Verslag van de vergadering van de commissies voor Digitalisering (DIGI) en voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei (EZ/KGG) op 26 mei 2026



Mondeling overleg

Datum: 26 mei 2026
Aanvang: 20.00 uur
Sluiting: 21.00 uur
Locatie: commissiekamer 1
Voorzitter: Van Hattem
Griffier: Van Dooren
Status: Ongecorrigeerd



Opening

Verslag van een mondeling overleg

De vaste commissie voor Digitalisering en de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei hebben op 26 mei 2026 overleg gevoerd met mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, over Omnibus AI en Omnibus Digitaal.

De voorzitter van de vaste commissie voor Digitalisering,

Veldhoen

De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei,

Kluit

De griffier van de vaste commissie voor Digitalisering,

Van Dooren

Voorzitter: Van Hattem

Griffier: Van Dooren

Aanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Fiers, Van Hattem, Kanis, Recourt, Van de Sanden en Steenkamp,

en mevrouw Aerdts, staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit, en mevrouw Van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Aanvang 20.02 uur.


Omnibus AI en Omnibus Digitaal

Aan de orde is de behandeling van:

  • het verslag van een nader schriftelijk overleg met de staatssecretaris van EZ en de staatssecretaris van JenV over de Omnibus Digitaal, Omnibus AI en Data Unie Strategie (36890, letter T);
  • de brief van de voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken van de Tweede Kamer d.d. 21 mei 2026 inzake openbaarmaking van het verslag van de EU-rapporteurs over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal (22112, nr. 4350);
  • het verslag van de EU-rapporteurs over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal;
  • de brief van de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit d.d. 21 mei 2026 inzake geannoteerde agenda van de formele Telecomraad van 9 juni 2026.

De voorzitter:

Van harte welkom iedereen bij deze vergadering van de commissies Digitalisering en Economische Zaken / Klimaat en Groene Groei van 26 mei 2026. We zijn vandaag bijeen om te spreken over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal, kortweg gezegd. Oftewel: de Omnibus Digitaal, de Omnibus AI en de Data Unie Strategie (26890, letter T). Daar hebben we vandaag een mondeling overleg over met de staatssecretarissen van EZ en JenV. Ik heet beiden van harte welkom. Ook heet ik de meegekomen leden van de staf van de staatssecretarissen van harte welkom.

Zo meteen geef ik eerst het woord aan de beide rapporteurs die op dit dossiers zitten. Dat zijn de heer Van de Sanden en mevrouw Fiers. Daarna komt de reactie vanuit de staatssecretarissen. Daarna doen we een rondje langs de commissie om vragen op te halen. De leden die ook rapporteur zijn, kunnen dan ook hun vragen stellen. Met uw goedvinden, gaan we op die manier onze agenda vormgeven vandaag.

Ik zou graag willen starten met het woord te geven aan de beide rapporteurs. We beginnen met mevrouw Fiers van de fractie-GroenLinks-PvdA.


Mevrouw Fiers i (GroenLinks-PvdA):

We hebben inderdaad de volgorde even afgestemd. Ik zei het net al even informeel: we zagen allerlei nieuwsberichten voorbijkomen over een wijs besluit, zeg ik op persoonlijke titel. We zullen daar nog wel meer over lezen, maar ik dacht: het is toch goed om daar even mee te beginnen.

Ik zet even mijn rapporteurspet op. Een directe aanleiding voor dit mondelinge overleg heeft onder andere te maken met de informatieafspraken die we hebben gemaakt. Zoals jullie misschien wel weten, is dit de eerste keer dat de Eerste Kamer met rapporteurs werkt, dus het is voor ons ook nog een beetje zoeken hoe we dit doen. Wij nemen onze taak zeer serieus. We hebben hier de afgelopen periode veel tijd en aandacht aan besteed, zodat we dit dossier goed kunnen volgen. Dat is best een opgave als het om een Europees dossier gaat, zeker als het met stoom en kokend water erdoorheen wordt geduwd.

We hebben medio maart informatieafspraken gemaakt over op welk moment de Kamer wordt geïnformeerd over de voortgang in Europa. We hebben iets van zes punten met elkaar afgesproken. Een van die afspraken was: voordat er een akkoord ligt, informeren we de Kamer proactief, zodat er in de Kamer de mogelijkheid bestaat om nog iets te doen. Ik heb het dan specifiek over de vraag wat het compromisvoorstel is dat voorligt en hoe dat zich verhoudt tot het BNC-fiche. De Kamer kan op dat moment eventueel nog in actie komen.

Via de band hoorden we dat het in Europa heel snel ging. Ineens was er een trialoog. Die is mislukt, waardoor we dachten: een nieuwe kans om het voor de trialoog te doen. We hebben nog een brief gestuurd of we geïnformeerd konden worden over de stand van zaken. De uitslag kwam nadat de tweede trialoog was geweest. Wat ons betreft is het belangrijk om even te kijken of hier iets misgaat en of we een ander beeld hebben van de afspraken die er liggen.

We krijgen nu namelijk ook de Digitale Omnibus, waarbij we mogelijk in dezelfde situatie terechtkomen. Ik denk dus dat het goed is om een reflectie te horen op de vraag wat uw inschatting is van de gemaakte afspraken. Onze oproep is om juist proactief te zijn, zodat we in staat zijn om iets te doen bij de Digitale Omnibus. Dat geeft misschien ook meteen de gelegenheid om het proces te schetsen dat nu loopt in het kader van de Digitale Omnibus. Er is natuurlijk ook een non-paper vanuit Nederland gekomen om 'm op te knippen of om in ieder geval een zaken eruit te halen. Het is volgens mij goed om dit moment proactief te gebruiken om te informeren hoe het gaat met de Digitale Omnibus.

We zijn ook samen met twee rapporteurs uit de Tweede Kamer naar Brussel gegaan om met een aantal mensen te spreken. Op basis daarvan is een verslag gemaakt, samen met de twee rapporteurs uit de Tweede Kamer. Daarin staan een aantal aanbevelingen. De eerste aanbeveling is om in het vervolg nadrukkelijker in te zoomen op de bewering dat de Omnibussen uiteindelijk dereguleren en om aan de regering te vragen of het bedrag dat daarbij genoemd wordt, dus het bedrag dat het op zou leveren, kan worden onderbouwd en gekwantificeerd. Dat was iets wat we in Europa een aantal keer hebben nagevraagd. Dat blijft dan toch een beetje nattevingerwerk, "zoiets" en "ongeveer", terwijl dat wel de aanleiding voor deze wetten is. Dat vraagt dus om een betere onderbouwing. Dat is een.

De afgelopen tijd hebben we ook met VNO-NCW gesproken. Zij geven ook aan dat op het moment dat je de wetgeving wijzigt, het bedrijfsleven zich weer helemaal moet verhouden tot die nieuwe wetgeving, ook al zeg je zelf dat het om deregulering gaat en dat het anders wordt. Ook op dat punt waren vraagtekens bij de onderbouwing van het bedrag. Dat is toch vrij fundamenteel als je dat als reden opgeeft voor de wijziging.

De tweede aanbeveling gaat over de gekozen procedure van de Omnibussen. Dan geef ik het stokje door aan mijn collega Cees.

De voorzitter:

De voorzitter geeft het stokje natuurlijk door, maar niet dan nadat ik mevrouw Fiers heb bedankt voor haar bijdrage als rapporteur, met een heel helder verhaal. Dan geef ik het woord aan de heer Van de Sanden van de fractie-Van de Sanden, als tweede rapporteur op dit onderwerp. Gaat uw gang.


De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Dank, voorzitter. Nogmaals welkom, geachte staatssecretarissen en medewerkers. Ik begin, mede namens collega-rapporteur Fiers, met een kleine bekentenis, namelijk dat we ons misschien enigszins bezwaard voelen om u, die tot voor kort zelf ook in deze bankjes zat, te laten zien hoe serieus wij de controlerende taak van deze Kamer nemen. U heeft dit soort vragen vroeger waarschijnlijk zelf ook bedacht. Ik vermoed dat die mogelijk zelfs nog scherper geformuleerd zouden zijn dan wij vandaag de dag doen. We rekenen dus op uw begrip en misschien zelfs wel op een klein vleugje nostalgie, zo u wilt.

Dat gezegd hebbende, begin ik met een terugblik op de Omnibus AI. Wat betreft de rapporteurs ging de Omnibus AI op twee punten, die zwaar wegen, minder goed. Ten eerste ontbreekt er een impactassessment. De regering heeft, zoals zij tijdens een eerder overleg ook al aangaf, in de Raad herhaaldelijk gepleit voor een volwaardig impactassessment. Ze heeft daarvoor helaas onvoldoende steun gevonden bij voldoende andere lidstaten. Het impactassessment is er dus niet van gekomen bij de Omnibus AI.

Ten tweede kom ik op de Omnibusprocedure als zodanig. De Omnibusprocedure is bedoeld voor vereenvoudiging en voor vorm, niet voor inhoud. Zowel bij de AI Omnibus als bij de Omnibus Digitaal worden onder die vlag wezenlijke inhoudelijke wijzigingen in grondrechten doorgevoerd, zonder het impactassessment dat daarbij hoort. De deskundigen die wij raadpleegden — daar hoorde onder anderen professor Alemanno bij, die bij uitstek de Europese deskundige is op dit gebied — waarschuwden dat het Europees Hof steeds strenger kijkt of de Europese wetgever zijn huiswerk heeft gemaakt. Zonder die onderbouwing wordt zo'n maatregel mogelijk kwetsbaar en kan die achteraf bij de rechter sneuvelen.

Dan kom ik bij de blik vooruit. De Omnibus Digitaal is net begonnen en moet, zoals collega Fiers ook zei, kennelijk alweer in een hoog tempo worden afgerond. De les die wij uit de AI Omnibus hebben getrokken, is "eenvoudig", tussen aanhalingstekens, namelijk: laten we niet hetzelfde patroon gaan herhalen. Laten we niet opnieuw pas achteraf te horen krijgen wat er uit is gekomen en laat het niet nogmaals zonder impactassessment zijn, omdat daar onvoldoende steun van andere lidstaten voor zou zijn. We vragen de regering daarom om iets concreters dan een interne opvatting. Wij vragen haar om tijdig duidelijk stelling te nemen richting de Europese Raad en de Commissie, namelijk dat de Omnibusprocedure niet thuishoort bij dit soort materiële wijzigingen en zeker niet zonder een impactassessment. Dat geldt niet alleen voor dit dossier, maar ook als wetgevingsprincipe voor de omnibussen die nog in de pijplijn zitten. Wij vragen haar om dat samen met gelijkgezinde lidstaten te doen en, zoals collega Fiers net ook al zei, de Kamer daar transparant over te informeren. We vragen dat niet alleen omdat de door de rapporteurs geraadpleegde deskundigen hierover unaniem zijn, maar ook omdat de rapporteurs bij collega-parlementen volstrekt identieke geluiden en opvattingen hierover hebben gehoord. Een voorbeeld hiervan is de brief hierover die op 8 mei 2026 door de commissie Europese Zaken van het Deense parlement is gestuurd. Ik nodig beide staatssecretarissen dus graag uit om hierop te reflecteren.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank, meneer Van de Sanden, voor uw zeer heldere verhaal. We gaan door naar de reactie van beide staatssecretarissen. Ik kijk naar mevrouw Aerdts, de staatssecretaris van EZ, om haar het woord te geven. Mevrouw Aerdts, gaat uw gang.


Staatssecretaris Aerdts:

Voorzitter, dank u wel. Ik dank de rapporteurs nogmaals. Ik ben altijd blij om hier weer te zijn. Ik kijk met nog veel meer waardering — u hintte al even op de vragen die ik in het verleden zelf heb gesteld — naar alle medewerkers van het departement, die al deze vragen altijd heel uitgebreid beantwoorden en ons heel goed helpen om voorbereid te zijn. Ook wil ik de rapporteurs complimenteren met hoe serieus u deze taak oppakt. Dat zeiden we de vorige keer ook al. Dat u samen met de collega-rapporteurs uit de Tweede Kamer naar Brussel gaat en dit heel erg uitspit, is voor ons ook heel erg belangrijk. Ik denk dat u uw taak daarmee heel goed vervult.

Van onze kant kom ik daarom meteen met een mea culpa, want de informatievoorziening richting uw Kamer rondom dit akkoord op de Omnibus AI had beter gekund. In de trilogen was er lange tijd weinig nieuws over de voor de Nederland belangrijke punten. Wat betreft de belangrijkste wijziging in het akkoord, ten overstaan van het Raadscompromis, werd pas eind april, tijdens het reces, duidelijk dat er ook in de Raad steun was voor het verplaatsen van de sectorale wetgeving in de annex. Dat zou het belangrijkste discussiepunt zijn. Op dat moment had ik u Kamer hierover kunnen informeren. Het was achteraf ook echt netter geweest om het zo te doen.

Ik wil daar wel bij zeggen dat we in die brief eigenlijk niet veel meer hadden kunnen zeggen dan dat dat het primaire discussiepunt was. Er was namelijk nog veel onzekerheid over de landingszone. In de fase van de laatste trialoogbespreking op 6 mei was er veel beweging van de lidstaten, tot op het hoogste politieke niveau. Wij hebben ons toen hoofzakelijk ingezet om de compromisvoorstellen te beoordelen, de discussie te beïnvloeden, de Nederlandse positie te verdedigen en coalities met ander lidstaten te sluiten. Hierin zijn we dan ook niet afgeweken van de positie zoals we die van tevoren met uw Kamer hadden gedeeld. Het uiteindelijke compromis op dit onderdeel was pas zeer kort voor 6 mei bekend.

Het zou veel inzet hebben gekost en het gebeurde in een dermate korte tijdspanne dat een Kamerbrief op dat moment waarschijnlijk binnen een uur al niet meer relevant geweest zou zijn. Daardoor bent u uiteindelijk geïnformeerd nadat de posities waren ingenomen door Nederland, en mede namens Nederland door de Raad in de trialoog. Dat vond op dezelfde dag plaats. Ik zal uw Kamer in aanloop naar het Raadsakkoord over de Omnibus Digitaal per brief informeren over de inhoud van het verwachte akkoord en de kabinetsappreciatie daarvan. Als we die brief sturen, kan het dus wel zo zijn dat die relatief weinig nieuws bevat en heel snel achterhaald is.

Verder gaat u uitgebreid in op de procedure van de Omnibuswetgeving. Volgens mij hebben we daar de vorige keer vrij lang over gesproken. Het proces rondom de Omnibus is ook wel iets om met onze collega van Buitenlandse Zaken te bespreken. Wij zijn met deze Omnibuswetgevingen bezig, maar er lopen nog veel meer van deze processen. We gaven de vorige keer aan dat we het met u eens zijn dat het passend was geweest om een impactassessment uit te voeren voor de Omnibuswetgeving. Het kabinet heeft de Commissie dan ook herhaaldelijk verzocht om dit alsnog te doen. Het heeft daarbij onder andere verwezen naar de afspraken uit het Interinstitutioneel Akkoord Beter Wetgeven.

De Commissie heeft echter het standpunt dat een impactassessment in dit geval niet noodzakelijk is en beroept zich daarbij op de urgentie van de voorstellen. De Commissie beschouwt deze voorstellen als gerichte en beperkte wijzigingen, die primair bedoeld zijn om de regeldruk te verlagen. Wij zien die voorstellen, met name de Omnibus Digitaal, wel als impactvol en vinden dat effecten zorgvuldig in beeld hadden moeten worden gebracht. Daarmee is er dan ook sprake van een verschil van inzicht over de toepassing van de relevante kaders. Als u die discussie in de breedte wil voeren, denk ik dat dat uiteindelijk beter met onze collega van Buitenlandse Zaken kan. Het gaat namelijk echt over dit soort onderhandelingen en over de vraag hoe de Commissie daarnaar kijkt. Om eerlijk te zijn: daar gaan wij niet over.

Er bestaan ook juridisch geen harde verplichtingen op basis waarvan een volwaardig impactassessment kan worden afgedwongen. In de Raad hebben wij ook niet voldoende steun om die onderhandelingen afhankelijk te maken van het alsnog uitvoeren van een impactassessment. Daarom gaat al onze inzet naar het borgen dat die Omnibusvoorstellen daadwerkelijk bijdragen aan het verminderen van de regeldruk en aan vereenvoudiging, zonder dat dat ongewenste neveneffecten heeft. Het lijkt er inderdaad op dat dat bij de Omnibus AI uiteindelijk gewoon goed gelukt is. Ik wil het daar in eerste instantie bij laten.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan gaan we door naar de staatssecretaris van JenV, mevrouw Van Bruggen. Gaat uw gang.


Staatssecretaris Van Bruggen:

Hartelijk dank, voorzitter. Dank dat we weer uitgenodigd zijn in deze Kamer en in deze commissie met deze rapporteurs. De vorige keer hebben we al aangegeven dat dit voor ons een belangrijk moment is om met elkaar te reflecteren op hoe we elkaar zo goed en zo zorgvuldig mogelijk informeren in een proces dat soms ineens heel snel gaat, zoals de collega net ook al zei. Die afspraak hebben we gemaakt. Die ambitie ligt er natuurlijk nog steeds. Daar zal ik zo dadelijk iets verder op ingaan.

Zoals u weet, zijn in de Digitale Omnibus door de Europese Commissie verschillende voorstellen gedaan, waarvan een deel ziet op wijzing van de Algemene verordening gegevensbescherming, de AVG. De onderhandelingsinzet zoals uiteengezet in het BNC-fiche — daar hebben we het de vorige keer ook uitgebreid over gehad — onderschrijf ik inhoudelijk nog steeds. De AVG regelt de verwerking van persoonsgegevens. Dat is een grondrecht van elke burger. De maatschappelijke impact kan groot zijn, zoals we reeds hebben gezien bij de diverse datalekken. Dit laat ook de noodzaak zien van goede regels op dat gebied. Waar het verantwoord kan, ondersteun ik een vereenvoudiging van de AVG. Hierbij hanteer ik als essentiële voorwaarde dat de bescherming van het grondrecht overeind blijft.

Bij twijfel over de evenredigheid van de gevolgen van een voorstel in de Omnibus Digitaal stelt het kabinet met tekstvoorstellen voor om de tekst te amenderen of te schrappen. Het kabinet voelt zich daarbij onder andere gesterkt door het advies dat inmiddels is gegeven door het Europees Comité voor gegevensbescherming, het EDPB, en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, de EDPS, om een juiste afweging te kunnen maken. Dat advies werd heel kort voor het gesprek dat we de vorige keer hadden bekend.

De onderhandelingen gaan goed. Nederlandse voorstellen krijgen steun of worden serieus genomen, maar het krachtenveld is op sommige onderdelen nog lastig in te schatten; dat heeft u in de beantwoording in de brief ook kunnen lezen. Daar zitten we dus midden in. We zetten daarbij geen onomkeerbare stappen zonder u actief te informeren. We zien dat de Nederlandse inzet op belangrijke punten in de Raad wordt gesteund. Zo stond in het BNC-fiche nog dat het kabinet ernstige zorgen had over een aantal aanpassingen in het Commissievoorstel. Deze zagen mede op de aanpassing van de definitie van "persoonsgegevens". Daar hebben wij de vorige keer ook met elkaar bij stilgestaan. Deze wijziging zou de bescherming die de AVG biedt, juist omlaag brengen. Mede dankzij de kritische opinie van de EDPS en de EDPB zien we nu in de Raad dat onze zorg breed wordt gedeeld. Ook op andere onderdelen waarop de EDPB en de EDPS kritisch zijn, zien we dit effect, zoals bij de bepaling over het verwerken van persoonsgegevens in het kader van AI voor gerechtvaardigd belang. Het is dan ook hoopvol dat er in de Raad positieve signalen zijn qua steun op belangrijk onderdelen om dit voorstel te verbeteren.

Het kabinet zal de komende tijd samen met andere lidstaten verdergaan op de ingeslagen weg, om toe te werken naar voorstellen die bijdragen aan vereenvoudiging en verduidelijking zonder dat de bescherming van het grondrecht gegevensbescherming wordt afgezwakt.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik zie dat de staatssecretaris van EZK, mevrouw Aerdts, hier nog iets aan wil toevoegen.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik heb nog een kleine toevoeging over de Digitale Omnibus. Het voorzitterschap streeft ernaar om eind juni een Raadsakkoord te hebben. Voorafgaand daaraan zullen wij uw Kamer informeren. Mijn collega gaf net al aan dat er nog heel veel moet gebeuren. Er lijkt nu wel een stroomversnelling in te zitten, maar op dit moment wordt er gemikt op eind juni voor een Raadsakkoord. Dat is misschien nog goed als kleine toevoeging met betrekking tot de tijd, zodat u weet wat u kunt verwachten.


De voorzitter:

Dank u wel. Dan kijk ik de commissie rond voor vragen. Aangezien de rapporteurs net al aan het woord zijn geweest, kijk ik even de andere kant op. Ik begin bij de heer Kanis van D66, als hij daar behoefte aan heeft.

De heer Kanis i (D66):

Ik heb geen behoefte aan het stellen van vragen.

De heer Steenkamp i (CDA):

Geen vragen op dit moment. Dank u wel.

De voorzitter:

Ook niet. Dan kijk ik naar de heer Recourt van GroenLinks-PvdA.

De heer Recourt i (GroenLinks-PvdA):

Laat ik niet "geen vragen" zeggen, maar ik heb eigenlijk wel meer een vraag aan de rapporteurs. De reactie van het kabinet is: "Maakt u zich geen zorgen. Sorry, maar we konden niet eerder antwoorden. We zullen het in de toekomst beter doen. Voor wat betreft de inhoud: dat gaat eigenlijk wel goedkomen." Zo hoor ik dat en ik zit zelf gewoon onvoldoende diep in het dossier. Daar hebben we rapporteurs voor, om dat te kunnen wegen. Mijn vraag aan de rapporteurs is dus: kunt u, al dan niet in uw vervolgvraag en anders in antwoord op mijn vraag, zeggen waarbij u nog steeds zorgen hebt, na de antwoorden?

De voorzitter:

Eén moment. Dan zet ik nog heel even mijn voorzitterspet even af en stel ik als woordvoerder van de PVV-fractie nog een vraag. Ik hoorde staatssecretaris Van Bruggen, dacht ik, spreken van "amenderingen". Als Eerste Kamer hebben wij natuurlijk geen recht van amendement. Wordt er met "amenderingen" dan bedoeld vanuit het kabinet op de voorstellen? Dat was mijn vraag. Dan is het namelijk meteen opgehelderd.

Dan gaan we meteen door naar de rapporteurs. Mevrouw Fiers, als woordvoerder namens de GroenLinks-PvdA-fractie en als rapporteur in reactie op de vraag van uw collega, de heer Recourt.

Mevrouw Fiers i (GroenLinks-PvdA):

Ik heb alle petten tegelijk op, ja. Ik denk dat het goed is om te horen dat voor de komende periode helder is welke informatieafspraken er zijn en dat het inderdaad gaat om het aan de voorkant informeren over de stand van zaken. Ik snap dat dat soms heel snel gaat, maar wij zijn heel wakker. U kunt het dus gewoon midden in de nacht sturen en dan ontvangen we het toch, ook in het reces. Dat is dus fijn om te horen voor de komende periode, denk ik.

Wat betreft de Omnibus Digitaal ben ik nog even benieuwd naar het volgende. Er ligt nu een non-paper van Nederland om daar dus een aantal dingen uit te halen. Ik hoor dat we daar langzaamaan wat steun bij krijgen. Dat klinkt heel goed, maar voor hetzelfde geld is er geen steun. We hebben echt wel een groter probleem op het moment dat er geen steun is en die dingen er niet uitgaan, maar die hele Omnibus Digitaal wel wordt vastgesteld. Ik denk dus dat het toch goed is om te kijken hoe het precies loopt met die steun. Als die Omnibus Digitaal er namelijk wel doorheen gaat met inderdaad aanpassingen van de definities, dan zit hier wel een bezorgde rapporteur. Omdat het zo snel gaat, ben ik echt benieuwd hoe serieus de inschatting is dat het ook echt gaat lukken om het los te knippen.

We hebben ook nog wat schriftelijke vragen gesteld over de keuzes. Welke elementen wil de regering ervan losknippen en welke niet? Niet van alle zorgpunten die in die Digitale Omnibus zitten, wordt door Nederland voorgesteld om die eruit te halen. Dat hebben we ook schriftelijk gevraagd, dus misschien loop ik daar een beetje op vooruit, maar dat is wel interessant om te weten op weg naar de besluitvorming in Europa.

Voorzitter, ik denk dat mijn collega Van de Sanden misschien nog wel wat vervolgvragen heeft over de procedure.

De voorzitter:

Daar ging ik wel van uit, dus ik wou de heer Van de Sanden ook graag het woord geven. Het woord is aan u.

De heer Van de Sanden i (Fractie-Van de Sanden):

Hartelijk dank, voorzitter, en dank aan collega Fiers. Met betrekking tot die Omnibusprocedure en die impactassessments zijn er zeker zorgen, ook hier bij mij. Die zijn er niet zozeer als het gaat over de goede intenties van deze regering, want daar is geen twijfel over, maar wel als het gaat over de vraag of er uiteindelijk een deuk in het Europese pakje boter gaat komen. Die hebben we tot op heden nog niet gezien en dat is wel zorgelijk. Ik citeer even uit de brief van de Deense commissie Europese Zaken van het Deense parlement, waar ik net al verwees: "According to a recent internal study, carried out bij the administration of Folketing, only 14 out of the 64 proposals from the Commission were accompanied bij an impact assessment. We are deeply concerned about the fact that only 21,9% of the most important legislative EU-proposals during the last 14 months have been accompanied by the most effective tool to ensure proportionality and subsidiarity. This diminishes the quality of European legislation and undermines effective parliamentary scrutiny. This is clearly unsatisfying, not in the least when there is a need for better regulation that is fit for purpose and free from unnecessary administrative burdens." Ik verwees zojuist ook al naar professor Alemanno, die er geen schijn van twijfel over laat bestaan dat één, een Omnibusprocedure bij dit soort wetgevingsoperaties niet de juiste procedure is, dat twee, impact assessments echt een must zijn en drie, dat hij zich grote zorgen maakt over de juridische houdbaarheid of zeg maar kwetsbaarheid van de uiteindelijke uitkomsten. Het zou ons dus een lief ding waard zijn, ook kijkend naar het Hof van Justitie — zonder dat het al te technisch hoeft te worden, maar we hebben toch een stukje huiswerk gemaakt — dat oordeelde in de zaak tegen Afton Chemical "door de Commissie zelf gecreëerde urgentie vormt geen bijzondere situatie, die van een effectbeoordeling ontslaat."

Een andere zaak is die van Digital Rights Ireland, Schrems II, niet te verwarren met Shrek 2, "verzwaarde toetsing bij inperking van grondrechten: beperkingen moeten strikt noodzakelijk en robuust onderbouwd zijn". Met andere woorden, ik heb een aantal concrete vragen aan de beide staatssecretarissen. Delen de staatssecretarissen de opvatting van de rapporteurs dat de Omnibusprocedure bij de AI-Omnibus en nu weer bij de Digitale Omnibus oneigenlijk wordt gebruikt als het gaat over materiële wijzigingen?

Voorzitter. Ik heb een aantal vragen, misschien is het goed om ze een voor een te doen. Dat geeft u ook de gelegenheid om erop te antwoorden.

De voorzitter:

U wilt ze een voor een stellen en dan actie, reactie?

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Dat is misschien handig, want ik heb vijf, zes vragen. Dan is het misschien handig om ze een voor een te doen.

De voorzitter:

Het is mij om het even. Als de commissie het goedvindt en de staatssecretarissen het een werkbare vorm vinden, dan kan dat. We kunnen ze ook achter elkaar stellen, waarop ze achter elkaar beantwoord worden.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Wat u wilt.

De voorzitter:

Als de staatssecretarissen daar geen bezwaar tegen hebben, kunnen we ze een voor een doen. Omdat we hier toch met een beperkt gezelschap zijn, heb ik zelf nog één vraag die ik als woordvoerder zou willen stellen. Ik zeg het maar vast, want ik vond wat de heer Van de Sanden net aanhaalde uit het Deense parlement, de Folketing, een interessant punt, waarbij ook de subsidiariteit als zorgpunt genoemd werd. Als de vraag over dat aspect ook meegenomen kan worden, dan ben ik een tevreden mens.

Dan heeft de heer Van de Sanden hier al een eerste vraag gesteld en mevrouw Fiers uiteraard ook al een aantal vragen. Dan gaan we die vragen alvast bij de staatssecretarissen neerleggen, voordat we verdergaan met de volgende vragen van de heer Van de Sanden. Het woord is aan mevrouw Van Bruggen.

Staatssecretaris Van Bruggen:

Hartelijk dank, voorzitter. Dank voor deze aanvullende vragen over het non-paper. Ik heb niet geprobeerd te zeggen dat daar veel steun voor is, want dat is nog wel een zoektocht op dit moment. Het draagt in Europees verband bij aan wat de Nederlandse inzet is. Steun voor simplificatie ten behoeve van het realiseren van de regeldruk: ja, dat wordt natuurlijk breed ondersteund. Geen afbreuk doen aan de doelen van de wetgeving. Ook dat is een onderdeel dat veel steun ervaart, alleen ziet het non-paper op veel bredere onderwerpen dan dat. Het bepleit om artikelen die verdergaan dan een simplificatie juist te schrappen of aan te passen en er mag geen afbreuk worden gedaan aan de bescherming van grondrechten. Daar kun je natuurlijk met elkaar over discussiëren. De opinie van de EDPB en de EDPS is gezaghebbend. We merken ook dat die veel invloed heeft gehad. Heel specifiek op dat onderdeel zou ik u willen voorleggen welke onderdelen van het non-paper nu ter discussie staan of worden gedeeld door de andere lidstaten en welke onderdelen wij nu daadwerkelijk kunnen inbrengen in onderhandelingen op die manier. Ik zou dat schriftelijk kunnen beantwoorden, omdat uw Kamer ook nog vragen heeft gesteld op 22 mei waar we binnen twee weken schriftelijk op terugkomen. Dat kan helpen om die vragen in meer detail te beantwoorden. Ik kijk even of dat tegemoet zou kunnen komen aan uw wens. Anders ga ik hier misschien in algemeenheden over het non-paper praten, terwijl het mooier zou zijn om u dat op die manier terug te kunnen geven.

De voorzitter:

Ik kijk even naar mevrouw Fiers of dat past in de lijn die de rapporteurs voor ogen hebben.

Mevrouw Fiers (GroenLinks-PvdA):

Dat lijkt mij prima om het daarmee te beantwoorden. Ik ben gewoon geïnteresseerd in hoe dat dan gaat. Het is toch een soort black box. We kwamen daar een aantal parlementariërs tegen en die zeiden: "Het is eigenlijk een soort koehandel: we zitten allemaal in de zaal, er wordt een beetje onderhandeld en daar komt iets uit." Als u zegt dat u bezig bent met andere landen om te kijken of we daar steun voor kunnen krijgen, ben ik eigenlijk wel benieuwd hoe dat gaat. Belt u dan zelf uw collega's op? Het is misschien een hele domme vraag, maar ik ben gewoon benieuwd hoe dat dan werkt.

De voorzitter:

Ik denk dat dat een hele verstandige vraag is. Het is misschien even goed om vast te stellen dat de rapporteurs akkoord gaan met verzoek van de staatssecretaris om de beantwoording van de vragen van 22 mei daarin mee te nemen. Ik zie dat de commissieleden daar ook geen bezwaren tegen hebben. Dit onderdeel kan dus op die manier afgehandeld worden. Ik weet niet in hoeverre de staatssecretarissen een tipje van de sluier kunnen oplichten als het gaat om het kijkje in de keuken van de Brusselse onderhandelingen, maar dat hoor ik graag.

Staatssecretaris Van Bruggen:

Een klein tipje. Ik ben immers pas tien weken in functie. Ik kan zeggen dat er in mijn telefoon veel nieuwe telefoonnummers staan, ook van de internationale collega's. Het gaat in dit geval om ministers van Justitie die dit in hun portefeuille hebben. Als het echt nodig is, heb je contact met hen over dit soort onderwerpen. Het gaat niet dagelijks over komma's en punten, maar als het er echt toe doet, weten we elkaar ook daar te vinden. Het was voor mij ook nieuw dat het op die manier gaat. Dit is ook absoluut een belangrijk onderdeel van het hele proces. Ambtelijk wordt er óntzettend veel voorbereid en óntzettend veel denkwerk gedaan. Er wordt ook vaak individueel teruggekoppeld aan de bewindspersonen. Maar als het nodig is, vindt dat contact ook gewoon direct en bilateraal plaats.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Aerdts, de staatssecretaris van EZ, wil hier graag nog een aanvulling op doen.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik denk dat dat een hele mooie omschrijving is. We worden daar door onze vertegenwoordigers in Brussel ook ontzettend in ondersteund. Het Coreper — dat zijn de permanente vertegenwoordigers — is daar elke dag mee bezig en volgt ook het hele overzicht van de verschillende wetgevers. Ik denk dat dat voor ons heel nuttig is om te zien. We moeten ook niet vergeten dat wij in contact staan met de leden van het Europees Parlement over dit soort onderwerpen. Zij zitten, zeker op dat moment, heel scherp in de wedstrijd en weten precies wat er speelt, dus een groot compliment aan hen. Samen met de rol die u en de Tweede Kamer hierin hebben, is het Europees Parlement natuurlijk een hele belangrijke speler en ook een partner voor ons als kabinet.

Ik zal meteen even ingaan op de impactassessments en de Omnibuswetgeving. Wij delen die zorgen natuurlijk ook. Als kabinet hebben we dit punt ook heel vaak geprobeerd te maken. We moeten daarin ook eerlijk zijn: we hebben gewoon geen meerderheid. We kunnen nog heel lang met u praten over de zin en de onzin, hoe de Commissie zich hier opstelt, welke experts zich hierover hebben uitgesproken en wat daar de materiële impact als het gaat om subsidiariteit van kan zijn, maar ik moet ook eerlijk zijn: wij kunnen daar op dit moment niks aan veranderen. We hebben daarin ook geen mandaat. Ik kan u wel toezeggen dat wij deze zorgen, die u zo expliciet uitspreekt, doorgeleiden aan onze collega van Buitenlandse Zaken, ook met de voorbeelden die u noemt. Om eerlijk te zijn, kan ik hier niet heel veel meer over zeggen dan wat we net hebben gezegd. Ik kan alleen zeggen dat we deze zorgen heel expliciet met onze collega van Buitenlandse Zaken zullen delen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Van der Sanden voor zijn volgende vraag. Hij had er volgens mij nog een stuk of wat op zijn lijstje staan.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Ik kan u geruststellen, hoor: het zijn er minder dan 50. Het valt dus mee. U heeft het over "zorgen", maar ik wil 'm toch iets scherper stellen. Bent u met de rapporteurs van mening dat de Omnibusprocedure niet geschikt is voor dit soort wetgevingsoperaties? Dat is iets anders dan een zorg. Dat is mij namelijk nog een beetje te wollig.

Staatssecretaris Aerdts:

Strikt genomen, kijken wij naar de Omnibussen en vragen ons af: zijn het versimpelingen? Wij spreken ons uit tegen alles wat gaat over echt substantiële veranderingen. Dat betrekken wij ook bij ons onderhandelingselement. Ik kan daarin ook niet verder gaan dan dat. We hadden als kabinet heel graag gezien dat er wel impactassessments waren uitgevoerd over de verschillende Omnibussen, maar dat is niet het geval. We proberen dat nu — mijn collega gaf dat net ook aan — door alle impactassessments die er wél worden gedaan heel nadrukkelijk te betrekken bij hoe wij in de wedstrijd zitten en hoe wij naar de onderhandelingen kijken. Maar dat is wel een beetje waar wij deze keer, in deze processen aan gebonden zijn.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik kijk naar de heer Van der Sanden: wil u nog een vraag voorleggen?

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Ja, ik wil hier nog even op doorvragen. Bent u bereid om richting de Raad en de Commissie duidelijk stelling te nemen tegen het gebruik van de Omnibusprocedure voor dit soort wijzigingen die, hoe dan ook, materieel van aard zijn — het zijn niet alleen maar simplificaties en technische vereenvoudigingen — zonder dat er een impactassessment is gemaakt? Ik heb het er dus over dat a de procedure als zodanig niet de juiste is en b ook nog eens een keer zonder impactassessment. Als het antwoord daarop ja zou zijn, hoe denkt u dat dan te gaan doen? Wie zijn dan de bondgenoten daarbij? Als het antwoord nee zou zijn, hoor ik ook graag waarom.

Staatssecretaris Aerdts:

Ik snap dit bredere punt, maar het is echt iets om met onze collega van Buitenlandse Zaken te bespreken. Zoals ik hier geleerd heb: u overvraagt ons met de vraag om daar een uitspraak over te doen. Deze vraag kan wél nadrukkelijk aan de orde komen in het debat dat elk jaar in de Tweede Kamer gevoerd wordt, het informatiedebat met de minister van Buitenlandse Zaken over onder andere Europa. Maar wij kunnen hier niet zo ver gaan om de uitspraak die u van ons vraagt te geven.

De voorzitter:

We kijken naar de heer Van de Sanden voor de volgende vraag.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Dank voor uw antwoord, staatssecretaris. We zullen zeker niet aarzelen om de doorverwijzing ter harte te nemen en daarop te acteren. Ik heb een andere vraag. Wellicht acht u zich wel in de gelegenheid om daarop antwoord te geven. Bent u bereid om onafhankelijk advies in te winnen over de juridische houdbaarheid schuine streep kwetsbaarheid van de uitkomsten van deze beide procedures, dus de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal?

Staatssecretaris Aerdts:

Ik blijf me daarin een beetje herhalen. Wat betreft de procedure van Omnibuswetgeving sluiten we aan bij de procedure die nu gekozen is door de Europese Commissie. Wel nemen we, wat betreft de impact waar wij nu nog naar kunnen kijken, alle impactassessments die gedaan zijn door anderen, heel graag serieus mee in onze onderhandelingen.

De voorzitter:

Er zijn nog meer vragen bij de heer Van de Sanden.

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

In aansluiting op wat de staatssecretaris zojuist zei: is de regering zich ervan bewust dat door hierin mee te gaan, het risico wordt gelopen dat over een aantal jaar door het Europees Hof een uitspraak wordt gedaan dat deze wetgeving niet op de voorgeschreven manier tot stand is gekomen? Ik heb net al een paar verwijzingen gemaakt. Dat is geen denkbeeldig risico. Is de regering zich dat bewust?

De voorzitter:

Deze vraag loopt misschien op wat zaken vooruit, maar misschien kan de staatssecretaris wel ingaan op de bewustzijnsvraag.

Staatssecretaris Aerdts:

Wij zijn ons bewust van de risico's die er mogelijk zullen zijn, maar het gaat inderdaad te ver om daar nu zo specifiek op vooruit te lopen. Dit is natuurlijk een procedure van de Raad, niet van Nederland an sich. Maar we hebben goed gehoord wat de rapporteurs over dit onderwerp zeggen. We zullen dit meenemen naar onze collegae.

De voorzitter:

Heeft de heer Van de Sanden nog meer vragen? Of blijft het hierbij op dit moment?

De heer Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden):

Meneer Van de Sanden vindt het mooi voor dit moment. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Mevrouw Fiers, heeft u nog vragen hierover? Nee, zie ik. Dan kijk ik nog eventjes de commissie rond. Ik zie geen vragen meer. Ik had zelf nog een vraag gesteld over de subsidiariteit. Ik hoorde het net al wel genoemd worden, maar misschien kan er nog iets meer over gezegd worden. Als ik het goed beluister, hoor ik dat sommige landen er niet in willen meegaan dat Nederland verlangt naar aanpassingen. Misschien toch nog even voor alle helderheid: waarin zitten 'm dan de voornaamste bezwaren tegen meegaan met Nederland? Ik weet niet of het al duidelijk is, maar welke landen zijn eigenlijk de voornaamste tegenspelers van het vinden van een partner in deze zaken?

Staatssecretaris Aerdts:

Het punt over subsidiariteit ging volgens mij specifiek over het meldpunt. Daar zal mijn collega op ingaan. Overall kan ik wel zeggen dat wij hier in de Kamer natuurlijk niet de onderhandelingspositie of die landen kunnen noemen. Ik moet u het antwoord daarop dus helaas schuldig blijven.

De voorzitter:

Sorry, ik bedoelde niet de onderhandelingspositie. Mijn vraag was meer of er specifieke zorgen zitten. Is daar wél iets over te zeggen? Wat is op de inhoud het verschil? Als het niet kan, kan het niet, hoor, maar ik hoor het graag.

Staatssecretaris Van Bruggen:

Dat onderdeel moet ik u helaas schuldig blijven. Over de subsidiariteit kan ik wél iets zeggen. Het zag vooral op het Europese meldpunt. Het is dus even zoeken. Ik denk ook dat het goed is om te kijken wat we wél kunnen beantwoorden en vrijgeven over onze positie en de onderhandelingen inhoudelijk. Ik hoor u namelijk tussen de regels door vragen: Welke landen doen nou moeilijk? Welke landen vinden het ingewikkeld om in te stemmen met onze standpunten? Waarom? Wat is hun visie op deze onderdelen? We kijken of we dat ook nog schriftelijk kunnen doen. Dat gaan we ook met het non-paper doen. We kijken dan waar we ongeveer staan. Ik denk dat dat gaat helpen. Dank daarvoor.

Met het Europese meldpunt hebben we wel een goed resultaat geboekt, namelijk dat het Cypriotische voorzitterschap de tekstvoorstellen van Nederland op dit onderdeel heeft overgenomen. In plaats van een Europees meldportaal, waar we de vorige keer nog zorgen over hebben gedeeld met elkaar, is het voorstel nu om dat nationaal gecentraliseerde meldpunt in te richten. De onderhandelingen daarvoor lopen nog in een werkgroep, maar we zijn het over het uitgangspunt wel eens. Met dit brede draagvlak in Europa kan Nederland zich juist op dit punt actief inzetten in de onderhandelingen binnen de commissie. Dat is dus een goed resultaat waarin we zien dat er alternatieven mogelijk zijn. Om het maar zo te zeggen: wat is er mogelijk, naast bedenken hoe we dat zouden kunnen melden bij een Europees meldpunt? Je ziet dat een meerderheid van de lidstaten zegt: laten we het alsjeblieft in onze eigen landen organiseren. Dat is er nu dus door. Er wordt gewerkt aan hoe we dat precies gaan doen, maar het is wel een van de onderdelen waarvan we zeggen: goed gewogen, mooie uitkomst.

Dank.

De voorzitter:

Helder. Dank u wel. Zijn er nog mensen die iets kwijt willen in dit overleg? Nee. Dan zitten we nog ruim binnen de tijd. Ik wil iedereen van harte bedanken voor zijn of haar bijdrage en voor zijn of haar goede en interessante vragen. Ook dank ik de beide staatssecretarissen voor hun reactie. Ook dank aan de ambtelijke staf voor hun ondersteuning bij het mogelijk maken van dit mondeling overleg en de commissies. Ik dank u allen hartelijk en ik wens u een hele mooie avond.


Sluiting

Sluiting 20.43 uur.