd word ik nog minder blij van de consequentie als we dat er ook nog vanaf halen. Stel dat je zegt: als je minderjarig bent, je komt in Europa en je weet Nederland te bereiken, dan geldt er voor jou geen wachttijd, dan geldt er voor jou geen huisvestingseis, dan geldt er voor jou geen werk, dan geldt er voor jou niks. Wat denkt u dat er dan gebeurt? Dan zullen mensen nog meer dan nu denken: de enige manier om snel en veilig in Europa aan te komen, is mijn kind vooruitsturen. Daarom zullen wij daar nooit akkoord mee kunnen gaan. Ik vind het dus, helaas, een vervelende maatregel, maar ik denk, ook gelet op de harmonisatie, dat we hem wel zullen moeten treffen.
De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Thijssen.
Mevrouw Thijssen (GroenLinks-PvdA):
Ja, dan kom ik toch even terug op mijn eerste punt. Dat komt doordat u toch weer inging op mijn samenvatting. Het gaat in dit geval om oorlogsvluchtelingen, op wie al die extra eisen van toepassing zijn. U zegt: die willen we hier eigenlijk gewoon niet hebben; we willen dat ze aan de grens worden opgevangen. In dit geval gaat het om oorlogsvluchtelingen die hier zijn, die dan dus aan al die vereisten voldoen. Dan hebben ze toch gewoon het recht om hier te zijn? Ik snap niet zo goed het argument van: die willen we hier niet. Nee, ze zijn hier nu eenmaal en als ze aan die vereisten voldoen, dan mogen ze hier nog blijven ook. Ik snap daarom deze hardvochtige houding niet. Ik kan het niet plaatsen. Deze mensen mogen hier dan toch gewoon zijn? Waarom dan nog die extra twee jaar? Ik vraag het toch nog een laatste keer.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter, u kent mij als iemand die heel scherp is als ik vind dat iemand lelijk doet. Dat ga ik vandaag niet zijn, maar ik ga wel zeggen waarom ik het lelijk vind. "Ze wil ze gewoon hier niet hebben." "Hardvochtig." Laten we deze termen hier vandaag nou eens niet gebruiken. Het is niet een hardvochtigheid. Het is misschien een manier om ervoor te zorgen dat we opvang in de regio optimaliseren. Wij zijn in Europa — daar ben ik echt groot voorstander van — degenen die moeten zorgen voor Oekraïne. Dat is niet Amerika. Wij moeten dat met elkaar doen. Wij zullen de vluchtelingen op een goede manier moeten opvangen. Dat is onze regio.
Ik zie als burgemeester dat mensen uit bijvoorbeeld Eritrea in deze samenleving nauwelijks hun plek vinden. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, maar het merendeel van de mensen heeft een andere culturele achtergrond. Hoe fijn zou het zijn als wij in staat zijn om in hun regio veilige, goede opvang te organiseren, zodat ze weer terug kunnen naar de plek waar ze vandaan komen zodra het daar weer in orde is? Het is dus niet zo dat wij mensen hier niet willen. Wij willen opvang in de regio en wij willen grip op migratie. Voor de meest schrijnende gevallen … "Gevallen" mag je niet over mensen zeggen. Voor de meest schrijnende situaties van mensen die onder het Vluchtelingenverdrag vallen, hebben wij eigenlijk nauwelijks drempels. Ik denk dat dat logisch is. Voor alle anderen geldt dat je hier een fatsoenlijke beoordeling krijgt, graag zo snel mogelijk. Daarom wordt daarin geïnvesteerd. Dan zorgen we ervoor dat deze mensen snel weten of ze mogen blijven. Ze kunnen hun eigen leven opbouwen. Als dat een beetje is gelukt — daar heb je tijd voor nodig — kunnen ze mogelijk hun gezin laten komen. Ik denk dat dat niet onacceptabel is, kijkend naar de enorme druk op ons totale asielsysteem.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ik hoor collega Van Toorenburg praten over opvang van mensen in de regio. Zij noemt expliciet Eritrea. Ik vroeg me af of zij kan aangeven waar in de regio van Eritrea er dan ruimte is om vluchtelingen veilig op te vangen. Het gaat dan om een plek die ook past bij de zorgbehoefte die deze mensen hebben om veilig te zijn en niet vervolgd te worden.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik denk dat mensen die vluchten op het Afrikaanse continent, bij voorkeur op het Afrikaanse continent kunnen worden ondergebracht. Ik kan het niet veel simpeler maken. Op het Europese continent gaan wij vol in de touwen om ervoor te zorgen dat dat goed kan. In de regio van Myanmar hebben die landen de taak om het op te lossen. Ik denk dat dat het beste is. Dan kunnen we heel ingewikkeld doen en ons afvragen: lukt dat wel? Misschien niet in de landen er direct omheen, want er zijn natuurlijk een heleboel haarden van pure ellende. Dat klopt. Daarom hebben wij als Nederland ook in onze Grondwet staan dat wij proberen te strijden voor vrede en veiligheid in de wereld. Daarom zijn wij de eersten die overal missies doen. We hebben als minikikkerlandje een heleboel als een soort Atlas op onze rug gedragen. Dat doen we iedere keer goed, maar we kunnen helaas niet de hele wereld redden.
Mevrouw Perin-Gopie (Volt):
Ik schrik echt van de toon die het CDA aanslaat, waarin toch echt veel meer iets van de PVV doorklinkt dan van het CDA zoals ik dat van huis uit ken. Opvang in de regio en de vluchtelingenstatus zijn echt twee totaal verschillende dingen. Je kan een vluchtelingenstatus hebben, maar daarbij wordt niet gezegd dat je van het Europese continent moet komen voordat wij je in Nederland opvangen. Ik hoor mevrouw Van Toorenburg zeggen: we willen alleen mensen uit Oekraïne opvangen en niet meer uit Eritrea, want die moeten maar op het Afrikaanse continent blijven. Als we het ineens gaan hebben over de regio "het Afrikaanse continent", dan moet mevrouw Van Toorenburg toch echt even opnieuw naar de topografie kijken, want het is niet een regio.
Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik ben gestopt met luisteren toen mevrouw Perin-Gopie begon met te zeggen dat ik dan een halve PVV'er ben. Ik vind het jammer dat we zo'n waardig debat als we nu proberen te voeren met elkaar, met een heel ingewikkelde wet, waarbij Kamerambtenaren echt hun stinkende best hebben gedaan om het voor ons behapbaar te krijgen … We hebben een prachtige technische briefing gekregen, waarin we alles hebben moeten analyseren. Het is een heel ingewikkeld en precair onderwerp. Dan past het collega's niet om een beetje te sneren. U hoort mij, voorzitter. Het kost mij heel veel moeite om het niet terug te doen, maar het is me toch gelukt.
De voorzitter:
Daar dank ik u hartelijk voor. Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Griffioen van de fractie van D66.